Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

1912

08.12.1912
Jules Ghesquiere, hovenier, te Sint-Kruis, had in november 1907 kennis gemaakt met Clementine Druwel, die hij hartstochtelijk lief had. In juni 1908 vroeg hij het meisje om met hem te trouwen, wat zij weigerde. Zij verbrak zelfs alle betrekkingen. Ghesquiere was daarover zeer bedroefd en  had haar toch nog verschillende keren gevraagd de liefdesbetrekkingen te hervatten, doch telkens bekwam hij een weigerend antwoord. Toen hij enkele weken nadien vernam dat zij met een andere jongeling uit de gemeente verkeerde, besloot hij zich te wreken en zeide tot de zuster van zijn gewezen minares "Als zij mij niet toebehoort, zal zij nooit een ander toebehooren, liever zal ik haar neerschieten".
Op 8 juli daaropvolgende ontmoette hij Clementina Druwel, toen zij zich naar het werk begaf in gezelschap van twee andere werkmeisjes. Hij naderde haar en greep haar bij de arm. Het  meisje was terecht bevreesd en  wrong zij zich los, doch op hetzelfde ogenblik werd zij door een revolverschot in de nek getroffen. Zij vluchtte en werd een tweede maal nogmaals in de nek getroffen. Op het gerucht der losbrandingen en het hulpgeroep kwamen voorbijgangers toegesneld, die de moordenaar ontwapenden en in de handen der politie overleverden.
Ghesquiere was bij zijn aanhouding aan een hevige zenuwcrisis ten prooi en wist zelfs niet goed meer wat hij gedaan had. De aangeslagen revolver was met 5 kogels geladen.
De betichte werd aangehouden en in het gevang te Brugge opgesloten en later in een krankzinnigengesticht geplaatst om onderzocht te worden.
In febr.1911 werd Gesquiere door de Raadkamer in voorlopige vrijheid gesteld en enkel vervolgd om slagen en kwetsuren te hebben aangebracht met werkombekwaamheid.
Ghesquiere, eens in vrijheid, trok er van onder en door de Boetstraffelijke Rechtbank van Brugge werd hij bij verstek veroordeeld tot 2 jaar gevang en 100fr boete met onmiddellijke aanhouding en voor het dragen van een verboden wapen tot 8 dagen.
Alle opzoekingen om hem te vinden waren vruchteloos en wellicht zou men hem nooit ontdekt hebben, maar zijn schuilplaats werd toevallig gevonden.
Jules Ghequiere woonde sedert zijn vlucht te Roubaix en had daar kennis gemaakt met een meisje dat hij besloot te huwen. Daarvoor had hij echter zijn papieren nodig. Hij schreef naar zijn gemeente, waardoor zijn schuilplaats werd ontdekt, met aanhouding tot gevolg.
Het was op 5 nov. ll. dat hij in Roubaix in zijn woning waar hij met zijn jonge vrouw verbleef werd aangehouden en uitgeleverd. De betichte, te Brugge verblijvend, sloeg beroep in tegen het vonnis van 02.04.1909. Het hof heeft het eerste vonnis vernietigd en opnieuw verwezen tot 9 maand gevang en 100 fr boete met onmiddellijke aanhouding, daar hij zich evenals de eerste keer aan zijne straf zou kunnen onttrekken. (Uit het Weekblad van Maldegem en Zeeuws-Vlaanderen dd.08.12.1912.