Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Brenart Felix, Mgr.


Felix Guilielmus Antonius Brenart XVII. bisschop van Brugge is geboren binnen de stad Loven (Leuven)  in de prochie van St. Pieters den 23 november 1720. Sijnde over den H.doop gehouden door den eerw. heer Guilielmus Delvaulx, docteur inde godheijd daernaer geworden bisschop van IJper, den welcken was president in het collegie van Vigilius, hij was den jongsten sone van J° Joannes Antonius Brenart, ridder heere der baronnie van Corbeek- over-Loo (veredelt ten jare 1719 door Keijser Karel den Vl), die licentiaet wierd inde rechten ten jaere 1698, koninglijcken professeur “ad instituta et codie”  ten jaere 1701.Wierd door het magistraet van Loven verkooren gewoonlijcken professeur “ad digesta” en wierd docteur in
beijde de rechten den 14 october 1705 en wierd antecessor primarius der canonijcke reghten den 5. Meije 1710 en is overleden den 30 december 1730. Verweckt bij vrauw Marie Constantia de Malcorps, overleden den 25 april1760 en was den kleijnen sone vanden heer Joannes Brenart en van Marie de Vivaleff.
Naer gedaen te hebben sijne kleijne studien, is overgegaen naer de philosophie en is daernaer den 26.augusti 1744 geworden licentiaet in beijde de rechten, als dan maer diaken sijnde, en wierd daernaer Canonick van St.Pieters tot Loven, en rentmeester en secretaris van 't selve Capittel, wierd den 16 Januarij 1751 bij brieven van de majesteijt gesteld deken van het Capittel vanden H.Grummarus tot Liere (Lier), is den 26 januarij 1758 bij opene brieven vande majesteijt verklaert geestelijcken raedsheer vanden grooten raed tot Mechelen en is den 25 januarij 1776 den derden verkooren door het Capittel van St.Donaes tot het openstaende bisdom van Brugge bij het overlijden van den hooghw. Heer Joannes Robertus Caimo en bij brieven van de Majestijt, en door den paus geconfirmeert sijnde tot den bisschoppelijcken heer Joannes Henricus, grave van Franckenborg en Schellendorff, cardinael en artsbisschop van Mechelen en heeft met veel plechtigheijd als bisschop van Brugge sijn intrede gedaen op den 3. Augusti 1777.
Hij was een luijsterlijkcken en grootdadigen man doch heeft beproeft de ongestaedigheijd van het tijdelijck, dat hij als balling heeft moeten wegvlughten, want de fransche natie met groote legers onder de generael Pichegru voor den tweeden mael in Vlaenderen gevallen sijnde ten jaere 1794, gaeven door hun vreeden handel soo een grooten schrieck namentlijck aende geestelijck als weerelijck naer andere landen, en alsoo desen bisschop al merckelijcken tijd een langdeurige onpasselijckheijd hadde gehad van een praemende borst-quale, heeft alsoo moeten weg vlughten naer Brabant inde maende van meije, verselt sijnde van den eerw.heer Joannes le Begue, sijnen secretaris, benevens sijn camerlinck, cellebroeder en een knecht, maer alsoo de franschen voorder doordrongen, heeft hem vertrocken in een vrauw abdie of klooster, maer de franschen noch vooreder doordringende, is van daer gevlught over den Rhijn naer de stad van Anholt liggende aende reviere de IJssel in het graefschap van Zutphen, toe behoorende aenden prince van Salm, alwaer hij wierd gehuijsvest in het paleijs vanden gemelden prince, daer sijne sieckte verergerde, daer van hij ten lesten is overleden den 26 october 1794 en sijn lichaem wierd ter aerden gedaen inde groote kercke, nevens den grafkelder der princen van Salm en op den 2 maerte 1796 wierd binnen Brugge gedaen inde cathedraele kercke van St.Donaes sijnen plechtigen uijtvaerd en inde seven prochie-kercken deser stad was een generaele disch deckinge voor den armen, waer van ijder hadde een brood van een schelling, en 1 schelling in gelde volgens sijn uijttersten wille voorts dat alle sijne meubelen verkoght sijnde, daer van het selve soude verdeelt worden aen de dischen der prochien deser stad.
Hij heeft gemaeckt bij handschrift als hij raedsheer was, eenige commentaren op het werck van Butkens “tropheès de Brabant” sijn kenspreuck was, “sine Minerva nihil”.

Kopie van originele tekst in documentatiecentrum WHSK

NB. Genomen uit Wikipedia:
In 1777 werd Brenart tot bisschop van Brugge benoemd en gewijd. Zijn bisschopsleuze luidde: 'Sine Minerva nihil' (Niets zonder wetenschap). Dit paste bij deze door de Verlichting geïnspireerde man.
Brenart was bisschop in moeilijke tijden. Enerzijds trad hij op tegen het onoverzichtelijk geheel van volksdevoties en processies alsook tegen de overbodige grafmonumenten en wapenkabinetten in de kerken, en daardoor ging hij in tegen gevestigde gewoonten en tradities. Anderzijds, ook al was hij voor vele zaken bereid met de overheid mee te werken, verzette hij zich tegen staatsinmenging in zijn beleid.
Toen de revolutietijd aanbrak koos Brenart de zijde van de Brabantse Omwenteling. Toen de Oostenrijkers tot tweemaal het land heroverden en toen een korte Franse overheersing plaatsvond, hield hij zich gedeisd. Hij ageerde echter in stijgende mate tegen de Franse republiek die hij als een levensgroot gevaar beschouwde. Toen de Franse troepen in juni 1794 weer in aantocht waren en hij ondertussen goed wist wat er in Frankrijk met de geestelijkheid gebeurde, sloeg hij op de vlucht naarDuitsland. Korte tijd daarop overleed hij.