Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

ONDERWIJS EN SCHOLEN IN DE 19de  EN 20e EEUW TE SINT-KRUIS

Bron: Carlos Jansseune (+ 1997) en geactualiseerd door WHSK

In "St Kruis, oud en nieuw", begint Magda Cafmeyer haar hoofdstuk "onderwijs" als volgt: "Heel veel mensen konden lezen noch schrijven, zij tekenden gewoonlijk met een kruisje of een ander merkteken. Koster Heindrik Vander Haeghen ondenwees de jongens in een lokaal van zijn herberg St.- Elooi; de meisjes gingen de letters "leren spellen in het kruiske A. B C" in een kamer bij twee jonge dochters en leerden verder spellewerken bij een oudere vrouw. Wie over de middels beschikte ging om "Frans te lessen" in de stad, doch dit was een uitzondering. Alzo was de toestand van het onderwijs rond het jaar 1830. Van dan af werden pogingen gedaan tot verbetering van het onderwijs op de gemeente".

Bijvoorbeeld in Male begon Wieze Coene school te hlouden in haar  huisje langs de Pijpeweg. Te Sint-Kruis, in 't dorp, ontstond de spellewerkschool in het huisje van Marie Meyers, bij de herberg "De Keizer". De knechtjes werden aangespoord en kwamen voor eerst naar school als ze goed 8 jaar waren.
Dat veel mensen in de jaren dertig van vorige eeuw niet konden schrijven, bleek o.m. uit de opmerkingen gemaakt op het onderzoek van commodo en incommodo n. a. v. de vraag door bakker Martinus Debruyne om een bakkerij te mogen oprichten in de dorpskom. Hierin lazen we: Franciscus Hoste, herbergier, naesten gebuer, die verklaerd heeft dat het daerstellen eener bakkerij voordeelig is aen de inwoonders van het dorp en heeft getekend. Franciscus Coppens, voornaesten gebuer, heeft verklaerd als den eersten comparant en heeft verklaerd niet te kunnen schrijven. Laurentius Depaepe, werkman, voornaesten gebuer, die verklaerd heeft het zelve als den eersten en den tweeden comparant en dat hij geene hoegenaemde reclamatien daar omtrent te doen heeft, heeft verklaerd niet te kunnen schrijven.
Om te voldoen aan een schrijven van de Kon. distrikkommissaris van 20.8.1819; waarin gevraagd wordt "een bekwaem persoon tot bekleeden de plaets van primairen schoolmeester voor dat gemeente" aan te stellen, komt de raad op 29.9.1819 in buitengewone zitting bijeen, en besluit: 
-gezien het verklaerstuk van bekaemheyd als primaire schoolmeester van de vierde klasse, afgegeven den dertigsten Julius 1818 door den jury van 0penbaer onderwijs dezer provintie aen Sieur Henricus, Josephus Vander Haeghen, actueelen schoolmeester te St Kruys.
-overwegende dat den gezegden Henricus, Josephus Vander Haeghen sedert lange jaeren den plaetze van schoolmeester uytoefende in dees gemeente ter voldoeninge van het geheel publiek alsmede dat hij van goed gedrag en zeden is, den eenigsten in dees gemeente die den bekwaemheyd daer toe heeft, den Raed heeft de eer van voor te stellen aen de benoeming van den gouverneur dezer provintie, tot uytoefenen in dees gemeente van St.-Kruys den persoon van Henricus, Josephus Vander Haeghen. actueelen schoolmeester alhier wonende.
Gedaen  en benoemd in vergadering dezer 29 September 1819 (2)

Henricus, Josephus vander Haeghen was geboren te Koolkerke. Te St Kruis was hij ook koster en hij kreeg rond 1830 een jaarwedde van 50 gulden uit de gemeentekas. De leerstof bevatte: lezen, schrijven en de regels van de cijferkunst.
In 1836 werd een som van 100fr. voorzien voor aankoop van papier, inkt en boeken voor de 215 leerlingen (volwassenen) van de zondagschooI gehouden door onderpastoor De Brouwer. (benoemd in 1834)
In zitting van 14.9.1842 gaf de gemeente, tegen de prijs van 60fr. per jaar, in cyns van 29 jaar; een stuk grond van het armbestuur (sectie C nr 564, hoek huidige Polderstraat en Boogschutterslaan aan Josepf Cafmeyer die er op eigen kosten een school met huis voor de onderwijzer zal op bouwen. Bij het voorafgaande onderzoek van commodo en incommodo kwam slechts één klacht. Maar het gemeentebestuur verwierp dit: overwegende dat den opper van sieur Vander Haeghen maer gedaen is om den rekwestrant in zijne ondernemingen te tergen en van eenen anderen kant niet aenveerdelijk is aengezien den cyns slechts toegestaen wordt op voorwaerde om aldaer een groot en spacieus schoollokaal met woning voor den onderwijzer te bouwen waervan de gemeente tot nu onvoorzien is
De enige klacht kwam dus van onderwijzer H. Vander Haeghen die waarschijnlijk in de school van J. Cafmeyer een concurent zag.

foto Heemkunde Sint-Kruis

De school J.Cafmeyer in 1842 gebouwd en in 1855 door de gemeente aangekocht en vergroot met de twee vensters uiterst links op de foto. Deze foto werd ongeveer 100 jaar later genomen. In de achtergrond het klooster van de zusters van Pittem gebouwd in 1925.

