Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

L. Debruynestraat


Buurtweg nr 21 en 25
 
Eenmaal op de atlas ingeschreven, viel er aan de buurtwegen niets meer te veranderen, tenzij door bijzondere formaliteiten in de wet voorzien en bekrachtigd door een Kon. Besluit.

In 1854 vraagt bierbrouwer en raadslid Medardus Mabesoone, een gedeelte van buurtweg nr 21, liggende midden 2 percelen van zijn grond, te mogen "vernietigen" tussen de staatsbaan en het Molenstraetje.(zie plan op het onderzoek van commodo en incommodo) Er komt heelwat protest o.m. van molenaar Robert Debruyne, Laurentius Depaepe, werkman, Rosalie Denys, herbergierster en vroedvrouw, Petrus Coppens, Robert Gevens, Bernard Timmerman, Martinus Debruyne, bakker, de Schieter de Lophem, Pieter Suvee, hovenier en Marinus Meulebrouck. De raad kan, in zitting van 17.3.1856 de klacht van Debruyne onderschrijven: overwegende dat het blijkt uit een afmeting welke ter plaetse gedaen heeft geweest dat, indien de Schaekwegel vernietigd wierd, de heer Debruyne inderdaed eenen omweg zoude moeten doen van juist 150meters (dus 300meters voor gaan en keeren) telkens hij naer den steenweg zoude gaen... De raad stuurt een ongunstig advies naar de hogere overheid. Maar de Permanente Deputatie van de provincie was reeds eerder bereid de vraag van Mabesoone gunstig te adviseren Bij K.B. van 30.4.56 wordt een stuk van buurtwag nr 21 gedempt. Mabesoone moet wel 60fr. aan de gemeente betalen.
Gans anders verliept het wanneer op 2.10.1887, de heer Arents de Beerteghem uit Oostkamp, vraagt een gedeelte van de buurtweg nr 25 in het verleden reeds verlegd, te mogen sluiten. Op 3.12.87 is het antwoord van het schepencollege negatief met de opmerking: gemelde voetwegel zou moeten gelegd worden gelijk hij op het plan der buurwegen aangetekend is. Die buurtweg zou verdwijnen n.a.v. de verkaveling rond de watertoren.

NB. Hieronder de briefwisseling van Debruyne en van Arents de Beerteghem.

Aanvragen om de voetwegel nr 25 te mogen verleggen
De ondergeteekende heeren A.Arents de Beerteghem, grondeigenaar te Brugge en Emnanuel Baeten, rentenier wonende te Brugge, Roodestr. 31 vragen bij deze aan het gemeentebestuur der gemeente St.- Kruis bij Brugge, van zich te willen vergaderen om te beslissen over de noodzakelijkheid van te dempen en de doorpassagie te verbieden van het voetpad loopende van aan de landweg van het dorp naar de molen tot aan de kalsijde van Brugge naar Moerkerke door nr 62 der sectie D en langst den eigendom van bovengemelde heer Baeten, weg geteekend op de kaart hierbij in het groen en die uitsluitelijk nutteloos en schadelijk is bijzonder in de oogsttijd.
Gedaan in dubbel te Brugge den twintigste maart 1800 zes en zeventig
    A. Arents de Beerteghem    EM. Baeten

Oostkamp 2.10.1887
Heeren Burgemeester en Schepenen der gemeente St.-Kruis
Hiernevens heb ik de eer eene schetskaart toe te sturen bevattende eenige eigendommen mij toebehoorenede en gelegen in de gemeente St.-Kruis onder de sectie D.
Door deze landen bestaat er een wegelken dat men heet Molenwegelken die sedert lang bestaat maar eertijds recht was, nu sedert eenige tijd gelijk gij het hier uitgeteekend ziet in het rood, maakt het eenen haak uit en door het gedurig geloop van de menschen en zoo voorts groote schade moet brengen aan de bezaaide landen.
Volgens oude spreekwoorden, costumen en wetten zegt men dat geene ker- of molenwegelkens mogen of kunnen gedempt worden uit oorzaak van hun eeuwig bestaan zonder reclamatien, nochtans als deze wegelkens van aard en van directie veranderd worden en bijzonderlijk schade bijbrengen mag men spreken.
Ik weet dat de heer molenaar De Bruyne de status quo zoude geern behouden misschien, het is tog zoo het zeggen op St.- Kruis en hij maakt geen gebruik van dat wegelken aangezien er langs zijn land er een bestaat die korter en gemakkelijker is voor hem. Dus Mijnheer als gij dat wel zult na gezien hebben, gij zult zien dat gelijk het wegelken in het rood uitgeteekend nu ligt moet schade toebrengen. Ik vraag U dus van uwen goedheid naar goed onderzoek om dat wegelken te mogen toedoen, de landen toeploegen en de passagie verbieden. Ik offer in tegendeel als het noodig is van dat wegelken te verleggen lans mijn land al buiten gelijk hey hier in het blauw uitgeteekend kunt zien, de weg zoude zelfs korter zijn. Verhoopende dat gij de goedheid zult hebben van deze verbetering toe te staan, groet ik U vriendelijk, Arents de Beerteghem
-De pachter van mijn land is Sieur Leopold Hoste van wie gij zoudet kunnen als gij het belieft alle inlichtingen bekomen.

