Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Crul Daniel

Daniël CRUL, een universeel beeldend kunstenaar.

Daniël Crul werd in Brugge geboren op 24 april 1928. Zijn vader Julius Crul, werkte geruime tijd als botanicus en bioloog voor de firma Sanders in Ashford. Hij was er gespecialiseerd in de veredeling van camelia's en orchideeën. Hiernaast was hij filosoof, Erasmuskenner en humanist. Hij werd als weerstander in de Tweede Wereldoorlog, in 1943, opgepakt door de Duitse bezetter en neergeschoten. Zijn moeder Reinhilde Ramon (°1902), een nicht van de auteur Frans (Ramon) Boschvogel uit Aartrijke, was actief in het onderwijs en in de politiek. Zij zou later faam verwerven als ontwerpster van hoeden. De familie Crul-Ramon woonde in de Moerkerkse Steenweg te Sint-Kruis.

Na de lagere school in Sint-Kruis volgde Daniël Crul middelbaar onderwijs aan het Brugse Sint-Leocollege. In 1952 behaalde hij te Gent, aan de hogere afdeling Siertekenen en Grafische Technieken van het Sint-Lucasinstituut, de belangrijkste academische onderscheiding, zijnde de Prijs Pro Arte. Hierna volgde hij enkele cursussen heraldiek
aan het College of Arms in Londen, waarna hij ook 'Member of the Heraldy Society London' werd, en later nog 'Mercator glazenier'.

Tussendoor studeerde hij aan het Brugse conservatorium viool, en maakte hij elf jaar oud, zijn eerste schilderijen. In 1942 liet hij zich inschrijven aan de Brugse Academie voor Schone Kunsten, waar Lionel Poupaert z'n belangrijkste leraar was. Wij vonden de volgende uitslagen terug:
1942-1943, Avondlessen Tekenen naar het Gips (beginselen van Loofwerk), bij Gaston Oorlynck, 2de  Eervolle Vermelding.
1944-1945, nihil.
1946-1947, Tekenen naar het Antiek-Beeld, bij Lionel Poupaert, 2de  Eervolle Vermelding.
1947-1948, nihil.
1948-1949, Tekenen naar het Leven, Schetsen en Samenstelling, bij Lionel Poupaert, Voldoening.
1949-1951, nihil.
1952-1953, Tekenen naar het Levend Model (buiten wedstrijd, avondleergangen),bij Guillaume Michiels, Grootste Onderscheiding, met gelukwensen van de jury, behaalt regeringsmedaille.
Hij volgde hier eveneens cursussen symboliek, studie van de kleuren en heraldiek, en werd laureaat 'Sierkunsten Pro Arte 1952'.
In 1994 werd hij bekroond met de belangrijke Torhoutse Cultuurprijs, de 'Gouden Feniks 1993'. Uit het juryverslag lichtten we de volgende passages:
In 1943 moest Daniël Crul, na de tragische dood van z'n vader, onderduiken bij Lionel Poupaert in de Biezenstraat te Brugge. Bij deze laatste leerde hij de knepen van het restaureren. Na de oorlog volgde nog een korte opleiding voor dit vak bij de Brugse kunstenaar Corneille Leegenhouck, met wie hij omstreeks 1962 een korte tijd samenwerkte. In 1955 zou hij te Brugge een eigen atelier opstarten voor de restauratie van oude schilderijen, wat hij ook als z'n belangrijkste opdracht beschouwde; hij maakte hier ook glasramen. Van 1962 tot 1973 was hij leraar Heraldiek, Symboliek en Iconografie aan de Brugse Academie.
Voor glazenier en keramist kwam Daniël Crul tijdens de oorlog, periode 1944-1945, eerst bij Joost Marechal in Eeklo, hierna in Brugge bij Frédéric Roderburg aan wie hij nu nog heel goede herinneringen overhoudt. Van hem leerde hij de taal van glas en licht en van kleur begrijpen. In 1946-1947 werkte hij ook nog voor korte tijd bij de Brugse glazenier André De Lodder in de Naaldenstraat.
Luc DE JAEGHER tenslotte initieerde hem, even voor juni 1957, in de geheimen van de grafiek, terwijl hij zich verder bekwaamde in o.a. tekenen, symboliek, en studie van de kleuren.
Toen had hij al heel wat kunstglaswerk, ontwerpen en uitvoeringen van stijlmeubelen en van heraldiek op z'n actief staan. Daniël Crul was dan eveneens een geacht confrater van de Brugse 'Vrije Camere vander Rethorycken der Weerde Drie Santinnen'. Van de Gentpoortvest nr. 19 te Brugge verhuisde hij later naar de Kerkhofblommenstraat nr. 10 te Assebroek, waar hij ook zijn atelier installeerde. Omstreeks 1977 hield hij voor de uitvoering van enkele grootschalige restauratieopdrachten een tijdelijke werkplaats langs de Maalse Steenweg te Sint-Kruis.
In 1982 verhuisde hij naar Ruddervoorde, waar hij enkele jaren in het geboortehuis woonde van kanunnik Jozef Andries, en vanaf 1993 in de Sint-Elooistraat nr. 144. Naar eigen zeggen was hij niet zo graag in Brugge, waar 'ze' hem op het vlak van de kunst kapotgemaakt hebben. In Ruddervoorde is hij sedert 1984 voorzitter van de fanfare Sint-Cecilia. Daar kon dat!
Daniël Crul is in 1982 getrouwd met Liliane Degueldre uit Hasselt. 'Hetgeen ik de laatste twintig jaar aan resultaten boekte, heb ik in de eerste plaats aan haar te danken. Zij schonk mij inspiratie en zorgde voor de coördinatie van de gegevens', zegde hij.