 

Door de wet van 23.9.1842 werd de materiele zorg voor het lager onderwijs aan de gemeenten opgedragen, die door de staat verplicht werden de scholen te onderhouden. Dit kosteloos onderwijs kwam dus ten laste van de gemeenten, doch de provincie en de staat moesten, zo nodig, materieel helpen. De vrije scholen konden echter door die wet, door de gemeenten aanvaard of aangenomen worden en konden dus als gemeentescholen optreden. Die wet kwam tot stand onder het burgemeesterschap van Goupy de Beauvollers. De aanneming van een vrije school moest aangevraagd worden en die aanvraag moet om de tien jaar hernieuwd worden.
(uit de Politieke geschiedenis van Belgie door Th. Luykx) 
Ons gemeentebestuur was dus zeer inschikkelijk t.o.v. J. Cafmeyer omdat ze zelf geen geld hoefde uit te geven voor het bouwen van een school.
Eén jaar later, in 1843, nam pastoor A.G. Van Haverbeke, die in datzelfde jaar pastoor Pruoost was opgevolgd, het initiatief om een klooster met school voor meisjes op te richten. Dit klooster en school zou opgericht worden langs de Moerkerkse Steenweg Sectie D 97 De werken zou verspreid worden over de jaren 1843 tot 1847. Het werd een leer- en werkschool , zowel voor de arme als voor de meer begoede meisjes van de parochie. In 1857 schrijft Kan. G. Tanghe hierover in zijn boekje "Beschrijving van Sint-Kruis": "Zohaast het gebouw (het klooster) bewoonbaar was, kwamen er in de maand september 1843, onder de hoge goedkeuring van Zijn Exc. de Bisschop, twee zusters van de kloosterschool van Lendelede (H. Vincentius à Paulo) deze inrichting beginnen. De ene was Regina De Norme, geboren te Ledegem en de andere Isabella Meulenyzer uit Ronse.

foto Heemkunde Sint-Kruis

Beschrijving van het perceel D 97 uit de kadastrale legger van de gemeente.

foto Heemkunde Sint-Kruis

In februari 1843 wordt H. Vander Haeghen, gemeenteondenwijzer en reeds 50 jaar koster, op pensioen gesteld. Zijn hoge ouderdom is echter niet de enige reden van zijn afzetting. Het gemeentebestuur beslist: in aenmerking nemende dat het hoogstnoodzakelijk is dat men voorziet in het vervang van den gemeentenonderwijzer aengezien het onderwijs alhier zeer kwijnend is door de onwetendheyd van den onderwijzer alsmede door zijne gedeurigen staet van dronkenschap...". Op 22.5.43 wordt Joseph Cafmeyer met algemeenheid van stemmen gekozen tot gemeentelijke onderwijzer. Joseph Cafmeyer was toen 29 jaar en gehuwd met Eugenie Hoste. Hij zal ook de gebruikelijke nevenberoepen uitoefenen zoals koster, het afkondigen van wetten en besluiten en het luiden van de politieklok. Vander Haeghen kreeg een pensioen van 300fr 's jaars waarvan 100fr. uit de gemeentekas.
Door art. 5 van de wet van 23.9.1842, werden de gemeenten verplicht kosteloos onderwijs te geven aan alle arme kinderen als de ouders erom vroegen. In 1843 waren er, op een bevolking van 1913 inwoners, 26 jongens en 19 meisjes die van kosteloos onderwijs genoten. Het armbestuur kon dit niet bekostigen en de gemeente gaf 39fr aan onderwijzer Cafmeyer en 25 fr.aan pastoor V. Haverbeke.


 

Tot aan de gemeentewet van 1836 was het "lager onderwijs" nagenoeg uitsluitend in handen van de geestelijkheid. Na deze datum hadden echter ook de gemeenten zich ijverig met deze onderwijstak ingelaten.
De eerste organieke wet op het "lager onderwijs" (Adolphe Dechamps) werd op 30.08.1842 in de Kamer met 75 tegen 3 en op 21.09.1842 in de Senaat met algemene stemmen aanvaard. Zij werd door de koning ondertekend op 23.9.1842. Volgens deze wet werd de materiele zorg voor het "lager onderwijs" (het bouwen van scholen) aan de gemeenten opgedragen, alsook werden de gemeenten door de staat verplicht de scholen te onderhouden. De vrije katholieke scholen konden door de gemeente aanvaard of aangenomen worden om aan die organieke wet te voldoen. (uit "De politieke geschiedenis van Belgie” door prof.dr.Th.Luykx)
Het gemeentebestuur van St.-Kruis zag zich van een grote kost ontslagen toen, J. Cafmeyer in 1842 zelf het initiatief wilde nemen een school te bouwen.
Eerst in 1852, toen staat en provincie ruime kredieten ter beschikking stelden voor het bouwen van gemeentescholen, dacht men eraan de school Cafmeyer aan te kopen. De koop ging door in 1855, maar om van de kredieten te kunnen genieten moest de school iets verruimd worden.
Op het plan zien we rechts het onderwijzershuis van J. Cafmeyer met ernaast het oorspronkelijke klaslokaal met vier vensters. De vergroting voorzag een ruimte met drie vensters, maar uiteindelijk werden het er maar twee zoals op de foto te zien

foto Heemkunde Sint-Kruis

Schets en grondplan van Cafmeyer's school.

De wet van 23.9.1842 bepaalde ook het schoolreglement waaruit hier enkele artikels.

