Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Hier is plaats gemaakt voor geschiedkundige feiten, die in feite niet tot het expliciete werkgebied behoren, of voor leuke, anekdotische berichtjes, die ons via krantenknipsels bereiken of voor verhalen zonder echte geschiedkundige waarde, maar die toch prettig zijn om weten. Als er iemand ook zulke wissedatjes weet, laat het ons weten via heemkundesintkruis@gmail.com

 


EEN HINDERLIJK (alledaags) VOORVAL MET WAPENS, GEDURENDE DE BEVRIJDINGSDAGEN SEPTEMBER, OKTOBER 1944 TE BRUGGE


Enkele tientallen jaren geleden, toen ik inwoner was van Sint Michiels, vertelde mij een buur over een jonge man die gestorven was onder dramatische omstandigheden. Dit voorval gebeurde in de eerste weken volgend op de bevrijding van Brugge op 12 september 1944.
Deze jongeman, zijn naam was hij vergeten, was wel gehuwd en schrijnwerker van beroep. De buur wist verder te vertellen, dat bij het gebeuren hij woonachtig was in de Kerkstraat te Sint Michiels. De ongelukkige zou doodgeschoten geweest zijn door een van zijn gezellen bij het verzet. Het hoe en het waarom daarover bleef hij mij schuldig.
Ik schreef dit gesprek op in een klein notaboekje. Daarin verzamelde ik deze kleine anekdotes met betrekking op verzet, collaboratie en verdachte te weinig gekende feiten over W.O. II. Dit alles zou mij later dienstig zijn, als alle rumoer daarover zou verstommen, bij het onderzoeken op waarheid van gebeurtenissen die verband hielden met het leven van de kleine man, meegesleept in de mallemolen van de oorlog.
Het onderzoek i.v.m. het interneringskamp te Sint Kruis (I.C.S.K.) noopte mij informatie in te winnen over de bewakers en bewaarders van dit kamp. Belangrijk daarbij was, te weet te komen uit welke verzetsbewegingen zij gerekruteerd werden. Wij weten, voor wat betreft het I.C.S.K. het voornamelijk mensen waren afkomstig uit de kernen van het Onafhankelijkheidsfront(OF-FI) en meestal van communistische strekking. Het geheim Leger (GL) was er ook vertegenwoordigd maar minder actief in hun doen.
Moeilijker werd het indien bleek dat zij zich hadden aangesloten bij de verschillende   verzetsbewegingen  na de bevrijding van Brugge en dat telde voor vele minderjarige jongens. Alles werd toen aangenomen, het aantal was toen belangrijker dan de kwaliteit, natuurlijk met alle gevolgen van dien. Ook het GL bezondigde zich daaraan en bij dit ronselen keek men dan ook niet zo nauw.
Mijn onderzoek begon ik bij het OF-FI. Een eerste vereiste was dan ook te weten, hoeveel leden het OF-FI te Sint Michiels telde. Dit gold natuurlijk ook voor het GL en zijn leden aldaar. De volledige lijst van het GL was in mijn bezit; sector (IIIe zone) Brugge-Oostende, bleek niet de gezochte jonge man te bevatten. De originele ledenlijsten van het OF-FI bleken moeilijk te consulteren. Men stuurde mij van het kastje naar de muur, en er kwam geen beweging in. Natuurlijk wist ik dat er na de bevrijding door het Gewest Brugge van het OF-FI lijsten opgesteld werden van hun leden. Deze lijsten hadden tot doel de aanvragen van hun militie te bundelen, om aanspraak te maken op de titel van “Gewapend Weerstander”. Officieel kreeg ik van het OF-FI te Brussel geen toelating. Ik zou het dan op een andere manier proberen, en het toeval zou mij daarbij helpen. Op de receptie die doorging in het Vlaams Parlement, ter gelegenheid van de “Verzoeningsgedachte” had ik de gelegenheid de gewezen secretaris van de Communistische Partij van België (K.P.B.), Jef TURF te spreken. Ik vroeg hem op de man af of hij mij kon  introduceren bij de Nationale  Secretaris van het Onafhankelijkheidsfront, de Heer Michel Vanderborght, er aanwezig. Dit gebeurde dan ook en ja, mits hem schriftelijk aan te schrijven kwam ik in de gelegenheid het archief van het OF-FI te Brussel bewaard, te raadplegen. In dit grote archief bevinden zich de originele ledenlijsten van de Belgische Partizanen, Patriottische Milities, Burgerlijk Verzet en de Sluikpers van het OF-FI.
Het Gewest Brugge OF-FI had inderdaad voor de gemeente Sint Michiels een ledenlijst opgesteld voor zijn leden Patriottische Milities sedert ten laatste 4 juni 1944 erbij aangesloten.
Deze lijst bevat 33 namen waarvan er twee(2) woonachtig waren in de Kerkstraat. Het gaat hier over de Patriottische Milities (P.M.)nummers 31377 en 31378 respectievelijk voor de heren Prosper Bruynhooghe, Kerkstraat, 35, Sint Michiels (21 jaar) en Robert Devooght, Kerkstraat,37,  Sint Michiels (20 jaar) (D; 1)
Hun huisnummer leert ons dat ze buren waren en alzo samen lid werden van de P.M. van het OF-FI Gewest Brugge. Periode van aansluiting, tweede helft van 1944, het jaar van de landing der Geallieerden op de kusten van Normandië.
Door de kennis van deze lijsten kon ik de lijst van het GL elimineren voor verder onderzoek. Er wachtte mij echter nog verder onderzoek.  Nu een van deze twee jonge mannen het slachtoffer was geworden van een dodelijk voorval moest dit toch gemakkelijk te achterhalen zijn, door bijvoorbeeld raadpleging van de plaatselijke pers, rekening houdend de censuur die, zoals geweten, vele zaakjes onder het tapijt veegt. In het Tolhuis, het  informatiecentrum van de Provincie West Vlaanderen kon ik het weekblad “Het Burgerwelzijn” raadplegen. Vanaf 12 september 1944 zocht ik er de overlijdensberichten op, en op datum van 14 oktober 1944 werd er melding gemaakt van het overlijden van Prosper  Bruynhooghe, echter op datum van overlijden 09 oktober 1944. De man bleek gehuwd met Erna Schotte (Mariastraat werd er bij vermeld). Verder onderzoek in de plaatselijke pers van toen, bracht aan het licht, dat er over de omstandigheden van het overlijden van de heer Prosper Bruynhooghe met geen woord werd gerept! Nochtans stonden de dag en weekbladen van die tijd vol van de heldendaden en aanhoudingen van collaborateurs door de leden van het “verzet” gepleegd. Dit alles afgewisseld met optochten en défilés allerhande. Het was letterlijk en figuurlijk al “zwart” en “wit” wat het nieuws uitmaakte. Een  kritische benadering van het gebeuren was meestal  niet te vinden, en er liepen alleen maar goeden en slechten rond. Ook de Brugse Krijgsraden lieten zich daarin niet onbetuigd.
