Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Debree Urbanus


Geboren te St-Kruis 16.03.1916
rustend onderwijzer
Moerkerksesteenweg 265,
Sint-Kruis

Het is een mooie meidagmorgen wanneer ik ga aanbellen bij Urbanus Debree en zijn echtgenote onthaalt mij vriendelijk en gastvrij in de gezellige woning die uitgeeft op een prachtige tuin vol bloemen en planten.
Alles in de woning is uiterst verzorgd en wijst op de goede smaak van zijn bewoners.
Urbanus Debree is een bewogen figuur: hoofs en eenvoudig in de omgang, beginselvast en toch vol begrip voor zijn medemensen, gelouterd door het diepe leed dat hij steeds in de stilte van zijn hart heeft gedragen na het verlies van zijn kinderen, getormenteerd en hard in zijn oordeel wanneer hij onrechtvaardigheid aanklaagt of zijn afschuw uitspreekt over het systhematisch jeugdbederf dat vandaag wordt vastgesteld in film, televisie en literatuur.
"Wij moeten de jeugd niets verwijten" zegt hij "het is haar schuld niet dat de volwassenen haar niet beter tot voorbeeld hebben gediend."
Urbanus Debree werd geboren in het gezin van René Debree, die als timmerman was tewerkgesteld bij de toenmalig bekende aannemer Vanrobaeys, en van Palmire Aernout, beiden echte Sint-Kruisenaars van geboorte en die hun kinderen de liefde voor hun gemeente en zijn mensen hebben meegegeven samen met de traditionele waarden die hoog in ere werden gehouden.
Het gezin telde zes kinderen: Jozef, Urbanus, Pierre (+), Rachel, Georges en Pierre en allen werden in de ouderlijke woning geboren waar thans Georges en Pierre met zijn gezin nog steeds woonachtig zijn langs de Moerkerksesteenweg nr. 349 waar zij tot vóór kort hun bekende radio- en televisiezaak hebben uitgebaat. Sint-Kruis was toen nog een schone en stille buitengemeente waarin de mensen elkaar kenden en waarin het ritme traag verliep volgens de slagen van de kerktoren, tram zes of de stoomtram naar Aardenburg.
Urbanus Debree volgde de lagere school aan de jongensschool die toen nog aan de Doomhut was gevestigd en waar Herman Jansseune toen hoofdonderwijzer was.
Teneinde de vierde graad er in stand te kunnen houden liet laatstgenoemde toe dat de knapste leerlingen regelmatig een jaar oversloegen.
Zo deed Urbanus nooit het vierde noch het zevende studiejaar en behaalde hij op twaalfjarige leeftijd in het achtste studiejaar het diploma van de vierde graad.

Het was een goede school en de leerlingen die verder gingen studeren konden dit zonder problemen doen. Het was voor de jonge knaap een hemel op aarde om met broers en vrienden te kunnen stoeien en spelen in het prachtige St-Kruis waar vooral het uitgestrekte oefenplein van het leger en de bossen van Malingrau als speeldomeinen werden uitverkozen. Alle geheimen van de natuur werden ontdekt.
De stekelbaarsjes in de toen nog heldere grachten, de meikevers, de vogelnesten, het zingen van de nachtegaal dat toen op verschillende plaatsen kon beluisterd worden.
Alle plaatsen waar hazelnoten of kastanjes konden gevonden worden waren hem bekend.
De natuur was toen nog ongerept en zuiver en zelfs in de gracht langs de Moerkerksesteenweg tussen Doomhut en Lettenburg kon paling worden gevangen.
Hij weet nog steeds plezier te beleven aan de fratsen die toen werden uitgehaald en herinnert het zich nog goed dat "de wisse" een toemnalige boswachter eens op vier kinderen had geschoten omdat zij kastanjes aan 't slaan waren in het bos van Malingrau. Gelukkig liep het   ernstige verwondingen af, maar Ackaert, Gilbert Boone, Maurice Crampe en André De Schepper hebben toch nog lang de hagel in hun achterwerk gevoeld!
Ook herinnert Urbanus, die toen "de krul" werd genoemd, zich goed hoe Albert Danneels met enkele stampen onder zijn broek mee moest naar het kasteel om er te gaan uitleggen waarom hij zo graag kastanjes at.
Geen enkel kunstmatig aangelegd speel- of sportplein kan nu voor de kinderen dié wereld verschaffen die toen de achtergrond vormde van onze jeugd.


