Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Zomerzoektocht

HEEMKUNDIGE ZOMERZOEKTOCHT IN SINT-KRUlS 1997

We starten onze zoektocht aan "De Zorge" (Moerkerksesteenweg 194, Sint-Kruis), het lokaal van de Heemkundige Kring Maurits Van Coppenolle en zijn Werkgroep Geschiedenis Sint-Kruis.

DE ZORGE

Wanneer De Zorge werd gebouwd, is niet bekend. Wel zeker is dat het gebouw al in 1860 als herberg werd uitgebaat en geliefd was bij de Bruggelingen. Die kwamen er op zomerdagen een pintje drinken, een "pateeltje hesp" met tarwebrood eten of spelen op de bolbaan. In I933 werd De Zorge ingericht als gemeentehuis van Sint-Kruis. Daarbij werd getracht het landelijk karakter van het gebouw met hooghuis te bewaren. In de jaren zestig verhuisde het gemeentehuis naar de oude herberg Gildenhuis dat zich bevond op het pleintje voor het gemeenschapshuis. De Zorge werd uitgebouwd tot cultureel centrum met bibliotheek, vergader- en toneelzaal. Met de opening van het gemeenschapshuis, kwam ook daaraan een einde en werd De Zorge het lokaal van de heemkundige kring Maurits Van Coppenolle waarvan de Werkgroep voor de Geschiedenis van Sint-Kruis deel uitmaakt. Ook het theatergezelschap Reynaert heeft zijn thuisbasis in De Zorge.

We gaan of fietsen langs de rotonde de Boogschutterslaan op, steken de straat over en volgen het paadje dat naar het kerkhof leidt.

KERKHOF
Het kerkhof van Sint-Kruis behoort tot de belangrijkste van Groot-Brugge. Al
in de middeleeuwen was het kerkhof een gegeerde laatste rustplaats. Dat bewijst de vondst van verscheidene beschilderde grafkelders in de voorbije decennia. Eeuwenlang was het ook de gewoonte dat diegenen die het konden betalen in kerken of kapellen begraven werden. Dit was aIlesbehalve hygiënisch en daarom verbood keizer Jozef II dit gebruik op het einde van de 18de eeuw. Er mocht niet meer binnen de stadsmuren begraven worden, ook niet op de kerkhoven. In Assebroek kwam er een centrale begraafplaats. Het merendeel van de edelen wilde daar niet bij het “gewone volk" begraven worden en opteerde voor kerkhoven zoals dit van Sint-Kruis. Dit verklaart waarom op "ons" kerkhof nog heel wat grafmonumenten van edelen staan; ze zijn soms te herkennen aan een wapenschild.

 

We begeven ons op het kerkhof om vraag 1 op te lossen.

VRAAG 1: HOEVEEL GEBEELDHOUWDE BOLLET]ES TELT DE KROON OP HET WAPENSCHILD VAN HET GRAF VAN DE FAMILIE DE MENTEN DE HORNE?

Kiezen tussen 9-15-19

We verlaten het kerkhof en wandelen langs de kerk tot op het pleintje voor de grote kerkdeur van de Heilige Kruisverheffing.

KERK HEILIGE KRUISVERHEFFING

Hoe de eerste kerk(en) van Sint-Kruis er hebben uitgezien, is niet bekend Zeker bestond er al een (houten?) bidhuis op het einde van de 10de eeuw want in 961 is er sprake van een "capelia sancte Crucis" of een Heilige Kruiskapel. Later kwam er een stenen kerk zoals nog te zien op het plan van Marcus Gerards van 1562. Enkele jaren later, tijdens de godsdiensttroebelen, werd de kerk afgebroken. In het begin van de 17de  eeuw werd een nieuwe kerk gebouwd die in 1614 werd ingewijd. In 1651 werd ze vergroot maar precies twee eeuwen later was ze veel te klein geworden. Er was in de kerk naar schatting slechts plaats voor zeshonderd gelovigen, terwijl Sint-Kruis in 1851 tweeduizend inwoners telde.

In 1853 had de eerste steenlegging van de huidige kerk plaats. Architect Pieter Croquison tekende de plannen, terwijl het neogotisch interieur ontworpen werd door Jean Bethune. In 1855 werd de kerk ingezegend doch de altaren, glasramen en ander kerkmeubilair dateren uit de jaren 1860. Een eeuw later, in 1963, verdween de polychromie van het neogotische kerkmeubilair volledig onder een witte verflaag. Pas dej ongste jaren zorgde pastoor Raymond Calmeyn ervoor dat het interieur van de kerk Heilige Kruisverheffing opnieuw een kleurrijk uitzicht kreeg.

 

Op dit pleintje bemerken we ondermeer een monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

VRAAG 2: HOEVEEL FAMILIENAMEN STAAN ER OP DIT MONUMENT?

