Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Jonckheere Walter


Walter Jonckheere
kunstschilder
°Sint-Kruis 16.12.1924
Vogelzang 12
8310 Brugge-St-Kruis

Het is reeds laat in de avond wanneer Walter Jonckheere mij op deze koude en kille dag in april binnenlaat in zijn ruime en gezellige woning Vogelzang, 12 te Sint-Kruis.
Hij begroet mij met spontane hartelijkheid en wanneer ik hem aankijk ontmoet ik zijn zachte blik en zijn heldere blauwe ogen, die oprechtheid, rust en goedheid uitstralen.
Ik voel dat ik als een vriend welkom ben en als in een flits denk ik terug aan de reeds lang vervlogen jaren uit mijn jeugd toen ik hem als kind voor het eerst ontmoette wanneer ik per fiets naar de vogelvangers ging kijken die hun netten hadden gespannen in de omgeving van het toenmalige "wit zand" en "'t galgenveld" waar nu ongeveer de Beukenboslaan ligt, toen hij er stond te schilderen in de vrije natuur.
Met bewondering en ontzag volgde ik toen zijn vlugge hand die met het paletmes de blauwe en gele verf met witte, bruine en rode wist te vermengen om ze dan met zekere en rake trekken op het doek te brengen en hoe daaruit, wonderlijk genoeg zo vond ik, een schilderij ontstond en zo het landschap dat vóór mij lag, op artistieke wijze werd vastgelegd.
Het was voor mij de eerste rechtstreekse ontmoeting met de schilderkunst en met Walter Jonckheere en deze herinnering zal mij steeds scherp bijblijven.
Wat is Sint-Kruis enorm veranderd sinds deze tijd toen het rustige en stille dorp nog gescheiden was door bossen en velden van het huidige steeds maar groter wordende Male.
Walter Jonckheere werd op 16 december 1923 te Sint-Kruis geboren in het grote mooie gezin van Triphon Jonckheere en Augusta Dekempe, dat toen woonachtig was langs de Moerkerkse steenweg en bestond uit acht kinderen, vier en zonen en vier dochters.


Het was een gezin waarin de traditionele christelijke waarden en de Vlaamse deugden werden geëerbiedigd en aan elkaar doorgegeven en die de vruchtbare voedingsbodem vormden waarin het jong talent van Walter kon ontluiken en zich kon ontplooien. Hij werd inderdaad geboren met een onstuitbare drang om te tekenen en te schilderen.Van zodra hij als kind potlood en papier kon vastkrijgen was het tekenen. Al wat hij zag wilde hij in een tekening vastleggen.
Het toenmalig maandblad ABC publiceerde veel reprodukties en reportages over de geschiedenis van de schilderkunst en dit tijdschrift betekende voor het kind Walter Jonckheere een eerste inleiding tot de schilderkunst.
Ook ieder kunstboek dat hij later kon bemachtingen bestudeerde hij, want hij wilde alles weten over schilderen en tekenen en ieder facet van deze wereld leren kennen.
Als jongeling had hij ook als hobby om de koppen van bekende Vlaamse kunstenaars in Chinese inkt uit te beelden.
Jammer genoeg bestond toen nog niet de demokratisering van het kunstonderwijs en zo bestonden er voor Walter geen financiële mogelijkheden om een artistieke humaniora te volgen. Toen hij zijn lagere school verliet aan de toenmalige gemeentelijke jongensschool aan de Doornhut moest hij gaan werken.
Zijn eerste taak vervulde hij bij zijn peter Camiel Dekempe, broer van zijn moeder, die een grote fruitkweker was te Zuienkerke.
Walter leerde er alles wat een echte fruitkweker hoeft te weten en te kennen.
Het snoeien, sproeien en verzorgen van de fruitbomen, hoe het fruit moest getrokken- en bewaard worden en het markten.
Vooral dit laatste boeide de jonge Walter. Het was avontuurlijk en vol afwisseling.
's Morgens vroeg rond 5 uur reden zij reeds met paard en kar naar de vroegmarkten te Wenduine, Blankenberge, Heist en Knokke om eerst in de namiddag, vermoeid maar voldaan terug te keren. Het marktleven boeide Walter vooral omdat het hem in kontakt bracht met een andere wereld dan deze die hij in het stille St-Kruis had gekend. De markten brachten hem in een kleurrijk, van leven bonelend en bijna feestelijk gebeuren midden de mensen. 