Hoofdstuk 2
art. 5 De scholen zijn het gehele jaar open behalve op de congédagen en de vakantien.
art. 6 De schooluren zijn bepaald als volgt: van de 1e april tot den 1e november, van 8u30 tot 11u30 's morgens en van 1 tot 4 ure 's namiddags. 
Gedurende de andere maanden des jaars van 9u tot 11u30 en van 1 tot 4u. 
art. 7 de leerlingen moeten ten minsten 10 minuten voor den aanvang der lessen in de school tegenwoordig zijn, die tijd verstreken zijnde, mogen zij buiten gelaten worden. Ze moeten zuiver en goed gereinigd zijn. 
art. 8 de congédagen zijn: de zondagen, de 1e en 2e november, de 16e december (verjaardag geboorte van de. koning) den 25e en 26e december, de 1e januari en de 2e, de 6e januari (Driekoningen), O.L.Vr. Hemelvaartdag, de maandag van Sinxen, O.L.H.Hemelvaartdag, den 21 Juli (verjaardag van 's Konings inhuldiging) en de feestdagen in de gemeente gevierd. 
art.9 de vacantien zijn bepaald alsvolgt: 1e van den witten donderdag tot den beloken paaschen, 2e van den 15 september tot den 1e oktober. 

Hoofdstuk 3 - straffen  
art.10 Geene lichamelijke straffen worden opgelegd, noch ook eenige andere die van aard zijn de kindren moedeloos te maken of den spot of de verachting van hunne medeleerlingen op te wekken. De geoorloofde straffen zijn:de volgende: 
De bezondere of openbare berisping. 
Te midden van de klas te staan. 
Beroofd te zijn van een deel of van geheel den speeltijd. 
Wegzending voor de tijd der klassen. 
Wegzending voor goed. 

De hoofdonderwijzer besliste in welke gevallen een de vier straffen zal worden opgelegd. Wat de wegzending "voor goed" betrof werd deze straf door het schepencollege uitgesproken op voorstel van den hoofdonderwijzer en met het advies van de kantonale schoolopziener.    
Voor het schooljaar 1848/49 waren er reeds 78 jongens en 68 meisjes die van kosteloos onderwijs genoten.
In 1852 kon de gemeente profiteren van het buitengewoon krediet van 1 miljoen frank dat de staat.en 15.000fr. die de provincie ter beschikking stelde voor het bouwen of inrichten van gemeentescholen. Ons bestuur besliste de school van J. Cafmeyer aan te kopen. Om van de kredieten te genieten moest de school evenwel iets vergroot worden. Het zou echter nog tot mei 1855 duren eer de verkoop doorging voor notaris Ferdinand, Bernard Colens te Brugge. De aankoop werd gedaan voor 6.000fr, samen met de vergrotingswerken door A. Desloovere, timmerman en A. Bernolet, smid, beiden uit Brugge, kwam dit op 7140fr. De subsidies bedroegen 3740fr;. Met nog 400fr uit eigen middelen was er nog een schuld van 3000fr. waarvoor een lening werd aangegaan.
In 1857,schrijft Kan. G. Tanghe in zijn boekje "Beschrijving van St Kruis", waren er in de meisjesschool langs de Moerkerkse Steenweg, "op den berg", reeds zes kloosterzusters en 220 meisjes die dagelijks de school bezochten. Men mag, schreef hij, in der waarheid houden staan dat de speldewerksterschool niet wijken moest voor de meest befaamde in Vlaanderen. In het verleden jaar (1856) hadden de kinderen tezamen de som van 23.249fr. gewonnen. En dit betekende heel wat voor vele huisgezinnen van de parochie.
Volgens een schrijven van de gouverneur, eind 1858, zou het schoolgeld van de vermogende kinderen moeten ontvangen worden door de gemeenteontvanger. De raad besloot: "dit, zoals in het verleden, te laten doen door de onderwijzer zelf: overwegende dat het schoolgeld altoos door de onderwijzer zelf ontvangen was geweest zonder tot heden aenleiding gegeven te hebben tot enieg moeilijkheden. Dat integendeel de thans gevolgde wijze voordeliger is dan de nieuwe voorgestelde en eene gelegenheid verschaft aen de onderwijzer ten einde met de ouders middels te beramen om de kinderen wier gedrag te wenschen laet op den goeèen weg te brengen".

foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis

Niettegenstaande vele pogingen om een foto van het oude klooster te ontdekken bleven alle pogingen vruchteloos. Ten slotte konden we een tekening bekomen van Achiel vanden Dorpe, zoon van aannemer Arthur Vanden Dorpe, die samen met de gemeentesecretaris rond 1930 het oude klooster opkocht. Het laatste overblijfsel van dit klooster en schoolcomplex is het kapelletje (uiterst links op de schets) dat op initiatief van pastoor Verstraete zou zijn gebouwd.

Intussen maakte de familie VerhuIst te Vijve-Kapelle grootse plannen voor het bouwen van een kerk met pastorie en een broeder- en zusterklooster met knechten en meisjesschool. Het werd een tienjarenplan. De werken vingen aan in 1859. In 1863 was de knechtenschool af en in 1869 wordt de meisjesschool in gebruik genomen. *
* lees hier over in "Geschiedenis van het kerkdorp Vivenkapelle" door R. Boterberge

 

Ten gevolge van de aangroei van het aantal leerlingen in de knechtenschool werd in september 1863 een hulponderwijzer aangesteld, nl. Cesar Hoste, maar die nam reeds in 1869 ontslag en werd vanaf 1.10.69 vervangen door Leon Cafmeyer (geb. 4.03.1850), zoon van Joseph Cafmeyer.
De jaarwedde van onderwijzer werd in 1864 van 500fr opgetrokken naar 800fr. en de onkosten voor schoolmeubelen van 25 op 60fr. In 1866 moest de gemeenteschool een tijd lang haar deuren sluiten n.a.v. de "smetziekte" (cholera) die op het dorp heerste. Een prijsboek ter waarde van 10fr werd in naam van de gemeente "gejond" aan de leerlingen Gadeyne en Wagenaere die zich onderscheidden in een prijskamp tussen de leerlingen van het Ressort (district). En er werd 50fr voorzien voor het aanleggen van een "boekenkast" (biblioteek) in de gemeenteschool: de boeken zullen zij (de leerlingen) ten huyse mogen medenemen om gelezen te worden. Tenslotte zou er in 1867 een avondschool voor volwassenen gestart worden. Het schooljaar, voor mannen alleen, zou beginnen op 15.10.67 en eindigen 15.4.68 van maandag tot vrijdag telkens van 6 tot 8u 's avonds. J. Cafmeyer zou de lesgever zijn.

