Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Janssens Pieter

Pieter Janssens, in de volksmond Pier, werd geboren te Sint-Kruis op 18.01.1876. Hij was de kleinzoon van Leonard Janssens. Leonard, afkomstig van Deinze, was zich in het Brugse komen vestigen. Hij baatte hier een kleinhandel uit in "fourage" en daarenboven ging hij bij de landbouwers om stro te snijden voor de paarden. Stromolens bestonden in die tijd nog niet, doch Leonard beschikte over een speciaal snijapparaat, waarmee hij stro ging "schroden". Zijn zoon Charles, Louis Janssens werd geboren te Sint-Andries op 8 december 1847.

Al vroeg ging Charles-Louis mee met zijn vader en verwierf aldus de bijnaam "schroder". Zelfs toen de handel reeds lang stopgezet was, wierd kleinzoon Pier nog aangesproken als "Pier van de Schroders".
Charles-Louis moest zoals elke jongeman op de leeftijd van 20-jaar gaan "loten". Hij trok het nummer 164 en had zich erin geloot. Als men geld had, kon men een vervanger kopen. Maar bij de Janssens was dit niet het geval en dus werd Charles op 3 mei 1867 opgeroepen als milicien en ingedeeld bij de 1ste  Regiment d'Artillerie, "comme canonier de deuxième classe".
Normaal bedroeg de diensttijd 3 jaar, maar vanwege de Frans-Duitse oorlog van 1870 werden de soldaten opgeroepen om de grenzen te bewaken en daardoor werd hij pas gemobiliseerd op 20 juli 1872, na dus gedurende 5 jaar soldaat te zijn geweest. Voor zijn bewezen diensten kreeg hij de "Médaille militaire" en enkele andere eretekens, die hij trouwens iedere jaar droeg bij het défilé van de oud-soldaten, de "Leopoldisten".
Op 24 september 1872 trad hij in het huwelijk met Maria De Buck uit Sint-Kruis en ging wonen in het klein landbouwshuisje langs het Zuidervaartje te Sint-Kruis. In dat huisje werden al de kinderen geboren (7 jongens en 3 meisjes). 

5 augustus 1875 werd  een merkwaardige datum, niet enkel voor hem, maar ook voor zijn nageslacht. Op die dag kwam hij namelijk in dienst bij  de stokerij Verstraete en C°, de latere Gistfabriek. Hij werd tewerkgesteld op de graanzolders en aan de molens. Voor een stokerij moest er heel fijn gemalen worden, daar men in "dick maïssche" werkte. In 1875 maalde men nog met molenstenen. Pas later maalde men met cylinders en Charles was de eerste die daarmee mocht werken. Zo fier was hij dat hij zich liet fotograferen met zijn nieuw werkinstrument.

Heemkunde Sint-Kruis

Hierbij drukken wij deze historische foto af, er de aandacht van onze lezers op vestigend dat het precies dezelfde cylindermolen is die nog in de oude fabriek te vinden is

Een anecdote: In het jaar 1888 werd hij vrij ernstig ziek ten gevolge van een "verhitting". Ziekte betekende geen inkomen want er bestond toen geen ziekengeld. De heer Jules Verstraete liet hem echter het werk hernemen vooraleer hij helemaal genezen was en hij kreeg tijdelijk een licht werkje toegewezen. Daarbij mocht hij tweemaal per dag naar de keuken van
Bonne-maman Verstraete gaan om iets versterkends te gebruiken: een kom vleesbouillon of een glas wijn met een ei in geroerd.
Een ander archiefstuk, waarschijnlijk daterend van 1896, is de foto van het personeel van "Verstraete's". Het is belangwekkend onder meer omdat alle "stielmannen" er op uitgebeeld staan met de kentekenende werktuigen van hun vak. 