Kiezen tussen 50-59-60

We verlaten het kerkplein tussen het gemeenschapshuis en het winkelcentrum door. Op de plaats voor het gemeenschapshuis stond vroeger de herberg ;,Gildenhuis", palend aan het schuttersplein van de Sint-Sebastiaansgilde. Nu nog herinnert de naam van een taverne hieraan. Zo belanden we weer in de Boogschutterslaan, die we linksweg volgen. Onmiddellijk rechts zien we het Instituut Mariawende, een van de secundaire scholen die Sint-Kruis rijk is. Wat verderop bevindt zich de ingang van de sportterreinen "De Gulden Kamer" met ernaast de feestzaal "Schuttershof".

We slaan op het einde van de Boogschutterslaan rechts af en gaan of fietsen de Blauwkasteelweg in. Links heeft de scoutsgroep VVKSM 'Don Bosco' haar lokalen.

 

BLAUWHUIS

Het Blauw Huis behoort tot de oudste kastelen van Sint-Kruis. Omstreeks 1500 behoorde het “Blaeuwen huuse" toe aan Pieter Moscron. In de 16de eeuw liet Marc Lauryn, heer van Watervliet, een prachtig kasteel bouwen waarvan we een afbeelding terugvinden op de kaart van Marcus Gerards van 1562. De plaats werd dan ook naar hem ,,Lauro-Corinthus" genoemd Net als het nabijgelegen kartuizerklooster werd het kasteel in 1578 op last van de Brugse magistraat afgebroken. In 1599 kwam het domein in handen van Geeraart van Volden die een nieuw kasteel liet bouwen. Over de latere eigenaars is (voorlopig) minder bekend Van het kasteel is schier niets overgebleven. Alleen een gedeelte van het poortgebouw bleef bewaard en dat is recentelijk geconserveerd Van het vroegere neerhof of boerderij bleef wel het woonhuis bewaard met binnenin een schouw versierd met twee hoofden.

Vraag 3: Hoe wordt het omwalde buitengoed Blauw Huis aangeduid op het Plan van Marcus Gerards uit 1562

o HUYZE MARCUS LAURIN

o VILLA LAURINORUM

o VILLA MARCUS LAURIN

 

Langs de onlangs gerooide dreef bemerken we onderrneer ook het huidige schutterslokaal en twee staande wippen van de handbooggilde Sint-Sebastiaan.

 

KEIZERLlJKE EN KONINKLIJKE GILDE DE VRIJE ARCHIERS VAN MlJNHEERE SINT-SEBASTIAEN

Op 22 februari 1476 werd de gilde opgericht door een charter van de Bourgondische hertog Karel de Stoute. Dit als tegenprestatie van zijn trouwe onderdanen onder leiding van de baljuw van het Proosse. In die tijd strekte het grondgebied van de parochie Sint-Kruis zich immers uit tot binnen de muren van Brugge, meer bepaald de huidige Sint-Annaparochie.

Het pronkstuk van de gilde is de Sireschakel of breuk van circa 1560 met als centraal wapen dit van Keizer Karel. De Sireschakel ligt om zijn unieke waarde in het Brugse, Gruuthusemuseum uitgestald

Omstreeks 1700 komt de gilde in handen van de ambtenarenadel die er in 1752 in slaagt ,,alle cleyne luyden te royeren" om ze te vervangen door notabele Bruggelingen. De gilde kreeg op 23 mei 1752 de officiële titel van ,,Keizerlijke en Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde" met de nadruk op " Vrije Archiers van Maria Theresia van Oostenrijk".

In 1858 schenkt de hertog van Brabant, de latere Leopold II, een standaard aan de gilde. In 1914 houdt de gilde tot 1921 op te bestaan omwille van de oorlogsomstandigheden. Onder hoofdman E. Ruscart wordt de gilde terug opgericht, maar wordt meer een middenstandssociëteit.

In 1975 werd het nieuwe terrein met twee wippen en het schutterspaviljoen ingewijd door burgemeester Michel Van Maele, en dit dankzij het initiatief van de huidige hoofdman Johan Weyts.

Ter gelegenheid van het vijfhonderdjarig bestaan, hadden de gilde het genoegen om haar ere-voorzitter, koning Boudewijn, te begroeten. In datzelfde jaar verscheen een historische studie over de gilde van de hand van historicus Alfons Dewitte.

Alle schietingen hebben plaats op het terrein nabij de Blauwkasteelweg in Sint-Kruis. Dit op maandagavond om 18 uur vanaf paasmaandag tot de zondag na Sint-Kruiskermis. De gilde telt thans 87 leden.

 

Aan het einde van de gerooide dreef stappen of fietsen we links de Geralaan in. Gera is de oude plaatsnaam voor Sint-Kruis. De parochie Sint-Kruis onstond in de 11de  eeuw uit de 'villa Gera' gelegen op het kroondomein van Sijsele. Rechts bemerken we het Rust- en Verzorgingstehuis "Van Zuylen". Deze naam verwijst naar de adellijke familie van Zuylen van Nyevelt die op de hoek van de Julius Delaplacestraat en de Blauwkasteelweg een preventorium liet bouwen. Later werd dit eigendom van het huidige OCMW. Die verkocht de gronden van het preventorium voor de bouw van de residentie "Van Zuylen". Met de opbrengst van die verkoop werd gedeeltelijk de bouw van een rustoord gefinancierd. Dit kreeg de naam Huize van Zuylen waarmee tegemoet werd gekomen aan de laatste wilsbeschikking van de familie van Zuylen.

