Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Huyghebaert Rene

 

VAN GEPLAATSTE JONGEN TOT ALL ROUND TECHNIEKER
Heemkundige Bijdragen voor Brugge en Ommeland 1995/1/2/3

René zag het levenslicht te Lissewege op 3 april 1925 als zoon van Magdalena Maria BROUNS, geboren te Lissewege op 11 februari 1906 en overleden te Blankenberge op 16 augustus 1980. Samen met zijn vijf jaar jongere broer Camiel en zijn zes jaar jongere zuster Irène heeft hij nooit zijn vader gekend.

Toen René negen jaar oud was huwde zijn moeder met Achille Lodewijk HUYGHEBAERT, geboren te Ramskapelle op 14 februari 1901 en overleden te Brugge op 1 maart 1975.
In dat gezin werden later nog meerdere kinderen geboren zodat René in feite als oudste van 20 kinderen van eenzelfde moeder kan beschouwd worden. 
Het zal wel zijn dat Achille HUYGHEBAERT bij zijn huwelijk de drie kinderen van zijn echtgenote niet aannemen wilde, zodat deze via gerechtelijke weg in het toenmalige Wezengesticht te St.-Kruis belandden.
Het zal beslist geen aangename tocht geweest zijn voor de drie jeugdige kinderen van respektievelijk negen, vier en drie jaar oud om met de rijkswachters en tante Elvire, zuster van Magdalena, van aan de kerkhofmuur te Zeebrugge, naar St.-Kruis te worden gebracht.
Het geboortehuisje van René stond aan de grens met Zeebrugge als laatste woonst op Lisseweegs grondgebied. Als tweede woonplaats herinnert René zich de schaapsstal van boer Lutters en een derde onderkomen werd een Duitse bunker uit de eerste wereldoorlog. Dit was vlakbij de in een oude tramwagon wonende Henri Declerck, bijgenaamd Henri «tuftuf», daar hij naast zijn wagon een soort werkplaatsje had aaneengeflanst met allerlei oude metalen platen en waar een oude gasmotor tufte.
In het gesticht te St.-Kruis genoot René uiteraard het lager onderwijs en aan zijn 14 jaar volgde hij als leerling-smid de stiel bij Charles DENOLF, die zelf eens als weeskind aldaar terechtkwam en er later als smid werkzaam bleef.
Men kan zich natuurlijk de vraag stellen, wat voor soort smidsewerk werd er aldaar uitgevoerd? Welnu, het moge misschien heel eigenaardig klinken, maar ca 70 % van die arbeid bestond erin de vele lekke pispotten van het gesticht te souderen. Rekening houdend echter met zo'n 300-tal kinderen die elk over zo'n verlakte metalen pot beschikten, kan men geredelijk aannemen dat daar regelmatig ettelijke eksemplaren lek waren, en nieuwe aanschaffen kwam zeker niet ter sprake. De resterende tijd werd meestal gebruikt voor het repareren van kachels en dergelijke meer.
Het reglement bepaalde dat de jongens aan 18 jaar het gesticht dienden te verlaten. Wij schrijven echter 1943, dit betekent oorlog en aangezien er op de hoeve behorend tot de instelling een werkkracht kon gebruikt worden, bleef René daar ongeveer één jaar werkzaam, bij de toenmalige boer Arthur NEYT.
Daarna trad hij in dienst als paardeknecht bij landbouwer Cyriel BUSSCHAERT in de Broekweg. Deze had tijdens de oorlog op de gemeente de funktie van schepen van Burgerlijke Stand. Het werd meteen zwaar labeur op een hoeve van 34 ha. met 3 boerepaarden en een loper. Het betekende werken  van 's morgens vijf uur tot de late avond. De paarden dienden zowat van 7 uur in de morgen tot 19 uur 's avonds op het land te zijn om te ploegen. Het was trouwens nog de tijd dat alles handwerk was. Vier ha. aardappelen bv. werden door twee gebroeders met de hand uitgekapt en door hun respektievelijke vrouwen opgeraapt. Daarna trokken deze mannen naar Frankrijk voor de seizoenarbeid. René bleef er vijf jaar aan het werk dit tot aan zijn huwelijk op 3 juli 1948 met Julia GILLIAERT, geboren te Brugge op 15 februari 1927, maar woonachtig in het eigenste huis waar ze heden nog steeds verblijven. Sinds de fusie in 1971 met Brugge is dit de Aardenburgseweg, voorheen Leegweg, maar oorspronkelijk was dit de voortzetting van de Romeinse heirweg van Cassel naar Brugge en verder naar Aardenburg.
René was iemand die van aanpakken wist en hij kocht zich een beer (mannekensvarken) te Oedelem nl. «Ibis van 't Ravennest» waarmede hij 's avonds de hele streek afreed zodat het soms wel middernacht werd toen zijn taak eindigde. Op zeker ogenblik beschikte hij over een zestal beren. Deze job deed hij tot 1954. Als typische bijzonderheid wist René te vertellen dat er te Houtave zelfs een vrouw de ronde deed met een beer in een soort gareel, en te Nieuwmunster bij een hengsteboer werd ook tijdelijk door een dochter met de hengst rondgegaan. Van emancipatie gesproken.
Het was ook zo dat elk jaar met de beer naar de keuring te Dudzele diende gegaan. Het was ook te St.-Kruis bij landbouwer Cyriel BUSSCHAERT, dat voor het eerst bij de oogst de pikdorser werd gebruikt in de streek, wat veel nieuwsgierigen op de been bracht. Bij diezelfde landbouwer werd ook als primeur een traktor gebezigd, door René bestuurd. René zou trouwens ca 10 jaar bij de landbouwers van de streek met de pikdorser rondgaan, soms geholpen door zijn kinderen.
In 1951 werd i.v.m. het bekomen van Staatssubsidies de Samenwerkende Vennootschap «De Broek» gesticht onder impuls van de zeer vooruitstrevende boer C. BUSSCHAERT, dit ter bevordering van het aardappelrooien met een machine waarbij het produkt meteen in de zak terechtkwam. René werd afgevaardigde beheerder. Het was uiteraard ook de eerste dergelijke machine in de streek.

