Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Straten

TER INLEIDING

Carlos Jansseune heeft geprobeerd en is erin geslaagd om de geschiedenis van Sint-Kruis te schetsen via "urbanisatie en infrastructuur"

Wanneer, eind 1795, ons land onder Frans bestuur kwam, werden de
paallanden, die Brugge zich in 1275 had weten aan te schaffen, terug van de stad afgenomen. St.-Kruis werd een zelfstandige gemeente, deel uit makend van het kanton Damme in het departement van de Leie. Haar westgrens werd het St Trudoledeken. Dit wil dus zeggen dat de Kruispoort en de huizen-herbergen zoals " De IJsput" op Brugs grondgebied stonden.
Sinds 1814 onder Nederlands bewind, werden onze gemeentegrenzen in 1828, nog maar eens duidelijk afgebakend. Het proces-verbaal hierover, opgesteld door de aangeduidde landmeter; luidt o.m. als volgt: “op het terrein gekomen, hebben wij onze bewerking begonnen van het punt in de omtrek der opgemelde gemeente, hetwelk meest ten noorden liggende, tevens tot scheiding dient, tusschen beide gemeenten van St.-Kruys en Damme, en wij zijn voort de lijn van omschrijving gevolgd van het Noorden naar het Oosten en vervolgens naar het Zuiden en Westen, geduriglijk aan onze regter hand houdende het grondgebied van St.-Kruys, en aan onze linker hand achtervolgens die van Damme, Moerkerke, Sysseele, Oedelem, Assebrouck in voege als volgt... (voor de volledige tekst raadpleeg SAB (Stadsarchief), Inventaris Sint-Kruis, dokument 101)
In 1830 diende in de nieuwe staat Belgie een en ander op punt gesteld te worden. Op 25.11.1830 werden onderhandelingen begonnen en reeds op 7.2.1831 kon de "Belgische Grondwet" afgekondigd worden. Het opstellen van een gemeentewet daarentegen kostte heel wat meer moeite. Liefst 92 zittingen van het parlement kwamen er bij te pas, eer op 30.3.1836 die wet een feit werd. Een maand later, op 30.4.1836, werd zonder moeilijkheden de provinciewet goedgekeurd.
Een der eerste opdrachten die onze gemeenten te verwerken kregen, was het opmaken van een "atlas van buurtwegen" en dit volgens de wet van 10.4.1841. Ongeveer in dezelfde periode werden ook vele kadastrale plans van gemeenten gemaakt of hermaakt. Zo zijn de kadasterplannen van Phil. Chr. Popp overbekend, en worden tot op vandaag gebruikt. De Poppkaart van St.-Kruis draagt 1842 als jaar van uitgave.
De opdracht voor het maken van de atlas der buurtwegen van St.-Kruis werd toevertrouwd aan de heer Henri Heuschling, inspecteur van het kadaster van de provincie Brabant. In 1841 had hij een voorontwerp klaar. Hierop stond als nummer 1 (buurtwegen hebben allen een nummer) de staatsbaan of de huidige Maalse Steenweg. Bij de definitieve opmaak, 1.3.1845, stond de staatsbaan (want zij was geen buurtweg) er helemaal niet meer op. Op 1.9.1845 werd de atlas der buurtwegen van St.-Kruis goedgekeurd door ons schepencollege en pas op 13.4.1848 door de provincie.

Buurtwegen liepen meestal op private gronden en de geschiedenis van hun evolutie is niet makkelijk na te gaan. Het feit dat, enerzijds door hun inschrijving op de atlas ze erkend werden als openbare weg; maar anderzijds die inschrijving aan de gemeente geen eigendomstitel verleende, gaf soms aanleiding tot discussie en betwistingen. Dat was vooral het geval bij het verleggen, inpalmen of zelfs verdwijnen van sommige kerk- en voetwegels (soms maar een paar meter breed) die ook als buurtwegen ingeschreven waren. Toch zijn die wegen, en zelfs enkele die niet op de atlas voorkomen, door allerlei procedures (o.m. de verjaring) in de loop der jaren eigendom van de gemeenten geworden.
Het onderhoud der buurtwegen was, volgens art.13 van de wet van 10.4.1841, ten laste der gemeenten, maar de provincieraad mocht beslissen dat in gemeenten waar dit gebruik bestond, deze kosten "ten geheele of ten deele" ten laste der aangelanden aangerekend konden worden. De provincieraad had St.-Kruis geplaatst bij de gemeenten waar de aangelanden met het onderhoud der buurtwegen gelast waren. Een KB van 8.3.1342 voorzag  in een jaarlijkse schouwing van de buurtwegen, grachten en waterlopen. In een schouwingsverslag van 14.5.1855 leest men bv. dat de aangelanden of gebruikers van de Legeweg verzocht worden: de grachten te delven, kanten af te steken en buizen te zuiveren; en deze van de Vijve Molenstraat moesten de putten vermaken en de straat tonnewijs aanleggen. Eerst pas vanaf 1.1.1907 moest de gemeente het onderhoud der buurtwegen op zich nemen.

Enkele voorbeelden:

Betwisting over de buurtweg nr 19 - Pijpeweg
St Kruys Gemeenteraad 
Zitting van, den 11 November 1874
Tegenwoordig de heeren J. de Bie, Burgemeester, Voorzitter; Dumon en Timmerman, Schepenen; Cte G. Visart, de Maleingreau, Van: Kerschaever, Verstraete, Viane, leden; A.Plaetevoet, secretaris.    '
Pijpeweg – Proces De Foere
De gemeenteraad voornoemd:

