Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

PINKSTERPAD
wandelen langs de schoonste plekjes tussen Sint-Kruis en Damme.

ROUTE DEEL 1

We beginnen onze wandeling op het gemeenteplein aan de kerk van St-Kruis.

Dit plein werd door de Groendienst van de stad Brugge aangelegd op het eind van de jaren zeventig. Het gemeenschapshuis met administratief centrum, politie en bibliotheek staat aan de noordzijde. Een monument herinnert aan de slachtoffers van beide wereldoorlogen, terwijl een plaat verwijst naar de Arthur Olivierprijs die door de provincie in 1988 toegekend werd omwille van de grote inspanningen voor het groenbehoud.
De kerk van de H. Kruisverheffing, toegewijd aan het H. Kruis en St. Jozef, dateert van 1853. De voorbije jaren werden belangrijke restauratiewerken uitgevoerd, zowel binnen als buiten de kerk. De witteverfrage van 1963 werd ongedaan gemaakt en het koorgestoelte werd teruggeplaatst. De kommuniebank met onder meer de barokke voorstelling van het "geslachte Lam" behoort samen met de reliekhouder van het H. Kruis tot de belangrijkste kunstwerken.

We hernemen de wandeling naast de kerk (kant parking) en gaan in de Boogschutterslaan naar rechts. 50 m verder bereiken we de Moerkerkse steenweg met 'De Zorge' links op de hoek met de Polderstraat. 

De Zorge' was vroeger een goed gelegen en zeer bekende herberg. Er was een verzorgde bolbaan en er stonden hele mooie grote lindebomen vóór de herberg. Op zondagnamiddag kwam men van ver te voet of met  "tram 6"  om er gezellig een pintje te drinken en een pateeltje hesp te eten met boerebrood. In 1933 installeerde burgemeester Pieter Janssens er het 'nieuwe' gemeentehuis. Het landelijk karakter bleef behouden ook na de restauratie van 1967. Alleen de oude linden verdwenen bij de heraanleg van de Moerkerkse steenweg. De gemeentelijke bibliotheek momenteel in het gemeentehuis aan de kerk - werd er ondergebracht van 1967 tot 1971 en ontleende er trouwens haar naam aan. De voormalige toneelzolder wordt nu nog gebruikt door de toneelvereniging Reynaert, terwijl de benedenruimte ter beschikking is gesteld aan de heemkundige kring Maurits Van Coppenolle en de Werkgroep Heemkunde Sint-Kruis.

De Polderstraat die we volgen tot aan de Spijkerswegekreeg haar naam pas in 1948. Daarvoor noemde men deze straat naar Karel van Robays, schepen van St.-Kruis en dienstdoend burgemeester van 1916 tot 1921. Van Robays had hier in de straat zijn meubelatelier. Hij leverde onder meer het meubilair in de sakristie van de hoofdkerk en het orgelmeubel voor de kerk van Vivenkapelle. Hij was eveneens de grote 'sponsor' van de toen zeer florerende 'Veloclub van St.-Kruis'.
Bij het betreden van de Spijkerswegel laten we de bebouwde kom achter ons en komen midden een typisch coulissenlandschap terecht met hele mooie populierenrijen.

We blijven de Spijkerswegel volgen ook al gaat die op een bepaald moment over in een smal pad. Daarna even meedraaien naar links en weer rechtdoor. Op de linkerkant treffen we Rose Lamotes kapelletje, hier gebouwd in opdracht van Rosalie Lamote in 1875 en gerestaureerd in 1984. Sinds 1987 is het weer een jaarlijks trefpunt voor de ommegang. Wat verder staat de Spijker. Dit kasteel met typische toren en huiskapel werd gebouwd in 1875 in opdracht van de toenmalige burgemeester Jules de Bie de Westvoorde.         .

Het vroegere kasteel vormde met het neerhof een aaneengesloten bouw. Dat neerhof was een van de grootste pachthoven van St.-Kruis. De schaapboer had een pacht op braakliggende percelen en de dreven van de Spijker en ook op de graskanten van de Pijpeweg. Louis Hoste die gestorven is in 1888, was de laatste schaapsboer van het geslacht Hoste, dat sedert meer dan 150 jaar de Spijker bewoonde.

