Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Vandendriessche Louis


"KORENDRAGER" EN "SUISSE" TE SINT-KRUIS

Ludovicus, Justinus Vandendriessche werd geboren te Brugge op 2 september 1886 als zoon van een baron en de ongehuwde vrouw Vandendriessche uit Gent. Hij kreeg dan ook zoals gebruikelijk de familienaam van zijn moeder.
Hij werd opgevoed, wat ook niet zeldzaam was, door een ongehuwde boerin te Sijsele die trouwens nog een ander kind onder haar hoede had. Dit was misschien voor haar een soort toemaatje om de magere verdiensten op een klein doeningetje wat aan te vullen.Wellicht werd zij hiervoor behoorlijk betaald door de baron.
Aan de ouderdom van 12 jaar werd het tijd, om zoals gebruikelijk maar tevens ook levensnoodzakelijk, het werkpak aan te trekken en in de landbouw de kost te verdienen.
In september 1919 huwde Louis te Sint-Kruis met Maria Vandevelde die aldaar geboren werd op 12 december 1884 en er later eveneens overleed op 3 april 1949.
Na hun huwelijk vestigden zij zich ter Moerkerkesteenweg 341 in een van de zes huizen in 1898 gebouwd door aannemer August Debruycker uit Sint-Kruis.

Louis Vandendriessche verdiende zijn brood als "korendrager" bij de graanhandel van Edgard Huys aan de Dampoort. Het was nog de tijd dat de binnenschepen er gelost werden en de zakken graan op de rug getorst in de magazijnen belandden. Maar men kan echter gerust stellen dat Louis er zowat de "meid van alle werk" werd, bv. boodschappen doen, de kinderen (o.a. Robert en Antoine) naar school brengen, niet zoals dit gebeurt anno 1993 met de wagen, maar met de fiets.

Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden echter kon Louis ervan de ene dag op de andere ophoepelen, dit op bevel van de vrouw des huizes. Dit kwam door het feit dat Louis voor zijn ziek kind Adrienne, (geboren mei 1921 en overleden mei 1922), een andere dokter had geraadpleegd dan de huisdokter van de familie Huys, die trouwens onbereikbaar bleek toen de nood zich voordeed. Alle redelijke uitleg was overbodig en Louis kon opstappen. Gelukkig kon Edgard hem aanbevelen bij zijn broer, die eenzelfde soort handel uitoefende nabij de Kruispoort, kant Bruggestad. Daar bleef Louis werken tot aan de tweede wereldoorlog. Dan werd het verplichte arbeid voor het Duitse leger en wel aan het vliegplein te Male. Daarna nog een tijdje bij de papierhandel in de Vlamingstraat (huidige Brugse Mettenstraat).


Wat echter vooral meldenswaard is, dat is het feit dat Louis gedurende ca 25 jaar de "Suisse" was in de kerk van de H. Kruisverheffing, namelijk van 1925 tot 1951.
Wij kunnen dit moeilijk een beroep noemen, gezien deze funktie of nevenaktiviteit slechts de zondagvoormiddag gedurende twee missen werd uitgeoefend.
In vroegere tijden was het zo dat nogal wat honden het kerkgebouw binnenslopen gedurende de diensten, zodat men iemand aanstelde om hieraan te verhelpen en deze indringers naar buiten te jagen.
Later evenwel bleek het nodig een soort kerkpolitie aan te stellen daar ook de nodige eerbied voor de Eucharistie meermaals zoek was bij de gelovigen en dan vooral bij dezen die achteraan hadden plaatsgenomen. Met andere woorden heel wat kerkgangers namen het niet zo nauw met de eerbied in Gods huis. In illo tempore zat de kerk meestal bomvol en er werd nogal wat halfluid gebabbeld door diverse personen. De boeren hadden het, hoe kan het anders, over de prijs van de koebeesten, de kalveren, de zwijnejongen, anderen over het pluimvee, de boter, de eieren en noem maar op. Duivenliefhebbers hielden het bij andere weerpraatjes. Zou de "wittepenne" weer eens prijs vliegen of zou de gebuur met zijn prijsduiven weer eens vóór zijn.
Zij verlieten dan ook veelal de dienst na de "drie klopjes".
Zo kan men best begrijpen dat het aangewezen was dat een "Suisse" werd aangesteld.
Trouwens, Louis had deze taak overgenomen van zijn schoonvader Petrus Vandevelde, hovenier in het Wezengesticht. Hij had een gezin met elf kinderen en men kan goed aannemen dat alle supplementjes in dit grote gezin bijzonder welkom waren, want het was de tijd dat sociale voordelen nog onbestaande waren.
Markante bijzonderheid: het was bij Petrus Vandevelde dat de weesjongen Raymond Simon, de stiel van hovenier aanleerde en later de bekwame en joviale hovenier werd in de instelling waar hij als verlatene werd opgevoed. Hij zou er trouwens na zijn oppensioenstelling zijn kamer blijven betrekken. Op 73-jarige ouderdom werd hij er omwille van zijn zuurverdiende spaarcenten laffelijk vermoord op 16 juni 1990.