'Dat Daniël Crul een feniks is, m.a.w. iemand die enig is in zijn vak, wiens gaven zeldzaam zijn, blijkt uit zijn schitterende carrière als glazenier, restaurateur en specialist in de heraldiek.

Hij restaureerde werken van Albert Servaes (in 1979 o.a., Gekruisigde Christus), Pieter-Paul Rubens, Antoon Van Dyck (in 1979, Portret van een adellijke dame), Quinten Metsys, Rembrandt Harmensz. van Rijn, Jeroen Bosch, Pieter Breughel, Pieter Pourbus, Rogier Van der Weyden, Valerius De Saedeleer, e.a. Zijn levenswerk is wellicht de restauratie van twaalf schilderijen uit de Heilige-Kerstkerk in Gent. schilderijen die dateren uit de tijd van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Zo heeft hij een merkwaardige bijdrage geleverd om ons kunstpatrimonium, in het bijzonder de kunstwerken van oude meesters, in hun vroegere glans te herstellen.
Ook is hij een erkend heraldicus met meer heraldische tekens in zijn privéverzameling dan in enig Belgisch museum. Van zijn uitstekende kwaliteiten als glazenier en als heraldicus getuigt o.a. het hoge glasraam in het Justitiepaleis van Kortrijk (Henri Reynaert, 1993) .
In orde van belangrijkheid brengen we hierna een overzicht van het artistieke werk dat Daniël Crul, op veel terreinen van de kunst, gepresteerd heeft :
1) Restauratie van schilderijen, met specialiteit zeventiende eeuw (intens en succesvol van 1973 tot 1993), waarover we de kunstenaar zelf laan het woord laten:
'Een restauratie moet geschiedkundig verantwoord blijven. Voor identificatie moet je bepaalde hulpwetenschappen beheersen, zoals o.a. op de eerste plaats de heraldiek, verder attributen leer, zegelkunde, kostuumgeschiedenis, burgerlijk~ en kerkelijke symboliek, mythologie, iconologie en iconografie. Een schilderij moet je aanvoelen en behandelen als een uniek stuk. Alhoewel er nu heel wat moderne technieken bestaan, is handwerk nog altijd het beste. Eerst wordt het schilderij a.h.w. volledig ontmanteld, hierna komt het verdoeken. Nadat het schilderij alzo nieuw leven heeft gekregen kan de restauratie aangevat worden. Je moet dan de schilder werkelijk aanvoelen. Ik zeg, het duurt jaren eer je dit vak meester bent, en dan nog.
In 1949 restaureerde hij zijn eerste Pieter Pourbus. Veel grote kunstenaars zouden volgen, hier in alfabetische volgorde: Jeroen Bosch, Pieter Breughel, Antoon Claeissens, Pieter Coucke of Coecke, Niklaas de Liemaeckere, Valerius De Sadeleer, EI Greco, Frans Hals, Valentin Henneman, Hans Holbein, Hans Memling, Quinten Metsys, Pieter Pourbus, Erasmus Quellinus, Rembrandt Harmensz. van Rijn, Pieter-Paul Rubens, Cornelius Schut, Albert Servaes, Hugo Van der Goes, Rogier Van der Weyden, Antoon Van Dyck, Jacob van Oost de Oudere.
De restauratie van twaalf taferelen (elk 4,50 m x 4,50 m) uit het boek Genesis, voor de H. Kerstkerk (Sint-Salvator) in Gent, beschouwt Daniël Crul als zijn levenswerk. De taferelen werden in 1630-1640 geschilderd door, of toegeschreven aan Antoon Van Dyck, Niklaas de Liemaeckere, bijgenaamd De Roos en Erasmus Quellinus, epigonen van Pieter-Paul Rubens, in opdracht van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Het ging hier om een van de meest omvangrijke restauraties in Europa, die drie jaar in beslag namen (1977-1980).
Hij schakelde een equipe van vijfenzeventig man in: ingenieurs, leerlingen kunstonderwijs, chemici en conservators van musea. Een garage te Sint-Kruis vormde hij om tot atelier. Met het geduld van een monnik werden de werken onderzocht, behandeld en als nieuw in de kerk opgehangen. Een nachtelijk konvooi van speciaal ontworpen vrachtauto's reed met de gerestaureerde schilderijen naar Gent.' (Filip Van Belle, 1983)