Na zijn lagere school ging Urbanus Debree studeren aan het Klein Seminarie te Roeselare, wat toen het grote onderwijscentrum was in WestVlaanderen en de afdeling filosofie die daar toen gevestigd was gaf daar nog meer gestalte aan.
Het was vooral onder impuls van de toenmalige onderpastoor Van Nuffel, zelf oud-leraar van Roeselare, dat jonge en talentvolle Sint-Kruisenaars daar gingen studeren.
Internaat in een streng college betekende toen heel wat voor een jongen die tot dan toe in alle vrijheid had gestoeid en geravot in de natuur. Zeven weken lang moest men op school blijven alvorens enkele dagen vakantie konden genomen worden.
Men reisde per trein, maar de grote schoolkoffer werd met paard en kar door een voerman naar Roeselare gereden samen met de matras , de eigen waskom, dekens en lakens en al wat nodig was om als jong student in een internaat te overleven!
In zijn tijd waren tien St-Kruisenaars leerling in de Latijns-Griekse humaniora te Roeselare: Dries en Victor Teerlynck, Herman Snauwaert, Germain en Gaston Lootens - die beiden missionaris werden - en Georges Lootens, René Blieck (stichter van K.S.A. St-Kruis) en Marcel Teerlynck die alle drie priester zijn geworden.
Jules Vande Velde, vader van Eric, studeerde toen aan de landbouwschool te Roeselare samen met Omer Lootens en Dries Hoste volgde er de tuinbouwschool.
Wij leefden toen in een tijd van groot idealisme.
"Werken en studeren om later in dienst te kunnen staan van het Vlaamse volk." In deze geest aanvaardden deze jonge studenten van toen de strenge tucht. Wel was de vriendschap en broederlijkheid toen zeer groot onder elkaar en men leefde in het internaat werkelijk als broers samen.
Aan het Klein-Seminarie kende men toen nog de Pauselijke Zouaven.
Het was vooral ter nagedachtenis en als herinnering aan de grote pauselijke Zouaaf Amaat Vincke (1870) dat deze traditie werd voortgezet.
Urbanus werd officier en al waren de oefeningen in feite slechts goede turnoefeningen, toch zou iedereen toen onmiddellijk bereid geweest zijn om, zoals tijdens de Boerenkrijg, te vechten "voor outer en heerd".
Het is allemaal reeds zo ver weggedeemsterd in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, maar Urbanus Debree was toen ook lid van de Zwijgende Eed van Rodenbach en de eed van trouw die toen bij de opname moest worden afgelegd op de leeuwenvlag herinnert hij zich nog steeds goed: "Ik zweer op dit vaandel, zinnebeeld van mijn streven, op Vlaanderens heerlijk verleden, op Vlaanderens herwordend heden, spijts laster en verwijt, spijts vijand en dwingeland, U Vlaanderen, getrouwheid tot ter dood!"
Vergeten wij niet te vermelden dat dit alles inderdaad rechtstreeks voortkwam uit de tijd van Albrecht Rodenbach met de tijdschriften "De Vlaamsche Vlagge" (1875) "Het Pennoen" (1878).
In 1920 was het A.K.V.S. gesticht met het tijdschrift "De Blauwvoet" maar omdat dit volgens de toenmalige overheden leidde naar ekstreme politieke aktie werd in 1928 de K.S.A. opgericht door Karel Dubois op initiatief van Mgr. Waffelaert, toen bisschop van Brugge. Deze studentenbeweging voor katholieke aktie huldigde van meetaf aan een Vlaamsgezindheid die oprecht was en totaal en in de lijn lag van de Roeselaarse school van De Saegher, die in 1900 was opgericht en van Firmin Deprez, die het tijdschrift "De Student" uitgaven.
Indien het waar is dat de opkomst van de K.S.A. de verdrijving van het A.K.V.S. met zich heeft gebracht, is het even waar dat de Blauwvoeterie d.i. de geest van Vlaamse strijdvaardigheid, niet werd aangetast.
Zij kende zelfs in 1934 een organisatorische vorm in het Jonge volkse Front totdat de eigen opdracht van die beweging in 1943 totaal werd overgenomen door K.S.A.-Jong Vlaanderen.
Het was volop de tijd van de romantiek en van het idealisme.
In 1934 behaalde Urbanus zijn einddiploma van de klassieke humaniora maar met Pasen van dat jaar dwong ziekte hem zijn studies te staken. Maandenlang moest hij volledige rust nemen en nog jaren nadien zou hij bijzonder voorzichtig moeten waken over zijn broze gezondheid.
In die dagen ondervond hij thuis ook hoe erg de krisis van de jaren dertig toesloeg.
Vader was werkloos en het gezin bestond uit zeven personen die moesten gevoed en gekleed worden. Werklozensteun kon hij niet genieten omdat de familie enkele eigendommen bezat die eerst moesten verkocht worden, volgens de toenmalige reglementen.
U ziet er is heel wat veranderd en de krisis die wij thans beleven wordt totaal anders ondervangen.