    Gezien de dagvaard van den huissier Louis Laroche in dato 28 octobre 1874, waarbij het kollege van Burgemeester en Schepenen dezer gemeente gedaagd is vanwege de heren Leon en Augustin De Foere, alhier wonende, te verschijnen binnen de acht dagen voor de rechtbank van eersten Aanleg te Brugge, om al daar te hooren verklaren dat de gemeente St.-Kruys slechts een servituud van passagie, heeft op de Pïjpeweg van 4m40 breed, dat dit servituud voortaan in het midden van dezen zal bestaan, dat deze breedte zal afgepaald worden door deskundigen en ten koste van dezer gemeente, dat gemelde heeren van de overige breedte zullen mogen beschikken ingevolge goeddunken; zie het afschrift der dagvaard hiernevens.
    Gezien den atlas der buurtwegen dezer gemeente waaruit blijkt dat de Pijpeweg eene- wezentlijke breedte heeft van 11 à 15 meters
    Overwegende dat ingevolge art. 28. der wet van 10 april 1841,
er geene veranderingen aan de openbare wegen mogen toegebracht worden zonder het volbrengen der formaliteiten bij de wet voorgeschreven.
    Overwegende dat ofschoon den eisch der heeren De Foere gansch ongegrond is, de gemeente nochtans verplicht is aan deze dagvaard te beantwoorden. 
    Gezien art. 77/1 der gemeentewet. van 3 Maart 1836
    Besluit met eenparigheid van stemmen
art. 1 De noodige aanvraag werd bij deze gedaan door onzen Gemeente Raad
om aan de voorzeide dagvaard te beantwoorden en alle onze rechten te doen gelden, zelfs in beroep.
art. 2 Afschrift, dezer zal aan de goedkeuring der bevoegde overheid toegezonden worden.
De Gemeente Raad,
de secretaris,

N.B. Deze betwisting zal enkele jaren aanslepen
 
Straatschouwing
Geschreven aan Dhr. Calloigne 
St Kruys, den 28 july 1825
Wij hebben de Eer U Ed. te laaten toekomen een extrakte uyt de proces Verbal der straatschouwing dezer gemeente gedaan voor de jaere 1823. Voor wat betreft de werken aangewezen aan de Stede van Brugge als eigenaar der wegen aldaar gemeld.
Wij bidden U Ed. achtbaare heeren, te gebieden de noodige bevelen te geven aan de dene wie het behoord, ten einde de verhyschte werken an gezegde straeten zonder voorder uytstel verrigt te worden vermits het hoog noodig is, te meer ten gepasseerden jaar niet verrigt is geworden, niet tegenstaande ons vriendelijk verzoek gedaan bij dépêche van 28 juny 1822
Burgemeester en Schepenen der gemeente St.-Kruys,
Judocus van Cleemput, ter ordinantie
secretaris, Vanden Bulcke

Wie op vandaag beweert dat de overheid niets onderneemt voor de veiligheid van de zwakke weggebruiker, is volledig fout. Reeds in de tijd dat er noch auto's noch fietsen waren, werden er langs sommige buurtwegen houten palen geslagen om een "voetwegel" af te bakenen. Het politiereglement luidde als volgt: het is verboden op de voetwegel of wandeling te komen met peerden, ezels, trek-, draag- en rijbeesten of koeyen. Overtreders riskeerden een boete van 3fr of één dag gevang in geval van "behoeftigheid"...
Dat onze huidige Moerkerkse Steenweg als nr 1 en 2 aan de top der lijst van buurtwegen prijkt, was helemaal geen toeval. Sinds onheugelijke tijden is deze weg de hoofdader van het wegennet in onze gemeente. Daarover vinden we belangrijke gegevens in een werk van Magda Cafmeyer "De Gemene Weidestraat op het Syseelse vanaf de vroege Middeleeuwen".