Heemkunde Sint-Kruis

Zo kunt U er op herkennen de schrijnwerker, de smid, enz.
Ook voor de familie Janssens is deze foto bijzonder belangwekkend. Immers op de 1e rij in het wit ziet men maalder Ch. Janssens, op de 2e staat zijn zoon Pier, op de 3e zijn zoon Edmond. Verder Louis Vanhauter en Honoré Jonckheere grootooms, langs moederszijde, van onze huidige Directeur Charles junior 

1897 zou voor het personeel van Verstraete van bijzondere betekenis worden. Ter gelegenheid van het 5O-jarig bestaan van de N.G.S.F. Brugge zou de heer Pier er als volgt over spreken. (R.R. van 12.4 1947 blz. 17)
"Het was op een avond in de maand april... Een heer die wij voor een nieuwe accijnsbediende namen, richtte zich tot mij en vroeg ongeveer in volgende woorden: Ik ben uw nieuwe Directeur (het was Dr. F.G. Waller). Wil even alle mensen uit de fabriek, voor zoveel mogelijk, hier bijeen halen. Dit gebeurde en de nieuwe Directeur sprak ons toe: Mannen, uw fabriek is overgenomen door een Hollandse Maatschappij, nl. door de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek te Delft, waarvan ik de Directeur ben. U zult hier goed behandeld worden. Wij verwachten van U allen, dat U zoals vroeger uw best zult doen om het goede van de zaak. En nu allen terug aan het werk. Dat was de bom... Wij stonden verstomd en begrepen er niet veel van".
Enkele werklieden betrouwden de zaak niet en verlieten haar. De meesten bleven maar moesten zich wennen aan de nieuwe bazen en zich aanpassen aan de nieuwe werkmethoden. Onder dezen die met toewijding hun taak bleven verrichten was Charles Louis Janssens : de fabriek waar niet hij alleen, maar ook zijn familie een bestaan had gevonden, lag hem nauw aan het hart.
Het zou hem niet berouwen. Een van de eerste maatregelen van de nieuwe Directie was de dagelijkse arbeidsduur van 14 uur tot 12 uur terug te brengen. Op 24 juli 1897 volgde het eerste personeelsfeest waar de Directie met het personeel verbroederde. Van zo iets had men nog nooit gehoord.
Jubilea werden gevierd en zo ontving Charles Louis Janssens in 1900 het gouden erekruis en een gouden zakuurwerk met opschrift. Dit horloge is nu het eigendom van zijn petekind, onze Directeur Ch. Janssens en verkeert nog steeds in goede staat.
Ter gelegenheid van het overlijden van grootvader Janssens, schreef de heer Liebregts als volgt: (R.R. van 6.2.1926)
"Zijn plaats was in de molen en men kende hem niet anders dan in zijn bestuifde kledij, doch als verstandig en ijverig werkman hield hij zich ook bezig met vele andere zaken die met het bedrijf in verband stonden. 's Middags bracht men zijn middagmaal naar de fabriek. Niet alleen het zijne maar ook dat van de kinderen, want zij aten samen het middageten.
 Zo ging Ch. Janssens senior op  31 december 1912 op 65-jarige leeftijd en na 37 dienstjaren, op rust en dit eigenlijk zonder enthousiasme, want het begrip van met pensioen te gaan was toen geheel nieuw.
Trouwens rusten zou hij eigenlijk niet doen, want hij had nog enkele gemeten land te bewerken. Vele oude Bruggelingen zullen zich nog die oude man met de grijze baard herinneren die regelmatig naar de stad kwam, gezeten op zijn ezelskarretje.
Hij overleed op 4 februari 1926 in de leeftijd van 78 jaar.
Op dat ogenblik was zijn zoon Pier "baas" van het bedrijf en was zijn kleinzoon Charles zijn loopbaan begonnen in de gistfabriek te Delft. 

Heemkunde Sint-Kruis

Om dit overzicht te besluiten, publiceren wij een foto van het gezin Ch. Janssens senior in 1905. Alle zeven de zoons hebben in de fabriek gewerkt. Vijf hebben er gans hun actief leven doorgebracht, namelijk Pier, Leon, Tryphon, Octaaf en Edouard. Ook twee schoonzoons zijn er werkzaam gebleven: Goethals Camiel I en Vandenberghe Theophile.
Naast vader, de oudste dochter Helena gehuwd met Goethals Camiel I.
Naast moeder, de oudste zoon Pier. Staande v.l.n.r. Octaaf, Michel, Augusta (gehuwd met Vandenberghe Theophile), Edmond, Leon en Tryphon.
Tussen de ouders Edouard en vooraan Elodie.