Boven links vader René Debree met rugzak, wandelstok en "getten" aan toen hij in 1918 samen met de andere "weerbare" mannen" van St.-Kruis en omgeving door de aftrekkende Duitse troepen werd opgedreven tot in Eksaarde.
Rechts; Urbanus en Germana in de tuin van De Smul in 1941. 
In 1936 zocht het H. Hartinstituut van St-Kruis een leraar algemene vakken voor de Technische School die daar toen was gevestigd en op aanwijzing van Mgr. Quagebeur, die Urbanus nog te Roeselare had gekend, vroegen de zusters van Spermalie indien hij de opdracht wou aanvaarden.

Zo begon op 20 januari 1936 Urbanus Debree zijn definitieve loopbaan.
In 1938 behaalde hij aan de Centrale Jurie te Brussel zijn onderwijzersdiploma en in 1964 zou hij na drie jaar studie het diploma BI behalen aan het Hoger Technisch Instituut te Oostende. Jarenlang heeft Urbanus Debree zich, naast zijn onderwijzersopdracht, volledig gratis en belangloos ingezet voor de gehandikapten van de Technische School van St-Kruis die in 1937 was opgericht geworden.
Naast zijn lesuren was hij studiemeesteropvoeder van een dertigtal fysisch gehandikapten en epileptici voor wie hij ook 's nachts instond.
Hij zorgde voor deze jongens zonder enige geldelijke vergoeding te ontvangen, maar hij vond diepe vreugde wanneer hij hen iets blijvends kon bijbrengen en ongetwijfeld heeft hij dit kunnen presteren zoals bewezen wordt uit de vele brieven die hij nadien ontving van dankbare oudleerlingen. Maar zijn stichtend voorbeeld zal wel de grootste invloed op hen gelaten hebben. Volgens zijn zeggen beleefde Urbanus toen een onvergetelijke tijd.
Steeds heeft hij alle officiële onderscheidingen afgewezen, misschien omdat hij het relatieve van dit alles onderkende, maar de woorden van dank uitgesproken door hen voor wie hij zich gans zijn leven heeft ingezet schenken hem grote voldoening. Woorden wekken, voorbeelden trekken.
Deze spreuk heeft Urbanus Debree steeds in de goeie zin weten te beleven en toe te passen.
Steeds is hij er zich tenvolle bewust van geweest dat niemand scherper toekijkt naar zijn onderwijzer of leraar, dan het kind dat hem is toevertrouwd en die onmiddellijk de dubbelzinnigheid zou ontmaskeren die zou bestaan tussen de woorden die men spreekt in de klas en de levenswijze die men volgt.