De overstroming van de zee tijdens de vroege middeleeuwen, ligt aan de basis van de latere wateringen van de Broek. Die overstroming zou dit vlakke gebied, een soort wadden vlakte, overspoeld hebben tot aan de hoogtelijn van 4,50m. De hoogtelijn van 5m loopt even ten noorden de kerk van St Kruis en zwenkt één kilometer meer oostwaarts naar het zuiden voorbij de "bergen aan Duivels Doornhut" tot bij de Brieversweg ten noorden van het kasteel van Male. Men mag veronderstellen dat de toenmalige kustlijn ongeveer de kronkelende Romeinse heirweg volgde, d.i. de Hoog- en Langestraat te Brugge en de huidige Moerkerkse Steenweg te St.-Kruis. De "bergen" aan de Doornhut, waarvan er tot op vandaag nog restanten zouden te zien zijn in De Linde, vormden als binnenduinen een natuurlijke belemmering voor verdere overstromingen.
Langs de hoger genoemde Romeinse heirweg, ten oosten van Brugge, Aardenburgschen heirweg genoemd, stond op het hoogste punt (+ 7m) van de parochie, de kapel Gera. Juist daar voorbij of daar tegenover lag de bifurcatie - de geer (geer = volgens prof. M. Gysseling, een spits toelopend stuk land waar twee wegen uiteen lopen) van die weg. Vanaf dit punt liep in noorderlijke richting de Noorderen- of Nederen Aardenburgsche weg (de zomerweg) om een boogscheut verder oostwaarts parallel te lopen met de hoofdweg die vanaf dezelfde splitsing de Zuideren- of Hooghen Aardenburschen weg (de winterweg) werd. Bij droge zomers verkozen de landbouwers voor hun gerij de Noorderen, lager gelegen weg; omdat de zandige Zuideren weg moeilijk berijdbaar was. In de natte winters schuwden ze die drassige Noorderen weg om de hoger en droger gelegen Zuideren weg te gebruiken. Zo hadden beiden om beurten hun belang. Uiteindelijk is de Zuideren Aardenburgschen weg de hoofd- en de Noorderen Aaardenburgsche weg tot op vandaag een landelijke weg gebleven.
Om deze inleiding af te ronden, nog een kort woordje over de structuur van onze gemeente.
Van oudsher spreekt men te St Kruis van het dorp, Male, de Broek en Vijve-Kapelle. Het is een indeling die men ook in de administratieve werkzaamheden aantreft.
Op het kadaster deelde men St.-Kruis eveneens in vier secties in, nl. de secties A, B, C en D. Bij de doorvoering van de grote fusie-politiek van steden en gemeenten in Belgie vanaf 1977; verloor St Kruis, toen al 6 jaar opgeslorpt in Groot-Brugge, de sectie A aan Groot-Damme.
Op kerkelijk vlak krijgen we dan weer een heel andere indeling. Oorspronkelijk viel het ganse grondgebied St. Kruis onder één parochie. Die had zelfs, tot in 1668,  de parochie St Anna in Brugge erbij. Dit was het zo genaamde "St.- Kruis binnen Brugge" en het "St.-Kruis buiten Brugge". Meer dan twee eeuwen daarna kwam een tweede afscheiding als in 1885 de  parochie O.L.Vrouw in Vijve Kapelle opgericht werd.
De volgende splitsingen komen ongeveer tachtig jaar later. Tengevolge van de zeer snelle bevolkingsaangroei kwam in 1962 te Male de parochie St Thomas van Kantelberg tot stand. In 1965 werd op de grens van St.-Kruis met Assebroek de parochie St.-Ludgardis opgericht. En tenslotte op het Dampoortkwartier, in 1970, de St.-Franciscus parochie.
De moederparochie of parochie van de Heilige Kruisverheffing zou gesticht geweest zijn in 1135 of 1183. (uit de parochiegids)
Niet alleen was er soms onzekerheid over het eigendomsrecht der wegen, ook over het plantrecht langs die wegen bestonden er twijfels
In 1879 is de dienst Wateringen van de Broek van mening dat het plantrecht langs de Moerkerkse steenweg haar toebehoort van Kruispoort tot Doornhut. In dat jaar willen zij dit plantrecht op deze afstand (1800m) aan de gemeente verkopen voor 500fr mits de bestaande bomen zelf te verwijderen.    
In zitting van 11.6.1879 doet burgemeester de Bie opmerken dat het plantrecht tussen Kruispoort en Gildenhuis toebehoort aan de stad Brugge. Het plantrecht zou dus maar moeten afgekocht worden tussen herberge De Zorge en Doornhut. De Watering van de Broek dringt niet verder aan, want ze zwicht voor de hoge gerechtskosten voor het verdedigen van haar vermeende rechten. De aankoop werd met 5 Ja stemmen goedgekeurd. De Bie en Visart onthielden zich als deel uitmakend van de regie der Watering van de Broek.
    En dan is er nog de eerder folkloristische indeling van de gemeente in de vele volkswijken als: de Goe(u)dklompe, Lettenburg, de Vossesteert, 't Nieuw Kwartier, Afscheure en mogelijks nog andere waarvan de grenzen niet of zelden juist afgebakend werden. Sommige van die wijken hadden jaarlijks zelf hun eigen kermis. Op vandaag zijn een paar van die wijknamen in de vergeethoek geraakt. De naam" ’t Nieuw Kwartier" had maar zin zolang er op St Kruis ook maar één nieuw kwartier was. Wanneer na wereldoorlog II  de nieuwe wijken als paddestoelen uit de grond kwamen, sprak en spreekt men over “het Dampoortkwartier”.

Al bij al een veelzijdige manier om een kadastrale oppervlakte van 1680ha 89a die onze gemeente tot einde 1970 en de gemeente-afdeling (onder Brugge) tot einde 1976 groot was, in te delen en onder te brengen onder de benaming die in de loop der eeuwen vele schrijfwijzen aannam: Sancti Crucis (961), Sancte Crucis (1089), Sancta Cruce (1110) Ste Crois (1264), Sint Crues (1273), Sinte Cruus (1286), Zinte Cruis (1327), Sinte Cruys (1604), Sinte Kruys (1832), Sinte-Kruis (1903), Sint-Kruis (1953).
What is in a name? Zoals men tot op heden nog steeds spreekt over St.-Pieters, dat gans op het einde van de vorige eeuw zijn zelfstandigheid verloor en bij Brugge werd aangesloten,  zo zal men ook over St - Kruis blijven spreken. Maar het feit dat het op 31.12.1970 om 24u ophield een zelfstandige gemeente te zijn, is wellicht een uitdaging om er, meer dan voorheen, over te schrijven. 