 

VRAAG 4: WIE WAS DE VOORZITTFR VAN HET BRUGSE OCMW op 16 SEPTEMBER 1989 ?

o FERNAND BOURDON

o PATRICK MOENAERT

o FRANK VAN ACKER

We vervolgen de Geralaan en slaan rechts Wiedauwbos in dat we tot het einde volgen (steeds links aanhouden). Een "wiedauw" is volgens Van Dale synoniem voor wilgetenen of wissen. Deze wissen groeiden voornamelijk aan de oevers van waterlopen zoals de "Ede" die hier vroeger voorbij liep en waaraan ook nog de naam Edestraat herinnert. We passeren de klokkentoren van de kerk Sint-Franciscus.

VRAAG 5: HOEVEEL KLOKKEN TELT DE KLOKKENTOREN VAN DE
 SINT-FRANCiSCUSKERK?

Kiezen tussen 2-3-4

Eenmaal voorbij de kerk draait de straat Wiedauwbos naar rechts. We verlaten Wiedauwbos langs het wandelpaadje links zodat we terechtkomen aan het Zuidervaartje Dit is een afwateringsvaartje om het overtollige water komende van Oedelemberg en de Assebroekse Meersen af te voeren. We slaan er links af. We bevinden ons nu op een van de Grote Routepaden die heel Europa doorkruisen.

VRAAG 6: MET WELKE KLEUREN WORDT HIER HET GR0TE ROUTEPAD AANGEDUID?

ROOD - WIT

o GROEN - BLAUW

o GROEN - WIT

We nemen de eerste straat links: de Karel van Manderstraat. Deze Vlaming (Meulebeke 1548 - Amsterdam 1606) week uit naar Noord-Nederland en maakte er naam als schilder, schrijver en dichter. We komen nu voorbij de kerk van de Heilige Franciscus. Op 10 juli 1965 werd deze kerk met de naam "Sint-Franciscus van Assisië" ingewijd.

VRAAG 7: HOEVEEL DIERENBEELDEN ZIET U IN DE NABIJHEID VAN HET BEELD VAN DE HEILIGE FRANCISCUS?

Kiezen tussen 06-08-09

Op het einde van de Karel van Manderstraat (fietsers even afstappen, de laatste dertig meter van deze straat is verboden rijrichting) komen we aan de Dampoortstraat die we linksweg volgen. De opvallende 'knikken' in deze straat verwijzen naar de oude stadsverdediging, Vauban-type. Onderweg passeren we de Kartuizersstraat die verwijst naar het toenmalige kartuizerklooster.

 

KARTUIZERKLOOSTER

Het kartuizerklooster is het belangrijkste kloostercomplex dat ooit in Sint-Kruis
was gelegen. De stichting dateert van 1318. Toen besloot een groep rijkelui, waaronder ene Jan van Koekelare, een huis van de orde der kartuizers te stichten onder de naam "Genadedal'  Jan van Koekelare schonk hiervoor een perceel, "Coolstick" - nog steeds de naam van een zijstraat van de Julius Dooghelaan - genaamd  Een andere bekende Brugse familie die als weldoener voor het klooster optrad, was Vander Buerse. Wie de lijst van priors overloopt, vindt ook de naam van de familie Adornes, bekend van de Jeruzalemkerk in Brugge. Een aparte vermelding verdient prior Jan de Vos. Van hem zijn namelijk een paar portretten bewaard, geschilderd door de Vlaamse primitief Petrus Christus. Net als het nabijgelegen Blauwhuis en de kerk moest het klooster in 1578 op last van de Brugse magistraat afgebroken worden om te vermijden dat de geuzen zich in de gebouwen zouden verschansen. De monniken vestigden zich binnen de Brugse stadsmuren waar ze, na de godsdienstberoerten op het einde van de 16de eeuw, in de Langestraat een nieuw klooster bouwden. Van dit complex zijn nog enkele gebouwen, waaronder de kapel- de huidige assisenzaal van het justitiepaleis - bewaard gebleven. In Sint-Kruis herinneren alleen nog de straatnamen Kartuizersstraat, Genadedal, Kloostermuur en Koolstuk aan het verdwenen klooster.

We volgen de Dampoortstraat verder en slaan links de Marcus Laurinstraat in. Marcus Laurin, een 16de eeuwse Brugse humanist, was heer van Watervliet en bewoonde het "Blauw Huis", waarover al sprake was. We nemen de eerste straat rechts, de Brugse-Mettenstraat (verwijzende naar de volksopstand tegen het Franse Bewind te Brugge op 18 mei 1302) om zo op de Moerkerkse Steenweg te belanden. Van hieruit hebben we een mooi gezicht op de Kruispoort.

