Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Fernand Etienne


Fernand Etienne,
letterkundige
rustend leraar
°Brugge 24 maart 1921
Polderhoeklaan, 23b
8310 Brugge - Sint-Kruis

"Eens heb ik naar een lied geluisterd
dat mij tot eerbied dwong,
ik heb het vragend toegefluisterd 
wat mij zo dierbaar zong,
en dierbaar bleef het in mij zingen
dit klein eenvoudig lied...

ik luisterd'in herinneringen
van vreugden, van verdriet,
en stil zoals het was gekomen,
zo mild zich had ontplooid,
zo bleef het, blijft het in mij dromen 
dit lied, het eindigt nooit".

Met ontroering in de stem leest Fernand Etienne mij dit gevoelig gedicht voor, dat als inleiding werd geschreven in het bundeltje levendige herinneringen die hij schreef onder de titel "Bemin en zing een lied", als piëteitsvol aandenken aan zijn moeder. De dichter en declamator, de zanger en toneelspeler, de taalkunstenaar en de verteller, de filosoof en de levensgenieter, de leraar en opvoeder, de causeur, de eenvoudige Bruggeling in hart en nieren, Fernand Etienne heeft U bij een echte ontmoeting onmiddellijk in zijn ban, en dan kunt U slechts luisteren en luisteren en stil worden en bij U zelf zeggen
"Wat een man is dat!"
Het is mij dan ook niet mogelijk hem in deze korte bijdrage volledig voor U uit te tekenen, zoals het voor mij evenmin mogelijk is al zijn aktiviteiten en werken op te noemen en toe te lichten. Ik zal mij dan ook beperken tot enkele aspekten die naar mijn bescheiden mening typisch kunnen genoemd worden.


Fernand Etienne woont nu in februari dertig jaar te Sint-Kruis in zijn gezellige villa langs de Polderhoeklaan, op enkele stappen van het prachtige polderlandschap van Den Broek, de enig mooie streek tussen Brugge en Damme met zijn wijdse en prachtige landschappen, zijn hofsteden, uitgestrekte weilanden en zijn vriendelijke mensen.
"Daar te wandelen is mijn heerlijkste ontspanning" zegt Fernand Etienne hierin beamend bijgesprongen door zijn echtgenote die zijn onafscheidelijke gezellin is op al zijn tochten doorheen de natuur.
Fernand Etienne werd te Brugge geboren op 24 maart 1921 in het huis Witte Leertouwerstraat nr. 7, als enig kind van Jean Etienne en Maria Persyn. Als kleuter liep hij school bij zuster Marie-Hélène aan het Instituut der Zusters Maricolen.
Eén jaartje verbleef hij te Luik, bij een tante, tijdens de zware ziekte van zijn vader, waar hij zijn eerste Frans hoorde in het schooltje van "mademoiselle Coquelet".
Zijn lagere school volgde hij bij de Broeders Xaverianen en oude humaniora studeerde hij aan het bisschoppelijk St-Lodewijkscollege.
Daar kreeg hij als lid van het kathedraalkoor van kanunnik Paul François zijn eerste muzikale vorming en ook uit die periode dateert zijn eerste kennismaking met het toneel in de grote zaal van het college, in champagnekleur, met het schild van de bisschop langs de muur en bovenaan het toneel de spreuk "Ora et Labora" wat goed uitdrukking gaf aan de geest die toen de colleges kenmerkte.
Na zijn hoger middelbaar onderwijs, Latijns-Griekse humaniora, studeerde hij twee jaar filosofie aan het toenmalig Klein Seminarie te Roeselare.
Daarna trok hij naar de universiteit te Gent voor de eerste kandidatuur natuurkunde-geneeskunde, want het was zijn droom tandarts te worden. Misschien was dit een stil gevolg van het feit dat zijn vader vroeger tandtechnicus was bij Bourgignon langs de Spinolarei te Brugge.
De Duitse bezetter doorbrak evenwel deze jeugddroom want Fernand Etienne moest een einde stellen aan zijn universitaire studies om verplichte arbeidsdienst te gaan verrichten in het Brugse bedrijf "La Brugeoise et Nivelles".Lang kon hij het daar echter niet volhouden.
Hij werd zwaar ziek en na een lange herstelperiode werd hij tewerkgesteld' in de Dienst der Ravitaillering langs de Dyver te Brugge. Nadien aanvaardde hij een betrekking bij de firma Grosfeld te Antwerpen in een tandheelkundig laboratorium. Voor niet lang echter, want Fernand die steeds zijn grote belangstelling had blijven behouden voor de moderne talen en de literatuur werd plots en onverwacht gevraagd door de toenmalige principaal van het St-Leo College te Brugge, E.H. Remmerie, om, om vanaf 18 april 1945 "ad interim" leraar te worden Nederlands-Engels-Duits.