Samenvatting periode 1830-1900

Zie hier de evolutie van onze straten in de 19de  eeuw.
In de eerste plaats stellen we vast dat er in gans die periode niet één nieuwe straat is bijgekomen sinds het opmaken van de atlas der buurtwegen. Daar tegenover kreeg de buurtweg nr 1 een herkasseiing met de nieuwe Gerbobrug als rechte verbinding met de Kruispoort. De buurtwegen 2, 8bis, 16, 4 (gedeeltelijk), 14, 15 en 11 veranderden van zandwegen naar kasseiwegen. Of St.- Kruis hierbij voor- of achterlag met de andere randgemeente is niet geweten, maar in 1842 had men het in een raadszitting te Brugge nog over "plusieurs de nos rues sont encore sans pavé", hetgeen er op wijst dat er ook in de binnenstad nog veel zandstraten waren.
Wat de evolutie van de bebouwing betreft in dezelfde periode kan vooreerst gewezen worden op enkele niet onbelangrijke realisaties. In 1842 bouwt onderwijzer J. Cafmeyer zijn privateschool met woonhuis op hoek van de Polderstraat tegenover de herberg St Elooi. In hetzelfde jaar wordt, onder impuls van pastoor Van Haverbeke een klooster met meisjesschool gebouwd langs de Moerkerkse Steenweg waarvan "het kapelleke aan de Doornhut" op heden het laatste overblijfsel is. In 1853 wordt een nieuwe, de huidige, kerk gebouwd. In 1879 is de gemeente verplicht, ingevolge de wet van 1.7.1879, een gemeenteschool op te richten. Daarvoor vond men de nodige gronden langs de Moerkerkse Steenweg nabij de Doornhut. Hiermee zaten we volop in de schoolstrijd en als reactie bouwde pastoor Verstraete een "vrije school" in dezelfde straat op de plaats van het huidige O.L.V.- college (thans de KBC-bank. En in 1886 werd "het wezengesticht" opgetrokken.
De gewone huizenbouw kwam eerst goed op gang in het laatste kwartaal van deze 19de  eeuw. In zijn eindwerk tot het bekomen van de graad van licentiaat in de "aardrijkskundige wetenschappen" behandelde Luc Zwartjes " St.- Kruis van landelijke tot verstedelijkte gemeente". Tot in 1869 was St.- Kruis uitsluitend een landbouwdorp, afgescheiden van de stad Brugge, met enkel wat bebouwing rond de kerk. Vanaf 1879 begint, volgens die studie, de verstedelijking van St.- Kruis met de bebouwing tegenaan de stadsrand (begin Moerkerkse- en Maalse Steenweg, Prins Albertstraat en begin Dampoortstraat).
In raadszitting van 31.12.1867 werd het bouwreglement goedgekeurd. Hieruit het volgende over de oppervlakte der gebouwen: ...welkdanig ook de afstand van den openbaren weg mogte wezen een oppervlakte zullen moeten hebben van 45 meters vierkant ten minsten, hierin niet begrepen de schuer en stallingen en eene hoogte van 2 meters 75 van den grondvloer tot den zolder. De huizen met een stacie van twee meter 25 centimeter hoogte zullen slechts eene oppervlakte van 30 vierkante meters moeten hebben
Steeds volgens de studie Zwartjes, vestigden zich stilaan enkele nijverheidsinstellingen te St.- Kruis, vooral rond de vaart. In 1867 een vlaszwingelarij met stoomaandrijving, in 1870 de stoomwolfabriek aan de Dampoort, 1873 de stoomsuikerfabriek (Hellin) en later rond de eeuwwisseling een mouterij, de katoenfabriek aan de Maalse Steenweg (1897) en een cimentfabriek.
Mede door deze werkverschaffende inrichtingen kwam de huizenbouw op gang hetgeen op zijn beurt van invloed was op de bevolkingsaangroei. Op 1.1.1830 waren er 1473 inwoners. Tien jaar later waren er 1740. In 1870, de periode waarin St.-Kruis tot ontwikkeling kwam, telde St.- Kruis 1910 inwoners. Volgens een artikel in het Brugsch Ommeland waren er toen 341 woningen. Hiervan 136 huizen in de dorpskern met 623 mensen, 89 huizen op de wijk Male met 566 mensen, 67 huizen in Vijve Kapelle met 392 mensen en 49 huizen in de Broek met 337 mensen.  In 1880 zijn er 2490 , in 1890 2670 en in 1900, 3300 inwoners te St.- Kruis.
Nutsvoorzieningen waren er nog niet behalve dan de openbare verlichting met 16 lichtpunten op gas langs de Moerkerkse Steenweg (Kruispoort tot café Mexico), 1 lantaarn in de Pr. Albertstraat en een tweetal te Vijve Kapelle. (op petrol)
Op het einde van de eeuw verschenen de telefoonleidingen in onze straten, hetgeen niet betekent dat er reeds aansluitingen waren.
Tenslotte lezen we in het verslag der raadszitting van 1.3.1984, hoe het gesteld was in geval van brand op onze gemeente. Uit een schrijven van het stadsbestuur:"...onder ander aan ons Bestuur vragende als Hetzelve toestemt aen de stadskasse van Brugge terug te betalen de loonen der manschappen, volgens tarief, en de schade aan het materiaal der brandweer toegebracht; ingeval de wakers van den Halletoren in de richting van St.- Kruis eenen brand zouden ontwaren en dat het stadsbestuur noodig zou oordeelen mannen en getuig te zenden om de ramp te bestrijden. Overwegende dat in 't algemeen de branden die in deze gemeente uitbersten weinig aanzienlijk zijn en dat het dikwijls zou gebeuren dat als de brandweer van Brugge ter plaatse zou komen het gebouw, schelf, mijt enzoovoorts reeds afgebrand of gebluschd zijn of nog dat de brandweer geen water zou vinden om den brand te bedwingen. Overwegende dat deze hulpveerdigheid der stad Brugge zelfs zeer groote kosten zou kunnen teweegbrengen voor deze gemeente, waaruit overigens de brandverzekeringsmaatschappijen het meeste voordeel zouden genieten... Besluit Sint-Kruis geen "bluschtuig" te vragen en de stad voor zijn vriendelijk aanbod en dienstveerdigheid te danken.

De Buurtwegen
            Een van de eerste belangrijke realisaties van de Provincie bestond in het doen opmaken en goedkeuren van wat genoemd wordt de «atlas der buurtwegen».

Die taak werd aan de onderscheiden provincies opgedragen krachtens de wet van
10 april 1841 op de buurtwegen. Die wet is trouwens nu nog steeds in voege. De atlas der buurtwegen ziet er werkelijk uit als een wegenatlas en bevat, benevens een algemeen liggingsplan van de toenmalige gemeentelijke openbare wegen (en voetwegen), een hele reeks detailplans waarop de juiste wegbreedte, de weggrachten en zelfs de bomenrijen alsmede de toen bestaande woningen staan aangeduid. Die atlas bevat tevens een tabel met opsomming van al die- (genummerde) wegen samen met hun toenmalige straatnaam.
Een dergelijke atlas werd per gemeente opgemaakt en bestaat uit een origineel die berust bij de gemeente en een dubbel die bij de Provincie wordt bewaard in het Provinciehuis Boeverbos (4e Afdeling). In totaal werden er een 252-tal atlassen getekend.
De opmaak met de toen beschikbare middelen moet een monnikenwerk geweest zijn. Alles diende manueel te gebeuren en de verplaatsingen van de landmeters, die met die taak waren belast, gebeurden ofwel te voet of per koets. Omstreeks 1845 was het werk volledig af.
Die atlassen vormen sindsdien een bewijsdocument als «openbare weg» voor de erin opgenomen wegen.
Door de verwoestingen aangericht aan de wegeninfrastructuur tijdens de oorlog 1914-1918 dienden de atlassen van enkele gemeenten uit de frontstreek hertekend. te worden. Dit is o.m. op een ingrijpende wijze het geval geweest voor de gemeente Houthulst.
Het belang van die buurtwegenatlas blijkt nu nog steeds uit de talrijke consultaties die gebeuren zowel van particuliere zijde als vanwege de lokale besturen. Daarenboven beginnen die stilaan 150 jaar oude documenten ook een heemkundige interesse te genieten, denk maar aan de oude straatnamen die allen een betekenis hebben.
Heden ten dage wordt er door de Bestendige Deputatie beleidsmatig op toegezien dat die buurtwegen en voetwegen ongeschonden blijven. Slechts op ernstige gronden worden wijzigingen of afschaffingen toegestaan. Het provinciaal beleid is daarenboven de jongste jaren ook gaan inzien dat die oude, veelal landelijke voetwegen (de zogenaamde “kerkwegels”) ook een recreatieve en toeristische waarde bezitten.
De atlas der buurtwegen van St.-Kruis bestaat uit een algemeen plan op schaal 1/10000 verdeelt in 18 detailplannen. Elk van de detailplannen is op schaal 1/2.500.
Tenslotte bevat de atlas een lijst van de buurtwegen met begin- en eindpunt en hun toenmalige benaming.