Vanaf 1954 begon René zich nu meer en meer toe te leggen op het smeedwerk, het maken van allerlei landbouwalaam en machines, zodat zijn berenstal werd omgevormd tot smidse.
Een eerste traktor fabriceerde hijzelf uit een oude legerwagen Morris. Het spreekt vanzelf dat alle landbouwers van de streek, maar in het bijzonder van St.-Kruis beroep op hem deden en de vraag naar karren op rubberbanden, wagens, varkensrennen, eggen en dergelijke tuigen
meer, was groot.
Terzijde even vermelden dat alle machines en gereedschap, karren en wagens door de echtgenote van René werden in de verf gezet. Hij werd ook de pionier in het plaatsen van weidepompen voor drinkwater voor het vee. Hij vervaardigde een machine voor het zaaien van rapen, vier rijen tegelijk.
Meerdere machines in zijn smidse werden door hem zelf gefabriceerd.
Ook het maken van smeedijzeren hekkens was hem niet vreemd zoals bv. het hekken aan de ingang van het erf van zijn zoon Dirk. Toen rond de jaren 1957/60 de tramlijn te St.-Kruis diende uitgebroken brandde hij de rails tussen de Doornhut en Gerbobrug in stukken.
Wanneer het Duits vliegplein aan het Maleveld moest verdwijnen, ploegde hij aldaar de grintwegen uit. Het grint werd door voerman Nestor BILLIET weggehaald om de Leegweg (Aardenburgseweg) te verbeteren.
Even terug naar het oorlogsjaar 1944. De Duitsers waren aan het terugtrekken. Samen met enkele andere wagenbezitters werd hij opgevorderd om het materieel van de in het kasteel «Warren» verblijvende Duitsers naar het station te brengen.
Maar nog ging René nieuwe wegen op en begon in 1966 als sanitair-en verwarmingsinstallateur. Meteen belandde hij in de steeds evoluerende moderne tijden. Men kan hem dus zeker typeren als iemand die van aanpakken wist en met zijn tijd meeging. Rekening houdend met zijn talrijke vindingrijke verbeteringen of vernieuwingen van allerhande landbouwmaterieel en -machines durven wij wel stellen dat hij een soort da VINCI werd, maar dan op technisch gebied.
Het gezin René HUYGHEBAERT-GILLIAERT won vier kinderen, drie dochters en een zoon Dirk die zich terdege inwerkte in het bedrijf van zijn vader en thans rechtover de vaderlijke woonst zijn eigen werkplaats bezit.
Eindigend, wensen wij René en zijn echtgenote nog vele jaren van gezondheid temidden van de mooie natuur van zijn omgeving.
A. Vermeulen

NB. Rene overleed op 25.12.2007