 

 
"BAAS" PIER JANSSENS

De heer Pier Janssens werd geboren op 18 januari 1875 als oudste zoon in het gezin van Charles Louis senior.
Hij genoot lager onderwijs op de Gemeenteschool te St.-Kruis, zoals toen gebruikelijk was tot zijn Plechtige Communie. Daarna werd hij tewerkgesteld bij een boer, waar hij o.a. de koeien moest wachten. Dit zou evenwel slechts van korte duur zijn want reeds op 10 september 1888 kwam hij bij "Verstraete's". Het lijkt ons bijzonder aardig hem zelf aan het woord te laten over zijn beginperiode op de fabriek, zoals hij dit vertelde ter gelegenheid van zijn 50-jarig fabrieksjubileum :
"Mijn vader kwam op een avond thuis en zei tegen mijn moeder: "Mietje, Pier gaat morgen mee naar Verstraete's". Alhoewel ik nog geen volle dertien jaar was, keek mijn moeder blij op bij de gedachte aan de bijverdienste, die zou helpen om het grote gezin op te voeden. De volgende dag ging ik met mijn vader mee naar de stokerij van Mijnheer Verstraete. Ik kwam terecht in de smidse, waarvan het personeel alsdan uit drie mensen bestond. Mijn eerste werk was aan de blaasbalg trekken. Het waren toen lange werkdagen: van 6 uur 's morgens tot 8 uur 's avonds. Ik bleef twee jaar in de smidse, waar ik veel geleerd heb, omdat ik als leerjongen overal mocht meelopen voor de reparaties".
De heer Pier kon op latere leeftijd nog dikwijls aan zijn vrienden vertellen hoe hij toen mocht beginnen aan 0,50 F. per week. Maar na de eerste week reeds werd zijn weekloon gebracht op 1,00 F. Bij dit verhaal kon de heer Janssens nooit laten er guitig bij te voegen: "Dit is eigenlijk de mooiste promotie geworden van mijn loopbaan, want in gans mijn verder leven is het mij nooit meer gelukt mijn wedde te verdubbelen na één week. Helaas! ..."
Maar dat de nauwelijks 13-jarige knaap, niettegenstaande zijn strenge vader en zijn loon van 1,00 F. per week, toch heel merkwaardige fratsen moet hebben uitgehaald, moge blijken uit de toespraak van Ir. W.H. van Leeuwen bij het 40-jarig fabrieksjubileum waar hij o.m. zegde: (R.R. 22 september 1928)

"Bij overlevering zijn ook de navolgende Directies nog eens verhalen ter ore gekomen over de talrijke streken, die de jongeling in de eerste jaren aan de fabriek heeft uitgehaald. Dat echter naast kwajongensstreken ook goede eigenschappen aanwezig waren blijkt wel uit het feit dat hij door Dr. F.G. Waller werd uitgekozen om nog slechts 21 jaar, als contre-maître op te treden en hij daarmede de eerste was uit het Brugse personeel welke in een verantwoordelijke positie geplaatst werd om de leidende heren bij te staan".
Hoe hij in 1897, als dusdanig kennis maakte met Dr. F.G. Waller laten wij hem ook weder zelf vertellen. (R.R. 12 april 1947 p. 17)
"Dr. Waller die te Brugge niet gekend was kwam binnen op een avond in de maand april 1897. Door de onoplettendheid van een man die vergeten had een afvoerkraan te sluiten, stroomde het beslag over de vloer. Iedereen was bedrijvig om het. riool af te stoppen en het beslag op te scheppen, toen een grote nog betrekkelijk jonge heer het lokaal binnenkwam. Hij keek even rond, zag zeker wat er gebeurd was en trok zich terug zonder iemand aan te spreken: wij vragen ons nu nog af wat die heer toen wel kan gedacht hebben... Niemand schonk veel aandacht aan zijn binnenkomen, daar wij hem als een nieuwe accijnsbediende beschouwden. De volgende dag, kort na de noen, was deze accijnsbediende daar weer, wandelde wat rond en sprak een werkman aan die een beslagbak aan het schoonmaken was. Het was Charles Scheirens, die maar heel kort op school geweest was, en hem niet verstond. Hij antwoordde: "Mijnheer, ik versta geen Frans, daar is de baas". en hij wees naar ondergetekende. toen nog een jong opgeschoten man, die de drijfmachine aan 't smeren was. De heer richtte zich dan, in het Hollands, tot mij en vroeg ongeveer in de volgende woorden: "Zo, U zijt hier de baas". (R.R. 24 sept. 1938 p. 8) "Dit was mijn eerste kennismaking met Dr. Waller en aangezien de Amerikaanse chef dezelfde dag van zijn komst vertrokken was, mocht ik Dr. WalIer in de fabriek rondleiden en hem uitleg verschaffen".