foto Heemkunde Sint-Kruis

Een schets van het unieke neogotisch kompleks te Vijve Kapelle dat op kosten van de familie Verhulst tussen 1859 en 1869 gebouwd werd. Het is een van de mooist en best bewaarde werken van Jean Baptiste Bethume. Alleen het zusterklooster en de meisjesschool zijn het ontwerp van Floirimond Van de Poele.
In het midden de kerk. Links daarvan in de achtergrond het huis voor de proost. Voorgrond links het broederklooster met school voor de jongens. Rechts achtergrond het zusterklooster met school voor de meisjes.
(uit Geschiedenis van het kerkdorp Vivenkapelle door R.Boterberge)

In 1871 was het gemeentebestuur bereid 150fr meer steungeld toe te kennen aan de meisjesschool van Regina Denorme "als aanmoediging van het onderwijs in dit gesticht op voorwaarde dat er gediplomeerde leerkrachten worden aangeworven". De zusters van Vincentius hadden wel een bloeiende school met meer dan 200 leerlingen, maar ze hadden het erg moeilijk om dit met eigen bekwame leerkrachten klaar te spelen. Voor hun "Franse school" hadden ze al beroep moeten doen op wereldlijke gediplomeerde leerkrachten. In 1878 zou daar verandering in komen toen men zich op 12 november van dit jaar aansloot met de kloostergemeenschap van de zusters van Maria uit Pittem . 
Anderzijds was het gemeentebestuur in 1875 zelf op zoek naar geschikte gronden voor het bouwen van een gemeenteschool. (de schoolstrijd staat voor de deur) Als men dacht die gevonden te hebben, kreeg men een schrijven van de provinciale schoolopziener, die de nieuwe school dichter bij het centrum van de gemeente wilde. In zitting van 26.08.1875 besprak de raad dit schrijven en kwam tot volgend besluit:

- Gezien de brief in data van den 26 July 1875 waaruit volgt dat Mijnheer
den Provinciale schoolopziener eenige aenmerkingen doet op de ligging van den grond der nieuwe school.
- Overwegende dat er alhier vier verschillige wijken zijn, te weten het dorp, den Brouck, Maele en Vijve Kapelle.
- Overwegende dat er blijkt uit het kadastraal plan der gemeente dat de ontworpen nieuwe school zou gelegen zijn als volgt: 
1 van de kerk en dorp (gehucht) omtrent 760m, 
2 van den Brouck(middenpunt) omtrent 2200m 
3 van Maele (gehucht) omtrent 1900m, 
4 van Vijve Kapelle (gehucht) omtrent 3500m.
- Gezien art. 1 van het Koninklijk besluit van 25.9.1874. 
Gezien ook de ministrieele onderrichting van 26 der zelve maand en namelijk art. 1 § 25'
- Overwegende wanneer er in de gemeente verschillende gehuchten zijn, de gemeenteschool eerst en vooral zoo weinig mogelijk van de bevolkingspunten welke zij bestemd er te bedienen moet afgewijderd zijn.(sic)
- Overwegende dat indien de kerk, de pastorie, het gemeentehuys er staande maar omtrent 700 meters van de palen der gemeente een bijzonder gemak en voordeel aan 1/4 der inwoners van deze gemeente verschaffen, het onredelijk zou zijn aen dezelve inwoners nog een nieuw gemak en voordeel te verschaffen met de nieuwe school op het dorp te bouwen, dit ten  nadele van de drie vierden van onze inwoners, derwijl de buitengewone kosten van het onderwijs door alle de inwoners der gemeente betaald worden..
- Overwegende dat de grond van Mr. Coppieters, aangewezen door Mr. den provinciale schoolopziener in de nabijheid van de kerk, maar omtrent 200  meter van het middenpunt van St Kruys, weliswaar jaarlijks gedurende de catechismuslessen enigzins voordelig kan weezen aan een tiental leerlingen; maar dat van een anderen kant den stand door de gemeente verkozen veel meer voordeel en zal verschaffen en dit gedurende geheel het schooljaar aan 80 of 90 leerlingen aangezien alsdan de school omtrent 650m na der het middenpunt der gemeente zal staan.
- Overwegende dat de grond van Mr. Coppieters omringd is van herbergen, bijna uytsluitelijk bezocht door de werkende klas wier nabuurschap voor de kinderen eene oorzaak van wanorde en verstrooing zou zijn.
- Overwegende dat de bouwgrond bij het dorp gelegen veel hoger in prijs moet zijn dan deze van S. Degeeter en Timmery, dat er geen middel is van aldaar een perceel grond van 30 aren uiter hand te koopen en dat men gevolgelijk zou moeten overgaan tot de gedwongen onteigening voor openbaar nut en waarop de kosten tot omtrent duizend franken beloopen.
Om deze redenen, den raad besluit met eenparige stemmen dat den grond  van Degeeter & Timmery vermeld in de hierbijgevoegde beraadslagingen best gelegen is voor het bouwen eener gemeenteschool en volhard in zijn eerste besluit.
Wat aangaat de opmerking van Dhr. den Provinciale schoolopziener nopens den hof van den schoolonderwijzer, den raad heeft bekend dat deze o merking gegrond was en heeft nog omtrent 8 aren land palende aan den hof van Mr. Timmery  aangekocht
.
In 1874 was er een gediplomeerde onderwijzeres Jeanette D'Hondt met jaarwedde van 500fr

foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis

Foto 1: Ontwerp 1 en 2: Voor het bouwen van een nieuwe gemeenteschool koos men voor een stuk grond gelegen tussen de Moerkerkse Steenweg en de Brieversweg, gekend bij het Kadaster Sectie D 98 en eigendom van Mr Timmery (oost) en Mr. Degeeter (west). 
Foto 2 : Ontwerp 3: gevolg gevend aan het rapport van de provinciale schoolopziener werden nog 8 aren van de tuin van Mr. Timmery bijgekocht. Deze 8 aren moesten dienen als tuin voor de onderwijzer.
Foto 3 : Het definitieve ontwerp waarop reeds de uitbreiding met één klaslokaal voorzien werd. De annex (escalier) voor de zoldertrap had een torentje met een klokje.

In 1875 gaf hulponderwijzer Leon Cafmeyer zijn ontslag en werd hij in augustus opgevolgd door zijn broer Emile Cafmeyer. (geb. 1.5.1854) (5)
Na de verkiezingen van 11.6.1878 kwam het radicaal liberaal ministerie Frère - Orban - Van Humbeeck aan de macht. Het nieuwe cabinet telde 7 ministers waaronder die van Onderwijs (V. Humbeeck), die van Binnenlandse Zaken werd afgescheiden. Van Humbeeck was een vooraanstand lid van de loge. De wet van 1.7.1879 beperkte de gemeentelijke autonomie in zake lager onderwijs in die mate dat de voogdij op dit onderwijs in feite door de staat werd uitgeoefend. Ieder gemeente moest minstens één officiele staatsschool bezitten en men mocht geen vrije school aanvaarden of subsidieren. Het godsdienstondericht werd van het programma geschrapt en andere radicale vernieuwingen werden vooropgesteld.    .
De schoolstrijd barstte in alle hevigheid los. De tegenactie werd zowel door het Belgisch episcopaat als door de katholieke parlementaire ingezet. Men ging zover de H. Sacramenten te weigeren aan het onderwijzend personeel der staatsscholen en aan de leerlingen (en hun ouders) van de officiele Normaalscholen. Elke pastoor kreeg de opdracht in zijn parochie een vrije lagere school op te richten. In Vlaanderen werden de woorden van de “Vlaamse Leeuw “als volgt veranderd: “Ze zullen haar niet hebben/ De schoone ziel van 't kind/ Ondanks de helsche listen/ Van 't geusche schrikbewind. 
"Uit "De politieke geschiedenis v. Belgie" door Prof. Dr Th. Luyckx.
in Sint-Kruis speelde de schoolstrijd zich af onder burgemeesterschpp van Jules de Bie de Westvoorde.    .    .
Deze reactie van de bisschoppen was zo radicaal dat sommige katholieke politici er zich in Rome over beklaagden en erop aandrongen dat de H. Stoel haar gezag zou aanwenden om het episcopaat tot een soepeler en meer pragmatische houding te bewegen. Maar Rome drong tevergeefs op meer mildheid aan. De bisschoppen hadden ook de theologische faculteit van Leuven om advies gevraagd. Met het genuanceerde antwoord dat ze kregen werd evenmin rekening gehouden. (uit Kerk en Leven 3.12.1992)
In zitting van 21.10.1878 werd het ontslag, wegens ouderdom, van de hoofdonderwijzer Joseph Cafmeyer (geb. 1814 en benoemd in 1843) medegedeeld. Zijn zoon Emile Cafmeyer, nu hulponderwijzer, volgde hem op.
Om 15u in de namiddag van 2.4.1879 werd de uitslag bekend gemaakt van de aanbesteding voor het bouwen van de nieuwe gemeenteschool nabij de Doornhut. Het bestek beliep 55.396,62fr. Met de aankoop van de nodige gronden van de heren Timmery en Degeeter (5.251fr) is dit 60.647,62fr. Het plan was van de provinciale bouwmeester R. Buyck. De volgende inzendingen kwamen uit de bus: 