Mijn nieuwsgierigheid was echter gewekt en geprikkeld en ik besloot verder te zoeken. Uiteindelijk, na heel wat correspondentie kon ik de parketdossiers van 1944 raadplegen en de ware toedracht van dit misterieus overlijden vinden.
De Procureur des Konings van Brugge beveelt op 6 oktober 1944 aan de 2de afdeling van de Brugse Politie een pro justitia met nummer 818 op te maken (proces verbaal).
Proces verbaal ten laste van DBR wegens onvrijwillige dood veroorzaakt door een geweerschot op den persoon van Prosper Bruynhooghe.
Citaat: “Ten jare 1944, den 6n der maand oktober.
Wij Julien VANRAEFELGHEM, adjunkt Politiecommissaris der 2de Afdeling daartoe behoorlijk afgevaardigd, worden heden om 8 uur verwittigd, dat een lid van het OF(Onafhankelijkheidsfront) in hun lokaal, ter Steenstraat, bij ongeluk ernstig verwond werd, begeven ons, vergezeld van den Politieinspecteur Theophile De Soete, ter plaatse waar we vernemen dat de gekwetste, Prosper Bruynhooghe, inmiddels overleden is. Wij onderhooren:
Maria Perimo, echtgenoote Robert de Cluyse, geboren te Brugge, den 5.4.1892, wonende St.Niklaasstraat II, die verklaart:”Heden 6.10.44, om 7,45 uur hoorde ik een schot terwijl ik ter St.Niklaasstraat was, en hoorde roepen. Ik liep  en in de Steenstraat zag ik een persoon liggen in den gang van het huis Steenstraat 26, waar de OF haar lokaal houdt. Hij lag in den gang met het hoofd buiten op den grond. Eenige personen der OF hebben hem binnen genomen. Twee personen hebben het lokaal verlaten.
Marcel Catry, politieagent alhier, 35 jaar, die verklaart:”
“Ik was met mijn collega Charles Souillaert op dienst op den hoek der Markt en Steenstraat. Wij hoorden een schot ter Steenstraat. Wij zagen drie personen met een armband van de OF de Kleine St. Amandstraat inloopen. Aan het huis Steenstraat 26 komende, zagen wij een plas bloed aan de voordeur. Het slachtoffer was binnengebracht en lag op den buik in het lokaal. Ik ben om dokter De Winter geloopen terwijl mijn collega ter plaatse bleef”.
Charles Souillaert, politieagent alhier, 37 jaar, bevestigt de verklaring gedaan door zijn collega Marcel Catry.
Roger Debruyne, velomaker, geboren te Rouselare den 28.12.20, wonende te St. Andries, Diksmuidschen Heirweg, 42C, die verklaart:
“Om 8 uur zat ik in een boekje te lezen in het lokaal. [D.B.R.], wonende St.Andries, St.Jansdreef, 14, stond met een geweer in de hand in mijn nabijheid. De voordeur stond open. Hij trok het geweer af zonder dat het schot afging dat gericht was op Prosper Bruynooghe die de wacht stond aan de deur. [D.B.R.] trok een tweede maal, en het schot ging af en trof Remy Bruynooghe. Ik heb niet gelet of hij na het eerste schot den grendel achteruit getrokken heeft. Ik kan evenmin zeggen indien het schot Bruynooghe langs voren of langs achter getroffen heeft. Bruynooghe stond zonder geweer aan de deur. Er is slechts één geweer om de wacht op te trekken. Bruynooghe is gevallen en ik ben samen met Edmond Decae en Carlos Accart naar het lokaal ter Zilverstraat geloopen om de Kommandant te verwittigen en hulp te halen.
Edmond Decae, student, geboren te Brugge den 8.2.1925, wonende Meestraat, 3, die verklaart:
“Ik kwam met mijn makker Accart ter Steenstraat, hoorde een schot en zag Bruynooghe die op wacht stond voor het lokaal ter Steenstraat vallen. Deze had geen geweer bij zich. Wij zijn samen met De Bruyne naar het lokaal ter Zilverstraat geloopen om hulp.
Carlos Accart, timmerman, geboren te Brugge den 23.3.1923, wonende Hooistraat, 51, bevestigt de verklaring van zijn makker Edmond De Cae, er bijvoegende “Ik hoorde het slachtoffer zeggen: “Ik heb het zitten”. Bruynooghe stond met het wezen naar het lokaal gekeerd en heeft de kogel in de borst getroffen.
[D.B.R.], lid van de OF., geboren te Brugge, den 12.7.1925, wonende  te St.Andries, St.Jansdreef, 14, verklaart:
“Ik was hier heden morgen vanaf 6 uur van dienst met De Bruyne en De Brabandere. Er was een geweer ter onze beschikking. Om 8 uur, op het oogenblik van het geval, stond ik nabij mijn makker De Bruyne aan den toog, rechts op een vijftal meter van de uitgangsdeur. Ik nam het geweer van op den toog om het te probeeren en wat te oefenen. We hadden weinig oefening met oorlogsgeweren. Ik trok den grendel achteruit, zag dat het niet geladen was, en er ging een kogel in den loop, wanneer ik de grendel losliet, veronderstellende dat het geweer op veiligheid stond, trok ik den haan over en het schot ging af, dat onzen collega, die in de deuropening stond, trof. Het is volstrekt zeker dat ik mijn makker onvrijwillig geschoten heb; den loop van het geweer was toevallig naar de deuropening gericht. Ik herhaal, dat ik dacht dat de veiligheid van het geweer toe was, wanneer ik aan den haan trok”.
Inlichtingen: Het slachtoffer Bruynooghe werd naar het doodenhuis van het St.Janshospitaal overgebracht; hierbij geneeskundig getuigschrift ons afgeleverd door dokter De Winter.
[D.B.R.] verblijft ter politiewacht, ter beschikking van den Heer Procureur des Konings. Het geweer waarmee Bruynooghe geschoten werd, alsmede een revolver, in het lokaal van de OF aangetroffen, berusten er insgelijks ter zijner beschikking.
We hebben vastgesteld, dat enen geweerkogel het venster van het huis Steenstraat, 23, recht voor het lokaal van de OF gelegen doorboorde. Het betreft zonder twijfel den kogel die Bruynooghe trof.
Het Parket verwittigd, kwam ter plaats (H.Boudolf) waarvan akt.[Het handteken is onleesbaar].
Hierbij volledige eenzelvigheid van het slchtoffer.
Bruynooghe Prosper, echtgenoot van Schotte Erna, gebooren te Woumen, den 21.7.1923, schrijwerker, wonende te St.Michiels, Kerkstraat, 25. De familie werd verwittigd. [einde citaat]