Bij zijn afscheid te Brugge op 9 juli 1965 zou de heer President Directeur F.G. Waller nog aan het volgende herinneren:
(R.R. 24 juli 1965 p. 7) "Naar mijn vader mij vertelde bleek er toen te Brugge toch één man te zijn, een jonge man die hem opviel doordat hij op de hoogte was. Die man had een taak bij een machine. Er waren nog geen regulatoren uitgevonden en zijn taak was het om die machine op een gegeven ogenblik het aantal toeren te laten maken die zij maken moest. Ik meen dat daarvoor een afsluiter bediend moest worden, beneden, terwijl er tevens een afsluiter was, die enige trappen hoger eveneens moest worden geregeld.
Nu zag mijn vader dat deze jonge man daar op één of andere listige manier een touwtje gespannen had waardoor hij, beneden zijnde, de bovenste afsluiter kon bedienen, en boven zijnde de beneden afsluiter. Dat bespaarde hem veel lopen. Dat was maar één van de tekenen waaruit bleek dat de man zo bedreven. Dat was de vader van Charles Janssens "
Hoe eigenaardig ook, over de juiste wijze waarop de carrière van de heer  Pier is opgebouwd, vinden wij nergens een volledig overzicht. Ter gelegenheid van zijn 40-jarig fabrieksjubileum zal de heer President Directeur Ir. W.H. van Leeuwen wel verklaren:
“Deze bevordering (tot contre-mâitre) werd in de loop van de jaren  door talrijke andere bevorderingen gevolgd, waardoor ge thans gekomen zijt tot de belangrijke functie die U nu bekleedt".
Kort na de overname door de NSGF “ moest hij zich belasten met de export van wagens en schepen. Het onderzoek gedaan door de experten nam soms veel tijd in beslag zodat er wanorde ontstond zowel bij werklieden als beambten, maar mijnheer Janssens wist de orde te herstellen. Weldra werd hij oppermeester van verscheidene afdelingen.
Naar het getuigenis van onderdirecteur Van der Lek bleef hij in de eerste jaren na de overname, zich terzelfder tijd bezighouden met de fabricatieproblemen. "Ik vond in hem al spoedig de man die mijn belangstelling deelde voor de ingewikkelde rectificeerapparaten en die mij hielp bij stoommetingen en stookproeven" .
Verder weten wij dat samen met meester Addink hij zou blijven instaan voor het bedrijf dat, zoals reeds werd gezegd, twee ploegen kende van elk 12 uur. Typisch detail: om van ploeg te kunnen verwisselen moest elke meester om de beurt een zondag 24 uur op 24 in de fabriek vertoeven.
Feit dat hier zeker dient onderlijnd is dat niettegenstaande een werkweek van 84 uren de heer Pier de tijd vond, laat ons juister zeggen "stal" op zijn rust, om nog regelmatig lessen te gaan volgen bij meester Cappon op de Potterierei. Hij zou dit volhouden tot ruim zijn 30e jaar. Hij bekwaamde zich daar o.m. in natuurkunde, scheikunde, Engels en Duits.
Zo zal hij later (1923) zelf voor het personeel kunnen optreden als bevoegd conferencier over toegepaste natuurkunde en electriciteit in onze fabriek.
 