Bulckaert Louis, Lophem: 49.990 fr.
Bruggeman Frederic, St Joris :51.765 fr.
Calloigne August, Brugge: 52.100 fr.
Broucke Frans, Damme: 55.990 fr.
Allen, behalve de laatste, bleven onder het bestek. Het werk werd aan de laagste aanbieder toegewezen.
Reeds in zitting van 10.7.1879 deed de burgemeester volgende mededeling: "...laat weten aan de vergadering dat er eene bijzondere school binnen kort zal gebouwd worden op het perceel grond langs de steenweg van St.-Kruys en palende aan den eigendom van de Wwe Debruyne-Debacker, sectie D nr 79, toebehoorende aan Mr. Visart en dat deze school met 1 october zal geopend worden. Hij vermeent dat, na de opening dezer school er geene of weinige kinderen nog in de gemeenteschool zullen blijven en dat het gevolgelijk onnoodig was eene nieuwe gemeenteschool te bouwen. Hij voegt er bij dat, na genomene inlichtingen de gemeenteoverheid de werken niet kan doen staken zonder bemachtiging der hoogere overheid en dat deze bemachtiging voorzeker niet zou verleend worden, en dat na alle waarschijnlijkheid de gemeente door de bevoegde overheid zal verplicht worden eene nieuwe meisjesschool te bouwen .
Felix Verstraete, pastoor te St.-Kruis van 1863 tot 1893, had dus wel zeer vlug gehoor gegeven aan de oproep van het episcopaat om te St.-Kruis een nieuwe vrije school te bouwen als reactie op het bouwen van een gemeenteschool aan de Doornhut. De vrije school werd gebouwd op de plaats van het huidige O.L.Vr. College  (thans KBC) langs de Moerkerkse steenweg.
In zitting van 31.08.1879 werden de lessen voor volwassenen, wegens geringe belangstelling, afgeschaft; maar die beslissing zal reeds op 22.2.1880 ongedaan gemaakt worden.
Onze gemeenteschool was maar een kort leven beschoren. Op 1.1.1880 gaf Emile Cafmeyer ontslag (aanvaard in zitting van  6.1.1880) om over te stappen naar de vrije school. Op 15.1.1880 werd Hynderickx Janvier (geb. Brugge 10. 3.58 en gediplomeerd te Torhout 15.8.77) benoemd als hoofdonderwijzer van de gemeenteschool. Zijn jaarwedde bedroeg 1510fr en die van een hulponderwijzer 1185fr. Op een totaal van 101 kinderen die het kosteloos onderwijs genoten was er maar één in de gemeenteschool. Vanaf 1.1.1881 werden er in die knechtenschool ook meisjes toegelaten. Romanie Hynderickx, zuster van de hoofdonderwijzer, werd benoemd voor het geven van handwerk aan de meisjes. Zij zal echter reeds in september ontslag nemen. In haar plaats kwam Louisa Streinkx, echtgenote van Hynderickx. De arrondissementscommissaris had aangedrongen op kosteloos onderwijs voor meisjes, en de raad had op 8.12.1880 besloten: overwegende dat er slechts vijf leerlingen in de gemeente knechtjesschool zijn, besluit met eenparigheid van stemmen: de meisjes die het kosteloos onderwijs begeeren te ontvangen, zullen aanvaard worden in de gemeenteschool te rekenen met 1 januari 1881.

Op 24.11.80 had de aanbesteding plaats voor het leveren van de schoolmeubelen voor de nieuwe school. Ingevolge de nieuwe schoolwet van 1.7.1879 was de gemeenteschool dus gestart in de oude school van J. Cafmeyer, door de gemeente aangekocht in 1855. De nieuwe school aan de Doornhut werd in 1881 in gebruik genomen. Het bestek beliep 6984,5fr en volgende aannemers zonden hun prijzen in: 
Osselaere Hypoliet, Loppem 5298fr, 
Van Robays Karel, Egem 5995fr (hij zou later raadslid worden te St Kruis) 
Andries Fr., Brugge 5773fr, 
D'Artois Edm., Izegem 5995fr, 
Guens-Leaux, Brugge 6072,5fr: 
Lanssen-Labyt, Brugge 6286,1fr, 
Fonteyne Aug., Brugge 6500fr. 
Het schoolgebouw werd verzekerd voor 40.000fr en de meubelen voor 5000fr bij Mr.Barvoet, vertegenwoordiger der maatschappij "La Belgique".
Nu het onderwijzershuis van de oude gemeenteschool (gebouwd door J. Cafmeyer) leeg kwam te staan, liet men het betrekken door de veldwachter aan 75fr. per jaar boven de pacht die hij moest betalen aan het armbestuur voor de tuin. De oude klaslokalen werden omgebouwd tot gevangenhuis, lijkhuis en volksbiblioteek. In zitting van 6.3.1883 moest de raad besluiten dat het gebouw op het eerste verzoek van de hoger overheid opnieuw ter beschikking van het onderwijs zal gesteld worden.
Zo ver zou het niet komen, want na de kamerverkiezingen van 10.6.1884 die zeer slecht afliepen voor de liberalen, vormde Jules Malou op 16.6.1884 een katholieke regering. Op 23.7.1884 werd reeds een nieuwe schoolwet ingediend die op 20.9 bekrachtigd werd. Het lager onderwijs kwam opnieuw in handen van de gemeenten die, mits goedkeuring van de Bestendige Deputatie vrije scholen mochten aanvaarden of aannemen. (uit de Politieke gesch. v. Belgie door TH Luyckx

 

foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis

Plan van voorgevel, zijgevel en toegangspoort volgens arch. Buyck voor de jongensschool aan de Doornhut.

De avondschool werd niet meer geopend voor het schooljaar 1884-85.
Ingevolge de nieuwe schoolwet werd in zitting van 7.11.1884 te St.-Kruis
de gemeenteschool afgeschaft en de vrije scholen voor jongens (bestuurd door Cafmeyer Emile) en meisjes (bestuurd door juffr. Euphrasie Deryck) werden aangenomen: "overwegende dat er in de gemeenteschool alhier voor meisjes en knechtjes bestuurd door Mr. Hinderyckx, slechts zes kinderen (allen meisjes) zijn en dat er geene veranderingen aan dezen staat van zaken te verwachten is. - overwegende dat het redelijk is de gemeenteschool af te schaffen en de twee bijzondere scholen aan te nemen, des te meer dat het aandeel dezer gemeente in de kosten van het onderwijs door deze maatregel zullen verminderen...". Onderwijzer Hinderyckx werd op wachtgeld gesteld. De gemeenteschool was opgedoekt.
Op een bevolking van 2245 inwoners gingen op dit ogenblik 114 jongens en 103 meisjes naar de vrije scholen op het dorp te St.-Kruis. Te Vijve Kapelle was er ook nog een vrije school voor knechten en meisjes, maar deze vroegen de aanneming niet aan.
Emile Cafmeyer kreeg vrij vlug de beschikking over de nieuwe school nabij de Doornhut. Zo komt de (voorlopige) vrije school, door pastoor Verstraete gebouwd, vrij. Volgens Magda Cafmeyer in "St Kruis,oud en nieuw" werden deze lokalen eerst omgebouwd tot drie arbeiderswoningen en later weer verbouwd als jongelingekring (patronage) waaraan een nieuwe vrije aangenomen biblioteek gebouwd werd.

