Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Defreyne Robert




"Blaue Zaele" te Sint-Kruis
Landbouwer op ruste.

Een van de echte vreugden in het leven is de ontmoeting van mensen die, hoewel ze een respectabele leeftijd hebben bereikt niet alleen jong voorkomen maar even jong denken en reageren. Een perfect portret van Robert Defreyne en zijn even opgewekte levensgezellin, Irene Martens. Fysiek lijkt Robert sterk op het Nederlandse theatermonument John Kraaijkamp in zijn behaardejaren. Zelfs zijn vrolijk karakter trekt de gelijkenis door.

"Ik werd geboren op deze hoeve, op d' hoogkamer (de voute) op 16 augustus 1923." Irene zag het licht in Damme op 29 maart 1926. Ze wijzen naar een schilderij op doek van de hoeve aan de wand van de eetkamer. Een werk van kunstschilder Leegenhoek 1941. De echte middeleeuwse bouwstijl. Een tempeliershoeve. Er hangen nog méér kleurrijke landschappen in de gezellige zitkamer en ons aller schilder-kunstenaar Walter Jonckheere is er met drie doeken aanwezig.

 

 In haar boek Sint-Kruis Oud en Nieuw, schrijft Magda Cafmeyer: "Te Sint-Kruis waren twee nederzettingen van dezelfde naam. Om verwarring te vermijden krijgt het Blauw huis bij de Damse vaart een ander toenaam" 'tBlau huys ofte Blaue Saele"... Het vervallen hoog huis met trappen op en grote kelder is vermoedelijk een herinnering aan het oude Blauwe zaal-gebouw... In de vijftiende eeuw had deze oude nederzetting nog haar "duvecot". Johannes Baptiste De Backer was pachter ... als hetzuidervaartjegegraven werd. Landbouwer De Freyne heeft als pachter de familie De Backer opgevolgd, onlangs heeft hij het hof gekocht.." enz. "Op deze veertig hectaren met meiden en knechten groeide ik op", zegt Robert. "We hadden twaalf koeien en vier paarden, zeugen en een vijfhonderdtal kippen. We kochten onze kuikentjes bij schoolmeester Lams in Wingene. Ze werden dan later blauw of rood geringd overeenkomstig hun leeftijd. Met boter en eieren werden ze dan, vooral de zaterdag, in Brugge verkocht aan meestal vaste klanten. Behalve de werkpaarden hadden we ook een loper voor de "sieze" (sjees=Fr.chaise, een hoog tweewielig rijtuig op veren en met een kap). Er waren drie verschillende "siezen" naargelang hun bestemming: een traamkarre voor de boodschappen, een voor vervoer en een voor de zondag, "het flieget". Ik mocht daar natuurlijk aan meedoen, zoals aan al het andere: patatten rooien en rapen, dorsen met twee machines, paarden mennen, de blakers van de lantarens blinkend houden". Méér dan de lagere school stond dan voor u niet open?

Robert: "Toch. Ik geraakte in het Klein Seminarie in Roeselare en zelfs één dag staken ze mij bij de "geiten". Dat waren die van de humaniora. Twee jaar zat ik op de landbouwschool ernaast."


Als we voorzichtig trachten uit te maken hoe deze boerenzoon Irene aan de haak heeft geslagen, wordt een beeld geschilderd van de Damse en Sint-Kruise bevolking die een bijzonder actieve wereld op zichzelf vormt. Die mensen hadden de rest van de provincie niet nodig om hun bestaan, hun betrekkingen, zelfs hun huwelijken te organiseren. Iemand die niet tot de streek behoort, geraakt niet makkelijk wijs uit dat Breugeliaanse landelijk gewemel. Het is voelbaar hoe hier, eeuwen al, door de bewoners een stuk geschiedenis wordt beleefd waarover weinig is geweten. Want babbelaars zijn ze hier niet. Ze vinden het schilderachtige van die samenleving gewoon normaal omdat ze er de acteurs van waren. "Heel Damme en Sint-Kruis was familie", besluit Irene.