 

We nemen rechts de Spijkersdreef en daarna links de Aardenburgse weg.

Deze weg noemde - voor de fusie van St.-Kruis bij Brugge - Legeweg, een straatbenaming die je op Dams grondgebied nog terugvindt en die verwijst naar het feit dat deze weg zeer laag gelegen was in de polder van de Broek. Vroeger was dit overstroombaar gebied, amper vier meter boven de zeespiegel. De huidige benaming wijst op het feit dat deze weg doorloopt van St.- Kruis tot in Aardenburg in Nederland.

 

ROUTE DEEL 2

We nemen rechts de Pijpeweg (na deel 1) of we gaan rechtdoor (na deel 4).

Hier is de weg nog afgeboord met statige rijen populieren. Eens de Moerkerkse Steenweg over hebben de populieren moeten plaatsmaken voor een dubbele rij eiken aan weerszijden van de weg. Het landschap in de omgeving heeft een duidelijke evolutie gekend. Van zuiver agrarisch in het verleden, is de Pijpeweg momenteel volledig door woningen ombouwd. De 405 jong aangeplante eiken passen ongetwijfeld beter in de huidige omgeving en met hun lange levensloop zullen ze de allure van de vroegere Pijpeweg allicht nog overtreffen.

In het laatste gedeelte krijgen we links een uitzicht op het Maleveld. Dit van oorsprong heideveld speelde vroeger met andere heidevelden als Beverhoutsveld, Ryckevelde en Sijseleveld - een belangrijke rol in het ekonomische leven. Het was vóór alles een weidegrond voor het vee, dat melk en vlees verschafte. De talrijke kudden schapen leverden eveneens wol voor de Vlaamse lakennijverheid. Op de velden werden jonge heidestruiken gemaaid om het vee bij te voederen en om als strooisel te dienen. Ook werden biezen gesneden voor het vlechten van stoelzittingen en werd er brandhout gesprokkeld. Oppervlakkig afgestoken zoden werden te drogen gezet en deze 'turven' dienden eveneens als brandstof in het huishouden.

In het midden van de 18de eeuw, toen de bevolking zoals in gans Vlaanderen sterk toenam, werd het veld in landbouwgrond omgezet. Terwijl de heiden bebost werden, werden de bestaande loofhoutbossen verder gerooid en omgebouwd tot akker- en weiland. De liberale 19de eeuw ontnam het eigendomsrecht van de door de boeren gemeenschappelijk beheerde gronden. Maar de diskussies over gebruiksrechten en eigendomsverhoudingen duren tot vandaag voort.

We nemen links de Brieversweg en daarna rechts de Lodewijk Van Malestraat, die de naam draagt van de graaf van Vlaanderen, die in 1346 in het kasteel van Male geboren werd. Hier komen we voorbij aan 't peldrijn of schandpaal die op het eind van de straat vóór het oude stadhuis van Male staat. Aan deze schandpaal werden vroeger de beschuldigden met een ijzeren halsband vastgebonden om te zien of “thaeren lasten niet worden aangedient enige voordere clachten” Op iedere zijde van dit driekantig pelderijn is een wapen gekapt, maar ze zijn zodanig verminkt dat ze niet meer te herkennen zijn. Het peldrijn werd in 1874 op bevel van het gemeentebestuur afgebroken maar in 1950 in ere hersteld. In 1985 kreeg het zijn huidige plaats. Sedert het in datzelfde jaar op de herinneringsmedaille van de '17de Pinksterwandeltocht' prijkte, worden er elk jaar de zogenaamde 'Pelderijnfeesten' georganiseerd.