 

KRUISPOORT

Met de uitbreiding van het Brugse stadsgebied op het einde van de 13de eeuw dienden er nieuwe stadspoorten gebouwd te worden. Een ervan leidde naar de parochie Sint-Kruis en kreeg daarom de naam Kruispoort of "porta Sanctae Crucis'? De poort kwam er in de plaats van de Molenpoort. Die stond aan het begin van de Langestraat - de benaming Molenbrug herinnert er nog aan omdat daar de eerste Brugse stadsomwalling van 1127 lag.
De eerste Kruispoort was geen lang leven beschoren. Nadat de Franse koning al verscheidene malen had beslist de poort af te breken - de reden hiervoor was het onaangepast gedrag van de Bruggelingen in de periode 1302-1305 tegenover de Fransen! - was er in 1328 aan het koninklijk besluit geen ontkomen meer aan.
Tien jaar later was er een totaal andere situatie. De Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland zorgde ervoor dat snel een nieuwe poort moest worden gebouwd. De Bruggelingen hadden met de afbraak van hun eerste poort echter zo getreuzeld, dat een grondige restauratie van de poort volstond. In 1382 was er een nieuwe dreiging om de poort af te breken.
In 1400 was de toestand van de poort echter zo miserabel dat het Brugse stadsbestuur besloot om een nieuwe Kruispoort te bouwen. Als bouwmeester traden Jan van Oudenaerde en Maarten van Leuven op. Jan van Oudenaerde was een van de belangrijkste Brugse bouwmeesters. Hij overleed omstreeks 1412 en werd in de Brugse Basiliuskapel begraven. Hoe de Kruispoort er toen uitzag, is nog te zien op de kaart van Marcus Gerards van 1562. Enige jaren later, in 1578, werd de Kruispoort aangepast aan de nieuwe gevechtsmethoden. Twee eeuwen later, in 1782 beval de Oostenrijkse keizer Jozef II om de Brugse stadsversterkingen te ontmantelen. Alleen de poorten ontsnapten aan die sloopwoede. Wel blijkt in dat jaar al de bovenbouw van de poort te zijn verdwenen. Ook de buitenpoort ging tegen de vlakte zodat de poort, die er thans nog staat, slechts een restant is van de oorspronkelijke Kruispoort uit 1400.

We kruisen de Moerkerkse Steenweg en slaan de Prins Albertstraat in. Vermeldenswaard is dat het stuk Prins Albertstraat en Drie Koningenweg, uitgevende op de Kruispoort, de strategische toegangsweg tot de Kruispoort was.

VRAAG 8: PRINS ALBERT WERD DE LATERE KONING VAN BELGIE. WELKE KONING BEDOELT MEN?

o ALBERT I

o ALBERT II

o ALBERT III

Wat verder slaan we links de Drie Koningenweg in. Rechts zien we de oude gebouwen van de brouwerij Cambrinus, na de Tweede Wereldoorlog de eerste bottelplaats van het merk Coca Cola in de Brugse regio. Op het einde van deze straat bevond zich tot aan de Eerste Wereldoorlog een molenberg met staakmolen. We volgen de Drie Koningenweg tot we bij het volgende kruispunt rechts de Prins Leopoldstraat nemen. Zo komen we op de Maalse Steenweg, die we dwarsen en volgen richting Kruispoort. Nog even aanstippen dat zich wat verderop in de Maalsesteenweg het gebouw van de Fourage bevindt. Dit was een bevoorradingsdepot voor de legerkazernes aan de Brugse stadsrand, waar nu het nieuwe gerechtsgebouw staat. We slaan links De Mote in.

 

VRAAG 9: WELKE HUISNAAM KOMT NIET VOOR IN DE M0TE?

Kiezen tussen CARMEN - AGNES   - RACHEL

 

BEAUPRÉ

Vroeger gaf een dreef even voorbij de Kruispoort toegang tot wat sommigen de
“Mote" noemen. Daar lag, zoals Magda Cafmeyer het ooit beschreef, temidden van uitgestrekte weiden het oud goed ,,Beauprez”. Het kasteeltje werd gebruikt
als buitenverblijf door enkele rijke Bruggelingen. Hoewel het goed al vrij vroeg
werd verlaten, noemden de eigenaars zich toch nog heer of "vrauwe van Belprez”
Een echt belangrijke rol heeft het kasteeltje nooit gespeeld want in de 17de eeuw werd het al beschreven aIs ,,een vervallen hofstede ghenaemt Beelprez met de walgrachten ende synghelen rontsomme met een dreve... tot den Antwerpschen heerwegh” Met die laatste heirweg werd een gedeelte van de huidige Maalse Steenweg bedoeld. De voorbije decennia is het volledige domein grotendeels tot woonkwartier omgevormd

We volgen De Mote die van naam verandert in Invalidenstraat, die we dan rechtdoor lopen. De Invalidenstraat gaat (tussen huisnummer 64 en 66) over in een wandelpad dat we bewandelen tot in de Welvaarstraat. Hier naderen we dicht de oude gemeentegrens Sint-Kruis-Assebroek. We draaien links mee en komen terecht in de Fortuinstraat, die we links inslaan en rechtsaf verlaten in de Veltemweg. Dit is de oude verbinding Brugge-Meetjesland, op oude kaarten als Antwerpse Heirweg aangeduid.