Om ze dan toch tot concrete gebeurtenissen te dwingen, leiden we het gesprek op de oorlog. Hoe zag het er dan uit?

"De Duitsers hadden Damme onder water gezet, zeewater dan nog wel. De beesten uit Vive-Kapelle, Moerkerke en Damme werden naar hier overgebracht. We gingen naar de kerk met een bootje. De hofsteden van Irenes ouders en de Blauwe Zaal paalden aan elkaar. De families kwamen samen". Zegt Irene: "Nonkel paster heeft ons dan getrouwd in 1952 in Damme." Nonkel paster was de broer van Irenes vader en haar peter. Daar,komen prachtige foto's bij te pas. Een stoet van bruidsparen in het wit, kozijns en nichten. Misschien wel de meest glansrijke huwelijksceremonie sedert die van Karel de Stoute en Margareta van York op 3juli 1468. Bij het verlaten van de kerk stappen de gehuwden onder een gewelf van schuingehouden handbogen. "We waren met honderd en vijf aan tafel. Daarna zijn we naar Lourdes geweest op huwelijksreis." Als om zich te verontschuldigen voor zoveel glorie, zegt Robert:"Ik had in vijf en veertig tien maanden legerdienst geklopt in het Walenland". We krijgen foto's te zien van de verliefde militair die Irene het hof maakt. Dan weer, een wilde ruiter, die met zijn paard over de sloten vliegt, zich op de rug van zijn paard rechthoudt, ook eens op twee paarderuggen in eens. "En zonder zadel gaat het best", zegt Robert. Dat was dan uw jeugdsport? Robert:"Ja, paardrijden en boogschieten". Over de jeugdsport van de liefde geeft hij alleen een brede glimlach prijs. "Die paardesport ontwikkelde zich geleidelijk tot een samenkomst van landbouwerszonen met acht tot tien paarden. Elke maand maakten we een rit naar "buiten", De Haan, het Zoute. We voerden onze paarden naar Kruishoutem voor de wijding. Een duidelijke organisatie van paardesport zat er nog niet in. Er kwamen vrienden bij, mouterij Huys aan de Dampoort, brouwerij Wante, advocaat Willems, notaris Van den Bussche."



Ontroerend hoe Robert bij zijn uitleg de hand van Irene vastpakt als hij nauwkeurig data of namen van doen heeft. Twee mensen die het gewoon zijn samen te denken. Hij geeft er zich geen rekenschap van dat hij het doet maar je kunt er niet naast kijken. "We schoten op de staande en de liggende pers. De staande, Sint Sebastiaan, waar nu het winkelcentrum zich bevindt, verhuisde achter het Schuttershof. De liggende, in d'Hoope, Moerkerksesteenweg nu de Unic. In het bestuur ben ik stadhouder en hofmeester voor het leven." En de opvolgers? "Vier kinderen. Stefaan, nu 37, heeft dertien jaar geleden het hof overgenomen. Linda woont in Sijsele, het laurierenbedrijf Van Hollebeke. Christine, orthopedie De Prêtre en Veronique, het Apertje. " En de ontwikkeling van het bedrijf? "Die samenkomsten van paardenliefhebbers zijn uitgegroeid tot de club Sint Hubertus. We namen deel aan jumpings, vooral in Vlaanderen. Stefaan werd kampioen van België jumping bij het leger in 1977. Nu wordt het meer cross. Het gaat meer om paardenliefhebberij, een privé-club waarin de leden eigenaar zijn van hun paard dat wij voor hen verzorgen. We hebben zeven lesgevers en Stefaan heeft een overdekte manege gebouwd. De grondvesten voor een tweede liggen al klaar. Daarbij bebouwt hij ook veertig hectaren akkerland: maïs, tarwe, bieten". Het sociaal leven dan?

