Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Borret Cyrille

CYRILLE BORRET LAATSTE VELDWACHTER VAN Sint-KRUIS-BRUGGE

CYRILLE BORRET, LAATSTE VELDWACHTER VAN ST.-KRUIS-BRUGGE

Albert Vermeulen in: Mededelingen Brugs Ommeland

Vader Jules Franciscus Borret was afkomstig van Oostkamp alwaar hij het levenslicht zag op 12 oktober 1883, maar zijn ouders boerden eigenlijk op een hofstede van twee paarden op 't Maandagse in zuid-Oedelem. Een tragisch ongeval met een der kinderen was er oorzaak van dat zij verhuisden naar het noorden.

Zoontje Free werd bij het naar huis komen van school te Sijsele dodelijk getroffen door een schot van de garde-chasse die zijn geweer kuiste. Te Westkapelle werd dan opnieuw een hoeve van twee paarden uitgebaat. Jules volgde avondschool en leerde dan thuis cijferen op de "graander" (havervoorraad paarden). Hierbij werd hij soms bijgestaan door doeaniers die bij slecht weer in de schuur sliepen. Zo gebeurde het dat hij reeds vroeg kon lezen, schrijven en rekenen. Hij werd opvolger van garde Jozef Van Hove te Ramskapelle. Door toedoen van gouverneur baron Ruzette werd garde Van Hove, gehuwd met de dochter van een landbouwer wiens hoeve eigendom was van de gouverneur, benoemd als veldwachter te St.-Kruis. Deze zette Jules aan zijn aanvraag te doen voor garde te Ramskapelle wat prompt gebeurde.

Wij schrijven 31 augustus 1907. Jules moest dan leren schieten aan de "tire" te Steenbrugge, alhoewel hij bij de gezapige mensen van Ramskapelle geen schot zou moeten lossen.

In 1908 huwde hij Pelagia Maria Van Parys geboortig van Westkapelle en vestigde zich achter de pastorie vlak naast het huis (school) van meester Van Steene. Ramskapelle had een nieuwe veldwachter. Dit is een ambt dat zijn ontstaan kende in de tijd van Napoleon toen nogal wat losjes werd omgesprongen met het "mijn" en het "dijn". Wat op veld en hof groeide, ook konijnen en kiekens, het waren allemaal begeerde zaken voor dieven en landlopers. De veldwachter ofte "garde-champêtre" meestal betiteld als "garde" tout court of ook wel "champetter" was dan ook belast met het toezicht op velden, jacht en visvangst. Het was ook de tijd dat de bovenlip van de meeste mannen nog getooid was met een al dan niet imposante "moustache" of snor.

Ook garde J. Borret had een zeer degelijk eksemplaar waarop hij trouwens fier was en die hij nooit zou afscheren, hij moest mee in het graf zo beweerde hij. Hij moet zeker en vast een ontzagwekkende verschijning zijn geweest in de toen gebruikelijke tenue met de brede rode striep opzij van de broek en de groene vest met rode boord en koperen knopen alsmede de groene kepi met rode bies. Was het misschien deze verschijning die de ca 500 inwoners van het kleine dorpje Ramskapelle braaf hield?

Misschien een paar anekdotes uit zijn beroepsleven. Het gebeurde tijdens de eerste wereldoorlog. Een Engelse parachutist was neergekomen ergens bij de vaarten. Garde Borret ging er naartoe. Men stak de man in een varkensren en bracht hem met de wagen naar de pastorie waar hij de nacht doorbracht om 's anderdaags te vertrekken

In de tweede wereldoorlog ging de garde naar Zeebrugge om gist, maar door de Duitsers werd hij zijn revolver afgenomen. Echter toen de Duitsers in het dorp de ingeleverde wapens kwamen tellen, en hij als garde mee diende te gaan met de Duitse officier die in het bezit was van de sleutel stelde hij vast dat deze officier zich eigenaar maakte van een mooi eksemplaar van de ingeleverde revolvers. Garde Borret dacht als die dat mag dan ook een voor mij en alras had hij ook een degelijk eksemplaar weggemoffeld.

Het was tijdens dezelfde oorlog. Ramskapelle lag rondom in het water. Bij het terugtrekken van het Duitse leger was een inwoner op de kerktoren geklommen om te kijken of de Canadezen in aantocht waren.

Deze dachten dat het een Duits soldaat was en begonnen het dorp te beschieten. De veldwachter die wist dat geen enkel Duits soldaat aldaar te bespeuren was, nam een bootje en trok over de beide kanalen de Canadezen tegemoet. Daar hij zolang wegbleef dacht zijn vrouw reeds dat hij ergens doodgeschoten werd maar 's anderdaags kwam hij aan het hoofd van de Canadezen Ramskapelle binnen.

Op een bepaalde dag moesten de landbouwers met hun paarden aanrukken zogezegd om ze te tellen. Maar garde Borret zag dat zij de mooiste eksemplaren aansloegen. Hij nam zijn fiets en reed de aankomende boeren tegemoet zeggend, het is al voorbij keer maar terug, aldus kon menig boer zijn paard(en) redden, want nadien kwam Ramskapelle rondom in het water te liggen zodat het voor de Duitsers te laat werd.