Tot zover het officieel relaas van deze dramatische gebeurtenis. Met verbazing las ik dit P.V. en bleef met meerdere vragen zitten. De dader van dit dodelijk accident in zijn verklaring zoals hierbij beschreven, kraamde eigenlijk wartaal uit. 
Een kleine analyse: “Ik trok de grendel achteruit, zag dat het niet geladen was, en er ging [sic] een kogel in den loop, wanneer ik de grendel losliet!”
Indien hij zag, zoals hier beweerd dat  er een kogel in de loop zat toen hij de grendel losliet, moest hij toch geweten hebben dat zijn wapen toch geladen was! Vervolgens trok hij de haan over en het schot ging af. En of! Natuurlijk heeft deze man de veiligheidspal niet op veiligheid gezet, zoniet kon hij de haan niet overhalen! Als wij daarbij, de verklaring van de aanwezige getuige Roger De Bruyne in het lokaaal onthouden, die verklaart “[D.B.R.] stond met het geweer in de hand. Hij trok het geweer af zonder dat het schot afging dat gericht was op Prosper Bruynooghe die de wacht stond aan de deur. [D.B.R.] trok een tweede maal, en het schot ging af en trof Prosper Bruynooghe”.
Men richt nooit een wapen op een persoon. Dit is een primair gebod bij de manipulatie van vuurwapens. De oudste van de aanwezigen had dit zeker moeten verbieden. Hier is wel duidelijk aangetoond dat de dader tweemaal het geweer overhaalde, wat niet strookt met zijn  verklaring, waarbij de laatste manipulatie van de grendel een patroon in de kamer bracht. Zoals hier verklaard, werd de haan al een eerste keer overgetrokken en had de dader dus al vanaf deze eerste manipulatie moeten weten dat de veiligheidspal niet op veiligheid stond.(anders kon de haan niet een eerste keer overgehaald worden)  
Dit getuigt weeral van onverantwoord gedrag bij het hanteren van vuurwapens. Verder zegt de dader dat hij wat ging oefenen! Zij hadden weinig oefening genoten (lees: geen!) met oorlogsgeweren. Er zitten in dit P.V. grote tegenstrijdigheden in de verklaringen. Dit is het minst wat daarover kan gezegd worden. Vraag is natuurlijk of het verantwoord was deze onbekwamen te belasten met gewapende opdrachten. Wat spookten ze daar uit zonder enige opleiding? Wat was hun opdracht? Alleen al het feit dat er maar (1) geweer voorhanden was voor drie personen is kenmerkend. Bij een aanval, die zeker tot de mogelijkheden behoorde, zou men daar maar bekakt hebben gestaan, laat staan indien ze iets hadden te verdedigen? Er werd ook nog een revolver gevonden en van wie was deze revolver dan wel? Deze jongelui hadden waarschijnlijk als taak verdachten van collaboratie aan te houden. Voor wat anders kon men hen gebruiken?
In het  parketdossier zit een verklaring van Dr. De Winter en een wapendeskundige. Ook de vier resterende kogels van de lader met vijf kogels werden erin bewaard en dit is duidelijk oorlogsmunitie: punt en huls in rood koper met als kenmerk 41-80 m - St –3.
Dit is natuurlijk geen zaak waarmee het OF-FI eer kon halen te Brugge. Het toont weeral het totale gebrek aan leiding en vooral onbekwaamheid van zijn leden. Daarom mocht dit voorval nooit de pers halen. Aldus stonden dag en weekbladen vol van hun heldendaden, grote verzetsdaden als oppakken van verdachten en de bewaking ervan in de interneringskampen.
Dat verklaart waarom er enkel een overlijdensberichtje, en waarom dan maar met een bewust  verkeerde datum n.l. 9 october in plaats van 6 october 1944.
Deze zaak diende heel discreet  als “Top secret” gezien. De leiding van het OF-FI kan zich zulke blaam niet veroorloven, zeker niet met de hete adem van het Geheim leger (G.L.) in de nek. De naam van de ongelukkige dader vinden wij nergens terug in de vele tientallen ledenlijsten van het OF-FI Gewest Brugge. Men verwijderde deze jonge man waarschijnlijk uit de rangen van het OF-FI. De schande bleek te groot voor de leiding van die verzetsgroep. Ergerlijker was het officieel schrijven van de leiding van het Gewest Brugge aan de Regionale P.M. Controlecommissie datum  20 mei 1947 (3 jaar later). Zij verklaart op haar eer, dat de PM eenheden die  zij vertegenwoordigt door toedoen van den vijand (6) zes doden betreurt, wiens namen volgen: Prosper Bruynooghe; José Dewit; Mathieu Hinoul; André Peuteman; Hubert Vanachte en Norbert Vanachte.(D.3) Voor de vijf laatsten is dit volkomen verantwoord. Het waren allen jeugdige, moedige kerels en al vanaf 1941-42 actief met verzet bezig. Zij stierven na strijd met de bezetter in de Duitse folterkampen. Voor wat Prosper Bruynooghe betreft, liggen de zaken dan toch wel anders, deze stierf weliswaar een tragische en spijtige dood, maar de schuld ligt zeker niet bij de vijand (als dusdanig). Wel is de oorzaak te vinden in onverantwoord gedrag met vuurwapens, gebrek aan leiding en zeker gebrek aan opleiding. Anderzijds strekt het tot eer dat de familie van het slachtoffer,  zijn vrouw, door hem daarbij te vermelden, kans maakte op een vergoeding vanwege de Belgische Staat. Zo kon ook alles met de mantel der liefde bedekt worden. Ter verduidelijking geven wij hierbij aan de hand van twee organogrammen de organisatie weer van het OF-FI Brugge en West Vlaanderen. (D. 4 & 5)


Sint Kruis 18 April 2004.
Jos Rondas
 


De winkel met klokgevel is het huis Steenstraat 26, rechtover " het St.-Niklaasstraatje, naast de winkel  Steenstraat 28  loopt de Kleine Sint Amandsstraat naar het St.Amandsplein.

Copie Jos Rondas
Copie Jos Rondas
Copie Jos Rondas Copie Jos Rondas Copie Jos Rondas

 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Over het verband tussen Pasen, kuikens en kippen, vroeger en nu

Pasen heeft voor-christelijke wortels. Men vierde het ontluiken van nieuw leven in de natuur.
De lente herrijst zoals het kuiken de schaal doorprikt.