Daarenboven betoonde hij nog heel wat belangstelling voor het Rode Kruis. Eerst had hij zelf de lessen gevolgd van ambulancier, later zou hij er voor zorgen dat de ploeg secouristen van de Gistfabriek één van de beste werd uit onze gewesten. In het Rode Kruis zelf zou hij het brengen tot Inspecteur-Generaal van West-Vlaanderen.
De heer Pier zou in de fabricatie gehandhaafd blijven tot rond 1913. Traditiegetrouw had de heer Maurice Vermeulen, vooraleer te Brugge te beginnen, een stage gedaan in de fabriek van Delft en zich daar vertrouwd gemaakt met de nieuwe werkmethoden die hij voor opdracht had ook in België in te voeren. Op dat ogenblik wordt het werkveld van de heer Janssens verschoven van het algemeen fabricatieterrein naar de meer gespecialiseerde sectoren van mouterij, stokerij, taplokaal en expeditie.
Het is niet met zekerheid te achterhalen wanneer hij juist tot hoofdbeambte is bevorderd. Waarschijnlijk is dit gebeurd rond de jaren 1920-21. In alle geval had hij reeds deze rang wanneer de heer Dubois zaliger in 1921 op de fabriek kwam.
Over zijn benoeming tot "Algemeen Bedrijfsleider" is gelukkig, via Rust Roest, meer geweten.
Na de dood van Directeur P. van der Haert in 1925 diende de leiding volledig gereorganiseerd. Het zou evenwel duren tot 3 april 1926 vooraleer, naast de benoeming van de heren J. van der Haert en Maurice Vermeulen, ook nog volgende brief te Brugge toekwam: (R.R. 10 april 1926 p. 1)

Delft, 3 april 1926 
Aan het Personeel der Nederlandsche Gist- & Spiritusfabriek te Brugge
Met ingang van 3 april is benoemd tot:
Algemeen Bedrijfsleider (Inspecteur Général), de heer P. Janssens ; 
Chef van de Technische Afdeling (Département Technique), de heer E. Dubois; 
Chef van de Fabricatie (Chef de Fabrication), de heer J.W.F. Lemair.
De Directie van de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek
(get.) W.H. van Leeuwen.

Volledigheidshalve kunnen wij hieraan toevoegen dat als verdere leden van het hoger kader reeds voordien benoemd werden:
de heren Liebregts: voor de administratie, de "Vereniging" en Rust Roest;
Blaton: tot hoofd van de gistafdeling; 
Luyssen: tot hoofd van de afdeling "Belangen van het Personeel",
In de heer Pier Janssens enkel de technicus zien, zou evenwel een grove fout betekenen en zijn persoonlijkheid zwaar verminken.
De heer Pier was vooral de man van het personeel.
Van bij de oprichting van de voetbalafdeling in 1911 zal hij er de grote promotor van worden. Dit zal hij ook zijn van de diverse afdelingen die na 1920 zullen opgericht worden voor sport en spel, waarvan hij als hoofd-commissaris optreedt.
Mijnheer Pier is daarenboven de woordvoerder van het personeel in alle officiële omstandigheden, maar ook - en dat is belangrijker nog in de ontelbare besprekingen die in het directiekantoor zullen plaats vinden over de belangen van het personeel.
Markant feit, wanneer op 19 januari 1924 voor de "Vereniging" een bestuur dient aangeduid, wordt hij, hoofdbeambte, met het grootst aantal stemmen door het personeel verkozen om hen daar te vertegenwoordigen. Hij zal trouwens ook worden aangeduid als bestuurslid van het Weduwenfonds.