 

Het H. Hartinstituut, in de volksmond het wezengsticht.
In 1886 begonnen, werd het kompleks geleidelijk uitgebreid. In 1929 kwam er o.m. een vakschool bij dat rechts op de foto, nogal kazernachtig aandoet.
Zie voor de verdere geschiedenis van deze school de brochure:’l00 jaar jeugdzorg te Sint-Kruis, Nieuwland

 

foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis

In 1886 begon Kanunnik P. Naeghels, directeur van de Zusters der Kindsheid van Maria ter Spermalie te Brugge, samen met de zusters aan de bouw van een instituut voor doofstomme jongetjes te St.-Kruis. In de kroniek staat vermeld: 29 juni 1886, stichting van het Gesticht van het H.Hert te St.-Kruis met 4 zusters en 14 "kranke" kinders. Het is pas na de afwerking van het nieuwe gebouw (1893) dat er weeskinderen werden opgenomen. In 1899 werd het gesticht aangesloten op het telefoonnet (die aansluiting was meteen een primeur op St.-Kruis) en in 1913 op het electriciteitsnet. In 1900 verbleven er al 127 jongens en 62 meisjes in het H.Hartinstituut. (uit de brochure 100 jaar jeugdzorg te St Kruis, Nieuwland)
Het herinrichten van de school voor volwassenen, op vraag van de arrondissementscommissaris in brief van 23.03.1888, werd verworpen o.m. om volgende reden: "in aanmerking nemende dat eertijds door het houden van zulke school dikwijls onaangenaamheden, ongeregeldheden en zelfs onzedelijkheden geschiedden en dat het grootste deel der inwoners tegen de herinrichting dezer school zijn".
We hebben gezien dat sedert de oprichting van de school J. Cafmeyer, het vrije onderwijs voor jongens steeds in handen bleef van de familie Cafmeyer. Dit was ook nog zo toen bezit genomen werd van lokalen nabij de Doornhut. Emile Cafmeyer was er de hoofd- en zijn broer Arthur de hulponderwijzer. Op hun vraag kregen zij in 1891 een gezamelijke weddeverhoging van 2000fr naar 2200fr jaarlijks. Maar omdat de Cafmeyers ook sinds vele jaren de kosterfamilie waren op het dorp, werd hierbij wel aangedrongen: "opdat zij zich neerstig zouden beieveren om niet van de school afwezig te blijven buiten de dagen van verlof of vacantie en opdat zij hun uiterste best zouden doen om in het onderwijs in hunne school te houden, op de hoogte van den hedendaagschen vooruitgang, ten einde de ouders hunnen kinderen niet zouden zenden naar lagere scholen van andere gemeenten
Na het overlijden van veldwachter Frans Paternoster in 1894, werd het oude onderwijzershuis van J. Cafmeyer, in 1895 betrokken door de gemeentesecretaris Ch. Van Kerschaver. Nu mocht de veldwachter (Isidoor De Poorter) kosteloos het leegstaand woonhuis van de aangenomen knechtenschool aan de Doornhut, betrekken. (het huis werd dus niet bewoond door hoofdonderwijzer E. Cafmeyer).
Bij de overstap naar de 20e eeuw was er dus op St.-Kruis een aangenomen knechtenschool met 2 leerkrachten, nabij de Doornhut. Een zusterklooster met aangenomen meisjesschool langs de Moerkerkse Steenweg. waarvan het kapelletje nog het laatste overblijfsel is. Op de wijk Vijve Kapelle was er een klooster voor broeders en zusters met respectievelijk een knechten- en meisjesschool. Geen van beiden had de aanneming gevraagd. Langs de Polderstraat, tenslotte, stond het H. Hartgesticht voor weeskinderen.
In zitting van 30.12.1904 had men het over de afwezigheden van de hulponderwijzer op school. De heer Dooghe het woord bekomen hebbende vraagt dat het gemeentebestuur maatregelen zou willen nemen om te voorkomen dat er zo veel afwezigheden niet meer zouden zijn van de hulponderwijzer in de aangenomen knechtenschool, wanneer er binnen de schooluren kerkelijke diensten gevierd worden. De heer Van Robays het woord gevraagd en bekomen hebbende, stelt voor om in deze staat van zaken werkelijke verbeteringen te brengen, de benoeming van een tweede hulponderwijzer in deze school. De gemeenteraad na besprekingen besluit deze zaak te zullen onderrichten.
Op 17.4.05 kwam de hulponderwijzer opnieuw op de dagorde. De heer burgemeester, op ondervraging, deed kennen dat, bij gedwongen afwezigheid in zijne school, de hulponderwijzer zich doet vervangen door een gediplomeerde onderwijzer. 
De gemeenteraad: 
Besluit bij meerderheid van stemmen aan de Schepenraad te vragen zich te willen richten tot het schoolcomiteit dezer gemeente teneinde hetzelve zijn mening te vragen om te weten: 
a) als tengevolge der veroordeling die hij ondergaan heeft, de hulponderwijzer der aangenomen school nog den noodigen eerbied en het noodige gezag heeft om voort het onderwijs te geven 
b) welke overheid onlangs de hulponderwijzer in zijne bediening tijdelijk geschorst heeft. De gemeenteraad verwerp met 5 stemmen tegen 4 en 1 onthouding het voorstel van de heer Van Robays, van het aanstellen met october 1905, van eenen tweeden hulponderwijzer.