Terloops weze vermeld dat op de dag van vandaag de gehandikaptenzorg gelukkig niet meer afhankelijk is van de goodwill van enkele idealisten of beter uitgedrukt, niet meer alléén afhankelijk is.
Voor negen gehandikapten heeft men thans vier opvoeders zodat bij wijze van boutade zou kunnen beweerd worden dat Urbanus Debree het werk verrichtte dat vandaag door veertien volledige betrekkingen wordt verzorgd.
Wat de wezenzorg betrof willen wij vermelden dat de zusters per weeskind dagelijks slechts 8 Fr ontvingen of soms slechts 2 Fr als het kind volledig ten laste viel van het C.O.O.
Voor een gehandikapte werd toen 16 Fr. voorzien.
Wij schreven toen 1937 en voor deze kleine som moesten de kinderen worden gekleed, gevoed, verzorgd enz. een onmogelijke taak die toen toch mogelijk werd door de inzet van de toegewijde zusters en medewerkers zoals Urbanus Debree, Joseph Van Spitaels en Raymond Simoens en laatstgenoemde twee personen hebben tot op vandaag hun leven volledig in dienst van deze kinderen gesteld. Urbanus Debree behoort tot dié generatie onderwijzers die vóór de Tweede wereldoorlog werd gevormd. Bezield door het ideaal van de échte leraar-opvoeder, die zich tenvolle bewust is van zijn verheven taak en grote verantwoordelijkheid tegenover
ieder kind dat aan hem wordt toevertrouwd en waaruit hij het maximum wil halen zonder het kind echt te kwetsen of te breken.
Het was nog in een periode waarin de burgerij veelal verfranst en volksvreemd leefde en de elite hooghartige teruggetrokkenheid betoonde tegenover de gewone mensen.
Toen waren deze onderwijzers als het ware de natuurlijke leiders van het volk die spontaan en bewust van hun plicht, tegenover de gemeenschap waarin zij werkten, dié taken vervulden in onze verenigingen en organisaties waarvoor een gestudeerd en gevormd man noodzakelijk of wenselijk was.
Het sindikalisme dat nu een zo hoge vlucht heeft genomen, ook in de onderwijsmiddens, was toen nog ondergeschikt aan het ideaal dat in een geest van zelfvergeten dienstvaardigheid werd hoog gehouden om zich in eerste orde te kunnen geven aan de belangen van de kinderen die moesten gevormd en opgevoed worden en aan de gemeenschap waaraan de welvaart van vandaag nog niet was aan voorbijgegaan.
Groot was toen ook het gezag en het prestige van de onderwijzer bij de mensen die hen waardeerden en dankbaar waren voor hun inzet.
De laatste vijfentwintig jaar is er heel veel veranderd in onze samenleving, maar niet steeds is het ten goede geweest, helaas.
Op 13 augustus 1941 was Urbanus Debree in het huwelijk getreden met Germana Snauwaert, een schone dochter uit herberg "De Smul" op de hoek van de toenmalige Hoogweg en de Smulstraat. Het was wel volop oorlog maar in feite betekende deze periode voor vele SintKruisenaars een stille tijd.
Ook voor Urbanus Debree was het een rustige tijd waarin hij de genoegens ontdekte van het tuinieren en hij slaagde er zelfds in om tabak te kweken van hoge kwaliteit, wat toen een gezocht produkt was geworden.
Al moest toen 300 Fr accijns worden betaald op het plantgoed, toch verdiende hij jaarlijks 3000 Fr aan de verkoop van tabak en dit was in 1943 voldoende om een schaap aan te kopen dat kon zorgen om de oorlogszantsoenen aan te vullen.

