Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Schippersbond

Het Schippershuis

In 1885 werd de Belgische Werkliedenpartij opgericht. Te Brugge had de partij echter weinig succes. Doch een klein aantal zette door en richtte reeds in 1892 een socialistisch ziekenfonds op onder de naam “Bond Moyson” en in hetzelfde jaar startte de S.V. Werkerswelzijn, een coöperatieve bakkerij. In 1887 was er in Brugge een kring “De Vrije Vlamingen”, waaruit de eerste Daensisten kwamen. In 1896 was er een scheuring in de Gilde der Ambachten en werd de “Kristene Volkspartij” opgericht. Zij werd door Mgr. Waffelaert publiekelijk veroordeeld. Tegen deze achtergrond dient de oprichting van het schippershuis te worden gezien.

Samen met pastoor Merville van de St.Annaparochie, tevens proost van De Gilde, Bisschop mgr. Waffelaert, Pater De Beck, Jezuïet en werkzaam voor de schippers in Gent en de overste van de Kapucijnen te Brugge werd in december 1896 een eerste poging ondernomen om het schipperswerk te structureren. De eerste bedoeling was en bleef lange tijd het geestelijk welzijn van de binnenschippers en hun familie. De kapucijn Libertus werd benoemd tot bestuurder van het schipperswerk. Hij stond ten dienste van de schippersgezinnen van december 1896 tot september 1898. Hij werd vervangen door P.Pacificius, die een helper kreeg in de persoon van P.Gregorius. In 1901 trad hij af en werd vervangen door P.Henricus. In 1907 werd deze vervangen door P.Luciaan en P.Pacificius door P.Juliaan. Deze beide paters hebben het schipperswerk een enorme elan gegeven. Het hoofdkwartier van het schipperswerk was gevestigd in het klooster van de paters Kapucijnen. Door de toenemende bijstand op sociaal en geestelijk vlak werd de kloosterpoort platgelopen. Daarom werd er besloten een schippershuis op te richten. Einde 1911 werd op St.Pieterskaai 70 een lokaal opgericht. De grond werd geschonken door Mevr. Bonte de Jude uit de Ezelstraat. Het gebouw diende als zetel voor de in 1908 opgerichte Vrije  Schippersbond. Daarnaast werd er een bureel voor bevrachtingen en een school voor schipperskinderen voorzien. Het gebouw met bureel, klassen en een vergaderlokaal had ongeveer 21.000fr gekost.

De Schippersbond of de "Bond van Eigenschippers" of de "Brugse  Bond".

Reeds in 1896 werd door de paters Kapucijnen te Brugge gestart met een eerste poging om georganiseerd schipperswerk.

Tijdens het “Congres van de Belgische Volksbond” te Brugge in 1901 werden de belangen van de schipperij en de schippers besproken en verdedigd; dit congres werd onder meer voorgezeten door De Bruyn van het schipperswerk te Antwerpen. De jezuïet De Sorgher van het schipperswerk te Gent werd ondervoorzitter. In een aantal verslagen werd aangetoond op welke manier het lot van de schippersstand materieel verbeterd zou kunnen worden en wat nog verwezenlijkt diende te worden opdat de schippers van dezelfde voordelen als andere maatschappelijke standen zouden kunnen genieten. Gedurende dit congres was de uitspraak die P.Rutten voor het “Verbond van Vakverenigingen” te Antwerpen had gehouden: “Wilt gij den geringen man geestelijk en zedelijk redden, begin dan, met hem stoffelijk gelukkig te maken”, het streefdoel.

Reeds in april 1908 werd de Vrije Schippersbond gesticht. Baron Ruzette, gouverneur van West-Vlaanderen werd er voorzitter van. Verbetering van het lot en de verdediging van het recht van de schippers was het expliciete doel van deze bond. Ondanks tegenwerking en zware kritiek, o.m. van het weekblad Journal de Bruges, werd een honderdtal schippers onmiddellijk lid. De volgende stap was het schippershuis, waar het bestuur zou worden ondergebracht evenals ook een kantoor voor bevrachting.

