Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Focke Marcel


rustend landbouwer
Legeweg 30
8340 Damme
Geboren op 23.02.1906

Het is een zonovergoten namiddag in september wanneer ik een bezoek breng aan mijn oude vriend Marcel Focke, rustend landbouwer, gewezen gemeenteraadslid van Sint-Kruis en rustend lid van het O.C.M.W. van de stad Brugge, die samen met zijn goede en lieve echtgenote midden de prachtige velden en de uitgestrekte en rijke weiden van den Broek, geniet van de herfst van zijn leven.
Door het lot van de grenswijzigingen die Brugge onderging, ligt zijn hofstede nu niet meer in Sint-Kruis maar wel in Damme, maar het ganse leven van Marcel Focke en zijn familie is steeds zo aktief betrokken geweest met het dorpsleven te Sint-Kruis dat hij voor altijd met de geschiedenis van deze gewezen gemeente zal verbonden blijven als één van de grote voorvechters van de belangen van de landbouwers.
Zijn gezellige woning in het "Hof Ter Leie" geeft uitzicht op het Maleleitje en de Damse vlakte en werd in 1969 ingehuldigd als modelwoning omdat zij volledig elektrisch werd verwarmd en voorzien was van de modernste elektrische apparaten en huishoudelijke toestellen. Deze modelhoeve, waar als eerste bedrijf in ons land de moderne melkwijze vanuit een put werd toegepast, wordt thans deskundig geleid door zijn zoon Etienne Focke en echtgenote Cecile Kerkaert.
Marcel Focke werd geboren op 23 februari 1906 in het gezin van Charles Focke en Marie-Louize Matthys landbouwers te Eeklo op de hofstede ,,'t Aalstgoed" die thans helaas volledig  werd afgebroken en onteigend voor de nieuwe autosnelweg Knokke-Antwerpen.
Een zoveelste offer gevraagd aan de landbouw ten bate van het toerisme naar de kust en het zoveelste bewijs van de soms onzinnige en geldverkwistende politiek waarbij geen enkele moeite wordt gedaan om door een kleine wijziging van de loop van de autosnelweg, bedrijven van de ondergang te vrijwaren.
Marcel Focke heeft zeven broers en één zuster en hij groeide op vol belangstelling voor de landbouw, de natuur en de medemens. 
Samen met de eerbied voor de christelijke waarden van zijn voorouders werd hem Vlaams bewustzijn en zin voor vrijheid en recht bijgebracht.
Na zijn studies en legerdienst als ruiter bij de transporttroepen trad hij op 31 april 1931 te Sijsele in het huwelijk met Alice Verstringe, dochter van de alom bekende hofstede "Spermalie". Het jonge paar vestigde zich aanvankelijk voor een pacht van 9 jaar als landbouwers te Sint-Margriet maar vanaf 12 februari 1940 - in het putje van de winter en juist vóór het uitbreken van de tweede wereldoorlog - kwamen zij boeren langs de Pypeweg op de prachtige hofstede van Jules Lootens, vader van de paters Germain en Gaston Lootens en van Georges en Omer.
Marcel Focke zou er blijven wonen en boeren tot in 1968 toen hij door Omer Lootens werd opgezegd, omdat hij opnieuw zelf zijn hofstede zou komen beboeren, tot hij ze vrij zou kunnen verkopen aan de Nederlandse bloembollenkweker A. Rijssenbeek

 

Marcel Focke was midden in de winter 1940 zonder zijn gezin aangekomen omdat zijn vrouw toen zwanger was van Germain en er in de uiterst barre weersomstandigheden niet kon worden verhuisd. Zo kwam het dat velen aanvankelijk ten onrechte dachten dat hij de nieuwe knecht was van Jules Lootens.
Het landbouwleven was toen nog erg traditioneel. Iedere boer teelde omzeggens toen alle gewassen zoals tarwe, rogge, gerst, haver, aardappelen, bieten en rapen en kweekte naast runderen, varkens en kippen alles wat vroeger als normaal bij een hofstede werd geacht.
De dag van vandaag zijn onze landbouwbedrijven te Sint-Kruis bijna allemaal gespecialiseerde melkveebedrijven geworden met een totaal andere struktuur dan vroeger en éénzijdig georiênteerd.
Marcel Focke deed het werk op zijn bedrijf met 3 paarden, een dagloner, een paardenknecht en een kindermeid. Het waren lange dagen van hard werken en de hulp van de 4 zonen werd later op prijs gesteld tot deze elk op hun beurt hun eigen leven gingen inrichten.
De oorlog die aanvankelijk weinig verandering had gebracht in het dagelijkse leven van onze landbouwers, begon evenwel moeilijkheden te berokkenen wanneer de paarden door de Duitse bezetters werden opgevorderd, wat in feite betekende dat het werk op de hofstede - waar tractoren toen nog onbekend waren niet meer kon worden gedaan.

