Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Kastelentocht

WANDELTRAJECT

Vertrekpunt wandeling:

Lokaal De Zorge, Moerkerkse Steenweg 194, Sint-Kruis.
De Kastelenwandeling in Sint-Kruis start aan het lokaal De Zorge, thuishaven van de Werkgroep Heemkunde Sint-Kruis en van de Heemkundige Kring Maurits Van Coppenolle, aan de Moerkerkse Steenweg 194 in Sint-Kruis.
De wandeling gaat via de Polderstraat, Spijkerswegel, Spijkersdreef, Aardenburgseweg, Gemene-Weideweg-Noord, Bisschopsdreef en Polderstraat.

Concept en teksten: Chris Weymeis

Zwart Huis
De herberg Zwart Huis was een van de drukst bezochte herbergen van Sint-Kruis. Het verliep er evenwel niet altijd zeer rustig. Zo was er eeuwen geleden ooit sprake van een doodslag in het Zwart Huis.
Vroeger na het sluiten van de parochierekeningen was het de gewoonte dat alle notabelen van de heerlijkheden in de herberg werden getracteerd.
In de 19de eeuw was het Zwart Huis een hofstede waar een hond in een wiel liep om boter te karnen. De toenmalige eigenaar, boer De Deyne, was karnemelkboer in Brugge.
De herberg en de hofstede werden na de Eerste Wereldoorlog tot villa verbouwd en bewoond door H. Visart de Bocarmé.

Kasteel Warren
De oudste vermelding van het kasteel gaat terug tot het einde van de 15de eeuw. Het was toen eigendom van de heer van Nieuwenhove. Die familie behoorde in de 14de en 15de eeuw tot de belangrijkste van Brugge. Bekend is bijvoorbeeld Maarten van Nieuwenhove, afgebeeld op een diptiek van Hans Memling. In die periode bestond het kasteelgoed al uit een opper- en neerhof.
In 1521 duikt voor het eerst de naam " tgoet te waerhem" op, dit naar aanleiding van de "staat van goed"  die werd opgemaakt bij het overlijden van de toenmalige eigenaar Oste de Lecluse. Een van zijn dochters, Isabelle de Lescluse, was gehuwd met Jacques Lucas. Die was ontvanger van de Spijker in Brugge en maakte meermaals deel uit van de Brugse stadsmagistraat.
Door erfenis kwam het kasteel nadien in handen van Frans vande Voorde. Die was onder andere proost van de confrerie van Onze-Lieve-Vrouw van de Drogenboom en sluismeester van de watering van de Broek. Het kasteelgoed Warren bleef tot een heel eind in de 17de eeuw eigendom van de familie Vande Voorde.
Een van de eigenaars in de 18de eeuw was Erasmus de Vooght. Hij was niet alleen eigenaar van het kasteel maar ook van herberg Het Zwarthuis, gelegen rechtover zijn kasteel.
In 1867 werd Louis of Leon de Foere de nieuwe eigenaar. Na een kort verblijf op het kasteel verhuisde het gezin de Foere naar Brugge en werd het kasteel hun tweede verblijf. Omdat het kasteel 36 jaar in het bezit van de familie bleef, kreeg het in de volksmond de naam van "het Foere kasteel"
In 1903 is kanunnik Alphonse De Meester eigenaar van het kasteel. Hij biedt er onderdak aan de kanunnikessen van Sint-Augustin de Moulins die het kasteel gebruikten om er bijzonder onderwijs te geven.
In 1920 komt het kasteel in handen van advocaat Jozef Dautricourt. Hij had politieke ambities en was actief binnen de katholieke partij. Zo was hij onder andere provincieraadslid en secretaris van de Commissie voor Openbare Onderstand in Brugge. Dautricourt liet door architect A. De Pauw belangrijke verbouwingswerken uitvoeren. Zo kreeg de gevel een nieuw uitzicht en werd de indeling van het huis gewijzigd.

Spijkerwegel
Een van de zeldzame nog bestaande kerkwegels in Sint-Kruis loopt van de kerk naar het kasteel De Spijker. (Zie verder op de wandeling) Die weg was de kortste verbinding tussen het kasteel en de kerk en was daarom bekend als het "Spykerweghelkin". Omdat boeren de weg wel eens gebruikten om met hun melk naar de markt te Brugge te rijden, werd de wegel ook wel "Melkwegel" genoemd.

Hoeve De Rode Poort
Het kasteel Rooigem had twee dreven die recht naar de Spijkerswegel liepen. De ene, thans gedeeltelijk verdwenen, liep naar het verdwenen buitenverblijf en hofstede "thof gegheeten Kaerles Stroos besloten" en later als Rode Poort bekend

Lamotes kapelletje
Sint-Kruis telt nog slechts twee kapellen die naam waardig. Het eerste - het zogenaamde "kapellelje op de Berg" - staat aan de Moerkerkse Steenweg. Het tweede is het meest landelijke en staat aan het "Spykerweghelkin" nabij het kasteel de Spijker. Het werd omstreeks 1875 in opdracht van Rosalie Lamote (overleden op 11 juni 1893) gebouwd. Dat verklaart meteen zijn naam "Lamote's kapelletje". In 1984 werd het grondig gerestaureerd en kreeg het een nieuwe deur en ramen.
Vermelden we volledigheidshalve dat er langs de kerkwegel, ietwat verder naar het kasteel toe, nog een ve!dkapelletje staat, toegewijd aan het Heilig Hart van Jezus.