"We ontmoeten veel mensen. Vader was ondervoorzitter van de muziekvereniging en hij zat vijfentwintig jaar in de gemeenteraad. Ikzelf breng ook nog wat van mijn tijd door in het clubhuis, als dapper kaartspeler: manillen en bieden. De Brugse stoeten worden hier voorbereid, de Heilig-Bloedprocessie bijvoorbeeld. De politie van Brugge ontleende hier haar paarden."

En mevrouw Irene?

"De keuken en het huis, is dat al geen dagtaak op zichzelf?" Een vraag die een duidelijk antwoord vormt voor wie met kennis van zaken spreekt. "Ik hou van klassieke muziek. Televisie wordt er hier niet veel gekeken. We zijn geen thuisblijvers. We reizen en wandelen veel in het natuurschoon van de eigen streek. Regelmatig eens naar Frankrijk, Duitsland, de Canarische Eilanden zelfs, de Kastelen van de Loire."

Wat is er u daarvan het dierbaarst bijgebleven?

"Wenen, de stad, de musea, de opera, het landschap, de landbouwondernemingen binnen de stad. Onvergetelijk."

We tasten naar een eindformule. Wat vraag je aan mensen met een rijk verleden? Irene antwoordt zonder dat de vraag gesteld werd. Vrouwelijke intuïtie? "Er zijn mensen die nooit tijd hebben voor anderen. Ze slaven tot het einde van hun leven. Als iemand op bezoek komt, geraakt hij niet verder dan het deuregat. Hebben ze dan geleefd? Wij hebben geleerd tijd te maken om te doen wat we gaarne doen." Omdat hij inderdaad tijd heeft gemaakt, leidt Robert me rond op het erf. Hier opent zich een stad bewoond door paarden, een droomgezicht voor een sprookjesfilm, waren daar niet al die echte paarden die je aankijken, je bewegingen volgen, koppen boven de halve deuren van de boxen, sierlijk gestap van naar hun plaats geleide dieren, een groepje nog niet getrainde veulens, sommige liggend, samen op het stro, wandelpaarden die in de avond weerkeren naar de stal, een groepje van drie, papa en mama aan weerszijden van een wit schimmeltje bereden door een fier ventje van een jaar of acht. Verlangen om weer jong te zijn. Heimwee om te herbeginnen in dit nu zo rijke leven. Wij die in onze harde jeugd alleen konden "dromen" van een paardje. De zaal met de zadels. Alles netjes geschikt. Overal is ze voelbaar die ongedwongen, zelf aanvaarde discipline die ervoor zorgt dat alles op zijn tijd en zijn plaats wordt uitgevoerd. Een vijftienjarige kleinzoon leidt een jonge merrie tot voor grootvader Robert. Ze spreken in paardetermen. Grootvader tast, kneedt aan de balg. "Ze zit met een veulen. Ja, ik ben ook een beetje dokter." Kleinzoon krijgt zijn instructies. Alles loopt gesmeerd. Hij leidt zijn merrie weg. Weer zo vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend mooi en schilderachtig voor wie het nog ziet. Ik speur naar de geur van paardehuiden die zo doordringend is bij de koetsiers in Brugge. Zodat, als je daar een paard gestreeld hebt, je vrouw thuis vraagt waar je weer met je handen gezeten hebt. Hier is daarvan niets te bespeuren. Eigenaardig. Staan ze dan elke avond onder de douche?

Dat groot aantal paarden werkt betoverend. Inderdaad, een stad op zichzelf. Een stad van paarden. Weer komt de figuur van onze Karel de Stoute zich opdringen. Wat een geweldig tafereel toen hij met vijfhonderd paarden, bereden door edele dames en heren en krijgsvolk door de Langestraat trok. De vijfduizend bereden paarden toen hij in 1473 in Trier de Duitse keizer Frederik III ontmoette. En zijn legerkamp waar hij met zijn soldaten samenleefde en de nachten doorbracht altijd midden honderden paarden. Zoals Stefaan dat nu doet, hier op de Blauwhuis-tempeliershoeve in Sint-Kruis.

Gerard Soete

NB Robert overleed op 08.05.2004