Hij bleef leraar algemene vakken aan de Technische School voor gehandikapten tot in 1949, het jaar dat deze afdeling te St-Kruis definitief werd afgeschaft.
Hij ging toen over naar de toenmalige Technische school voor wezen tot ook deze in 1961 volledig werd overgeheveld naar het V.T.I. te Assebroek dat in de gewezen gebouwen van de Franse nonnen huisvesting vond en waar hij als leraar aktief bleef tot in september 1976. Naast zijn onderwijzersloopbaan heeft hij zich evenwel 18 jaar lang zeer verdienstelijk gemaakt als bibliothecaris van de volksboekerij Sint-Lutgardis te Sint-Kruis en als voorzitter van deze boekerij heb ik toen nauw met hem mogen samenwerken.
Het was 1 november 1958 toen hij op verzoek van de toenmalige onderpastoor Elias Dupon, Antoon D'hondt opvolgde. De bibliotheek was toen nog gevestigd achteraan de parochiezaal "Ic Dien" waar thans het O.L.V.-College is gevestigd langs de Moerkerksesteenweg.
Wanneer Urbanus Debree begon kende deze volksboekerij jaarlijks 3.000 uitleningen, maar in 1969, na jaren van grote inzet en toewijding, kon het uitleencijfer, naar aanleiding van het Gouden Jubileum, worden opgevoerd tot 38.300 uitleningen waardoor St-Lutgardis de grootste uitleenboekerij werd van alle Brugse randgemeenten. Iedere zondag van 10 tot 12 uur en de woensdagnamiddag van 14 tot 16 uur en van 17 tot 19 uur was Urbanus Debree, als bekwaam bibliothecaris aanwezig om iedereen met raad en daad bij te staan. Hoeveel studenten vonden in hem niet de ideale begeleider bij hun proefschriften of studiewerken, want geen moeite was hem te veel om hen de juiste dokumentatie of boeken te bezorgen, al moest hij ze speciaal bestellen in een universiteitsbibliotheek. Maar ook buiten de uitleenuren werkte hij zeer hard en het is nog gebeurd dat hij op één jaar tijd 2.300 nieuwe boeken op steekkaart bracht en verzorgde.
Hij werd er geholpen door de juffrouwen Brigitte Cappelle, Hedwige en Christine Boone, Annemie Janssoone en Maria Vermeulen en de toegewijde dochters van Leo Verplancke die steeds bereid waren om bij te springen als er teveel werk was.
Op 31.12.1976 kwam echter een einde aan deze vrije katholieke volksbibliotheek en werd zij opgeslorpt in "De Zorghe" afdeling van de grote Brugse stadsbibliotheek.
Het nooit volprezen vrijwilligerswerk nam zo een einde en een begin werd gemaakt aan een uitgebreid bibliotheekwezen.
Sindsdien is het leven van Urbanus Debree heel wat rustiger geworden en nu eindelijk tijd kon gevonden worden voor familieleven, geniet hij thans samen met zijn toegewijde echtgenote van een welverdiende rust na een rijkgevuld leven in dienst van de gemeenschap. Ruim veertig jaar lang was hij in dienst van onze studerende jeugd en achttien jaar lang was hij de steeds aanwezige bibliothecaris voor de jeugd en de volwassenen die hun vertrouwen hebben gesteld in de vrije volksboekerij St-Lutgardis. Nu ook de drukte is verdwenen zijn de oude hobby's weer aan bod kunnen komen: de natuur, de tuin, de vogels en de literatuur.
Urbanus Debree is thans een gelukkig man en het klinkt oprecht als hij thans verklaart: "Het geeft mij uitzonderlijk veel voldoening om te mogen leven en bezig te kunnen zijn in mijn vertrouwde omgeving met de vele bekende plaatsen waar ik met familieleden en vrienden een zo gelukkige jeugd heb gekend, in dat énig mooie en rustige Sint-Kruis met zijn vele lieve mensen."
Urbanus Debree, wij danken U voor alles wat U voor onze jeugd en onze mensen heeft verricht en wij wensen U nog veel gelukkige jaren toe samen met Uw geliefde echtgenote en moge Uw wens deze maand in vervulling gaan dat U in mei 1983 opnieuw eens de nachtegaal zoudt mogen horen zingen in de dreef of in de mooie bossen van Sint-Kruis.

7 mei 1983
Mr. Johan Weyts

Urbain Debree overleed op 02.12.2010