Toch bleef zijn artistieke roeping zijn hart beheersen en zo kwam het dat hij op een namiddag toen hij van de markt huiswaarts keerde, een omweg maakte en ging vragen aan de direkteur van de Stedelijke Akademie te Brugge indien hij er lessen kon komen volgen na zijn werkuren.Hij mocht op een avond een proefles komen volgen bij de beginnelingen, maar toen de toenmalige direkteur Jules Fonteyne, die eerste avond het talent en de ervaring van Walter Jonckheere vaststelde, mocht hij ineens drie klassen hoger beginnen! Het schilderen geschiedde in de Akademie natuurlijk met penseel, techniek die hij rond 1965 zou ruilen voor het paletmes dat hem beter in de hand zou liggen en waarmede hij krachtiger zijn expressie kon uitleven. Hij volgde vanaf die dag jarenlang les aan de Akademie van 18 tot 20 uur en tijdens de oorlog soms ’s morgens heel vroeg.Hij leerde er veel en ontpopte zich als een zeer goed leerling die heel wat eerste prijzen wist te behalen voor tekenen en schilderen naar levend model.
In 1941 kwam aan zijn bedrijvigheid in het fruitbedrijf van zijn peter een gedwongen einde. Hij was 18 jaar geworden en moest ofwel naar Duitsland om er te werken ofwel moest hij hier verplichte arbeidsdienst venichten voor de Duitse bezetter.
Zo trok hij noodgedwongen 's morgens mee met zijn vader, die timmerman was, om als bekister van bunkers en andere verdedigingswerken aan de kust voor de organisatie T.O.D.te werken.
Hij deed dit werk graag, werd goed betaald en heeft aan deze oorlogsperiode een goede herinnering bewaard.
Hij werkte eerst in De Haan en te Knokke, maar nadien moest ook te Oostburg en Breskens in Nederland worden gewerkd.
In oktober 1943 kwam hieraan echter ook een einde. De jonge mannen werden toen door de Duitse bezetter zonder enige formaliteit of voorafgaandelijke verwittiging opgepakt en weggevoerd naar Duitsland om er in de oorlogsindustrie gedwongen te arbeiden.
Dit wou nu Walter ten allen prijze vermijden en hij liep weg bij T.O.D om te St-Kruis onder te duiken. In het geheim ging hij werken bij Jef Linthout, bmnenhuisarchitekt te St-Kruis wat duurde tot in december 1944 toen hij als vrijwilliger in dienst trad van het Belgisch leger.
Walter Jonckheere bleef evenwel steeds tekenen en schilderen. Geholpen door Henri Debruycker, een huisschilder van St-Kruis die hem gratis olie en poeder ter beschikking stelde, maakte hij zelf zijn verf.
Hij schilderde op triplexplankjes die hij in het atelier van zijn vader wist te vinden of maakte zelf zijn ramen die hij met lijnwaad omspande en bewerkte met lijm en krijtwit totdat het doek klaar was om er op te schilderen.