 

LIJST DER NAMEN VAN DE BUURTWEGEN ZOALS ZE OP DE ATLAS VOORKOMEN

 

1. Chemin pavé de Ste Croix à Bruges, NIEUWE STEENWEG en sinds 24.4.1903 Moerkerksche steenweg
2. Chemin de Ste Croix à Moerkerke, OUDE ANTWERPSCHE HEERWEG en sinds 24.4.03 Moerkerksche steenweg  tot aan weg nr 8
3. Chemin de Ste Croix à Moerkerke commençant dans la rue dite Polderstraet, LEEGEWEG
4. Chemin de Ste Croix à Dammé, POLDERSTRAET
5. Chemin de Ste Croix à Middelbourg par l'endroit dit "Maleveld" (van weg nr 2 tot nr 8), GALGESTRAET  en sinds 24.04.1903 Brieversweg                   
6. Chemin de Ste Croix à Maldegem,  commencant au hameau de Male & passant par le hameau de Donck, SYSSEELSESTRAET
7. Chemin de Ste Croix à Oedelem, commençant au hameau de Male,                OEDELEMSTRAET
8. Chemin de Ste Croix à Assebroucke, ASSEBROUCKESTRAET, nu Doornhutstraat van weg 2 tot staatsteenweg dd.  24.4.1903
8 bis Chemin de Damme à Bruges le long du canal, VAERT DIJK,  de Damsche vaart (rechter dijk) dd. 24.4.1903
9. Chemin du cabaret  de Vossesteert, à celui dït Nieux Schaek,                        VOSSESTEERTSTRAET
10. Chemin de la porte dite Kruispoort, au cabaret dit: Alteby,                    VESTENSTRAET,  
a.Vestenstraat. vanaf Staatssteenweg Sect.D nr 164 tot grens Assebr. 24.04.1903, b. Pr.Albrechtstraat v. Staatssteenweg  naar nr 2 Sect. D nr 1-11 dd.24.04.1903,
c. Dampoortstraat,  weg nr 2 naar weg nr 8bis
11. Chemin de la grande route de Bruges à Gand à la porte dite Dampoort traversant le nouveau pavé de Ste Croix, VESTENSTRAET
12. Chemin de Ste Croix ver la porte dite Dampoort, MOORDENAERDSTRAET,  Klokstraat van weg nr 2 naar nr 11 Sect. C nr 643, 623,
13 Chemin du moulin de Vyve Kapelle,  VIJVE MOLENSTRAET
14. Chemin du hameau de Vyve Kapelle, au chemin dit: Leegenweg, VIJVE KAPELLESTRAET
15. Chemin du hameau de Vyve Kapelle à Sysseele, KLEYNE SYSSEELSCHESTRAET
16. Chemin du hameau de Male à l'endroit dit Maleveld, VELDSTRAET
17. Chemin de Ste Croix au cabaret dit "het Nieux Schaek" ,                SCHAEKSTRAET
18. Chemin du cabaret dit l'Aigle à la  plaine d'exercice, MOLENSTRAETJE
19. Chemin du hameau de Male à Damme (servitude) PIJPEWEG
20. Chemin de celui dit Vossesteertstraat à Assebrouck (servitude),                    KLEINE ASSEBROUCKSTRAET
21. Sentier de ST Croix au cabaret dit het Nieux Schaek, SCHAEKWEGEL
22. Sentier de St Croix au chemin dit Hoogenweg  par le cabaret den Smul     HOOGEWEGEL
23. Sentier de derrière le moulin de Vijve-Kapelle vers Moerkerke,               BINNENWEG VAN VIJVE KAPELLE
24. Sentier de Assebroucke au canal de Bruges à Damme, ’t VRIJ GEWEEDSTRAETJE
25. Sentier de la campagne dit: den Keizer au chemin dit Molenstraetje,       MOLENWEGEL

 

LIJST MET NUMMERS VAN DE BUURTWEGEN (en huidige naam)

1 - Moerkerkse steenweg
    tussen buurtweg Nr 11 (Pr. Albertstr.) en de kerk (café St Elooi)
2 - Moerkerkse steenweg
    van buurtweg Nr 1 tot grens Moerkerke 
3 - Aardenburgseweg
4 - Polderstraat
5 - Brieversweg
    voorbij buurtweg Nr 8, richting Male, liep die buurtweg ten noorden van de Galge
6 - Antwerpse heirweg
7 - Margaretha van Vlaanderenstraat
8 - Doornhut en Vossesteertstraat
9 - Veltemweg

    voorbij de huidige Fortuinstraat, richting Brugge, liep de buurtweg Nr 9 recht door     in de Maalse steenweg.
10 – Altebijstraat
11 - Dampoortstraat en Prins Albertstraat
12 - Julius Delaplacestraat
13 - Oude Damse weg
14 - Damse kassei
15 - Sijseelse kassei
16 - Lodewijk van Malestraat
17 - Schaakstraat
18 - Molenstraat en Leopold Bebruynestraat
19 - Pijpeweg
20 - Boomkwekerstraat en Paalbos