Kasteel De Spijker
Dit neogotische kasteel met toren en huiskapel ligt in een twaalf hectaren groot domein. Het werd in 1873 gebouwd in vervanging van een ouder kasteel dat in een erg vervallen toestand verkeerde. De bouw van het nieuwe kasteel gebeurde in opdracht van Jules de Bie de Westvoorde en naar de plannen van de Brugse architect Buyck. Jules de Bie de Westvoorde was van 1855 tot 1888 burgemeester van Sint-Kruis.
De Spijker verwijst naar het oude leengoed "den have ende goede ten Spikere" . Het was oorspronkelijk eigendom van de proost van Sint-Donaas in Brugge en ligt in de watering van de Broek.
De rechte dreef tot op de "Hoogweg - de huidige Moerkerkse Steenweg - werd in het midden door de "Leegweg" - de huidige Aardenburgse Weg - onderbroken. Aldus had de pachter van de uitgestrekte hofstede van circa negentig gemeten groot een uitweg op beide wegen om de grond te bewerken. Een bijkomend voordeel was dat de eigenaar zowel in de winter als in de zomer over uitstekende wegen beschikte
In de aangrenzende kapel huwde Augusta de Bie de Westvoorde met ridder Hector de Schietere. Die kwam van het kasteel Veltem dat in 1969 evenwel moest plaatsruimen voor het Interbad aan de Veltemweg in Sint-Kruis  Hector de Schietere was een echte Sint-Kruisenaar en vooral bekend als de "zuze" (juge). Later werd het huis aangekocht door de familie van der Haert..

Kasteel Nieuwenhove
Op een boogscheut van de Spijker staat het kasteel Nieuwenhove. In 1683 verkocht Therese del Flye, weduwe van Willem Perduyn, "een schoon huys van plaisance ende hofstede" met ongeveer 48 gemeten land, waarvan 36 gemeten proostlanden aan Nicolaus du Four. Het volgend. jaar schonk de nieuwe eigenaar de proostlanden met opper- en neerhof aan de jezuïeten "genaempt t'goet te Nieuwenhove" omwille van "de goede jongste ende affectie die hy is dragende aan het collegie der societeyt Jesu binnen Brugge ende bysonderlick ter contemplatie van synen soone magister Nicolaus du Four, religieus ongeprofest van de selve societeyt.. ." .
Gedurende een tijdje werd het kasteel bewoond door burgemeester Ferdinand de Maleingreau d'Hembise. In de jaren zestig werd de ingangspoort met het jezuïeten-monogram gesloopt.

Kasteel Rooigem
Het domein behoorde in de 16de eeuw toe aan de Brugse poorter Joos Cobrysse. Na het overlijden van een van zijn nazaten, Charles Cobrysse, in 1720 werd het goed aangekocht door de Brugse bisschop Hendrik van Susteren.
Toen hij in 1742 overleed had hij het kasteel en het domein vrij grondig aangepast. Heel wat aandacht ging naar de tuin. Al in 1717 was hij opgenomen als confrater in de confrérie van de Heilige Dorothea. Ook zijn opvolger, bisschop Jan-Baptist de Castilion, was proost van de confrérie.
Bisschop Jan Robert Caïmo liet een formele tuin aanleggen. Hij bestelde bij de Brugse beeldhouwer Pieter Pepers onder andere de beelden van Petrus en Paulus, thans in de tuin van de Sint-Salvatorskathedraal. Ook de beelden van Samson en de Leeuwen van Pater Verbiest, nog bewaard in de kasteeltuin, zijn van zijn hand. De laatste bisschop van Brugge die het kasteel bewoonde, was Félix Brenart. Met de komst van de Fransen geraakte hij in moeilijkheden en moest hij in juni 1794 uit Brugge, en dus ook uit zijn kasteel in Sint-Kruis, vluchten.
Het kasteel werd als zwart goed verkocht en de nieuwe eigenares werd Petronilla van Outryve, weduwe van Philippe de Stappens de Harnes. Haar minnaar, of althans toch intieme vriend en huisgenoot, was Valentin Jacoby, burgemeester van Sint-Kruis.
Tot 1835 bleef het kasteel door erfenis in handen van de families de Stappens en Chantrell. De nieuwe eigenaar werd Marie-Jean-Joseph-Amadée-Ghislain Visart, de Bocarmé. Hij was katholiek volksvertegenwoordiger en burgemeester van Brugge. Via erfenis kwam het kasteel in handen van Didier de Pierpont, laatste burgemeester van Sint-Kruis.
De gebouwen van het neerhof dateren deels uit de 17de. deels uit de 19de eeuw.

Rooigemdreef-Bisschopsdreef
De dreef werd in 1762 aangelegd in opdracht van de Brugse bisschop Jan Robert Caimo. Hij bekwam van de dis van Sint-Kruis de toelating "tot maecken van eene nieuwe dreve lopende ende getrocken in linia recta vanop den thooren van het casteel te roijegem tot op de gonne van den hallen thooren der Stadt Brugge.