Na zijn diensttijd werd ere-veldwachter J. Borret vereerd met verscheidene burgelijke eretekens en het ereteken voor "Moed en zelfopoffering". Hij stierf op 17 augustus 1975 te Zeebrugge, bijna 92 jaar oud.

Uit hun huwelijk werden drie kinderen geboren, Cyrille, Irma en Margriet. Irma huwde Robert RAES, en Margriet trad in het huwelijk met Cyriel De Bruyckere.

Na deze familie-voorgeschiedenis komen wij tot onze laatste veldwachter van St.-Kruis, Cyrille, Camille, Franciscus, Antonius Borret, geboren te Ramskapelle op 1 april 1911 als zoon van hogergenoemde Jules en van Pelagia, Maria Van Parys, geboren te Westkapelle op 6 december 1880 en overleden te Brugge op 4 mei 1969. Cyrille liep school te Ramskapelle bij meester Van Steene. Hij herinnert zich nog, toen in het jaar 1921 bij een zware storm zij van school naar huis werden gestuurd. De wieken van de molen Callant sloegen toen op de "vlucht" en een wiek werd afgerukt. Sedert dan werd de molen niet meer gebruikt.

Cyrille trad op 31 mei 1932 in dienst bij het 4e Linieregiment. Op 28 september 1935 huwde hij te Sijsele met Maria Duthoy, geboren te Brugge op 9 januari 1913. Zij vestigden zich te St.-Andries. Door mobilisatie-omstandigheden en het onder de wapens zijn van Cyrille trokken zij tijdelijk in bij ouders of schoonouders. Op 31 mei werd hij krijgsgevangene in Duitsland, maar op 12 december 1940 werd hij gerepatrieerd. Hij werd hulpveldwachter te St.-Kruis met veldwachter Leon GEVAERT geboren te Schelderode in 1885 en overleden te St.-Michiels in 1970.

Op 16 november 1944 werd hij vrijwillige dienstnemer bij de Aanvullende Rijkswacht waarop hij met onbepaald verlof ging op 16 november 1947. Tijdens deze periode was hij samen met gewezen burgemeester M. Van Maele, voor wie hij eens de wacht klopte mits een beloning van 20 fr. Tijdens deze periode werd hij bewaker van het Interneringskamp te St.-Kruis in de Brieversweg, dit van 9 januari 1946 tot 30 september 1947, dit samen met enkele anderen uit St.-Kruis o.a. Joseph De Jaeghere, Jerôme De Swarte, Frans Dumoulin, René Verbouwe en Louis Timmerman (klompenmaker). Daar de geïnterneerden soms aan de kust moesten dienst doen bij het opruimen van allerhande oorlogsschade en de bewaking aldaar ook nodig was, werden op een bepaalde dag 13 landmijnen blootgelegd. Deze werden uiteraard door de Ontmijningsdienst van Westrozebeke opgehaald om te worden onschadelijk gemaakt.

In 1942 hadden zij zich te St.-Kruis gevestigd in Vredestraat nr. 4 om het jaar daarop definitief woonst te kiezen in Moerkerkesteenweg nr. 397.

Voor wat een veldwachter zoal moet opdraaien. Er was een klacht over hout dat gestolen werd in de Engelendalelaan bij een in opbouw zijnde woonst. Er stonden trouwens nog niet veel huizen aldaar. Na het ten huize brengen van de uitnodigingen voor de gemeenteraad wilde de veldwachter even een kontrole doen. Het was reeds donker toen hij aan de bewuste woning tegenaan het bos aankwam. Daar stond een auto en in het licht van zijn zaklamp zag hij tot zijn grote verbazing twee mannen op de grond liggen. Hij nam zijn wapen en riep "politie, handen omhoog". Ze sprongen recht en voor hem stonden twee zwart gemaakte mannen... het waren soldaten op nachtoefening. Of waarvoor een garde soms de nachtrust moet laten. Er werd gestolen op een hoeve aan de Vossensteert. Samen met een agent trok de garde op nachtpatrouille. Zij plaatsten zich in de schuur en na korte tijd hoorden ze doffe zware stappen naderkomen. De agent nog niet lang in dienst, was niet tegen te houden, want hij dacht de dief bij de lurven te hebben, sprong naar buiten en op de hoek van de muur stond hij oog in oog met een paard.

Een andere keer werd hem medegedeeld dat er aan Lettenburg een man dood lag op straat. Dus stante pede daar naartoe ...het bleek een bundel hooi te zijn. .

Als veldwachter diende hij onder Politiecommissaris J. Carette, E. Senave en anderen. Bij het op pensioen gaan van commissaris J. Carette werd hij gedurende anderhalf jaar plaatsvervangend commissaris.

Veldwachter C. Borret ging in 1976 met pensioen.
Cyriel Borret overleed op 02.01.1999