Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

1899

Diefte

In de nacht van Donderdag op Vrijdag rond 1 ure, zijn dieven ingedrongen ter hofstede "De Mote" te St-Kruis, bewoond door Jan Van Dycke, landbouwer. Zij waren vijf in getal, twee hadden reeds een koei gestolen, en waren er mede op weg, toen de landbouwer wakker wierd door het gerucht: de koei wilde zich niet laten binden, en daardoor kwam het dat de dieven met de koei moeilijk vooruit konden, tewijl de drie andere bezig waren nog drie koeien in den stal los te maken. Jan Van Dycke nam zijn geweer en schoot door een venster naar de dieven, welke alsdan de vlucht namen. De koei is over haag en land gesprongen en weder naar de hofstede geloopen. De daders,dezer pogingen tot diefstal zijn onbekend.

("De Gazette van Brugge en de provincie West-Vlaanderen", 13 maart 1899)

Inhuldiging van pastoor Van Den Driessche

Maandag was het volop feest te St-Kruis; immers men vierde er de plechtige inhuldiging van den eerwaarde heer Van Den Driessche als pastoor dezer parochie. Gansch de gemeente was versierd en bevlagd; praalbogen, dichten en jaarschriften niets ontbrak.Rond 11 ure werd de nieuwe herder aan de Kruispoort ontvangen door de heeren burgemeester en schepenen, raadsleden, kerk en armenbestuur, omringd van talrijke geestelijken. De heer Geerstelynck, timmerman aannemer had aldaar.eene zeer schoone kabien opgetimmerd, waarin E. H. Van Den Dnessche het priesterlijke gewaad aantrok. Begunstigd met een overheerlijk weer en onder grooten toeloop van volk, trok de stoet voorbij de nieuwe herder in volgende orde: Een groot getal ruiters allen in feestgewaad en onder geleide van den weledelen heer Desire van Lophem, opende de stoet, daarna kwam het muziek, gevolgd door de wielrijdersclub en van zeven prachtige daartoe opgeschikte wagens namelijk door de: Vereenigde hoveniers, Boldersmaatschappij, Kaartspelers, Wagemakers, Timmermans en Duivenmaatschappij. Onder de wagens, moeten wij bijzonderlijk melding maken van deze verveerdigd door het huis Karel Van Robays en waarop het borstbeeld van de paus prijkte, omringd van Zouaven en daarachter het beeld van den H-Josef, patroon van de timmerlieden. Daarna kwam de geestelijke stoet ofte processie en eindelijk de eerwaarde heer Van Den Driessche, opgeleid door E.H. Van Rolleghem, pastoor-deken van St-Gillis, gevolgd door de familieleden, vrienden en kennissen van den nieuwen herder. Omtrent 11 ½ ure trok de stoet binnen, waar ook onmiddellijk de gebruikelijke plechtigheden aanvang namen. De kerk had voor deze gelegenheid een bijzonder schoone versiering bekomen; de heer Jan Bauweraerts van Brugge heeft er een handje van. Na de plechtigheden in de kerk trok de stoet voort tot aan het klooster van Maria van Pithem, waar een lekker noenmaal den nieuwen herder en de genoodigden wachtte.

("De Gazette van Brugge en de Provincie West-Vlaanderen", 29 maart 1899)

Rovers aanslag te Sint-Kruis

Een stoutmoedige aanslag werd Donderdag nacht in de gemeente St-Kruis gepleegd. rond 2 ure drongen drie onbekende kerels bij middel van braak en beklimming in het neerhof van het kasteel van M. De Schietere de Lophem, rechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge. In dat gebouw wonen de hovenier van het kasteel, de genaamde Herrebout, 80 jaar oud, en een dienstknecht, de genaamde Hendrik Pollet, 30 jaar. Hunne slaapkamers zijn nevens elkander gelegen.

De kwaaddoeners hadden ‘t zeer waarschijnelijk gemunt op de ouderling, die den naam heeft eenig geld te bezitten; doch zij zijn van slaapkamer gemist geweest. In plaats van binnen te dringen bij Herrebout, zijn de booswichten binnengedrongen bij den dienstknecht, een kloekgebouwden kerel, die een revolver in zijn nachttafel liggen heeft. Pollet werd wakker door het gerucht der binnendringers, doch eer hij uit zijn bed was kunnen springen, had een der kwaaddoeners zijnen revolver gegrepen en loste twee schoten naar hem, gelukkiglijk zonder hem te treffen. Pollet sprong onverschrokken naar de misdadigers en wierp een der hunner ten gronde; nog drie revolverschoten werden naar hem gelost, doch de kogel kwamen in de muur terecht. Pollet gelukte er in zich een oogenblik van zijne aanranders te ontmaken en hij nam deze gelegenheid waar om een zware stoothaak te grijpen; hij verdedigde er zich mede op zulke behendige manier dat de booswichten op de vlucht gingen, den ouderling Herrebout omverwerpende die toegelopen was. Pollet verklaart dat hij een hunner op het voorhoofd eenen hardenslag met den kotteraar toegebracht heeft; gansch zijn aangezicht was bebloed. De revolver is ter plaatse teruggevonden. Verscheidene personen waren onmiddelijk op de losbrandingen naar het kasteel geloopen. Het parket is ter plaatse geweest. Naar het schijnt is men op het spoor van de daders. Deze stoutmoedige aanslag heeft in gansch de streek eene groote opschudding teweeg gebracht.