Baas Pier mag alles zeggen en aan de Directie en aan het Personeel. Hij heeft daartoe het moreel gezag, hij geniet van beider vertrouwen, hij weet hoe hij het moet zeggen. "Pier kan de dingen goed zeggen, maar groter kunst "Pier kan goed luisteren" zou de heer van der Lek. verklaren bij het jubileum van 1928 "Hij weet de bezwaarde medemens op zijn gemak te zetten en hoort dan toe met de volle aandacht van zuiver menselijk medegevoelen. Tussen de vele getuigenissen over de sociale activiteit stippen wij nog deze aan van de President-Directeur Ir. W.H. van Leeuwen: (R.R. :: sept. 1928 p. 2)
"En niet het minst waart gij raadsman en steun van de Directie in vraagstukken van sociale aard, waarbij gij niet schroomde ronduit voor uw mening uit te komen, wanneer gij van oordeel waart, dat bepaalde maatregelen in het belang van het personeel genomen moesten worden. Ik denk hierbij in het bijzonder aan de jaren tijdens de wereldoorlog, toen talrijke maatregelen in het onmiddellijke levensbelang van het personeel nodig waren.

 Op 17 september 1938 werd het 50-jarig fabrieksjubileum gevierd, niet alleen in de fabriek maar ook in gans de gemeente Sint-Kruis.
Kort daarop,  namelijk op 2 januari 1939 verliet Pier de onderneming om in alle stilte met pensioen te gaan.

Bron: Deze tekst werd grotendeels genomen uit het personeelsblad van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek Brugge, 48 jaargang nr 51 dd 18.12.1965

Ondertussen was Pieter sedert 1933, in een coalitie met de toenmalige BSP, burgemeester te Sint-Kruis. In 1938 werd hij met een volstrekte meerderheid herkozen tot burgemeester. In 1941 diende hij ontslag te nemen en werd hij vervangen door  oorlogsburgemeester Meire. Na de oorlog, in 1944, hernam hij zijn plaats als burgemeester en dit tot de volgende verkiezingen in 1947. Hij werd dan opgevolgd door Didier de Pierpont.
Pieter (Pier) overleed op 27.08.1957.
Meer over zijn politieke loopbaan http://heemkundesintkruis.brugseverenigingen.be/GeschiedenisStKruis/Burgemeesters 

Met dank aan de familie Janssens Piet jr., Mevr. Claudine Timmerman en Walter en Annelies Smolders-Flama voor het bezorgen en fotograferen van hierna volgend beeldmateriaal.

Heemkunde Sint-Kruis

Pieter Janssens stierf op 26 augustus 1957. Toen was zijn zoon Charles sinds meerdere jaren directeur van de onderneming. Maar ook zijn zoon Léon was sedert 1931 in dienst van de N.G.S.F. als Algemeen Agent voor de alcohol in beide Vlaanders, functie die hij zou blijven vervullen tot aan zijn al te vroegtijdige dood in 1961.
Tenslotte was ook de zoon Maurice een bekende en graag geziene figuur in de fabriekskring, inzonderheid in "Rust Roest", waarvan hij de activiteiten van nabij volgde.
De heer Pier Janssens was drager van volgende eretekenen:
Officier in de Orde van Leopold 11 
Officier in de Kroonorde 
Erekadet van de Arbeid
Gouden medaille van het Rood Kruis van Hongarije.

 

Heemkunde Sint-Kruis

Familiekroniek

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

1. Achterportaal van de woning Damse Vaart Zuid 4.
Piet Janssens jr, Charles Janssens - zoon van Pieter-, ingenieur, directeur bij  de NGSF met dochter Louise(Lou) en echtgenote Jantina Monckhorst ca 1935
2. Achteruitzicht van villa 't Veldzicht, langs het Zuidervaartje.
3. Pieter Janssens met echtgenote, schoondochter, moeder van schoondochter en kleindochter Lou.
 

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

1. Pieter Janssens voor de Zorge, op de eretribune, als verkozen burgemeester. 
2. Huwelijksfoto van Charles Janssens en Jantina Monckhorst.
3. Familefoto: 
Zittend vlnr: 
Pieter Janssens, Maurice Janssens -zoon P.J., Maria De Buck-moeder P.J-., Charles, Louis Janssens- vader P.J.-, Leontine Verstraete -moeder van Julienne, en Julienne Van Hauter - echtgenote P.J.
Staand vlnr:
Julia Poot, Charles Janssens jr- zoon P.J.- Elodie Janssens - zuster P.J. en winkelierster hoek Moerkerkse Steenweg en Schaakstraat, Jan Verstraete, Josephine Poot -echtgenote van Jan Verstraete, Edward Janssens  - zoon P.J-. Poot (?), Leon Janssens - zoon P.J..

