Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Schippers

HET LEVEN VAN DE BINNENSCHIPPERS 

“Ik ben een eigenschipper en zou niet graag aan wal wonen”. Dit om maar te schetsen dat de wereld van de binnenschippers een apart jargon heeft en een aparte leefgemeenschap is. Veel lectuur is er niet over verschenen. Bij rondvraag om informatie kreeg ik steeds hetzelfde antwoord: “Vraag het eens aan de familie Vanhecke-Buysse. Bij een eerste contact kreeg ik de spreekbeurt van Gerard over “De Schipperschool”, waaruit ik gretig heb geput. Tevens kreeg ik het adres van Pater Silveer Vermeulen, waar ik zijn archief met rouwbrieven en bidprentjes kon raadplegen. Julien Declercq, kleinzoon van een schippersfamilie in St.Kruis, hielp mij op de genealogische weg. René Adams, de 85 jarige schipper-filosoof die in St.-Leo had gestudeerd (uitzonderlijk, als schipperszoon), leerde mij alles in een ruime context zien.
Ook nog door toedoen van Gerard kreeg ik de gelegenheid om iedere eerste donderdag van de maand de “koffieklets” van de gepensioneerde schippers bij te wonen.
Het leven aan boord.
Wie nu aan boord komt van een binnenschip ziet geen roer meer maar enkel een kleine metalen stick waarmee het schip bestuurd wordt. Let wel; spreek nooit over een boot maar over een schip en doe je schoenen uit bij het betreden van het achteronder.(kajuit-roef)
Als je bij een eerste kennismaking vraagt hoelang het schipperspaar reeds gehuwd is dan zeggen zij het dubbele, want zij hebben elke minuut van hun huwelijksleven samen doorgebracht, dit is moeilijk te begrijpen met een stuurhut van twee op vier en een appartement van 60 vierkante meter. 
De schipperskinderen werden tot na de tweede wereldoorlog met de hulp van de dichtsbij wonende vroedvrouw aan boord geboren. Zolang het kindje in de wieg lag, stond deze in de roef (kleine kajuit) of het achteronder, of bij goed weer buiten op het  dek. Bij het opgroeien werd het kind in een looprek of kinderstoel buiten gezet. Met een loopkabel verbonden met een soort gareel kon het kindje zonder gevaar enkele meters op het dek rondlopen.
De kinderen werden aan dek groot gebracht tot ze zes jaar waren, dan was het tijd om op internaat te gaan. Dit was een hartverscheurend moment voor iedere schippersmoeder (ook voor de vader); zoveel jaren de ganse dag samen en dan weg op internaat. Vooral het afscheid bij het laatste kind liet een grote leegte na. Maar nu in deze tijd is het veel beter dan vroeger. Nu kunnen de kinderen de vrijdagavond opgehaald worden met de wagen, die met een op het dek staande kraan van boord wordt getakeld. De zondagavond worden de kinderen terug naar school (eerder naar de Schippersschool) gebracht.Vroeger kon het soms een trimester duren eer de schippersfamilie elkaar terug zagen, aangezien dit afhing van het te varen traject. Hier bij ons in Brugge werd één der eerste schippersinternaten opgericht. Dit gebeurde onder de zorg van de Zusters van Maria uit Pittem en het bestuur was in handen van de Paters Capucijnen.
 Een schip vaart tegen een kruissnelheid van tien tot twintig km per uur en dit gedurende vijftien uren per dag maar onder het gestadig geronk van de dieselmotor van 400 pk. voel je de stress uit je wegvloeien. Het is echter niet altijd zo simpel want varen in stormweer of in de mist is geen pretje. Het is een mooi leven maar toch wel hard. Probeer maar een een afspraak te maken bij een dokter of een tandarts. 
Aangezien de binnenschippers geen vaste verblijfplaats hadden en de communicatiemiddelen beperkt waren, was het niet gemakkelijk voor de jeugd om elkaar te ontmoeten en bij een "vrijage" moest de  jongen de trein, bus of tram nemen tot  bij de dichtste halteplaats bij de aanlegplaats en dan maar de rest te voet doen. Het was wel zo dat de jongen op het schip van de ouders van het meisje mocht blijven slapen, zolang hij maar niet bij het meisje sliep.
De voorbereidingen voor het huwelijk gebeurden op het schip van de aanstaande bruid. Op de dag zelf lagen de schepen meestal naast elkaar gemeerd. De bruidssluier werd door de bruidegom, die dan overstapte naar het ernaast liggende schip, aan zijn geliefde af gegeven. Daarna verliet iedereen het schip. eerst de getuigen dan de bruidegom met zijn moeder en wanneer de bruid met haar vader als laatsten het schip verliet, lieten al de omliggende schippers hun sirenen loeien en reken maar dat dit een onvergetelijk moment was.
Eerst ging men naar het stadhuis en de kerk en daarna naar de feestzaal.  Bij veel varende families werd om middernacht het draagbootje bovengehaald en het koppel werd door 6 sterke mannen omhoog gehesen en rondgedragen in de feestzaal. Een letterlijke  voorstelling van het huwelijksbootje.

Bij een overlijden werden de gestorven schippersmensen heel vaak begraven op de begraafplaats van de gemeente waar ze op dat ogenblik aangemeerd lagen. De anderen werden overgebracht naar de begraafplaats van hun thuishaven of domicilieadres. Nu worden de in het buitenland overleden schippersmensen bijna altijd overgebracht naar hun thuishaven of domicilieadres. 
Wanneer ze aan boord overlijden moet een dokter de dood vaststellen, de politie komt kijken of de persoon in kwestie een natuurlijke dood gestorven is en zij verwittigen het plaatselijk gemeentebestuur. Deze op hun beurt verwittigen de gemeente waar de overledene ingeschreven staat. De familie stelt een begrafenisondernemer naar keuze in België aan en deze regelt alle formaliteiten voor de repatriëring van de overledene naar de gemeente waar hij of zij zal begraven worden.
In Frankrijk is er een speciale regeling bij het repatriëren. Ieder begrafenisondernemer is een district toegewezen waarin hij de aldaar overleden mensen mag begraven. Bij een repatriëring moet de familie van de overledene een bepaalde som betalen voor elk district dat het lichaam doorkruist.