Eenmaal de oorlog voorbij werd hij opgenomen in Kring '46 die geleid werd door mejuffrouw Algrain en die samenkwam in café De Vlissinge te Brugge. Hij kwam ook in kontakt met José Storie die toen de schilder van de Brugse burgerij was maar open stond voor jong talent dat hij aanmoedigde en raad gaf in tegenstelling met Georges Desloovere die eerder terughoudend bleef tegenover Walter Jonckheere en wanneer deze bij hem om raad kwam zei dat hij hem niets meer te leren had. De St-Kruisenaars Georges en Omer Goens en Daniël CruI, thans restaurator en leraar aan de Akademie te Brugge, behoorden tot de groep jonge schilders die er samen met Walter op uit trokken om in de vrije natuur te schilderen.
Op 10 april 1947 trad Walter in het huwelijk met Marie-Thérèse Tamsin, die hem twee dochters zou schenken, Marianne geboren op 10 augustus 1948 en Martine geboren op 26 juli 1951. Zijn echtgenote zou hem gedurende zijn ganse schildersloopbaan verder blijven stimuleren en bijstaan als zijn beste impressario.
Met voorspraak van zijn schoonvader René Tamsin was Walter intussen magazijnier geworden in de gistfabriek N.GS.F., taak waarin hij vele vrienden zou maken en het was met spijt dat het bedrijf vernam dat Walter op 8 februari 1958 in dienst zou treden van de Politie van Sint-Kruis.
Walter Jonckheere had succes maar was verstandig genoeg om steeds te beseffen dat het voor een gezinshoofd met kinderen te onzeker was om alleen te leven van de kunst, zoals hij er ook zijn ganse loopbaan in geslaagd is om zijn beroepsleven te verzoenen met zijn kunstenaarsaktiviteiten.
Hij deed stipt zijn plicht maar in zijn vrije tijd en tijdens zijn vakantieperioden kon hij zich helemaal uitleven in zijn schilderkunst en waar hij ook heentrok, steeds was zijn schildersgerief in de bagagetas aanwezig, want een vakantie zonder te schilderen was voor Walter ondenkbaar.
Samen met Julien Schaeverbeke stichtte hij Iris, de kunstkring van Sint-Kruis die o.m. ieder jaar, naar aanleiding van de kermis, zorgt dat het talent uit de eigen gemeente aan de bevolking kan worden voorgesteld.
In april 1962 had Walter Jonckheere zijn eerste officiële tentoonstelling.
Deze vond plaats in galerij Memlinc in de Vlamingstraat te Brugge en uitgebaat door de familie Reynaert.
Het werd een groot succes en zou het begin vormen van een bijna onuitputtelijke reeks van tentoonstellingen in binnen en buitenland. Walter Jonckheere heeft zijn eigen stijl en persoonlijkheid. Hij schildert het liefst landschappen in de vrije natuur maar ook de zee en iedere vissershaven, met het spel van zijn boten, trokken hem aan. Stillevens komen alleen aan bod wanneer hij gedwongen binnen moet blijven wegens het ongure weder maar zijn steeds zeer sfeervol en verzorgd uitgebeeld. Walter Jonckheere schildert zoals hij is: eenvoudig, echt en direkt. Hij vertelt ons in kleuren en vormen die ons bekend voorkomen en is vreemd aan iedere kunstmatigheid of zinloze abstraktie. Mijn vader Staf Weyts die zeer vertrouwd was met hem typeerde Walter Jonckheere eens als volgt: "Ondanks zijn levenslustig uiterlijk is hij de moedige mijmeraar die de natuur ondergaat met de ingesteldheid van een dichter.
In de greep van de jaargetijden staat hij steeds opnieuw machteloos tegenover de verlokking van hun specifieke schoonheid en wordt hij er onweeIStaanbaar toe gedreven die keer op keer weer op het doek te brengen om op die wijze hun poësie in de eigenheid van hun tedere, uitbundige of weemoedige kleuren uit leven. Walter Jonckheere is trouw gebleven aan de elementaire basisnormen van alle kunst namelijk de natuur en het leven".
Zijn werk heeft een peil bereikt dat het middelmatige overtreft en dat de kenmerken draagt van wat een goed schilder karacteriseert,namelijk stielkennis, picturaal gevoel en plastische vormgeving.De periode van aarzeling is Jonckheere totaal ontgroeid.
Zijn werk vertoont nu de homogeniteit van de rijpe schilder die zelfs het penseel ter zijde heeft gelegd om nog enkel het paletmes te hanteren.
En dit doet hij met virtuositeit die getuigt van zijn zekerheid van toets en kleur en met de soms speelse en subtiele toonwaarden die het gevoelige en pregnante in zijn werk onderlijnen. Hij kan sfeer scheppen en met losse zwier het elementairste van zijn landschappen in reliëf plaatsen en, al is hij romantisch aangelegd, nooit is hij verweekt of zoeterig en steeds weet hij de gulden middenweg te bewaren tussen een vals commercieel impressionisme en een van gezondheid tintelend doek.
Walter Jonckheere is de artiest die op poëtische wijze zijn ontroering weet over te dragen op ons allen.
Hij bevestigt in ons het gevoel van eigenwaarde en van fierheid over ons land en onze mensen.
Zijn boodschap is een blijvend getuigenis van de onvervangbare schoonheid van de natuur die zich in geen enkele kunstvorm laat inkapselen.

Mr. Johan Weyts 
28.4.1985

Walter Joncheere overleed op 04.01.1999