Het stadhuis van Male was de bijzonderste herberg op de heerlijkheid Male waar "de wet" haar vergaderkamer had, de schepenkamer 'in het Hooghe huus op den houc van de strate'. In de 16de en 17de eeuw had het stadhuis veel te lijden onder voorbijtrekkende roversbenden en ingekwartierde soldaten. Op de hoek van de gevel kreeg het stadhuis een O.-L.-Vrouwebeeld in een nis. Jarenlang werd elke zaterdag een roeten kaars voor het Mariabeeld ontstoken. Rond de eeuwwisseling werd het stadhuis door de wagenmaker Pieter Van de Moere uitgebaat. Tijdens de laatste grondige verbouwingen van het kasteel van Male werd het stadhuis eveneens hersteld en als private woning verpacht.

Links door de inrijpoort komen we aan de abdij van Male. Het oorspronkelijke kasteel dateert uit de 12de eeuw. Het grafelijk slot was gegrondvest op een vierkantig plan met de voorgevel op de grote (huidige Antwerpse) heerweg uitkijkend en beheerste met zijn vierkante torens de ganse omgeving. Meer dan één bladzijde uit onze geschiedenis spreekt van het grafelijk kasteel te Male, waarover Vlaanderens belangen, in de grote ridderzaal, beslist werden. Graaf Lodewijk van Male en zijn dochter Margareta werden op dit kasteel geboren.

Als grafelijke residentie onderging Male de weerslag van alle opstandige bewegingen en bleef steeds blootgesteld aan de verwoestingen van vijandelijke benden. Baron Lopez, Spaans edelman, kocht het kasteel in 1558 van koning Filips II en liet het grondig herstellen.

Het vierkantig grondplan is gebleven maar 5 torens zijn verdwenen. Het hoofdgebouw heeft de 3 oude torens behouden. Na de eerste wereldoorlog werd het kasteel eigendom van baron Gilles de Pelichy. Op aandringen van de Westvlaamse kommissie van monumenten werd het in 1919 gerangschikt bij de praalgebouwen van derde klas. Volgens de oude overlevering zou er een onderaardse gang bestaan hebben, van het kasteel tot in de H, Bloedkapel te Brugge. Het dank zij de medewerking van de VTB-VAB grondig hersteld en verbouwd kasteel wordt vaak bezocht door groepen die van rust en studie houden.

We verlaten het abdijdomein en keren terug via de Pelderijnstraat, rechts Lodewijk van Malestraat en nemen links de Linde.

Vroeger was dit de enige weg in deze wijk en tot voor de tweede wereldoorlog eigendom van baron de Peellaert, bewoner van het kasteel De Vijvers. Bij de verkaveling werden wel straten getrokken, maar werd zoveel mogelijk bos gespaard. In tegenstelling tot wat de naam van de straat laat vermoeden geven groene en bruine beuken de toon aan in het gedeelte dat bij Male aansluit. Pas verderop staan er linden. We nemen rechts de Puienbroeklaan, die zijn naam ontleent aan het kasteel Puyenbrouck. De hedendaagse schrijfwijze Puienbroek is een zeer oude plaatsnaam en betekent: moerassige plaats waar veel puiden of kikkers leven.

Rechts Brieversweg en onmiddellijk links de wandelweg die ons brengt naar de Moerkerkse steenweg. Hier blijven we links van de weg en gaan even in de richting van het centrum. We nemen rechts de dreef Rooigem.

Zo komen we voorbij aan het domein Rooigem. Op het einde van de dreef zien we het neerhof van Rooigem, een van de schilderachtigste hoekjes van St.Kruis, door zovele kunstschilders ontelbare malen op doek geschilderd. Het poortgebouw is vermoedelijk door Mgr. Caïmo gebouwd op het einde van de 18de eeuw. Aan de brug met jaartal 1774 bemerk je nog boven de Tudorboogpoort de sporen van een bisschoppelijk embleem met bisschopshoed. Daarboven werden drie kruisvensters dichtgemetseld.

Door links de Aardenburgse weg en daarna weer links de Gemene Weideweg Noord te nemen wandelen we rond het domein Rooigem, waarvan René Duyck, gerenomeerd volkskundige van St.-Kruis in 1982 nog schreef: 'We hopen dat dit prachtig goed, met zijn katedraalhoge eiken en kastanje bomen – volgens kenners de hoogste van Europa - ongeschonden in zijn geheel bewaard blijft. Het is samen met het kasteel van Male het mooiste bezit van St.-Kruis en tevens voor de geschiedenis van Brugge een goed dat niet verloren mag gaan. Het is een oase van rust en uitzonderlijke schoonheid.