    een paar eeuwen geleden liep die buurtweg recht door tot in de Veltemweg. Op         dit  kruispunt zou volgens Magda Cafmeyer de hofstede "ten Sprietweghe" en           "eene taverne ghenaempt den Schoorback"  gestaan hebben. Einde de 18e eeuw     zou de Schoorback van de herberglijst geschrapt zijn. De hofstede zou als                 tweewoonst gebleven zijn. Het verdwenen stuk buurtweg werd in het kasteelgoed        "Veltem" ingelijfd.
21 - Liep van Schaakstraat naar Leopold De Bruynestraat (huidige wegel langs              rijksschool) en verder recht op de staatsbaan.(dit laatste stuk bestaat niet meer)
22 - Oude Hoogweg
23 - een weg tussen buurtweg Nr 13 en Nr. 14 (ingenomen door het rechttrekken             van de Moerkerkse Steenweg, na het verdwijnen van de tramlijn)
24 - Gemene weideweg noord, Engelendaleweg tot Ter Heide, en
    een verdwenen stuk tot Paalbos. Lang geleden zou die buurtweg tussen                     Engelendalelaan en Doorhut recht door gelopen hebben.
25 - een weg vanaf de Akkerstraat over buurtweg N° 17 en 21 tot in de Leopold De       Bruynestr. De buurtweg is geheel van de kaart verdwenen.
8bis - Damse vaart zuid.

Samenvatting 1900-1918
Enkele straten kregen voor het eerst een officiele benaming tijdens de raadszitting van 23.4.1903: overwegende dat, tengevolge van de groote vermeerdering van het getal inwoners der dorpsplaats van deze gemeente en van het groote getal nieuwe gebouwen die er langs alle kanten opgericht werden het volstrekt noodzakelijk is geworden aan sommige straten of gedeelten van straten een ander benaming te geven dan deze welke voorkomt op den atlas der buurtwegen van deze gemeente, zoveel te meer daar deze straten of gedeelten van straten bij het volk algemeen onder eene andere benaming gekend zijn.
Overwegende dat deze moeilijke toestand gedurig aanleiding geeft tot allerhande slach van ongemakken en vergissingen in den dienst der bestellingen en in ander zaken, besluit met eenparige stemmen aan de bevoegde overheid de volgende namen aan straten te Sint-Kruis te willen toestaan:    

- Buurtweg 1 en 2 (tot Doornhut ) Nieuwe steenwegen Oude Antwerpsche heerweg wordt Moerkerksche steenweg
- Buurtweg nr 5 tussen buurtweg nr 2 en nr 8, Galgestraat  wordt Brieversweg
- Buurtweg nr 8 tussen buurtweg nr 2 en staatsbaan, nu Assebrouckstraat wordt:
Doornhutstraat
Buurtweg nr 8bis langs Damse vaart, Vaartdijk wordt Damsche vaart
- Buurtweg nr 10 tussen staatsbaan en Assebroek blijft Vestenstraat
Buurtweg  nr 11 tussen buurtweg nr 9 en staatsbaan, nu Vestenstraat, wordt Prins Albrechtstraat
- Buurtweg nr 11 tussen buurtweg nr 1 en Damse vaart, nu Vestenstraat wordt
Dampoortstraat
- Buurtweg nr 12 tussen buurtweg nr 1 en nr 11, nu Moordenaarsstraat wordt
Klokstraat.
- De staatsbaan wordt Steenweg van Maele.
"Er zullen ook straatnaambordjes geplaatst worden op zink nr 14 gemaakt, in zwarte letters op licht oranjekleurige grond, van dezelfde groote als deze in de stad Brugge, er zullen twee lagen goede verf op gelegd worden, bestand tegen regen en zon zooveel mogelijk, zij zullen vernist worden nadat de letters erop geschilderd zijn"
In het zelfde jaar krijgen de straatlanteerns dubbele "Auer" bekken "die veel meer klaarte verspreiden".
Tenslotte wordt zondag 4 september 1904 een historische datum te St.- Kruis, want op die dag wordt de buurtspoorweg Brugge - Aardenburg in gebruik genomen.
1904 is ook het jaar waarin voor het eerst een aanvraag wordt gedaan voor het openen van nieuwe straten.
In zitting van 24.8.1904 komt de vraag van de kerkfabriek van St.- Anna op de dagorde om op haar gronden, sectie D nr 10, vier nieuwe straten te mogen openen. Maar dat voorstel strookt blijkbaar niet met de inzichten van het gemeentebestuur en wordt (tijdelijk) afgevoerd.

Op de postkaart, uitgegeven door Vanden Bon & Blomme uit Sysele in 1905, staat nog "Dorpstraat" hoewel de officiele naam reeds Moerkerkse Steenweg was. Dergelijke oude foto's zijn soms zeer misleidend. Het huis rechts, met vrouw voor de deur, heeft op vandaag het huisnummer 140. De straat is tot even voorbij dit huis, op de volle breedte van straatstenen voorzien. Dit is het gevolg van de verbredingswerken op de dorpsplaats die in 1868 werden uitgevoerd. Links tussen de bomen zien we het buitenverblijf van de familie Moles Lebailly waarvoor de bouwvergunning werd afgeleverd op 25.11.1904. Het staat op de Sectie D, nr 10.    
Bemerk dat er nog geen voetpad is aangelegd aan de noordzijde van de steenweg.

