Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Vanderschaeghe Paul


Het is een zonnige zaternamiddag in september wanneer ik hartelijk verwelkomd wordt in de ruime en gezellige woning in de schaduw van het grafelijk kasteel te Male, door een van onze meest begaafde inwoners van Sint-Kruis:
Paul Vanderschaeghe, leraar, dichter, prozaïst, vertaler, kunstcriticus en declamator.
Onmiddellijk komt men onder de indruk van de veelzijdige en grote persoonlijkheid van deze kunstenaar, die zelf zeer bescheiden en eenvoudig uitdrukking geeft aan wat hij na veel studie, overleg en meditatie heeft verworven aan geestelijke rijkdom en vervat ligt in een indrukwekkende reeks publikaties waaronder twintig dichtbundels, zeven romans, drie bundels novellen, twee jeugdboeken, acht essays in boekvorm en een niet te tellen hoeveelheid losse gedichten en vertalingen uit het Engels, het Duits en het Spaans.
 
In 1970 ontving hij de prijs voor de novelle van de provincie West-Vlaanderen en in 1986 werd hij door de stad Brugge bekroond met de Guido Gezelleprijs.
Met heel wat eigentijdse kunstenaars had en heeft hij persoonlijk kontakten en Heinrich Böll behoorde zeker tot de belangrijkste auteurs met wie hij kon omgaan.
Volgens de bekende Vlaamse kunstcriticus Paul Hardy is Paul Vanderschaeghe als hedendaags romancier iemand die niet zozeer nabootst maar als de "motor agens" vanuit de ervaring een wereld constitueert die beantwoordt aan eigen wetten en normen.
De romanschrijver loopt in het spoor van de dichter! De weergegeven "werkelijkheid" is niet langer het zgn. objectief constateerbare feitenmateriaal buiten de auteur; zij bestaat uit zijn "geestelijke" ervaringsgegevens, gegroeid uit wat buiten hem leeft en afgestemd op de zelf constituerende capaciteiten van de lezer.
Dat dergelijke werkwijze wel eens tot opzettelijkheden leidt hoeft geen betoog.
Paul Vanderschaeghe staat echter los van deze opzettelijkheden.
Hij dringt zich niet op, laat de lezer de ruimte de eigen inbreng in volle vrijheid te realizeren.
Toch zal deze auteur de lezer niet voor het onoplosbare raadsel van het taalmysterie plaatsen.
Hij biedt hem vaste gegevens langs waar de lezer zich onmiddellijk kan inleven.
De werelden van de auteur zijn niet louter projectie van het eigen ik, ze zijn integendeel benaderbaar door ieder zich bezinnend mens.
De verhaaltrant van Vanderschaeghe bestaat uit een bestendig voor zich uit praten.
Het verhaal verloopt niet volgens een duidelijk achterhaalbare curve van discursief en methodisch denken.
Hij houdt de lezer gevangen in een vreemde wereld waar de dingen een wonderlijke, poëtisch sterk-geladen dimensie krijgen, zonder dat de lezer daarom aan een interpretatie dwang wordt onderworpen en raadsels dient op te lossen.
Paul Vanderschaeghe is een auteur met een enorme cultuur en met een grote filosofische achtergrond, bekommerd om wat misloopt in onze consumptiemaatschappij en heeft angst voor een eenzijdige ontwikkeling van de hedendaagse mens.
Het esthetisch bewustzijn is gekwetst, volgens hem, en is misschien wel voor lange tijd ontwricht.
Hij voelt zich aangetrokken door een elementaire verfijning die hij in zijn poësie tracht te bereiken.