Andere belangrijke restauraties verrichte hij voor schilderijen van Jacob van Ooost de Oudere. Hiervoor gingen we te rade bij de specialist ter zake, Jean-Luc Meulemeester (wij plaatsen op een rijtje) :
Portret van pater Pieter Willems (92 x 80 cm), verz. OCMW Brugge, gerestaureerd 1971 - Kristus aan het kruis (270 x 183 cm), verz; Zwartzusters Augustinessen Brugge, gerestaureerd 1973 - 
Kristus te Emmaüs (110 x 208 cm), privé-verz., gerestaureerd 1979 - 
De H.-Petrus (71 x 53cm), privéverz., gerestaureerd Corneille Leegenhoek, later Daniël Crul - De H.-Paulus (71 x 53cm), privé-verz., gerestaureerd Corneille Leegenhoek, later Daniël Crul De HH.-Petrus en Johannes, privé-verz.
2.Als glazenier is Daniël Crul bezig sedert 1946, alhoewel onregelmatig vanwege zijn talrijke andere bezigheden. Omstreeks 1955 werkte hij bij Joost Maréchal te Eeklo, aan bestellingen van ramen o.m. voor de wereldtentoonstelling van Brussel 1958 en de Sint-Margarethakerk te Knokke. Zijn eerste grote opdracht kreeg hij in 1957 voor het hoge glasraam(5 x 3 m) in de hal van het gerechtshof te Kortrijk. In 1957 werd de kunstenaar bekroond in de « Westvlaamse Provinciale Wedstrijd voor Kunstglaswerk ». Hij promoveerde in Engeland tot « Member of Heraldry Society» en lid van « Heraldry Today » waarvoor hij, om zich te vervolmaken, nog regelmatig naar Londen gaat. Vanaf 1972 heeft hij zijn zoon Leo Crul de raak van zijn vader als glazeniet overgenomen
3.Als heraldicus met naam en faam ontwierp Daniël Crul, zeker al voor 1968, vlaggen, gouden boeken, geslachtsregisters, (wapen)schilden, rouwboeken en ex-librissen. Het gaat bij Daniël Crul zowel om de krijgskunde als om krijgskunst, de zegelkunde, de geschiedenis, de vaandelkunde en de leer van de mystiek.
Op dit vlak voerde hij vooral opdrachten uit voor adellijke families. Voor het leger (de marine) ontwierp hij vaandels en uniformen. Hiervoor kon hij met groete kennis van zaken beroep doen op de abbreviatuurleer (afkortingen), de magie en de kleurensymboliek. Op dit niveau kon hij evengoed de beeldspraak verklaren.
4. Wat de schilderskunst betreft, heeft Daniël Crul enige bekendheid als portrettist, maar ook als kopieerder van de oude meesters. Hij ontwierp onder andere totaal nieuwe composities in de trant van vroeger. « Ik heb gepoogd te schilderen in een vroeg negentiende-eeuw stijl, dit wil zeggen met kwalitatieve kleurpigmenten en met Oudhollandse olieslagerskleuren.
Als schilder wordt Daniël Crul duidelijk beïnvloed door zijn opleiding als heraldicus en restaurateur, met een gedegen materiaalkennis en een klassiekrealistische vormgeving.
« Ik kan best een modern werk neerzetten, maar het figuratieve sluit meer aan bij mijn vorming. Bovoendien spreekt de natuur mij bijzonder aan. Dat zijn de Vlaamse landschappen, de bomen, de dreigende wolken. Dàt wil ik weergeven» .
R. De Laere, 2000
Als restaurateur zit je onvermijdelijk in een keurslijf. Ik ben eigenlijk als de oude vergrijsde boom met brede vertakkingen, die langzaam verdwijnt in de opkomende nevel. Wat je ziet is de droom van een oude boom ».
5.Tenslotte is Daniël Crul ook nog een verwoede verzamelaar van allerlei kleinodiën, militaria enz., maar vooral van lak, hars- en waszegels. Hij heeft er meer dan zesduizend. De meeste kreeg hij van zijn vader, en verder van oude Brugse families, door omruilen voor postzegels of door giften van vrienden en kennissen.
Afsluitend mag hier nog vermeld worden, dat de kunstenaar een erkend deskundige is met betrekking tot geschillen over kunst(zaken), en dat hij talrijke voordrachten gaf over heraliek en schilderkunst.
R. De Laere, 2000A