Het kasteel zelf werd op het einde van de 16de eeuw gebouwd door de familie Cobrysse. In 1720 kocht Mgr. Van Susteren, bisschop van Brugge van 1716 tot 1742, dit 'schoon en notabel casteelgoet' aan. Het zou voortaan als buitenverblijf dienen voor vier bisschoppen. Tot het tijdens de Franse Revolutie aangeslagen werd als nationaal goed en verkocht aan de weduwe Stappens. Daarna werd het eigendom van de familie Visart de Bocarmé. Daarna volgde D. de Pierpont zijn moeder mvr. Adriaan Visart de Bocarmé op. Toen nog burgemeester op St.Kruis, verkocht hij in 1968 de Bisschopsdreef aan de gemeenschap. Deze voormalige toegangsdreef tot het kasteel - omzoomd met een dubbele rij statige eiken dankt haar naam aan het feit dat ze werd aangelegd in opdracht van Mgr. Caïmo, vermoedelijk rond 1760. Het werd 'een nieuwe dreef leidende van het casteel van Royeghem tot omtrent de kercke van Sinte Cruys ende rechte veue hebbende op den Hallen Thoren'.

Deze dreef sluit met twee eeuwenoude linden aan op de Polderstraat en even naar links zijn we weer aan ons vertrekpunt 'De Zorge'.

 

ROUTE DEEL 3

Aan het kruispunt van de Aardenburgse weg met de Pijpeweg gaan we rechtdoor (na deel 1) of linksaf (na deel 4) en volgen de Legeweg op Dams grondgebied. Over de Vivensteenweg gaan we nog steeds rechtdoor tot we links de Konduitput nemen. Deze volgen we een heel stuk tussen de landerijen tot we links de Zuiddijk opgaan.

We draaien mee naar rechts waar de weg van naam verandert in Rabattestraat.

Wat verder zien we op de rechterzijde de grenspaal van het Brugse Vrije met diens wapenschild aan de ene en dat van Damme aan de andere kant.

We gaan rechtdoor in de Rabattestraat en dwarsen dan de Oude Sluissedijk. Hier krijgen we een mooi zicht op restanten van de Damse vestingen en wat verderop een minder vertrouwd beeld van Damme met in de skyline de silhouetten van stadhuis, St. Janshospitaal en kerktoren.

We blijven de weg volgen die hier overgaat in Slekstraat. Op het einde gaan we links in de Kerkstraat richting Markt.

 

ROUTE DEEL 4

Op de Markt van Damme staat monumentaal het stadhuis. Het werd in 1464 in gotische stijl opgetrokken op de plaats waar de oude hallen stonden en bekostigd met de belasting op de wijnen en de haringstapel. De benedenverdieping diende als opslagplaats voor koopwaar en in de voorgevel werden ook winkeltjes ingericht voor de kleinhandel. Met deze traditie is trouwens sinds de restauratie (1983) opnieuw aangeknoopt. De bovenverdieping was bestemd voor de stadsmagistratuur, met links de schepenkamer - ook nu nog met dezelfde funktie - en rechts de Vierschare, waar de schepenen vroeger recht spraken.

In de nissen staan zes beelden, de graven van Vlaanderen voorstellend, die een belangrijke rol speelden in de geschiedenis van Damme: Filips van Elzas, Johanna en Margareta van Constantinopel, Filips van Thiette, Karel de Stoute en Margareta van York. Op de hoek hangen 2 justitiestenen. Dames met een al te scherpe tong moesten, met de stenen aan de hals, een publieke boetetocht ondernemen van de pui van het stadhuis naar de O.-L.-Vrouwekerk. Hoog in het sierlijke torentje hangt de beiaard met 25 klokken. Aan de voorzijde prijkt het stadsuurwerk uit 1459. Dank zij een vakkundige restauratie in 1960 door de Damse kunstsmid Frans van Hinsberg is het een van de oudste nog werkende stadsuurwerken van ons land.