VRAAG 10: WAT BETEKENT DE AFKORTING  S.A.S.K.?

Kiezen tussen 
SINT-ANDREASINSINSTITUUT SINT-KRUIS
SINT-ANDREASLYCEUM SINT-KRUIS  
STUDERENDE ARBEIDERSJEUGD SINT-KRUIS

We volgen de Veltemweg verder tot aan het domein Veltem.

VRAAG 11: WAT IS DE LATIJNSE NAAM VOOR DE BEUKEN IN DE WEG DIE LEIDT NAAR HET INTERBAD?

Kiezen tussen
MALUS COMMUNIS 
FRANGULA ALNUS 
FAGUS SYLVATICA

VELTEM

Op de plaats van het Interbad stond tot 1969 het kasteel Veltem. Die naam is van Germaanse oorsprong en betekent " woning op een woeste vlakte” In 976 was het domein Veltem grondbezit van de Gentse Sint-Baafsabdij en dat bleef zo tot aan de godsdienstroebelen op het einde van de 16de eeuw. De hofstede die er tot dan toe stond, werd omstreeks 1570 door de nieuwe eigenaar Mathias Dagua vervangen door een kasteel. Geleidelijk aan verwierf hij ook de omliggende landerijen die deels eigendom waren van de godshuizen van de Magdalena in Brugge.

In de tweede helft van de 18de eeuw is het kasteel in handen van de familie de Zuylen de Nijevelt de Gaesbeke. Op het einde van die eeuw was het kasteel vervallen en liet de nieuwe eigenaar François Bertram, hoofdman van de Brugse Sint-Jorisgilde en Nieuwpoortse vishandelaar, een kasteel in empirestijl optrekken. Indruk maakte vooral de toren met koepel die vergelijkbaar is met het nog bestaande kasteel Drie Koningen in Beernem.

Bertram liet ook de grot bouwen waarvan nog enkele restanten links van het Interbad te zien zijn. Hiervoor gebruikt hij veldstenen die hij kocht op de openbare verkoop van de Sint-Donaaskerk in 1799. De grafplaat van François Bertram bleef bewaard aan de zuidmuur van de kerk H. Kruisverheffing.

Via erfenis kwam het kasteel in het midden van vorige eeuw in handen van Charles-Jacques de Schietere de Lophem. Hij was hoofdman van de schuttersgilde "Keizerlijke en Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde" ook genoemd "de Vrije Archiers Theresia van Oostenrijk" in Sint-Kruis. Zijn portret, en dat van zijn zoon Désiré, hangen in het schutterslokaal. 

In 1879 huwde Gabrielle de Schietere de Lophem, dochter van Charles-Jacques, met baron Fernand de Séjournet de Rameignies. Zij bewoonden het kasteel tot aan de Eerste Wereldoorlog. Tijdens die oorlog werd het kasteel gebruikt als ontspanningsoord voor Duitse soldaten. In 1919 werd Gustaaf Van Canneyt de nieuwe eigenaar en werd Veltem in de volksmond "den bush van den Hoarynck" genoemd. Het verhaal wil immers dat Gustaf Van Canneyt samen met zijn vrouw een herberg uitbaatten langs de vaart Brugge-Oostende. Wanneer er veel volk in de zaak zat, porde vrouwe Van Canneyt haar man aan om op zijn accordeon te spelen met de woorden: ,,Allé Gustaf, trekt aan uwen accordeon dan krijgt ge uwen hoarynck”. In 1969 kochten Sint-Kruis, Assebroek en Sijsele het kasteel aan, sloopten het en op 12 september 1970 had de eerste steenlegging van het Interbad plaats.

VRAAG 12: WANNEER WERD HET INTERBAD OFFICIEEL INGEHULDIGD?

Kiezen tussen  
27 NOVEMBER 1971  
27 NOVEMBER 1972
27 NOVEMBER 1973

 

MARINEKAZERNE

In de middeleeuwen waren bijna alle centra voor sociaal hulpbetoon kerkelijke instellingen. Een ervan was de Brugse leprozerie Maria Magdalena. In de 16de eeuw verkreeg de instelling de gronden waarop thans de Marinekazerne staat. Bij keizerlijk decreet van Napoleon (15 oktober 1810) moest iedere stad een oefenplein voor de garnizoenen op zijn grondgebied ter beschikking stellen.

Voor Brugge lagen die terreinen langs de Maalse Steenweg. In 1934 werd op de terreinen een burgerlijk sportzweefvliegveld opgericht ten behoeve van de zweefvliegclub Avia.