Een kip wordt van nature broeds om zich voort te planten. Niet alle hennen worden broeds, maar als het gebeurt, vindt het doorgaans plaats in het voorjaar. De broedsheid bij een kip wordt veroorzaakt door hormonen. Er zijn verschillende factoren die de aanmaak van deze hormonen bevorderen. Een belangrijke factor is de temperatuur. Wanneer het rond pasen stilaan warmer wordt, worden de kippen sneller broeds. De aanwezigheid van een haan echter heeft geen invloed op het aanmaken van deze hormonen.

Een broedse hen maakt typische geluiden, het z.g. klokken. Ze trekt zich terug op de plaats waar zij haar eieren heeft gelegd en broedt ze uit. Dit duurt gemiddeld 21 dagen. Ze verlaat zelden het nest, stopt met leggen, en eet en drinkt heel weinig. Ze houdt de eieren op een constante temperatuur van rond de 38°C (een kip heeft een lichaamstemperatuur van 41°C). Ze keert de eieren regelmatig om,  zo koekt het embryo in het ei vanbinnen niet aan de eischaal. 

De uitgekipte (pas geboren)  kuikentjes, met gele, zwarte of bruine donsvacht, zoeken beschutting onder de vlerken van de moederhen tegen koude en aanvallen van gebeurlijke vijanden. Kuikens kunnen nadat ze uit het ei gekropen zijn meteen lopen, eten en piepen.

Vóór, tijdens en tot kort na de oorlog hielden veel mensen een drietal kippen in een ren. 
Een ren was een afgebakend terrein van ongeveer 10 vierkante meter per kip waar de kippen konden rondscharrelen en waar het hok op stond.
Een haan had men meestal niet, want dat was maar goed om ruzie te krijgen met de buren, en daarbij drie kippen zijn te weinig voor één haan.
Ook op de boerderijen kweekte men niet grootschalig, maar meer voor eigen gebruik ( let wel, toen was er nog veel volk op een boerderij werkzaam) en het overschot van eieren en kippen ging via een poelier naar de markt.
Leghennen, die na een jaar of vier geen of minder eieren legden, evolueerden naar soepkippen. 
Sommigen kweekten vooral vleeskippen, en die dienden dan voor de slacht.
Het privé-slachten van de hoenderen gebeurde ofwel door het afhakken van de kop of door het onder de tong doorknippen van de halsslagader en het laten uitbloeden van het dier.

De tijd blijft niet echter stilstaan. 
Door het nieuwe 'vooruitgangsdenken' moest alles groter worden, en bijgevolg waren er meer eieren, en dus meer hennen vandoen. De uitgekomen ééndaagse kuikentjes werden onder verwarmingstoestellen gezet, bestaande uit een grote metalen paraplu, een parabool, met eronder een kolenkacheltje (stoofje), want ze konden niet allemaal meer schuilen onder 'moeder kip'.

Een verdere evolutie kwam tot stand door het op de markt brengen van broedkasten (broedmachines) die onze levende broedkippen vervingen. In 1935 waren er broedmachines voor 200 eieren; het jaar daarop voor 500 eieren. Broeikasten werden op de hoeve geplaatst en na het uitkippen werden de kuikens onder voornoemde paraplu's geplaatst.

Na de tweede wereldoorlog werden speciale broedbedrijven opgericht. Daar lopen een groot aantal hennen die door de hanen bediend (gespoord) werden. Eén haan is goed voor 11 hennen. Het ganse hoenderpark wordt elk jaar ontruimd en vervangen door nieuwe inbreng. En vrachtwagens vervoeren de kuikentjes, in plastiekdozen verpakt, in binnen- en buitenland om ze daar verder te laten groeien tot ze slachtrijp zijn.

De batterijeieren komen uit hoenderen die hun leven lang opgesloten zitten in hokjes in grote gebouwen en geen andere taak hebben dan als eierfabriekjes te fungeren.

Kippen die uitsluitend bestemd zijn voor de vleesproductie, hokken met duizenden samen in kippenrennen ; die kippen zijn echte vleesfabriekjes.
Het kippenvlees is een gewaardeerd voedsel dat op grote schaal gegeten wordt. Het is een gezonde vleessoort, is niet duur en smakelijk, bevat weinig vet en wordt ook verwerkt in de charcuterie. Men slacht tot een half miljoen kippen per week, in sommige bedrijven zelfs tot een miljoen. 
Versnijdingsbedrijven verdelen de kip in borstfilet, billen, vleugeltjes. Men is dus niet meer verplicht telkens een ganse kip te kopen. 

Enkele volkse gebruiken bij het broeden
Onder een hen die aan het klokken (kloeken) ging, legde men een oneven aantal eieren om uit te broeden. Een oneven getal brengt geluk. 
Dertien eieren in het nest onder de broedster plaatsen, was bedoeld om de hen te doen broeden.
Wanneer de broedster niet wilde blijven zitten en van het broednest wegliep, plukte men eerst de pluimen van haar gat en vernetelde (met brandnetels) men eens duchtig het bloot vel. Het was een zeer probaat middel, het hielp.
Boven het nest werd een palmtakje van Palmzondag gehangen, kwestie van goed gelukken in de geboorte van nieuw nageslacht.
De eieren die bestemd waren om uit te broeden, mochten niet veel vervoerd worden. 
Eieren werden in de donkerte voor een lamp gehouden, wanneer het ei donker zag, was het het uitbroeden niet waard, het moest een klaar ei zijn.
Opdat de weerlicht (bliksem) de eieren onder de broedhen niet zou 'verdonderen', legde men een nagel, een stuk hoefijzer of een halve rooster van de stoofpot (kachelpot) bij de eieren onder de broedhen.

"Een schoone haan met een slechte hen gepaard, geeft in den regel beter nakomelingen dan eene goede hen met een slechten haan.
Betreffende het geslacht van het broedsel leert de ervaring dat een sterke haan, die maar 3-4 jonge hennen bij zich heeft, in den eersten tijd van het broeden, vader wordt van meer hanen dan hennen. Krijgt hij meer hennen, dan zal bij het eerste broedsel eens het ene en een andere keer het andere geslacht in de meerderheid zijn. 
Oude hanen met jonge hennen geven overwegend hennen. 
Dieren van gelijken leeftijd gepaard, geven ten opzichte van het geslacht afwisselende uitslagen, meestendeels evenwel meer hennen. 
Hoe minder hennen bij de haan en hoe krachtiger de stam, des te meer hanen zullen er komen." 
(Uit geïllustreerd Almanak van Uilenspiegel 1913. Drukkerij L. Hynderyckx - Sint-Pieterstraat 30, Brussel blz. 81-82).


Iemand die veel piekert, 'zit op iets te broeden'.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Luchtreiziger Alfred  Leclercq

 

Een luchtreiziger in Lapscheure.