Vóór het stadhuis staat het standbeeld van Jacob van Maerlant 'vader der dietsche dichters al te gader', die zijn belangrijkste werken te Damme schreef. Het standbeeld dateert van 1860 en is van de hand van de Brugse beeldhouwer Pickery. Jacob van Maerlant stierf te Damme. Hij ligt begraven onder de kerktoren, volgens de overlevering onder het klokketouw, omdat hij gevraagd had dat men elke dag over hem zou luiden.

Ook op de Markt staat Huyze de Grote Sterre. Deze 15de eeuwse patriciërswoning diende in de 17de eeuw als residentie voor de Spaanse militaire gouverneur. In de 18de eeuw woonde er kannunik van der Stricht, proost van het Brugse O.-L.Vrouwekapittel. Momenteel is hier de Dienst voor Toerisme ondergebracht. samen met een kunstgalerij en het Uilenspiegelmuseum. Het museum bevat een collectie boeken en kunstwerken in verband met Charles De Coster en Tijl Uilenspiegel.

We volgen de Kerkstraat richting O.-L.-Vrouwekerk en komen zo voorbij aan het St.-Janshospitaal. Volgens de overlevering in 1249 opgericht door Margareta van Constantinopel. Het verwierf inkomsten uit schenkingen, omhalingen en verpachtingen, maar ook uit het zogenaamde recht van 'vergierroede', het recht om wijn te meten, door de stadsmagistratuur in 1397 aan het St.-Janshospitaal geschonken (sic). Het bevat een interessant museum met een rijke verzameling liturgische voorwerpen, meubels, schilderijen, aardewerk en grafstenen.

Wat verderop betreden we rechts toch even het pleintje vóór de O.-L.-Vrouwekerk met indrukwekkende toren. De ruïne tussen toren en de kerk dateert van 1225. Bij de bevolkingstoename in de 14de eeuw werd de huidige hallekerk aangebouwd. Dan kwam echter langzaam het verval. De handelsbedrijvigheid verminderde en de stad ontvolkte. Kerk en toren werden bouwvallig en toen bleek dat de nodige geldmiddelen voor een grondige restauratie ontbraken, werd in 1725 besloten het gebouw gedeeltelijk te slopen.
De torenspits werd er afgehaald en de dwarsbeuk afgebroken. Van op de 42 m hoge toren (203 treden) geniet men van een uniek panorama.
In het interieur treft: men in de middenbeuk als balkensleutels gotische apostelbeelden aan. Er zijn merkwaardige barokaltaren en 
biechtstoelen. Het mirakuleus Heilig Kruis wordt hier vereerd en de derde zondag van juli na de hoogmis door de stad gedragen.

Kopies uit de 17de eeuw naar Rubens 'Het oude verdwijne, dat alles nieuw weze' sieren de kerk. De grafsteen van Jacob van Maerlant werd in de 17de eeuw voor die van Tijl Uilenspiegel aanzien. Op het plein zelf zien we de eigenlijke gedenksteen van Uilenspiegel, een halfverheven beeldhouwwerk van Koos van der Kaai.

 

We gaan naar rechts weer in de Kerkstraat, gaan dan rechtdoor (richting Sijsele), wat meedraaien naar rechts en we volgen dan aan de rechterzijde het wandelpad tot we rechts de Pijpeweg nemen.

De vroegere zeestad Damme beschikte over geen drinkbaar putwater. Gravin Margareta van Constantinopel verleende daarom in 1269 toelating aan de stad Damme om water te trekken uit haar vijver te Male. Dit water werd langs ondergrondse loden pijpen in rechte lijn naar Damme geleid. De weg werd door de stad Damme aangelegd en verwijzend naar de pijpleiding, Pijpeweg genoemd.

Bij het verlaten van Damme treffen we weer de grenspaal aan met het Brugse Vrije.

Bij het kruispunt met de Aardenburgse weg gaan we linksaf voor deel 3 (terug naar Damme) of rechtdoor voor deel 2.