In 1937 kocht het ministerie van Landsverdediging de gronden aan en een jaar later richtte men er de gebouwen voor een militair "Centrale Apotheek" op. In 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, kwamen er grote hangars voor het depot van de 1ste  infanteriedivisie.

In 1940 legde de Duitse bezetter beslag op de inrichtingen en bouwde die verder uit tot een depot voor vervoer en opslagplaatsen van marinematerieel Er werd verder gebouwd om een gevangenenkamp voor Engelse militairen in te richten. Dit als gevolg van een geplande invasie van Engeland die er echter nooit kwam. De gebouwcn herbergden dan maar van 2 december 1943 tot 5 december 1943 de Russische "Osttrupen" van het bataljon 628. Ook enkele tientallen Italiaanse soldaten, die niet aan de zijde van de asmogendheden wilden meestrijden, verbleven er als krijgsgevangene.

Bij de bevrijding van Brugge in september 1944 werd het een interneringskamp voor incivieken en dit tot 1951.

Op 2 april 1951 ging het complex over in handen van het ministerie van Landsverdediging. Op 8 augustus 1951 werd de overname door de Zeemacht getekend en op 12 september 1952 in gebruik genomen door de Zeemacht onder de benaming ,,L. T. Z Victor Billet”. Sindsdien werd de Marinekazerne jaar na jaar uitgebouwd tot een modern complex waar aan het Marinepersoneel opleiding wordt gegeven.

We zetten onze zoektocht verder langs de Veltemweg. Deze weg was vroeger één van de weinige pleisterplaatsen waar woonwagenbewoners geduld werden. Hier streken authentieke zigeuners neer, maar ook nomaden van een lagere kaste, in de volksmond "karrieko's" genoemd.

VRAAG 13: HOEVEEL PICTOCRAMMEN KOMEN ER VOOR OP HET BORD VAN DE STEDELIJKE PLANTSOENDIENST?

Kiezen tussen 10 11 12

Op het einde van de Veltemweg belanden we in de Vossensteert die uitloopt op de Maalse Steenweg. Die dwarsen we. Nu komen we terecht in Doomhut. Aan de linkerzijde bevond zich de hangar van de zweefvliegvereniging ,,Avia". Men vloog er op het militaire oefenterrein, ook "soldatenveld" genoemd. We volgen Doornhut tot Eikenberg die we inslaan.

VRAAG 14: WAT WAS" EIKENBERG?

Kiezen tussen  
EEN LEENHOF
EEN GALGENBERG
EEN EIKENLO

We nemen rechts de Kastanjelaan, die ons uiteindelijk weer in Eikenberg brengt. Daar slaan we rechts af en belanden in de Brieversweg.

 

BRIEVERSWEG

De officiële benaming Brieversweg dateert slechts van het begin van 1948 en heette vroeger Nachtegaalstraat. Ook die was nog vrij recent en verving de vroegere benaming "Galgestraat': De oorspronkelijke Brieversweg liep van Sint-Kruis over Moerkerke, Middelburg, Heile, Eede en Aardenburg naar Sint Laureins, dwars door de domeinen van de graaf van Vlaanderen. Die domeinen, waarvan de meeste verpacht waren, stonden beschreven in een rol of brief. De rentmeester of diegene die de pachten moest innen, noemde men briever. De benaming Brieversweg treft men al aan in documenten uit 1300 en de naam bleef tot heden bestaan. Dat de betekenis van Brieversweg in de loop der tijden verloren ging, bewijst de Franse vertaling ervan die het gemeentebestuur van Sint-Kruis ooit gebruikt: ,,rue du Courrier'; verwijzend naar een brievenbesteller of postbode.

De benaming Galgestraat was ook een logische keuze. lets voorbij de Doornhut - links van de Brieversweg - stond vroeger immers de galg van de heerlijkheid Male. De plaats is thans nog enigszins herkenbaar aan een halfronde rij bomen.

We gaan of fietsen links de Brieversweg in. Voorbij pand nummer 112 slaan we de Mexicostraat in (opgelet, geen straatnaambordje aangebracht). Deze merkwaardige straat- en herbergnaam herinnert aan graaf Léon Visart de Bocarmé, die een van de aanvoerders van de Mexicaanse Veldtocht (1864-1867) was. Een Belgisch expeditiekorps snelde toen tevergeefs - aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk (Keizer van Mexico en gehuwd met de Belgische prinses Charlotte, dochter van Leopold I) ter hulp in zijn strijd tegen de Mexicaanse opstandelingen.

We belanden uiteindelijk op de Moerkerkse Steenweg die we oversteken. We volgen nu de Mexicostraat en dwarsen de Oude Hoogweg.

VRAAG 15: HOE HEET HET HOEKHUIS IN DE MEXICOSTRAAT OP HET KRUISPUNT MET DE OUDE HOOGWEG?