 


Met de onderbreking van zijn legerdienst zou hij evenwel deze opdracht met succes blijven vervullen tot 31.8.1957, toen in uitvoering van de wet Collart het hem onmogelijk werd gemaakt verder les te geven in de humaniora.Deze maatregel kwam niet alleen voor het college en de leerlingen maar vooral voor Femand Etienne en zijn gezin bijzonder zwaar aan. Inderdaad was aan een betrekking die vast scheen plots een einde gekomen. Maar hij is een man met groot vertrouwen in de Goddelijke voorzienigheid en met de wilskracht en het doorzettingsvermogen van iemand die "If..:' van Kipling heeft gelezen.
Hij heeft hij nieuwe mogelijkheden aangeboord en "zijn ladder werd een appelboom !"
Hij gaf een tijdlang oefeningen Latijn en Grieks aan het St-Lodewijkscollege, volgens de visie van Rudolf Steiner, stelde "Handboeken voor het Secundair Onderwijs" samen in samenwerking met Paul Vanderschaeghe (zie september nummer 1986), schreef monografieën in de Reeks "Ontmoetingen" uitgegeven door Desclée de Brouwer o.m. "GB.Shaw" "T.S. Eliot" "R. Tagore" naast tal van gedichten, jeugdtoneel enz.
Op 5 oktober 1959 werd hij leraar Engels aan het V.T.I te Brugge en dit zou hij blijven tot 31.8.1960.
Op 1 september 1966 werd hij lesgever Moderne Talen aan het St-Jozefsinstituut Handelsafdelingen Hoger Secundair Onderwijs te Brugge en bleef er tot 1 april 1981.
Hij schreef er ook het feestalbum "Vreugdegroet 1830-1980" n.a.v. het 150 jarig bestaan van het Instituut en lanceerde de idee voor de tentoonstelling "St-Jozef te Brugge" gehouden in het voorjaar 1981, waarvan de gelijknamige catalogus een blijvend dokument werd.
De man die er van gedroomd had tandarts te worden werd zo een succesvol leraar.
"Ik heb steeds met grote voldoening les gegeven" verklaart hij.
Als leraar zou hij inderdaad steeds het beste van zichzelf geven en vele jongens en meisjes denken vandaag met veel dankbaarheid aan hem terug omdat hij voor hen de wereld van de kunst en meer bepaald de wereld van de literatuur en het toneel heeft geopend.
Vermeld moet ook worden dat tijdens zijn legerdienst in Noord-Ierland en Duitsland hij de kans heeft aangegrepen om deze talen perfect te studeren en zelfs in die mate dat hij toen verzen schreef in het Duits en het Engels.
In 1951 reeds was hij lid geworden van de Commissie Engels-Duits van het Nationaal Verbond van het Katholiek Middelbaar Onderwijs en hij bleef in die commissie aktief tot in 1981.
Femand Etienne was een eigentijdse leraar die tussen zijn studenten stond en hen met zijn fijnbesnaard gevoel de eeuwige schoonheid leerde ontdekken van de kunst.

 



Hij had een zeer persoonlijke, eigen stijl ontwikkeld in het les geven, die de leerlingen er toe dwong aandachtig te zijn en aktief mee te werken.
Als leraar was hij zich ook steeds ten volle bewust van de grote invloed die een leraar had op de vorming en opvoeding van jonge mannen en vrouwen tot volwassenen.
Geen enkele inspanning was hem te veel om tot een goed resultaat te komen en met een nooit aflatend idealisme ging zijn aandacht naar de vorming van de gehele mens.
Omdat Femand Etienne werkelijk een pionier was op het vlak van de expressie in het onderwijs werd hij in 1968 wetenschappelijk ambtenaar aan de Katholieke Universiteit te Leuven, afdeling Toegepaste Linguïstiek en hij werd te Leuven de oprichter en de medewerker van de "Werkgroepen voor Taalonderwijs".
Onder zijn impuls ontstaan de ''Werkmappen voor Taalonderwijs".
In die periode bezoekt hij als voorbereiding op het werk "Bibliography on the language Laboratory" en een cyclus "Expressiedramatische vorming" meer dan 22 centra in het buitenland waaronder Parijs, Aix-en-Provence, Neuchätel, Zürich, Genève, Basel, München, Marburg. Klagenfurt, Nijmegen, Monza, Bussem.
Het was evenwel vooral zijn ontmoeting te Salzburg met Carl Orff en het Carl Orff Instituut die een blijvende invloed op hem zullen hebben op het vlak van de pedagogische praktijk en denken. Van 1975 tot 1981 leidde Femand Etienne aan de Universitaire Instellingen Antwerpen de oefeningen "Communicatie- en overdrachtstechnieken" voor het Departement Kritiek en Didaktiek en hij stelt er de werkmappen samen. Femand Etienne beklemtoont, zoals Carl Orff, de fundamentele plaats van de taal in onverbrekelijke samenhang met de aspekten klank, bewegen en adem.
Hij spreekt van levend onderwijs die een "totaliteitstaal" gebruikt.
"Dat is beweging, ritme, beeld, gelaats-en lichaamsexpressie, kleur, kijken. voelen".
"Ik kan mijn stem niet gebruiken als ik mijn lichaam niet laat meespreken.
Dat gaat niet" zegt Femand Etienne, die dan verder gaat en zegt: "De natuur bewijst dit.
Ik moet de vogels horen fluiten, maar op een zeker ogenblik moet ik een vogel ook kunnen zien fluiten".