Intussen was er ook op vraag van de gouverneur in 1911 een christelijke dokwerkersbond opgericht. De oprichter was P.Luciaan, die het herhaaldelijk moest opnemen tegen de socialistische bond, die de pater vaak scherp op de korrel nam.

Het schipperswerk leed een zware tegenslag met de Eerste Wereldoorlog. De binnenscheepvaart lag zo goed als stil. Gelukkig noteerde men in 1924 de komst van P. Tillo wiens naam onafscheidelijk met het schipperswerk verbonden zal blijven, evenals die van zijn medewerker P.Didac. Zij hebben eigenlijk hun hele leven in dienst gesteld van dit werk. Aan hen dankt het schipperswerk het gebouwencomplex langs de Komvest. P. Tillo lag aan de basis van de wet over de opvoeding van schipperskinderen, die in 1929 door de Kamer werd goedgekeurd. Zelfs op negentien april 1929 kon hij het voor elkaar krijgen dat Koning Albert een bezoek bracht aan de Brugse Schippersschool.

Een nieuwe klap was de Tweede Wereldoorlog. Talrijke schippers raakten hun schip – hun inkomen, hun leven – kwijt. Het werd opgeëist, zo genaamd voor de invasie van Engeland, die nooit heeft plaatsgevonden. Maar de meeste van de opgevorderde schepen keerden nooit terug. De schippersbond werd, zoals alle vakverenigingen door de bezetter verboden en ontbonden. De schippers werden ondersteund door de C.O.O. en door Winterhulp, maar het waren de paters die voor de toewijzing en de verdeling van de steun moesten instaan. Na de oorlog werd de schippersbond nieuw leven ingeblazen in Brugge en nu ook in Gent. P. Didac werd lid van de Hoge Raad voor de Binnenscheepvaart en van Fondsen voor Onderlinge Bijstand voor Noodlijdende Schippers. Veel schippers danken hun hersteld of nieuw schip aan zijn tussenkomsten.

Een nieuwe crisis deed zich voor In 1975. Volgens Christiaan Van Lancker van de Bond van Eigenschippers te Brugge was er een overaanbod aan schepen, waardoor de vervoerprijs zwaar zakte. Na de staking, die een negental weken duurde, greep de overheid in. Je kon je schip laten slopen met een slooppremie. Tussen de 2000 à 3000 van de 10.000 schepen verdwenen. Maar ter gelijker tijd kwam er een schaalvergroting. Er werd geïnvesteerd in nieuwe en grotere schepen waardoor er opnieuw een 1100 schepen bijkwamen. En nu in 2013 is er terug een overaanbod. De Vlaamse schippers zijn vooral boos op Nederland, waar een staatsgarantie bestaat voor binnenschippers die lenen om een nieuw schip te bouwen. Bovendien moeten die grotere schepen met personeel werken, en de loonkost is hier tot 30% hoger dan in Nederland. Tenslotte is er nog de troef van de haven van Rotterdam, die een echte draaischijf is voor de binnenvaart. Daarom vraagt de BVE een doordacht binnenscheepvaartbeleid op Europees vlak.

De oprichting zelf.
Dezelfde pater Didac stichtte op 1 december in 1954 de “Bond van de Eigenschippers”, onder de vorm van een vereniging zonder winstgevend doel.
De stichters waren: Claeys Edmond, Cornelis Hubert, De Smedt Pierre, De Smet August, De Witte Achiel, Dick Leo, François Willy, Lauwaet Edward, Mertens Polydoor, Nevejans Emiel, Parmentier Adolf, Scheepers Clement, Staes Guillaume, Van Assche Odilon, Van Daele August, Vandeweghe Oscar, Van Steen André, Verstraete Frederik, E.P. Jerome Werbrouck (P. Tillo) en E.P. Vercoutere Jules (P. Didac).

De bond startte met één bediende en een kleine honderd leden. Vandaag zijn er zeven medewerkers (mede voor C.V. Het Nieuwe Roer) en de vereniging uitgegroeid tot een beroepsorganisatie met ingeveer 500 leden, met meer dan de helft zelfstandige scheeepsuitbaters.

2. C.V.B.A. Het Nieuwe Roer.
Dit is de gespecialiseerde verzekeringsmakelaar.

3. N.V. Helix - Adviesbureau