Kiezen tussen 
KEIKOT 
KLEIKOT
DEN HOOGHEWEG

Zo komen we op een wandelpaadje dat we rechtdoor volgen tot in de Paallanden (= aan witte villa huisnummer 12). Hier slaan we links in.

DE PAALLANDEN

Omstreeks 1270 was het toenmalige grondgebied van Brugge te klein om alle inwoners te herbergen. Daarom woonde een deel van de bevolking buiten de stadsmuren. Om die Bruggelingen onder controle te houden, kwam er in 1297 een stadsuitbreiding begrensd door de huidige stadsvestingen. Daarbuiten lag nog een gebied, de paallanden, dat onder het gezag van Brugge stond

Om dit gebied te begrenzen, werden er paalstenen geplaatst. Op de parochie Sint-Kruis stonden die aan de Damse Vaart, in de Polderstraat ter hoogte van het Zwart Huis, ongeveer op de hoek van de huidige Moerkerkse Steenweg en de Brieversweg en aan de toenmalige herberg ,,Het Schaak" op de Maalse Steenweg. De grens van de paallanden was telkens een rechte lijn van de ene naar de andere paal. De paallanden bleven bestaan tot 1796 waarna ze bij de nieuwe gemeenten, waaronder Sint-Kruis, werden in gelijfd.

Nog dit detail, omdat de taks op het bier in de herbergen binnen de paallanden hoger was dan er buiten, gingen vele Bruggellingen een biertje drinken buiten de paallanden. Zij die dit deden, werden "buitendrinkers" genoemd

VRAAG 16: WANNEER STIERF DR. ZAMENHOF, UITVlNDER VAN HET ESPERANTO?

Kiezen tussen  
VÓÓR DE EERSTE WERELDOORLOG-
TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG
NA DE EERSTE WERELDOORLOG

De Paallanden brengen ons in de Bisschopsdreef, waar we rechts inslaan. Deze statige, brede dreef met eiken werd aangelegd door de Brugse bisschop Mgr. Caimo (1754-1775), die zich vanuit z'n buitenverblijf "Rooigem" zo een recht uitzicht verschafte op het Brugse Belfort.

VRAAG 17: WELKE HUISNAAM DRAAGT HET HUIS NUMMER 471

Kiezen tussen 
DE EKSTER
DE SPECHT
DE EEKHOORN

           

KASTEEL ROOIGEM

Samen met het kasteel van Male behoort het Rooigemkasteel tot de bekendste kastelen van Sint-Kruis. In de 16de eeuw verkocht eneJan Heyne zijn omwalde hofstede "van oude tijden ghenaemt Royeghem” aan de Brugse poorter Joos Cobrysse. De familie Cobrysse liet het kasteel bouwen. In 1720 verkochten de erfgenamen van Karel Cobrysse het kasted aan de Brugse bisschop Van Susteren. Die maakte van het kasteel een buitenverblijf voor de Brugse bisschoppen. In de Franse periode werd het kasteel als “zwart goed” door Petronilla van Outryve aangekocht. In de 19de eeuw werd het kasteel eigendom van de familie de Visart de Bocarmé en later kwam het door erfenis en huwe1jjk toe aan de familie de Pierpont. Didier de Pierpont, huidig eigenaar, was de laatste burgemeester van het zelfstandige Sint-Kruis.

Op het einde van de Bisschopsdreef gaan of fietsen we links de Gemene Weideweg Noord in. Dit is een eeuwenoude weg die zich eertijds uitstrekte vanaf de Gemene Weide bij het Sint-Trudoleitje in Assebroek tot bij de dorpskern van Koolkerke. Op het kruispunt slaan we links af en volgen de Aardenburgseweg, ook wel .”lege of lage weg" genoemd, dit is de zomerweg naar Aardenburg, in tegenstelling tot de hoger gelegen winterweg (Oude) Hoogweg. Rechts hebben we een uniek gezicht op de polders en de bomen aan de Damse Vaart. We nemen nu links de Polderhoeklaan. Op de plaats waar zich hier het "Zonnehuis" (huisnummer 12) bevindt, stond voor 1960 het neogotische kasteel Polderhoek", eertijds bewoond door ondermeer graaf Henri Visart de Bocarmé. Op het einde van de Polderhoeklaan slaan we links af en belanden in de Polderstraat, vroeger Karel Van Robaysstraat geheten, verwijzend naar de bekende Sint-Kruise houthandelaar, schrijnwerker en dienstdoend burgemeester van Sint-Kruis tussen 1916 en 1921.

 

KASTEEL WARREN

Het kasteel Warren in de Polderstraat dateert zeker van het einde van de 15de eeuw. Toen behoorde het kasteel toe aan Oste dele Cluse (de l’Ecluse, de Lescluse) die het goed had verworven van de heer van Nieuwenhove. Die is meteen de oudst bekende eigenaar.