("De Gazette van Brugge en de provincie West-Vlaanderen", 20 mei 1899)

Diefte

In de nacht van Donderdag op Vrijdag hoorde de zoon Mortier, hovenier te St-Kruis, dat men bezig was aan zijn konijnenkot, keek door het venster en zag eenen persoon die bezig was met konijnen te stelen; spoedig was hij ter plaatse maar de dief liep weg; hij achterhaalde hem in de weg achter het Gildenhuis, een gevecht ontstond tussschen hen en Mortier riep moord, hetgeen door de buren gehoord werd. Mr. Desmet,. gepensioneerde politiecommissaris, die aldaar woont kwam met zijnen zoon, toe gesnelt en hielpen de dief aanhouden, die in verzekering werd gebracht in het politiegevang van St-Kruis. Het is een gevaarlijke kerel, Minnaert Albin genaamd, van Hollandsche oorsprong, en die reeds vescheidene veroordeelingen heeft ondergaan voor konijnen diefstal. Hij is gisteren morgen naar Brugge gebracht en in het gevang opgesloten. Minnaert moet nog medeplichtigen hebben want vijf groote konijnen zijn gestolen en een zesde heeft men halfdood langs de straat terug gevonden. Deze diefte is gepleegd met beklimming en braak, daar het kot goed gesloten was.

("De Gazette van Brugge en de provincie West-Vlaanderen': 2 juli 1899)

 

Prijskamp van bebloemde voorhovetjes

Niettegenstaande de hoogst ongunstige omstandigheden spruitende uit de buitengewone droogte des zomers, was de prijskamp, uitzonderlijk voor de hovetjes over de kerk gelegen, nog merkweerdiger dan de voorgaande jaren en bewees nog -eer zorgen, kunst en goede smaak van wege de mededingers. Eene uitgelezene menigte was de lieve gemeente komen bezoeken op Zondag 27 augustus ll., wanneer de belooningen toegekend en uitgedeeld werden, hetgene geschiede onder de blije klanken van een behendig muziekkorps. Ziehier de namen der prijswinnaren, volgens de orde van verdiensten in elkeen der beide afdelingen.
A.. Heer D'Hoest Arthur. - Heer De Pierre Henri
B. Heer Callant Pieter. - Jufvr. Gadeyne Leonie. - Heer Meire D. - Heer Nayaert Joseph. - Jufvr. Demonie Eugenie. - Heer Claerbout K. - Heer De Buck Frans.

Laat ons hopen dat het gemeente bestier van St-Kruis en de Koninklijke Maatschappijan hofbouwkunde te Brugge, zullen blijven samenwerken om dergelijke prijskamp ieder jaar te vernieuwen.

("De Gazelle van Brugge en de provincie West-Vlaanderen': 4 september 1899)

Diefte in 't voedermagazijn van 't leger 

Donderdag nacht, waren onbekenden bezig met haver uit het voederrnagazijn van 't leger, gelegen buiten de Kruispoort, weg te dragen en dezelve, in eenen ledigen beerwagen te laden, die onbespannen voor het magazijn stond. De dieven in hun werk gestoord geweest door de aankomst van een officier van het 3 de lanciers, zij zijn op de vlucht geslagen en hebben natuurlijk alles in de steek gelaten. De beerwagen bevatte reeds een tiental zakken haver. De schildwacht aan het voederrnagazijn geplaatst was ingeslapen, niettemin is hij aanstonds in 't drooge gesteken geweest en zal verantwoordelijk gemaakt worden voor de diefte die er gepleegd werd. Tot hiertoe is niemand aangehouden. De gedarmerie heeft een onderzoek geopend. Sommige kerels worden verdacht maar niets stelligs is tegen hen kunnen ingebracht worden. De eigenaar van de beirkar is gekend maar had zijn kar uitgeleend aan een ander persoon die hem die nacht had laten staan bij een mesthoop. 't Is kapitein Dumon van het 3 de lanciers, die rechtover het voederrnagazijn woont die de dieven zag in en uit gaan. Hij ging beneden komen maar midderwijl waren de dieven weer naar binnen gegaan en seffens weer buiten gekomen, de poort zorgvuldig en met eene zekere kennis sluitende. ‘t Moeten dus kerels zijn die opperbest het voedermagazijn kennen. Terwijl M. Dumon en eenige bijgekomen personen te zamen met de soldaten van het voedermagazijn, een eerste onderzoek deden, kwam een man met een peerd af, langs de weg gevende tegen het magazijn, zeker om de wagen af te halen waarin het haver zat. Maar deze wagen was reeds in het voederrnagazijn opgesloten, op bevel van M. Dumon. Eenige personen ziende is de kerel met zijn peerd in allerhaast weggevlucht.

("De Gazette van Brugge en de provincie West-Vlaanderen~ 11 september 1899)