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

1. Pier in gesprek met zijn beste vriend Ward Huys, van de mouterij.(1938)
2. Pieter aan zijn bureel in Villa 't Veldzicht.(1935
3. Eendjes in het Zuidervaartje, rechtover de villa.(1935)

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

1. Damse Vaart Zuid nr4
Jantina Monckhorst, Louise van Wieringen, echtgenote van Herman van Monckhorst,  Piet jr, en zus Louise. Zie achteraan de gebouwen van de mouterij Huys.
2.Oma Julienne met Piet jr en Louise.
3.Vader Charles-Louis en echtgenote Marie De Buck met zoon Pieter en kleinzoon Charles.
 

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

1. Pieter Janssens en echtgenote Julienne Van Hauter met zoon Maurice.
2. Louise van Wieringen, echtgenote van Herman van Monckhorst en moeder van Jantina, Lies Neiteler en Louise Janssens (1935)
3. Pieter Janssens, Maurice Janssens en Julienne Van Hauter aan villa Veldzicht.

Heemkunde Sint-Kruis

Vader Charles-Louis en echtgenote Marie De Buck voor hun woonst, Broek 4 (Oud nummer).

Pieter Janssens bij zijn huldiging als burgemeester in 1933
 

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

1.Pier en Julienne in de open Minerva-limousine ter gelegenheid van de dankmis in de kerk van Sint-Kruis.
2.De nieuwe burgemeester en zijn echtgenote op het gemeenteplein voor de kerk van Sint-Kruis.
3.De burgemeester in stoet langs de Moerkerkse Steenweg.

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

1.Burgemeester Pier Janssens met wielrenner Sylvere Maes in juni 1937. Sylvere Maes had in 1936 de Tour de France gewonnen.
2.Eretribune tijdens de stoet na de verkiezingen 1938. Staand: vlnr: Maurice Janssens, Jules Dickx - bakker, Edward Bonte, Staf Linthout, (?), Van Hove - secretaris, Leon Janssens, Charles Janssens, Arthur Vanhoorickx, Mr. Plas, Camiel Van Eeghem, Ernest Stevens.
Zittend: vlnr: Pastoor Meysman, M. Olivier -provinciale afgevaarde, Kanunnik (?), Pieter Janssens, Julienne Van Hauter, Edward Huys, 

Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis

Ter gelegenheid van zijn 50-jarige loopbaan bij de "Gistfabriek"  werd een huldecomité opgericht onder leiding van De De Winter.

De festiviteiten begonnen op zaterdag 17 september (zaterdag van de kermis) met in "Oud Brugge" (de Vieux Bruges) het opvoeren van het toneelstuk "De Gouden Garve", een créatie van en uitgevoerd door het personeel. Daarna volgde het personeelsbal.

Op zondag 18 september was er in villa "Veldzicht" een familiefeest met 117 aanwezigen

Op maandag 19 september startte een feeststoet om 17.30 aan de Kruispoort. De stoet werd ingeleid door het muziek St. Cecilia uit Sint-Kruis. In het midden van de stoet speelde het muziekkorps van het Wezengesticht en het muziek Rust Roest van de Gistfabriek sloot de stoet af. De stoet eindigde aan de herberg d'Hope. Voor De Zorge, had de familie Janssens  plaatsgevat op een eretribune. Om 19 uur gaf de fanfare Rust Roest een serenade op het gemeenteplein. De avond werd besloten met een vuurwerk.
Stippen wij nog aan dat door de gemeente een schilderij van A. Desloovere, voorstellend "De Meebrug te Brugge", aan dhr. Janssens werd geschonken

Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Hoeve Cleen Nobis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis
Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis Heemkunde Sint-Kruis