Oste dele Cluse was een Brugs poorter, actief in de nering van de makelaars. Hjj woonde in de huidige Koningstraat in Brugge en gebruikte het kasteel als buitengoed Uit zjjn tijd (1521) dateert de oudste vermelding "tgoet te Waerhem". Het bestond uit een opper- en een neerhof met een walgracht er rond. Het opperhof was het kasteel, het neerhof de kasteeIhoeve. De oppervlakte bedroeg toen circa 21,5 hectaren.

Na de dood van dele Cluse in 1543 kwam het kasteel in handen van zijn drie kinderen. Zij verkochten het goed aan ene Franciscus Bansaen. Hoelang die het kasteel bezat, is niet bekend Hij verkocht het aan Jacques Lucas gehuwd met een dochter van Oste dele Cluse. Na hun overlijden werden hun dochter Catherine Lucas en haar echtgenoot Frans vande Voorde de nieuwe eigenaars.

Het kasteel werd in 1613 beschreven als “eene schoone notable hofstede dobbel bewalt ligghende almeest binde prochie van Sinte Cruus?: De term kasteel wordt niet gebruikt, wel hofstede. Mogelijk was het kasteel toen in verval geraakt.

Eind 17de eeuw duikt de naam Petrus de Vooght als eigenaar op. Hij was burggraaf en raadslid van ,,sijne majesteits financien". In 1722 komt het kasteelgoed in handen van zijn familielid Erasmus Jan de Vooght, die in 1724 overleed. Zjjn erfgenamen verdeelden in 1741 het goed in twee delen. Het kasteel met boomgaard en een klein stukje land was toen nog slechts één hectare groot. In datzelfde jaar wordt Anne Marie de Lavillette de nieuwe eigenaar. Zij bezat het goed 45 jaren vooraleer het in 1787 aan Joseph Blomme te verkopen.

Blomme baatte op het domein een tuinbouwbedrjjf uit. De volgende eigenaars zjjn Alexander De Naere en zjjn vrouw Therese Van Ophoven, Joseph Anthierens en zijn echtgenote Angeline Seruwelle, François De Rudder en Clemence De Ghens en tot slot Jacobus Troffaes en echtgenote Amelie Vanhoorne. Zij verkopen het kasteel in 1867 aan Louis (of Leon?) de Foere en diens echtgenote Emilie Vanden Hende. Zij woonden er enkele jaren vooraleer zich in Brugge te vestigen. Het kasteel gebruikten ze als tweede verbljjf. Het gezin bleef 36 jaren eigenaar van het goed dat toen bekend werd als het ,,Foere-kasteel:
In 1903 werd kanunnik Alphonse De Meester de nieuwe eigenaar. In 1920 wordt advocaat Jozef Dautricourt de nieuwe eigenaar. Vooraleer met zijn echtgenote Agnes Hoornaert zijn intrek in het kasteel te nemen, liet hij enkele belangrijke en ingrjjpende werken uitvoeren naar de plannen van architect A. De Pauw. Na zijn overlijden in 1950 werd het verkocht aan Jean Vander Plancke die het in 1972 op zjjn beurt verkocht aan de huidige eigenaar.

VRAAG 18: HOEVEEL TREDEN TELT DE GR0TE TRAPGEVEL LINKS (TE ZIEN IN VOORAANZICHT) VAN HET KASTEEL WARREN?

Kiezen tussen 8- 15- 16

Bemerk in de Polderstraat (aan uw linkerzijde) het merkwaardige pand met huisnummer 27, ooit herberg "Zwart Huis", gelegen net buiten "de Pale van Brugge". In de verder gelegen "hoge haag" staat, verborgen voor het oog, nog steeds deze oude grenspaal.

We verlaten deze straat en gaan of fietsen rechts Warrenplein op.

We komen voorbij het "Polderhuis" (huisnummer 1), bewoond door mevrouw Baert-Lateur, dochter van de bekende Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem van Frank Lateur. We verlaten Warrenplein onmiddellijk links en wandelen langsheen de nieuwe begraafplaats de Pastorieweg in.

VRAAG 19: WAT IS 'ONS TUINT]E'?

Kiezen tussen 
EEN RUST- EN VERZORGINGSTEHUIS
EEN LABO VOOR GROENTEN- EN FRUITTEELT
EEN KlNDERDAGVERBLIJF

VRAAG
 IN WELK JAAR WERD DE PASTORIE GEBOUWD?

Kiezen tussen 1888- 1889-1898

BRONNEN
De historische zoektocht-informatie werd bijeen gesprokkeld door de leden van de Werkgroep Geschiedenis Sint-Kruis. Behalve uit persoonlijke notities putten zij hoofdzakelijk uit volgende bronnen:

- Stadsarchief Brugge

- Rijksarchief Brugge

- Archief Werkgroep Geschiedenis Sint-Kruis

- Fonds Carlos Jansseune

- M. Cafmeyer, Sint-Kruis oud en nieuw, Sint-Kruis, 1970

- F. Dewitte, 500 jaar Vrye archiers van mynheere Sint-Sebastiaen te Sint-Kruis 1975

- R. Duyck, Sint-Kruis. Geschiedenis van de Brugse rand, Brugge, 1987