In de overlijdensakte nr 26 dd 1889 stond het volgende:

“Ten jare achttien honderd negenentachtig den een en dertigsten Juli om zeven uren namiddags zijn verschenen voor ons Bernard Van Houtte, burgemeester en ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Lapscheure: Leopold Van Hoorickx, veldwachter, oud vier en veertig jaren en Augustis Huyghebaert, koster, oud acht en twintig jaren, beide hier wonende, geen maagschap der overledene, die ons verklaard hebben dat:
Alfred, Constant, Hubert, Marie Leclercq, luchtreiziger, geboren te Rijsel in Frankrijk den tienden maart achttien honderd zeven en zestig, wonende te Schaarbeek, Vondelstraat nummer drie, wettelijken ongehuwde zoon van Adolphe, Cesar Leclercq, wonende te Rijsel en van Alyda, Leocadier, Victoria Spilleux, wonende te Schaarbeek, Vondelstraat nummer drie, alhier den acht en twintigsten Juli omtrent negen uren overleden is in eene weide tien minuten afstand oostwaarts der parochiekerk. De beede comparanten na dus verklaard te hebben het bedrijf van de ouders der overledenen niet kenne, hebben na gedane voorlezing deze akt met ons geteekend.
B. Van Houtte,                        L. Van Hoorickx,                       A. Heughebaert.

Uiteraard trok deze akte mijn belangstelling. 

In “La Patrie” dd  04.08.1889, stond volgend artikel

De luchtreiziger van Blankenberge.
Over de onfortuinlijke luchtreiziger Chalc, wiens gevaarlijke ballonvaart niet verhinderd werd door het gemeentebestuur (sic) van Blankenberge, berichten de Brusselse kranten als volgt:
Men is in Brussel de luchtreiziger Chalc - met zijn echte naam Leclercq – die enkele dagen geleden van de politie het verbod kreeg om vanuit het Leopoldpark op te stijgen, zeker niet vergeten  Dhr.Chalc wilde zich bij zijn riem laten optrekken aan een kabel die vastgemaakt was onderaan de mand van de luchtballon l’Espérance, die bestuurd werd door Georges Thiel.
Nog voor de politie tussenkwam had dhr.Thiel reeds verklaard dat hij de fantast, waarvan de fantasie grensde aan waanzin, onder die voorwaarden niet wilde meenemen op een ballonvaart.
En op dat ogenblik speelde zich een emotionele scène af. Mevr. Leclercq, moeder van de onvoorzichtige luchtreiziger, smeekte Dhr. Thiel en de andere omstaanders zich te blijven verzetten tegen dit onzinnig voornemen “Hij weet niet wat hij doet, hij is zot, hij zal omkomen” schreeuwde de arme vrouw.
L’Espérance steeg enkele ogenblikken later op met in de mand enkel Mr. Thiel en zijn assistenten.
Dhr Chalc had reeds eerder in Hoei een luchtreis willen maken, waarvoor hij geen toestemming had gekregen. Toen was hij van plan geweest zich te laten vastbinden aan het net van een ballon zonder mand.
De ongelukkige kon echter niet van zijn dwangidee afgebracht worden. Hij slaagde erin van het Blankenbergs gemeentebestuur de toelating te bekomen die hem elders geweigerd werd en zondagavond om 08.00 steeg hij op met de ballon “Le Téméraire”, zonder mand, zonder  ballast, zonder anker noch een “guide rope”(leidraad),  enkel verbonden aan het net met een riem  Het opblazen van de ballon gebeurde traag en moeilijk, maar na enkele ogenblikken steeg de luchtballon op en verdween in het avondlijk duister.
Het is pas vandaag dat we uitsluitsel kregen over het lot van de vermetele luchtvaarder. Er wordt bericht dat hij verongelukt zou zijn toen hij probeerde te landen in Lapscheure, bij Brugge.
Zoals te voorzien was, werkte het ventiel niet, en de onfortuinlijke luchtvaarder heeft waarschijnlijk zijn ruggegraat gebroken door de bijna niet te vermijden krachtige terugslag van de luchtballon toen deze de grond raakte.

In de “Gazette van Lokeren” dd zondag 4 augusti, den 46 jaargang, nr 2395 verscheen volgend bericht

Dood van eenen luchtreiziger
Eenige dagen geleden verbood de Brusselsche policie den luchtreiziger Chalc met den ballon L’Espèrance op te stijgen, terwijl hij met eenen riem om de lenden,  in eene koord hing, onder de mand
Dezelfde vermetele wilde over eenigene tijd ook te Hoei opstijgen, zonder boot, zonder instrumenten en alleen hangende in het net van den ballon. Dit werdt eveneens verboden.
Nu verleden Zondag, zegt de Patrie van Brugge, werd eene reis van Challe of Chalc officieel aangekondigd, op wit papier, dus met ondersteuning van de gemeenteoverheid van Blankenbergh
Om  de zaak aantrekkelijker te maken, melde de plakkaart dat de opstijging zou geschieden zonder eenige der voorzorgmaatregelen, die anders in dergelijke gevallen worden genomen, dat is zonder schuit, zonder anker noch ballast (!!!)
En in die voorwaarde wilde de vermetele de zee oversteken.
De ballon werd gevuld en de ballon, niet de Espérance maar de Teméraire ging rond 8 ure ’s avonds in de hoogte.
De westewind dreef het gevaarte landwaarts en rond 9 ure kwam hij te Lapscheure neer.
Op dit oogenblik viel Chalc van de kleine plank waarop hij tijdens de opstijging had gestaan.
Hij viel met eene gevaarlijke snelheid naar beneden en bleef met verbrijzeld hoofd en gebrokene ruggeraat liggen.
Ziehier nog eenige bijzonderheden over dit schrikkelijk drama. Chalc was opgestegen, staande op een plankske dat met twee koorden, op 25 of 30 meters afstand onder aan den ballon hing. Op een half uur tijd was hij boven Lapscheure, waar het kermis was.
De dorpelingen hoorden eensklaps in de lucht eenen slag, als een kanonschot en omhoog ziende, ontdekten zij den ballon, die met bliksemsnelheid naar beneden viel.
Men snelde toe en vond den ongelukkigen Chalc met verbrijzeld hoofd en half gepletterd op den grond liggen. Men nam het lijk op en droeg het naar het gemeentehuis.  In de zakken vond men twee horlogies en een testament op zegel en met een potlood geschreven, den dag der opstijging zelf te Blankenbergh.
Zooals te denken is heeft dit feit te Blankenbergh en in den omtrek, een diepen indruk gemaakt, te meer daar voor de opstijging de moeder van Chalc hem met tranen in de oogen smeekte van zijn voornemen af te zien.
De wezenlijke naam van den luchtreiziger is Alfred Leclercq Hij was ingenieur èlectrcien en naar men zegt, 25 jaren oud.