 

Samenvatting 1918-1940
Tussen 1900 en 1914 werden voor het eerst nieuwe straten aangelegd te St.-Kruis. Ze werden echter nog niet verhard. Enkel de buurtwegen nr 11 en 12 (Dampoort- en Delaplacestr.) werden in deze periode van kasseien voorzien. Een ander communicatiemiddel, de telefoon, deed in dezelfde jaren zijn intrede.
In de nu volgende periode, 1918 - 1940, zullen weer een paar nieuwe straten bijkomen, maar er zal vooral gewerkt worden aan het kasseien van al de straten. In diezelfde jaren wordt ook de electrificatie in de gemeente doorgevoerd
Het is soms zeer moeilijk uit te maken wanneer en hoe private wegen in de loop der tijden werden ingeschakeld in het openbaar wegennet en in feite eigendom werden van de gemeente. Dit kon op meer dan één manier, o.m door de verjaring. Aanvankelijk werdt een openbaar recht van doorgang verkregen. Maar, aldus een tekst uit het Handboek Wegenrecht: het is duidelijk dat wanneer de gemeente geregeld daden van beheer stelt, ze "als eigenaar" (animo domini) handelt in de zin van art. 2229 B.W., namelijk met het oog op de vrijwaring van de rechten en belangen van de gemeenschap met betrekking tot het wegdomein, het behoud ervan, en de benuttiging voor openbare diensten en nutsvoorzieningen. Ze voldoet aldus aan de vereiste "de macht over de zaak uit te oefenen en zicht te gedragen als de persoon die het recht heeft die macht over die zaak uit te oefenen".
Zo mogen we veronderstellen dat door het stellen van daden van beheer de Smulstraat,  de Kleine Smulstraat en Mexicostraat in het openbaar wegennet zijn terecht gekomen. In zitting van 17.3.28 wordt de lijnstelling opgegeven in de Smulstraat en Mexicostraat In het begin der eeuw werd er reeds gebouwd in de Smulstraat. In 1932 werd er in de Kleine Smulstraat een riool gelegd voor de paar huisjes die daar in het begin der eeuw gebouwd werden. De Mote, ontleend aan de aldaar gelegen hofstede De Mote (A. Schouteet) was een private dreef, maar werd op de zitting van 29/11/1924 opengesteld op een lengte van 172m en een breedte van 12,40m.
Anderzijds is het zo, dat wegen die wel op de atlas der buurtwegen als buurt- of voetwegel stonden aangegeven, wel konden verdwijnen zij het bij uitzondering. Zo zagen we in 1856 reeds een stuk van de buurtweg nr 21 (tussen buurtweg nr 18 en Rijksweg) verdwijnen. In 1920 zal op vraag van Arth. Van Hoorickx, veekoopman, De Bruyne Leon, molenaar en de Wwe Fr. Lestienne van Brugge; diezelfde buurtweg nr 21 gedempt worden, als zijnde van geen nut meer (zitting van 28.5.20). Toch is tot op vandaag nog steeds een stuk van die buurtweg openbaar toegankelijk tussen Schaak- en Leopold Debruynestraat.)
De private weg op gronden van de Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek langs het Zuidervaartje tussen Dampoort- en Veldstraat is dan weer een voorbeeld van de verruiming van het openbaar wegennet. In 1927 kwam die weg openbaar onder de benaming Paul Van der Haertlaan naar de toenmalige directeur van de fabriek. (° Leuven 17.4.1875 en + Blankenberge 7.9.1925) De naam werd in 1948 veranderd in Zuidervaartje, het vaartje dat in 1841 werd gegraven.
In zitting van 20.10.24 is men in princiep akkoord voor het leggen van riolen in de Schaakstraat en in 1931 wordt hiervoor 12.000fr uitgetrokken.
Eerst in 1927 komt het dossier voor de verbetering van de weg naar Damme langs de vaart, weer aan de orde, een werk dat juist voor de oorlog voorzien was. Het bestek beloopt nu 101.469,5fr. De Brugse aannemer Felix Minne krijgt het toegewezen voor 133.133 fr. Maar hij trekt zich terug en na een heraanbesteling zal het werk in 1928 uitgevoerd worden.
In het jaar 1929 geeft burgemeester Casteleyn ± 22.000 kasseistenen voor het verharden van de Vestingstraat op 3m breed.
In 1931 worden boordstenen en riolen aangebracht in de Congostraat voor 30.000fr. en pas vijf jaar daarna kasseistenen. Het bestek beloopt 193.636,5fr in porfierstenen en 157.413,5fr. in skandinaafse granietsteen. De raad kiest voor deze laatste maar Casteleyn onthoudt zich omdat hij de straat liever breder had gezien en de voorkeur gaf aan Belgische stenen.
Tenslotte werden in de periode tussen beide wereldoorlogen twee nieuwe straten aangelegd in het grensgebied met Assebroek. Vooraf werden aan de zuidzijde van de Maalse Steenweg tussen km 97,862 en 97,942  in de gracht riolen geplaatst voor de ontworpen straten. In zitting van 7.6.24 werd beslist 2 nieuwe straten te openen op de gronden van burgemeester Casteleyn. Eén in het verlengde van de Pr. Leopoldstraat, aan de overzijde van de staatsbaan, op 15m breed; een tweede van 12m breed op 68,35m oostwaarts van de eerste en er mee gelijklopend.
De beslissing werd gemotiveerd als volgt: gezien de snelle aangroei der gemeente in bevolking door het bouwen van nijverheidsgestichten en woningen
Overwegende dat er geene verbinding rechtstreeks bestaat tussen St.-Kruis en
het meest bewoond gedeelte van Assebroek.
- Het zou echter nog jaren duren eer beide straten werkelijk zou aansluiten met die buurgemeente.
In de 15m brede Assebroeklaan kwam de bebouwing het eerst op gang. Er werden dan ook in 1929 borduren en riolen aangebracht. In dit jaar stond nog maar één gebouw in de ander, de Vredestraat. Hier kwamen in 32 boordstenen en 50m riool. Beide straten zouden tot na WO II moeten wachten op verharding.
Wanneer we rekening houden met de naweeën van oorlog 14/18 en de onzekere jaren voor WO II dan was er nog een betrekkelijke korte tijd waarin op een gemeente ernstig werk kon gedaan worden. Toch wierd er te St.-Kruis in die periode heel wat gerealiseerd.
Nieuwe straten werden aangelegd (o.m. Vlaming-, Korte Sport-, Vredestraat en Assebroeklaan) privaatwegen werden in het openbaar wegennet opgenomen (o.m. Motestraat en P. vander Haertlaan) Bijzonder opvallend zijn de vele kasseiwerken. (Dampoortkwartier, Pr. Leopoldstraat, Molenstraat, Congostraat, Moerkerkse Steenweg tussen kerk en Doornhut, e.a.)
In nieuwe straten komen nieuwe huizen en in St.- Kruis was dat niet anders. lIet Dampoortkwartier kende in 1925/26 een echte bouwwoede. De nieuwe Vlamingstraat was in een paar jaar praktisch vol gebouwd. Ook in de Pr. Leopoldstraat, Molenstraat,  L. Debruynestraat. en de andere nieuwe straten werd duchtig gebouwd. In de Moerkerkse Steenweg kwamen er vooral tussen kerk en Doornhut veel huizen bij, o.m. na de afbraak van het oude klooster. Volgens de studie van L. Zwartjes zouden er tussen beide wereldoorlogen 900 bouwaanvragen ingediend zijn waarvan enkele voor meer dan één huis.
Er werd voor het eerst aan sociale woningbouw gedacht. In 1921 werd een plaatselijke maatschappij voor goedkope woningen opgericht. De gemeente werd aandeelhouder en vier raadsleden werden als beheerders aangesteld. (Hoste, Timmerman, Stevens en Vandewiele). Men overwoog het bouwen van een 50 tal woningen. In 1923 werden in de Vestingstraat, op gronden van K. Casteleyn, 32 huizen gebouwd door de maatschappij "Elk zijn huis". In 1931 verkocht het armbestuur een stuk grond, groot 1ha 01a 90ca, langs de Moerkerkse Steenweg voorbij de Doornhut ( Sectie C nr 452) aan 8fr de m2  voor hetzelfde doel. Hier werden door dezelfde maatschappij 12 woningen gebouwd (in de volksmond "de 12 apostels") die in 1934 konden betrokken worden.