Ten einde enigszins te ontsnappen aan de maatregelen van de Duitse bezetter, verborg men in het bosje van Damme dat toen behoorde aan de gewezen Damse burgemeester Braet de jonge paarden.
De goede trek- en werkpaarden werden evenwel allemaal door de Duitsers afgenomen en kwamen nooit meer terug.
Na de oorlog was er dan ook een grote schaarste aan goede trekpaarden en er moest minstens 50.000 fr. worden betaald voor een werkpaard wat in die tijd werkelijk een klein fortuin was.
Op het einde van de oorlog werden grote palen in de weiden geslagen om de geallieerde vliegtuigen het landen te beletten. Dit was een grote hinder voor de boeren maar betekende in feite nog niets in vergelijking met de grote schade geleden door de overstromingen van den Broek in 1944. Door deze grote watersnood werd de bevoorrading van de dieren een echt probleem: de boeren maakten grote vlotten van de in de weide geslagen palen en trokken zo naar hun velden om bijv. bieten te trekken.
Dit kwam in de praktijk erop neer dat men de bieten minstens een halve meter diep uit het water moest trekken. De aardappeloogst ging volledig verloren en ook het meeste graan verging in het water.
De Moerkerksesteenweg was de natuurlijke dam tegen het water maar de landbouwers hadden een tweede dam opgericht waar een tijd lang het meeste water kon worden tegengehouden.
Toch was het onvermijdelijk dat den Broek praktisch volledig overstroomde. Van februari tot Kerstmis 1944 verleende Marcel Focke en zijn gezin gastvrijheid aan een landbouwersgezin uit Ramskapelle dat daar wegens watersnood was gevlucht.

 

In dit nummer drukken wij een foto af van deze watersnood en zien wij o.m. Marcel Focke met vrouw en 4 kinderen met een melkketel in het midden van een boot, naar het dorp varen.
Het bedrijf van Marcel Focke was steeds een melkveebedrijf en tot in 1968 werd dagelijks de verse melk naar het Sint-Jans-hospitaal te Brugge gevoerd.
Van voor de oorlog beschikte zijn bedrijf over een elektrische melkinstallatie, toen enig in de streek.
Vermeld moet worden dat de familie Musschoot met wie de familie Focke tot op vandaag erg bevriend is gebleven, steeds tot de beste vrienden hebben behoord en wanneer het werk te veel of te druk werd, kon steeds van die kant hulp worden verwacht.
Begin 1953 werd een eerste tractor aangekocht. De moderne opvattingen en de noodzakelijke rationalisatie in de bedrijven maakte dit onafwendbaar. Daar waar met 3 paarden en hard werken een half gemet per dag kon worden geploegd, kon men nu tot 15 gemeten per dag afwerken.
Een gemet is ongeveer 44 aren of 300 roeden.
Terloops weze opgemerkt dat op het bedrijf van zoon Etienne Focke thans 65 melkkoeien per dag worden gemolken in 1.15 uur, een prestatie die tot de verbeelding spreekt van hen die de tijd nog hebben gekend dat met de hand 4 koeien per uur konden worden gemolken.