Marcel Dhoore
Sint-Kruis.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Zuidervaartje, bunker

Oorlogsmonumenten

Tijdens de opzoekingen naar de geschiedenis van onze St.-Kruise binnenschippers werd door Gerard Vanhecke meermaals verteld over het afbranden van het voorsteven van de binnenschepen in het begin van de oorlog 40-45. Het voorsteven werd vervangen door een ophaalbare laadbrug en deze omgevormde schepen zouden dan moeten dienen als landingschepen in de operatie Seelöwe. Operatie Seelöwe was de codenaam voor de invasie van Engeland. Deze invasie greep nooit plaats. Groot was mijn verbazing dat er tussen Steenbrugge en Beernem langs de zuidelijke oever van het kanaal Brugge-Gent een vijftal bunkers stonden en dat deze bunkers dienden als schuilplaatsen voor de werklui en de bewakers van  deze omvormingen. Ze dienden ook als opslagruimte. De bunkers hebben een muurdikte van 110 cm en een dak van 140 cm. Binnenin de bunkers staan drie geschrankte muren van 50 cm dik. Bovenop de bunkers werden camouflerende graszoden gelegd. Tegenwoordig zijn de alle bunkers door Natuurpunt ingericht als overwinteringsplaats voor vleermuizen. De combinatie van goede insolatie tegen temperatuurschommelingen, samen met een hoge luchtvochtigheid, maken de bunkers daartoe erg geschikt. De talrijke populieren langs het kanaal bieden foerageerruimte en dienen voor deze dieren ook als nestplaats of zomerverblijf".

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Verkeerssnelheid in de kom van Sint-Kruis

1927: "Gezien dat de overmaat van snelheid inzonderheid voor wat de automobielen, de autovrachtwagens en soortgelijke, een bestendig gevaar daar stelt voor het verkeer binnen de dicht bebouwde gedeelten der gemeente... de maximum snelheid in de bebouwde kom wordt bepaald op 25 km per uur".

1933: "De snelheidsbeperking voor auto's in de bebouwde kom wordt van 25km op 35km per uur gebracht: rekening houdende van de huidige moderne remtoestellen welke toelaten op zeer korten afstand stil te houden, zelfs wanneer als men aan een meer dan middelmatige snelheid rijdt". 

1951: "De maximum snelheid op de kom der gemeente wordt bepaald op 40km".

1967: "De voorrang van het verkeer op de Moerkerkse Steenweg wordt goed-gekeurd en de snelheidsbeperking op 60km gesteld". 

******************************************************************************************

Halfvasten

Wie vroeger een pachthof verliet om een ander te betrekken, deed dit op halfvasten. Verhuizen was toen iets zeldzaams. Vooraan in de lange optocht liepen de paarden, met een groene kroon om de hals, en de met dennentakken versierde wagens met het materiaal. Daarachter liepen de boerenjongens met het door lover getooide vee. Als laatste volgde het "kerreken", een kar waarop een boog van groene twijgen was aangebracht en waaronder de verhuizende pachter en pachteres hadden plaats genomen. Ondertusen zongen ze:
"Naar oostland willen we varen
naar oostland willen we mee
Al over  de groene baren
Daer is een betere stee".

******************************************************************************************

Genealogisch probleem.
Verleden week kregen wij volgend schrijven op onze site:

Mijne Heren,
Ik ben gehuwd met een weduwe, die een dochter heeft. Dit meisje is nu gehuwd met mijn vader. Dus is mijn vader mijn schoonzoon, omdat hij gehuwd is met de dochter van mijn vrouw.
Door dit  feit is mijn dochter mijn schoonmoeder geworden.
Nu hebben mijn vrouw en ik een zoon.
Dit kind is dus de zoon van de moeder van de vrouw van mijn vader... dus mijn oom.
Wat nu de vrouw van mijn vader betreft, zij heeft een kind met mijn vader, die dus mijn kleinzoon is.
Mijn dochter is dus ook mijn stiefmoeder aangezien zij getrouwd is met mijn vader en bijgevolg ben ik de broer van mijn kleinzoon. Ik ben dus de vader van de moeder van mezelf. Ik ben dus mijn eigen grootvader?

Tweede geval betreft mijn  broer: 
Ons zuster huwde met een weduwnaar met twee dochters.
Ons  zuster overleed kort na haar huwelijk.
Mijn broer is gehuwd met een dochter uit het eerste huwelijk van ons schoonbroer.
Zij hebben kinderen.

Moeten wij een notaris raadplegen om onze erfopvolging te regelen?

***************************************************************

Damse Vaart Wissedatjes

25.1.1933
Door aanhoudende sterke vorst is de Damsche vaart 'begaanbaar' en honderden schaverdijners konden zich reeds aan hun geliefkkoosden sport overleveren. Bruggelingen en Zeelanders deden reeds heden morgend de reis over en weer van Brugge naar Sluis, versierd met de traditionele "heiligmakers" of "Jan Hagel en zijn maat" en de hoed of de muts met de gekrulde "Hollandsche pijpen".(*) Deze pijp hebben ze gekocht aan 3,50 fr. terwijl de verkoper ze inkocht aan 56 centiemen. En in de stad van Maerlant, is men reeds volop aan het bakken van de beruchte Damsche mokken. Opvallend was ook dat er op het Belgisch gedeelte geen enkele "baanvager" te zien was. Vroeger waren er tientallen.  De Hollanders verstonden het anders en verdienden een schonen frank met de ijsbaan schoon te vegen.

(*) De "heiligmaker" was een soort koek, en de "pijp" diende als bewijs dat men van Brugge naar Sluis en terug had geschaatst. Deze pijp werd als bewijs aan de muur van de woonkamer gehangen.

4.5.1933
Donderdag 4 mei 1933 zal de 100ste verjaardag  gevierd worden van Mevr. Amélie Verhegghe-D'Hondt. Zij werd geboren te Coolkerke op (uiteraard) 4 mei 1833 en huwde te Brugge op 3 mei 1860 met de heer Pierre Verhegghe.
Vijf kinderen zijn uit het huwelijk gesproten, waarvan een dochter en een zoon nog in leven zijn. De zoon, Camille, is thans 67 jaar loud en de dochter juffr. Pharailde heeft de leeftijd van 61 jaar bereikt. De honderdjarige woont sedert meer dan 40 jaar bij haar zoon, die graankoopman is langs de Damse vaart nr 11.

1934
"Chalet Du Canotage", Damsche vaart 31 : Officiele opening op de dag van de zwemkoers om 4 ure met prachtig symphonisch orkest. Eigenaar: Wwe Waegenaer.Fijne Bieren, Likeuren, IJskreem, Koffie, Thé, Lemonade (sic), enz. Tevens verhuring van roeiboten. Het gezelligste huis voor studenten tijdens het verlof.