Zo trok hij zoals een moderne Plato al wandelend met zijn leerlingen naar de vrije natuur en midden een weide of een veld kon hij dan evoceren "0, 't Sta mij zo geren te midden in't veld en schouwe in de diepten des hemels".
De leerlingen werden dan heel stil en hingen als het ware aan zijn lippen en volgden iedere beweging van hun leraar die uitbeeldde en beleefde wat hij hen voor zegde.
De expressie in het onderwijs in al zijn aspekten zal volgens mijn mening de grote blijvende verdienste zijn van Femand Etienne die op dat vlak een baanbreker is geweest.
Op 31 juli 1953 was Fernand Etienne intussen in het huwelijk getreden met Juliette De Corte die hij als lid van het koor Cantores onder leiding van Aimé Dehaene had leren kennen en waarderen.
Zij is de vrouw met wie hij alle lief en leed heeft gedeeld en die tot op vandaag zijn grote liefde is gebleven.
Uit hun huwelijk werd een dochter Marie-Christine geboren die thans reeds gehuwd is en te Beersel woont.
Maar Femand Etienne leeft niet alleen voor de literatuur en de vertelkunst. Hij is ook iemand die het zingen werkelijk in het bloed zit.
Thuis zingt hij spontaan zijn gevoelens uit maar ook in groep blijft hij vandaag nog zingen als lid van het Scola Gregoriana onder de deskundige leiding van Roger Deruwe onze talentvolle Brugse musicus en dirigent.
Veel aandacht heeft Fernand Etienne ook geschonken aan het toneel. Waarschijnlijk omdat deze kunstvorm zo dicht bij zijn expressievermogen ligt en voor hem een noodzakelijke uitlaatklep betekent voor wat in het diepste van hemzelf leeft en hij aan anderen wil mededelen.
Ook heeft hij steeds de binding met het gewone Brugse volk bewaard.
Denk maar aan zijn optreden op 7 september 1985 in de "Brugsche Roep" in het Museum voor Volkskunde.
Van in zijn soldatentijd heeft hij trouwens reeds toneel geschreven. "Het Nieuwsbericht" (1945) "Kriekske" (1945) "Nu syt wellecome" (1948) ''Het Hemelhofken" (1950) "Suikergoed" (1952) en nog zo vele andere werkjes.
Maar ook in Sint-Kruis zelf heeft hij zich verdienstelijk gemaakt.
In december 1960 werd zijn kerstevocatie uitgevoerd in december in de kerk der H. Kruisverheffing "Kerstmis is ons geboren".
Met de kinderen van het H. Hartinstituut speelde hij "Micha" en ook aan de door E.H. Robert Verduyn georganiseerde "Kerstmis zonder grenzen" verleende hij zijn medewerking.
Op 16 mei 1962 was hij op voorstel van Michel Stevens voorzitter geworden van het toneelgezelschap "Reynaert" en voor dit gezelschap betekende zijn voorzitterschap werkelijk een nieuwe start en een promotie.
Hij zou dit voorzitterschap blijven waarnemen tot 15.12.1970 toen hij op zijn verzoek werd opgevolgd door wijlen Antoon D'Hondt.
Verder hield Femand Etienne nog ontelbare vertelavonden en voordrachten zoals Karel de Wolf en zijn "Brugsch Volk" of "De gebroeders Michiel en Joe English" "Creatief lesgeven en Brugse Humor".
Op 3 oktober 1986 nog realiseerde hij in de QL.V. kerk te Damme "Ten Beelde Ons Heren" een Jacob van Maerlant-evocatie.
Fernand Etienne blijft verder aktief.
Wel hebben de jaren er toe geleid dat hij stilaan het kaf van het koren is gaan scheiden en hij in principe alleen nog zijn kennis en energie ter beschikking wil stellen wanneer er enige kans bestaat dat het de medemens kan verheffen of kan bijdragen tot de volksontwikkeling.
Wij wensen Fernand Etienne nog vele mooie wandelingen toe, samen met zijn echtgenote doorheen Sint-Kruis en danken hem voor al het mooie en het goede dat onze gemeenschap reeds van hem heeft mogen ontvangen.

Sint-Kruis 30 november 1986
Johan Weyts