Gedurende de 25 jaren na de tweede wereldoorlog waren er in Sint-Kruis 3 landbouwers die op het voorplan traden en zich als de vertegenwoordigers van deze groep aamneldden: Camiel Defreyne toen voorzitter van de Boerengilde van Sint-Kruis, Louis Mortier toen voorzitter van de belangrijke Veebond en Marcel Focke.
Alle drie werden gemeenteraadslid te Sint-Kruis, zij het dat zij alle 3 steeds op afzonderlijke lijsten opkwamen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen.
Tijdens de landbouwbijeenkomsten werkte men elkaar niet uitdrukkelijk tegen maar op het politieke vlak werd omzeggens altijd een meningsverschil vastgesteld, waarschijnlijk om prestige-redenen.
Het is evenwel niet mijn bedoeling over deze toestanden uit te wijden. Enkel wil ik met vreugde onderstrepen dat de hen opvolgende landbouwgeneratie te Sint-Kruis wel solidair is met elkaar en als vrienden samenwerken.
Marcel Focke heeft zich jarenlang ingezet voor de verharding van de landbouwwegen te Sint-Kruis en vooral voor de Broekweg, tegen het invoeren van de verhaalsbelasting langs de Pijpeweg en om een goede afwatering te bekomen van de Maleleie.
Het was op vraag van Joseph Danneels en André Verhegghe dat Marcel Focke zich politiek heeft geëngageerd: het was voor hem een moeilijke en lastige tijd en zijn goede bedoelingen werden niet steeds naar waarde geschat.
Hij vond evenwel veel vreugde in het feit dat hij op het einde van zijn politieke loopbaan erkenning vond door aangeduid te worden als lid van het O.C.M.W. van de stad Brugge.
Dit belangrijk mandaat gaf hem de gelegenheid persoonlijk mede te werken aan de uitbouw van voorzieningen voor bejaarden en hulpbehoevenden. Zo kwam het ook dat zijn naam vereeuwigd werd in de gedenksteen der inwijding van het nieuw Sint-Jans-hospitaa1 te Brugge.

 

Marcel Focke heeft gedurende zijn ganse leven blijk gegeven van uitzonderlijk dynamisme en met hardnekkigheid, wilskracht en werkkIacht zich ingezet waar hij het als zijn plicht aanzag op te treden.
In vele gevallen sprak hij voor de onmondigen en werkte voor hen die nergens tijd schenen voor te hebben. Wanneer hij een probleem had ontdekt waardoor medemensen onrecht of nadeel werd aangedaan, kende hij ondanks zijn vele werk op zijn landbouwbedrijf - geen rust meer tot hij een oplossing of een billijke regeling had weten te bereiken.
Geen moeite of inspanning was hem dan ook te veel en tot bij de hoogste gezagdragers ging hij aankloppen om recht te vragen en meestal vond hij er gehoor omdat zij hem kenden en wisten dat zijn optreden gedragen werd door een eerlijke inzet en idealisme.
Bij wijze van boutade werd onder vrienden soms verteld dat Marcel Focke zich nooit kwaad maakte maar af en toe eens luid sprak.
Nu is Marcel Focke een gelukkig man en familievader: hij weet zijn 4 zonen gelukkig in hun eigen weg.
Zijn oudste zoon Charles leidt een kantoor van de Raiffeissenkas, Gaston heeft samen met Maria Kerkaert een bloeiende handelszaak opgebouwd, Etienne en Cecile zijn de opvolgers in het landbouwbedrijf en Gerrnain en Rosane leiden met succes hun goedbefaamde garage.
Dit mooie gezin opvoeden samen met zijn echtgenote en ieder kind een gelukkige bestemming verschaffen, was ongetwijfeld de schoonste levensopdracht van Marcel Focke.
Thans kent hij de inwendige rust van iemand die weet dat hij steeds een rechtvaardige strijd heeft gestreden. Harde klappen heeft hij weten op te vangen in het leven en steeds is hij moedig herbegonnen.
Als afgevaardigde beheerder van de S.V. Vereniging van Zelfstandigen en Burgerij 't Schuttershof is hij nog verbonden met het dorpsleven zoals hij tot voor kort voorzitter was van de Kring der rustendende zelfstandigen C.R.M. te Sint-Kruis.
Marcel Focke heeft nu de grote overwinning op zichzelf behaald en is gelukkig dat diegenen met wie hij soms vroeger strijd heeft geleverd of met wie hij erg van mening verschilde, nu zijn speelkameraden zijn geworden bij het kaartspel.
De oude wonden zijn geheeld en tegenover niets of niemand is enige bitterheid overgebleven.
Wat voor de grote fusie met Brugge te Sint-Kruis op ruzie leek is nu herleid tot een gekibbel onder vrienden, die gelukkig leefden in een prachtig dorp dat toen in feite geen echte politieke tegenstellingen kende en waar iedereen, als het erop aankwam, alles deed voor de andere. Wij leven nu in een andere tijd en in een andere realiteit.
Dit is niet steeds hoopvol en velen denken met heimwee terug aan die mooie tijd van vroeger, toen de Maleleie soms wel eens buiten haar oevers trad en de Broekweg in putten en bulten lag maar toch leidde hij steeds naar een prachtige zonsondergang, zoals die alleen in die Damse vlakte zo enig mooi kan zijn.

Mr. Johan Wetys
3.9.1983

Marcel Focke overleed op 19.09.1987