2.12.1887, na de weigering van het gemeentebestuur van 3.12.87
"heeren Burgemeester en Schepenen der gemeente St Kruis bij Brugge Aangezien bij uw brief ge niet toestemt aan het verleggen van het molenwegelken loopende door mijn land te St.- Kruis waarover ik u gesproken heb in mijnen brief van tweeden october 1887 en dat gij geluisterd heb naar het zeggen waarschijnlijk van den heer molenaar De Bruyne zonder de zaak goed zelf naar te zien met de schetskaart die ik U toegezonden heb, laat ik U weten bij deze dat ik niet verplicht ben van de menschen te laten passeren of doorwandelen op het einde en langs mijn land zuidkant, ik heb daar een wegelken zelf gemaakt voor het gemak van eenieder het is een onlangs nieuw voetpad, ik heb dus daarvoor geen permissie noodig voor het dempen, en het zal met de eerste gelegenheid toegedaan worden. Indien gij daarover verdere inlichtingen begeert, Sieur Leopold Hoste zal er U geven.  Ik groet U vriendelijk
Arents de Beerteghem
 

Brief van de heer R. De Bruyne aan de gouverneur van West-Vlaanderen
Aan Mijnheer de Gouverneur der Provincie West-Vlaanderen, Voorzitter der Permanente Deputatie

Mijnheer,
De ondergeteekende Robertus De Bruyne, molenaar te St Kruys bij Brugge, neemt de nederige vrijheid Ued. te vertoonen dat hij eigenaar en gebruiker is van den windmolen staende langst de Schaekwegel, van welker wegel Mr Mabesoone wenscht een deel te vernietigen; dat hij en al zijne geburen tegen deze vraeg gezonde reclamen ingebragt hebben,
en dat niettegenstaende deze reclamen, hij met verwondering komt te vernemen dat de heeren Regeerders der Parochie Sinte Cruys deze vraeg gunstig aengenomen hebben.
    Uit de hiernevens gevoegde teekening blijkt er dat bij aldien de vraeg van Mr Mabesoone aanveerd wordt, de rekwestrant telkens hij, zijne huisvrouw of dienstboden naer aen steenweg moeten gaen in de richting van punt A, ‘t gonne alle oogenblikken gebeurt, zij telkens een omweg van omtrent 145 meters zullen moeten doen, dat in de veronderstelling zulks maer twintig mael daegs gebeurt, dat dit te zamen een omweg maekt van omtrent drie kilometer dus meer dan eene halve uer.
Eenen gelijke omweg zoude moeten gedaen worden door de persoonen komende van het punt A naer mijn molen, of gaende naer de kerk op het dorp en Ued. kunt daeruit besluiten, Mijnheer de Gouverneur, hoe schadelijk zulks voor mij zou wezen indien mijne reclame niet aenvaerd wierde.
Ik geloof,  Mijnheer de Gouverneur, dat in deze staet van zaken, Ued. moet overtuigd zijn dat de Schaekwegel er noodzakelijk is, en dat in dit geval het plaetselijk bestuur niet kan bemagtigt zijn den zelven te vernietigen. Dit is voor het overige het advies der heer Angillis &. Van Damme, zie legislation des chemin public blz 276.
Eindelinge moet ik Ued. laten weten dat er slechts vijf leden aenwezig waren wanneer de zaek beslist heeft geweest, en dat er reeds twee van hun nu ter plaetse gekomen zijn, mijn reclame gezond bevonden hebben.
In het vaste betrouwen dat Ued. zult gelieven mijn vraeg te aenhooren heb in de eer mij te noemen met achting
Uw ootmoedigen dienaer
R. De Bruyne
St Kruis, de 5 October 1854

De Leopold Debruynestr., een gedeelte van de buurtweg nr 18 tussen Pr.
Leopoldstraat en Schaakstraat 401m en verder tot Zeemachtkazerne, kreeg in zitting van 29.12.1926, haar naam. In juli 1932 werden er 3 lanteerns geplaatst. Door de komst van de huizen in de L.Debruyne- en Molenstraat, zou de aldaar lopende gracht, de Fernandsbeek, gelijdelijk en tenslotte gans overwelfd worden. Deze "stinkende" gracht liep verder langs de Pr. AIbertstraat onder de Maalse Steenweg door, langs de Vestingstraat en mondde uit in het Zuidervaartje.