 
De gevolgen voor het bevolkingscijfer konden niet uitblijven:
1919    4650 inw.    1924    5327 inw.    1929    6109 inw.    1934    7131 inw.
1920    4923        1925    5646        1930    6337        
1921    5075        1926    5800        1931    6476        1935    7218
1922    5080        1927    5929        1932    6624        1936    7273
1923    5219        1928    5983        1933    6818        1937    7389

Het koninginnestuk uit de twintiger jaren was het in de huiskamer brengen van de electriciteit. Na de grote oorlog kon de straatverlichting weer in gebruik genomen worden en werd ze stelselmatig verder uitgebreid. Uiteraard kwam alleen gas en petrol daarvoor in aanmerking. In de huiskamer las men de krant nog steeds bij het licht uit dezelfde energiebronnen. 

In 1924 wordt een overeenkomst gesloten met de stad Brugge om bij het optreden van de brandweer te St.- Kruis, een vergoeding zal betaald worden volgens tarief.

Tijdens de oorlog, en voor de vorming van Groot-Brugge, werden onder oorlogsburgemeester G. Meire, nog enkele voetpaden aangelegd met cimentdallen.
Tenslotte nog een woord over urbanisatiewerken die men juist voor het uitbreken van WO II had vooropgesteld. Op de begroting 1938 werd een som van 10.000 fr voorzien voor het opmaken van een urbanisatieplan voor de kom der gemeente. De kerkraad maakte plannen voor de vergroting van de kerk, maar het gemeentebestuur dacht er anders over. Uit het verslag van het Schepencollege van 20.10.37:

- Gezien de kerkraad van de parochie St.- Kruis voorstelt vermakingen en verbouwingen aan de kerk van St. Kruis te doen voor een bedrag Geschat op 1.210.000fr. De kerkraad nam dit besluit oudat de kerk veel sleet vertoont vooral aan de vensters en het gewelf, en dient vergroot omdat ingevolge de steeds aangroeiende bevolking de kerk te klein is
-De aanvraag van de uit te voeren werken, vermaken van vensters en bijbouwen van een zijportaal reeds in aanbesteding gegeven en door de kerkraad goedgekeurd, zou na advies van den gemeenteraad in uitvoering gegeven worden
- Gezien de kerk van St.-Kruis een ernstige reparatie noodig heeft en daarna dient vergroot te worden
- Gezien de geraamde koten méér dan 1.200.000fr. beloopen en hier nog zal bijkomen; dat verder de kerk moet geschilderd worden, dat er voor de uitbreiding der graven (kelders)moeten weggenomen worden,  overwegende dat de bestaande kerk niet in staat is nog vele jaren stand  te houden, daa.r de steekworm reeds in het hout van het dak is.
- Gezien na verbouwing het geheel op bouwkundig oogpunt niet schoon zal zijn.
-  Gezien het kerkhof als begraafplaats veel te klein is en er in de eerstte jaren eene nieuwe begraafplaats dient aangelegd en ertoch geen twee begraafpltsen kunnen behouden blijven.
- In aanmerking nemende dat de weg om het kerkhof (Moerkerksche Stw.) zeer moeilijk is, steeds gevaar geeft voor ongevallen met gerij en niet meer beantwoordt aan de tegenwoordige toestanden.
- Gezien de kerk ook in de weg staat om een goeden rijweg te maken.
- Gezien de gemeente geen "dorpsplaats" heeft en er toch eene behoort te hebben, zoo meent het Schepencollege dat er voor de toekomst naar eene andere oplossing dient uitgezien te worden en kan geen gunstig advies geven aan de voorstellen van de kerkraad.
- Gezien de noodzakelijkheid van de bestaande ontwerpen van urbanisatie nog
meer uit te breiden.
Stelt het Schepencollege den kerkraad voor, als de kerk bepaald te klein is, er eene nieuwe te bouwen op eene, aan te wijzen pIaats, om verder een nieuwe begraafplaats aan te leggen, zoo dichtbij de kerk  mogelijk.
 De bestaande kerk en kerkhof zouden verdwijnen, maar echter naar gelang beoordeeling van  middelen en tijd.
Dit zou voor later tijden de gelegenheid laten van St.- Kruis om het  dorp heel wat beter te maken dan het nu is; het bestaande is inderdaad niet waardig van eene groote gemeente van groot Brugge. Het college heeft voor plicht te beletten dat de bestaande toestand zou bestendigd worden .

In 1939 had urbanist J. Landsoght van Brugge, het plan opgemaakt. Maar toen stond de oorlog al voor de deur.