9.09.1936
Men is volop bezig de verkeersweg tussen Brugge en Damme, aan de rechterkant van de Damse Vaart, in fatsoenlijke staat te stellen. Deze wordt verbreed en in cement gelegd in de plaats van de kassseien van vroeger. Vanaf Damme tot aan "Het Visschershof" van Callewaert is er een binnenweg. Deze wordt ook in orde gestelt (sic) maar niet in cement

21.04.1937
De nieuwe baan is voor het verkeer open gestelt (sic). Het is een prachtige betonnen weg met een fietspad.

1941
In het Brugsch Handelsblad verscheen ingevolge een ongeluk langs de Damse Vaart volgende opmerking: "Het rijwielpad levert zekere groote gevaren vooral door de onvoorzichtigheid van de zogezegde "coureurs" die u voorbijvliegen alsof iemand hen achterna zit. Ware het niet beter het fietspad voor te behouden voor voetgangers en de groote baan voor het gerij. De voetgangers zullen elkaar niet in de vaart lopen, terwijl elke botsing tussen wielrijders levensgevaar betekent."

24.10.1947
BRUGGE-SLUIS met barge en stoomboot.
De barge van Sluis naar Brugge heeft langer dienst gedaan.dan die tussen Brugge en Gent, Brugge en Nieuwpoort, en Brugge en Oostende. We konden niet achterhalen wanneer de eerste barge de oude veerdienst op het Zwin  tussen Sluis en Brugge. heeft vervangen.
In ieder geval voer er een in het jaar 1668, naar wij weten uit een geschrift van dat jaar, toen een Hollandse reiziger er gebruik van maakte en behalve de twee stuyvers reisgeld nog een gulden en tien stuyvers aan 'verteering' in rekening bracht. En eveneens weten wij, dat de tsaar van Rusland Peter I per barge van Sluis naar Brugge voer, om van hieruit de reis verder te zetten. 
Een barge onderhield de dienst Sluis-Brugge tot in de jaren 1860-1865.
Toen is er een stoombootje gekomen. Het eerste was de 'Jacob van Maerlant', zoals oude Sluizenaars ons hebben verteld. Ook Caroline Popp schrijft er over in haar 'Recits et Légendes des Flandres', een uitgave van 1867. Dat bootje was eigendom van een Sluise maatschappij en heeft slechts enkele jaren dienst gedaan. Het kon niet zwaaien aan het 'Fort Lapin', en het moest dus iedere reis gesast worden omdat het te lang was. Het stoombootje verdween en de barge kwam terug. Het was een heel feest toen de barge terug in Sluis was.

De reis duurde drie uur, doch 's zaterdags werden er twee paarden voor gespannen en werd Brugge in twee uur reeds bereikt.
Die barge bestaat nog, althans op een oude foto uit de jaren 1880-1886 . Zij bleef varen en kreeg in 1867 of 1868 een concurrent, weer een stoombootje, de 'Stad Sluis' genaamd. De maatschappij van de barge is toen spoedig gelikwideert (sic) doch de conducteur zette de dienst voor eigen rekening voort en de 'Jeannette' (sic) voer nog tot 1889. Op een morgen lag zij  gezonken voor het 'barzekot'. Later werd zij verkocht ergens in Belgie om te dienen als woonboot of als directiekeet bij een of ander kanaalwerk. Intussen had de oude kapitein van de barge ook een stoombootje in de vaart gebracht, de 'Willem-Leopold', die later in Holland werd verkocht. Het waren dus allemaal Sluise ondernemers, en dat is nog lange tijd zo gebleven.
De 'Stad Sluis' kreeg hulp van de 'Stad Brugge', allemaal voor de oorlog 1914-18
Op 18.10.1921 werd de dienst Brugge-Sluis met de stoomboot 'Aurore' gestaakt. Nu blijft enkel nog de 'Jacob van Maerlant' in de vaart.
Op 20.02.1929 was Th. Stienstra kapitein op de stoomboot Sluis-Brugge

Op 19 februari 1947 gebeurde de stichting van de 'Brugssche Schaatsclub VZWD'. Maken deel uit van het  bestuur: Baron Roger Kervyn de Lettenhove, voorzitter, Michel Priem, secretaris, Jean Croussel, schatbewaarder, Carlos Davids, sportbestuurder. Het secretariaat is Colaert Mansionstraat 16, Brugge

Damse Vaart Zuid
De weg van Sint-Kruis naar Moerkerke via Damme noemde men oorspronkelijk 'Kassei Damme'. Deze laatste benaming werd in januari 1948 door het gemeentebestuur van Sint-Kruis gewijzigd in 'Damse Kassei', in overeensteming met de uitspraak van  de bevolking.  Maar op 13 januari 1948 heeft het gemeentebestuur van Sint-Kruis de straatnaam gewijzigd in 'Damse Vaart Zuid', teneinde de ene oever van de andere beter te onderscheiden. De stad Brugge heeft Sint-Kruis niet gevolgd en behield, voor het gedeelte op haar grondgebied de benaming 'Damse Vaart'.

Handelszaken langs de Damse vaart 1950-1970
- Café "De Vijf Ringen", Damse Vaart 59: Op 15.04.1945 Groot bal met het beroemde jazz-orkest The Vetjo Boys.
- Drafhandel Van den Berghe NV, Damse Vaart 14, Brugge.(1952)
- Marbel, Damse Vaart 50. Tijdens het voedingssalon van 1954 presenteerde de Brugse verkoopsorganisatie Marbel er een schitterend apparaat om met 2 gram koffie en in 15 seconden een kopje koffie te maken. Dit apparaat werd verkocht onder de naam 'La Cimbali'.
- A. Beirens-Declerck, Damse Vaart 75, Sint-Kruis, Groothandel in Koloniale Waren.(1963)
- Leon Gevens-Van Wonterghem, Transport, Damse Vaart 41, Brugge (1941)
- In den Gouden Karpel, Damse Vaart 29,  werden allerlei visschersartikelen verkocht aan de prijs van de factuur, dus met 40 t.h. vermindering op de tegenwoordig gevraagde prijzen. Grote keus van garen, silken, tigus, nillon, andalouse,. en ook nog te bekomen: afgesneden paaslelies.
- VASEV pvba, Damse Vaert 14, Brugge. Vereffening op 30.05.1953
- Gustave en Louis Minne, pvba, Damse Vaart 1, Brugge.  Transportovernamen, Bevrachtingen, Rijnrederij, Verzendingen.  (1967)
- R. Hensen; Karel van Manderstraat 218, Sint-Kruis. Voor een verzorgde klankinstallatie.(1970)
- De voddenfabriek, aan den Damsche Vaart, 26, Brugge. Vodden en Metalen.