Louis nam zijn taak als kerkpolitie bijzonder ter harte. Als hier of daar iemand voor al te veel decibels zorgde, dan liet hij hët uiteinde van zijn piek wat harder op de vloer neer, met een waarschuwende blik werpende op de persoon in kwestie en zonodig werd dit nog eens herhaald. Indien het resultaat nihil bleef, dan werd de oneerbiedige kerkganger met een kordaat gebaar de kerk uitgeleid. Ja, het vergde toch wat routine en doortastendheid om deze taak naar behoren te vervullen. En het is meer dan eens gebeurd dat Louis na het voleindigen van zijn dagtaak door een of andere gestrafte werd opgewacht en onzacht werd aangepakt. Ook zijn schoonvader kon hierover meespreken. Louis was dan ook zeer net op zijn uniform waarvan hij alleen de zijdelings met goud gebiesde broek thuis aantrok. De rest van de uniform t.t.z. de vest, de prachtige brede weeral metgoudomrande band met de woorden "EERBIED IN HET HUIS VAN GOD", de steek en de piek, bleven in de sakristie.
In 1951 liet Louis zijn taak als "Suisse" over aan Henri Declercq, gewezen stoker bij de weverij D'Hooghe in de Malesteenweg, die nog zowat anderhalf jaar deze taak waarnam.
Het lijkt onvoorstelbaar dat deze speciale attributen zomaar zonder spoor na te laten uit de kerk verdwenen zijn. Waar is dit alles terechtgekomen? Ook de zovele processielantaarntjes zijn spoorloos. Of kan men zeggen dat de Icononclasten uit de 16e eeuw of de Franse revolutionairen vervangen werden als door hedendaagse bevoorraders van antikwariaten ?
Het blijft een open vraag. Als wij even bij de buren gaan kijken, dan zien wij bvb. te Damme, achteraan in de kerk, nog alle attributen van deze vroegere kerkbedienaar. Eveneens in de kerk van Middelburg (0. Vl.) prijken deze zaken als een soort kerkgeschiedenis met sprekende schouderband waarop de woorden "Kerkpolice Middelburg".
Louis Vandendriessche heeft als nakomelingen slechts één dochter nl. Marie- Thérèse, geboren in het eigenste huis van haar grootouders aan de Moerkerkesteenweg op 31 augustus 1923. Zij huwde op de parochie van de H. Kruisverheffing op 29 december 1945 met Raymond Reys, eveneens te Sint-Kruis geboren op 14 oktober 1922 als zoon van Richard, geboren te Dottignies in 1893 en van Emerance De Paepe, geboren te Sint-Kruis in 1899.
Raymond bewoonde met zijn ouders het huis nr. 15 in de Brieversweg en was aldus een naaste buur van Marié- Thérèse, en zegt het spreekwoord dan niet "trouw met uw buurmanskind, men kent dat best".
In het gezin R. Reys - M. Th. Vandendriessche zagen zes kinderen het levenslicht: Richard, geboren 1946, huwde Solange Verbeke, rijkswachter, woont te Lissewege. Marc, geboren 1950, reeds 23 jaar bij het Belgisch leger in Duitsland, adjudant en te Zwevezele woonachtig. Anne-Marie, geboren 1952, huwde Patrick Dufour, brandweerman, woont te Sint-Kruis. Christine, geboren 1954, huwde Wilfried Cogghe, werkzaam bij Philips en te Sint-Kruis woonachtig. .Katrien, geboren 1959, huwde Joachim Van Durme, eveneens brandweerman en woonachtig te Sint-Kruis, Johan, geboren 1960, huwde Suzanne Thomas, militair in Duitsland.

A Vermeulen.

Uit "De Middenstand van Sint-Kruis", 1993/2 met dank aan Mr.Johan Weyts, verantwoordelijke uitgever.