Poësie verdraagt geen schijn en vereist een uitermate verfijnde aandacht. Paul Vanderschaeghe is iemand die zich geen te grote illusies meer maakt "al voor helft ligt mijn weg onder het waaiende zand..:' maar steeds meer is hij geboeid door wat als klein of onbelangrijk wordt bestempeld. Misschien is dit een kentrek van zijn christelijk humanisme.
Paul Vanderschaeghe werd op 28 november 1930 geboren als zoon van Cyriel Vanderschaeghe, een schoenmaker gespecialiseerd in . orthopedische schoenen en overtuigd Vlaams-nationalist en Germaine Vanderheyden wonend langs de Ambachtstraat te Handzame.
Paul heeft ook nog een broer Jan die thans directeur is van het Sociaal Bureau van het N.C.M:V. te Roeselare. Hij volgde zijn lagere school in zijn geboortedorp en studeerde daama vier jaar als intern aan het St-Jozefscollege te Tielt en twee jaar aan het St-Jozefscollege te 'Torhout alvorens Germaanse filologie te studeren aan de Rijksuniversiteit te Gent van 1950 tot 1954.
In die tijd was het nog Nederlands, Duits en Engels. Hij voltooide zijn studies "summa cum laude" met een verhandeling over Verweys "De beweging als geestelijk brandpunt.
Prof. Herman Uyttersprot had toen veel invloed op zijn studenten.
Hij leerde hen nauwgezet lezen en leerde hen ook dat alles met alles samenhangt.
Tijdens zijn kinder- en jeugdjaren te Handzame leefde hij tussen de mensen midden de natuur.
"Een goede jeugd laadt de batterijen van je wezen op voor lange, zeer lange tijd" vertelt hij over deze jaren.
In die tijd schreef hij niet alleen maar hij schilderde en boetseerde ook en musiceerde samen met zijn vader, kortom hij leefde in een wereld van kunst en kunstminnende mensen.
De buurman van zijn ouders was de bekende filoloog, mecenas en kunstkenner Dries Devos "die ook een prachtige basstem had" en in een grote tuin woonde waar kulturele- en Vlaamse feesten werden georganiseerd en waarin zelfs het toen zeer bekende en volksgeliefde Reizend Volkstheater onder leiding van Staf Bruggen kwam optreden in openlucht.
Naast Dries Devos werd hij ook gestimuleerd door onderwijzer Emiel Hoorebeke die hem boeken te lezen gaf "die soms boven het gewone en bevattelijke vielen" van de opgroeiende jongeling.
Ook zijn oom drukker Willem Dewilde die zijn eerste dichtbundel "Variaties" in 1949 uitgaf en in 1951 "Odin" een lang episch-lyrisch gedicht, moedigden hem aan.
In Handzame heeft hij ook de oorlog gekend in de vorm van het concentratiekamp dat daar was gelegen.
Hierover vertelt Paul Vanderschaeghe het volgende: "Wat het kamp betreft. Op de avond van 29 juli 1944 kwamen na zeventien maanden Aldemey en vier weken rondzwerven door Frankrijk en België een treinlading gevangenen van alle nationaliteiten, ook Duitsers, onder SS bewaking te Kortemark aan.
Zij moesten in het zuiden van het dorp startbanen voor V-tuigen bouwen.
Hun kamp was gevestigd in de wijkschool afhankelijk van het klooster van Kortemark op de wijk Markhove.
Op een mistige ochtend, de laatste augustus 1944, zijn daar enkele mannen een nieuwe ontsnappingspoging begonnen. Slechts enkelen hebben de vrijheid gehaald.
De overige werden ter plaatse neergeschoten, uit hun plunje gehaald en tegen de muur van een eest rechtover de school begraven.
De rest ging dan de volgende dag naar de "heimat".
Vóór dit vreselijk voorval was de oorlog voor hem eerder een tijd zonder problemen geweest in een dorp dat ook tijdens de oorlog geen voedselproblemen had gekend.
Hij had samengeleefd met Duitse soldaten, paard gereden op hun paarden en dan plots die gevangenen in streepjespak.
Een schijnwereld van vrede had opgehouden te bestaan.
Dit bleef Paul Vanderschaeghe achtervolgen en dwong hem na de oorlog op pad te gaan naar Buchenwald, Mauthausen, Dachau en dan werd hij geconfronteerd met het onbegrijpelijke mysterie van de oorlog en het kwaad. Op 4 april 1956 trad Paul Vanderschaeghe in het huwelijk met de charmante Yvonne Deroo uit Kortemark en om dichter bij zijn werk te zijn kwam hij naar Brugge wonen en meer bepaald te Sint-Kruis in de toenmalige Congostraat.

Uit het huwelijk werden vier flinke kinderen geboren: Carina in 1957, Anne in 1960, Mieke in 1962 en Johan in 1964.
Paul die in 1954 was afgestudeerd had onmiddellijk een betrekking aangeboden gekregen in Hemelsdale te Brugge.Hij had deze opdracht aanvaard ten voorlopige titel want in feite had hij de bedoeling om naar het toenmalig Belgisch Congo te vertrekken. Het werd evenwel slechts de Congostraat te St-Kruis en de voorlopige betrekking werd een definitieve ! "Ik geef graag les" zegt Paul Vanderschaeghe "En ik geef nu veel liever les dan vroeger omdat ik aanvoel dat ik thans zoveel méér te  heb aan de jeugd dan vroeger omdat ik zelf "voller" ben geworden".
Het is een gezegende en verheven taak jonge mensen te mogen opleiden en voorbereiden op het leven.
Moesten alle leraars hiervan zo doordrongen zijn als Paul Vanderschaeghe, dan zou een enorme sprong voorwaarts worden gemaakt. Les geven is zoveel méér dan een job uitoefenen, het is een zending en een roeping.
Op 1 januari 1956 werd hem nog een leeropdracht aangeboden op de Garenmarkt aan de Patroons- en Handelsschool en nadien kwam er nog de Akademie te Brugge bij, totdat cumuls in het ondewijs werden afgeschaft, ook voor de énige kostwinnaars in een gezin.
Dat hij een goed leraar is kan door honderden mensen worden bevestigd en zelfs een Kurt Van Eeghem schreef over hem het volgende: "Een van de beste leraren die ik ooit heb gehad Paul Vanderschaeghe die Nederlands gaf op de Akademie.
Die man ging zo snel, zo hard, dat kon ik als veertienjarige niet allemaal bijhouden, maar hij bracht een wereld binnen.
Hij tekende het bord vol namen die hij met elkaar verbond, perioden werden historisch gesitueerd en verbonden.
Dat was een overvloed aan informatie die je binnen kreeg en hij deed dat op een badinerend aangename manier. Je werd echt gemotiveerd om te luisteren en daar wat van mee te pikken. Ik kon al die namen wel niet opslaan in mijn klein geheugen, maar er bleef iets hangen van: 0 ja, dat bestaat, schilderkunst en literatuur horen bij elkaar, dat staat niet apart.
Een vlaag van nieuwsgierigheid werd opgewekt: ik wil daar meer over weten want dat is interessant dat is boeiend!" Paul Vanderschaeghe is ook een sociaal voelend mens en hij stelt zich dan ook graag ter beschikking wanneer op hem beroep wordt gedaan. Ook te Male.
Wij zijn gelukkig zo iemand in ons midden te hebben en het is onze innige wens dat dit nog vele jaren lang zo mag blijven zoals wij ook vurig hopen dat de Muze nog lang bij Paul Vanderschaeghe zal langskomen want schoonheid is blijvend en eeuwig.

Sint-Kruis
6 september 1986