24.06.1950
Jan Sandyck, wonende Hoogweg 14 te Sint-Kruis viste zondagmorgen uit de Damse Vaart ter hoogte van Hoekebrug een snoek van 7 kgr en 90 cm lang.

Op 1 januari 1950 overleed te Sint-Kruis Alfred-Jean-Marie De Sloovere in de ouderdom van 74 jaar. Hij was gewezen leraar lichamelijke opvoeding aan St.Leo aan het St.Franciscus Xaveriusinstituut en het Lodewijkscollege. Hij was ook gedurende meer dan  dertig jaar luitenant-instructeur bij de Brugse Brandweer en gebreveteerd onderofficier-schermmeester bij het 4de Linie regiment. Ook in voetbalmiddens was de heer De Sloovere geen onbekende, daar hij stichtend lid was van Royal Cercle Sportief Brugeois.
Hij was gehuwd met Alice Voermanek en woonde Damse Vaart 12, Sint-Kruis.

09.02.1986
Rooien van 418 populieren langs de Damse Vaart. De populieren dienen te  verdwijnen wegens ziekte. De nieuwe die zullen geplant worden, zal  een variëteit zijn die bestand is tegen ziekte en zeker tegen de kanker, waarmee de oude bomen zijn aangetast. Deze bomen dragen de naam 'Popolus euroamericana' en hebben het uitzicht van onze 'achtkanters'.
NB.Tussen Brugge en de Nederlandse grens staan 6000 bomen.

**************************************************************

De Zorge

Wist u dat  het gemeentebestuur de herberg De Zorge heeft aangekocht inmei 1933 voor de som van 175.000 fr.? Men zou van plan zijn geweest om het gebouw af te breken,  en er een modern gebouw op te zetten en men zou zelfs alles voorzien om aan de achterzijde van de kerk een ruim marktplein te maken, waardoor het nieuw gemeentehuis tot zijn volle waarde zou komen.(sic)

Frivool leven

Wist u ?

1. dat Sint-Kruis de enige randgemeente was waar er toelating gegeven werd om "frivole etablissementen" te exploiteren  Deze zaken hadden kleurrijke namen zoals "La Vie en Rose" (zie hieronder)," L'Heure Bleue", soms doordenkertjes zoals "Clochemerle", "Quo Vadis", etc. Zij waren allen gesitueerd op en in de omgeving van de Maalse Steenweg. Dit gedeelte van de steenweg werd dan ook in de volksmond "de warme landen" genoemd.

2. dat op 10.11.1956 de welgelegen eigendom, uitgebaat als cafe genaamd "La Vie en Rose" gelegen langs de Maalsesteenweg 206, groot 14 aren 69 ca. te koop stond, samengesteld uit:
Gelijkvloers: café voorzien van comptoir met koelinstallatie "General Motors" , compressor, muurzetels en boiserie, W.C,. salon, slaapkamer, volledig geïnstalleerde badkamer: badkuip, stortbad, lavabo, waterverwarmer "Renova", W.C. keuken, veranda, kelder, tuin, garage en twee boeien.
Verdieping: 3 slaapkamers met lavabo's en bidet, débarras met ingemaakte kasten. 
Voorzien van electriciteit, gas, stads- en regenwater.
Vrij van gebruik."

***************************************************************

Noblesse-Oblige.

Er is hoge en lage, rijke en arme, decente en decadente , echte en valse adel. Er is zwaardadel, grondadel, ambstadel en geldadel. Voelen deze zich nog steeds verplicht om het historisch begrip “Adel Verplicht” te honoreren?

In België zijn er ongeveer een 20000-tal edellieden, vertakt over een duizenddriehonderd families. Deze bovenlaag bestaat uit een viertal componenten: aristocraten met een stamboom uit het Ancien Régime, Empireadel waar de titel verkregen werd door Napoleon I ,edellieden die hun titel en blazoen gekregen hebben van Koning Willem I der Nederlanden (als steun voor zijn régime) en nobiljons die in de adelstand verheven werden door de zes opeenvolgende Belgische vorsten. (Koning Boudewijn verleende 489 titels waarop men zei: Sire, Zijn er geen belgen meer? Geen nood, U maakt ze zelf.)
In de rangorde staan de prinsen (8) bovenaan, voor de hertogen (4), markiezen (11), graven (90), burggraven (+/- 450), baronnen (+/-300) en ridders (200). 
Ongeveer vierhonderd adelllijke families hebben geen titel. Zij hebben het recht op het predicaat “jonkheer, jonkvrouw of freule”.
Aan de top van de hierarchie prijkt de oude grootadel, de noblesse d’epée. Dat zijn een twintigtal prinsen en hertogen, zoals de prinsen d’Arenberg, de Croy, de Mérode, de Ligne.de Chimay en de Canaran, de Lobkowicz, de Béthune-Hesdigneul , Prinses Stephanie zu Windisch-Graetz en de Hertog de Looz-Corswaren, de Croy, d’Arenberg, d’Ursel. Deze zwaardadel, het woord zegt hetzelf bestond dus oorspronkelijk uit houwdegens die hun sporen verdiend hebben op het slagveld en niet door hun intellectuele vorming. Daardoor verloren zij hun greep op het bestuur van het land. In hun plaats kwamen magistraten, rechters, functionarissen en andere vorstelijke pluimstrijkers. Zo onstond een tweede soort adel, de noblesse de robe of ambstadel ook hofadel genoemd. Het woord geldadel spreekt voor zich: het kopen van een titel of blazoen is van alle tijden.

Een adellijke status is voor het leven, tenzij men de Belgische nationaliteit verliest, afstand doet van zijn titel of door verbeurdverklaring door wangedrag, hoogverraad of zeer grove malversaties. Een titel is persoonlijk en in de regel niet erfelijk, tenzij anders vermeld. Alleen de begunstigde mag zich ridder, baron of graaf noemen. De adeldom gaat wel over op de erfgenamen. Bv. De kinderen van baron Eddy Merckx, Axel en Sabrina, hebben recht op het predicaat jonkheer en jonkvrouw. Ook hun kinderen uit een wettig huwelijk zullen geadeld door het leven mogen gaan. Maar de titel van baron is enkel voor Eddy. Erfelijke titels worden slechts in uitzonderlijke omstandigheden toegekend. Gaston Eyskens kreeg de titel van Burggraaf met overdracht van de titel aan de eerstgeborene, de rest van de familie hebben dus enkel het predicaat jonkvrouw of heer.

Om in het nieuwe België alles onder controle te hebben (valse en zogezegd vreemde adel) werd in 1843 en 1844 een commissie opgericht, belast met het onderzoek der adellijke titels. Op verschillende tijdstippen (1856-1861-1873-1882) werden dan de officiële lijsten gepubliceerd die erkend waren door het Belgisch Koninkrijk