In zitting van 27.9 verklaarde de hoofdonderwijzer in een schrijven van 10.9, de heer Herman Jansseune als hulponderwijzer benoemd te hebben in vervanging van Arthur Cafmeyer die ontslag gaf. (A. Cafmeyer was niet gediplomeerd). De raad stemde deze benoeming goed met 9 tegen 1. Dooghe stemde tegen omdat de kandidaat hem volkomen onbekend is.
Vanaf 1906 moesten de aangenomen scholen bij nationale feestdagen, de driekleur uithangen. Ze kregen daarvoor elk 5fr. En in die scholen zouden voortaan boeken aangeboden worden aan verdienstelijke leerlingen i.p.v. geldprijzen.
Voor het schooljaar 1907-08 hadden de beide aangenomen scholen elk twee klassen met samen 217 leerlingen waarvan 41 betalende en 177 die van kosteloos onderwijs genoten. Maar vanaf het volgend schooljaar kwam er aan de Doornhut een tweede hulponderwijzer bij, nl. Oscar Meire. En de vrije tekenschool, door K. Van Robays ingericht, kreeg voor 1908, 200fr toelage.
In 1909 kon de secretaris zijn intrek nemen in het gemeentehuis (zie evolutie gemeentehuis te St Kruis) en in het oude onderwijzershuis J. Cafmeyer werd het politiecommissariaat ingericht. Veldwachter I. Depoorter was intussen de eerste politiecommissaris van St.-Kruis geworden. De veldwachter, J. Vanhove, kwam zoals zijn voorganger in het woonhuis van de knechtenschool wonen.

Eveneens in 1909 vroeg de broederschool van Vijve-Kapelle de aanneming, maar kon die nog niet bekomen. Wel kregen zij 300fr. subsidie. Het jaar nadien kreeg ook de zusterschool van Vijve-Kapelle 200fr toelage.

Op 14.3.1911 diende Schollaert, minister van Kunsten en Wetenschappen, een wetsvoorstel in, die het oprichten van een "vierde graad" in het lager onderwijs - en de leerplicht tot 14 jaar inhield. In zitting van 22.9.1911 drukte ons gemeentebestuur bij de wetgevende kamers, de wens uit de wet te zien goedkeuren. Maar het voorstel kreeg niet de meerderheid en het kabinet F. Schollaert kwam ten val. Onder het volgend kabinet (de Broqueville) zou bij wet van 19.5.1914 de leerduur verlengd worden van 12 tot 14 jaar door de oprichting van een "vierde graad" en de leerplicht voor kinderen tot 12 jaar ingesteld. Gemeenten waren niet verplicht vrije scholen te subsidieren maar de wedden voor leerkrachten in vrij- en gemeenteonderwijs werden gelijk gesteld. Het aankopen en onderhoud van schoollokalen. bleef voor rekening van het vrij onderwijs. Eerst na W.O.I zou de leerplicht op 14 jaar worden gebracht. (uit “De politieke. geschiedenis v. Belgie” door TH. Luykx)
In 1912 werd de tienjaarlijkse aanneming van de vrije knechten- en meisjesschool weer eens hernieuwd en met 5 stemmen voor, 4 tegen en één onthoudng werd beslist dat onderwijzer E. Cafmeyer vanaf 1 januari van dit jaar kon beschikken over het woonhuis van de school aan de Doornhut. Eveneens in 1912 werd de raad gevraagd zich uit te spreken over de vervlaamsing van de Gentse hogeschool. Met 7 stemmen tegen 2 en 2 onthoudingen werd in zitting van 26 maart volgende motie aangenomen: “overwegende dat het onderwijs in de moedertaal het beste in voor de zedelijke en de verstandelijke belangen van het land, drukt de wens uit dat de kamers der volksvertegenwoordigers het wetsontwerp tot de trapsgewijze vervlaamsing der Gentsche Hogeschool, neergelegd door de heren Van Cauwelaert en Anseele, binnen de korst mogelijke tijd en zonder verminking zou stemmen”.
Het jaar daarop werd een toelage goedgekeurd bij de heroprichting van de avondschool voor volwassenen. In 1913 wilde het schoolcomiteit van de aangenomen scholen graag overgaan tot het oprichten van een bewaarschool en één laagste klas van het lager onderwijs op de wijk Male. Dr Demeyer, uit Brugge, was bereid gratis een stuk grond van 19a 99,5 ca af te staan voor dit doel. (hoek Lindestr. en Pijpeweg) Op 4.3.1913 drong raadslid J. Dooghe aan op de aanvaarding van deze schenking, maar het gemeentebestuur was niet zinnens een school in Male te bouwen. In een schrijven van 14.5.1913 werd Dr Demeyer vriendelijk bedankt. Male zou nog enkele jaren op een school moeten wachten.

Op 31.1.1914 gaf Cafmeyer Emiel ontslag en Herman Jansseune wordt met 3 stemmen en 5 blanco's de nieuwe hoofdonderwijzer. Maes Omer werd met 5 stemmen en 3 blanco's de nieuwe tweede hulponderwijzer. (Oscar Meire werd eerste hulponderwijzer)

De eerste herstelwerken aan de gemeenteschool, nl. het plaatsen van 10 nieuwe vensters werd toevertrouwd aan aannemer Aug. Debruycker van St.-Kruis voor de prijs van 392fr.
En dan kwam "de grote oorlog" 14-18 met als eerste gevolg: besparingen. De subsidies aan de beide scholen te Vijve-Kapelle (jongens 300fr en meisjesschool 200fr.) werden geschrapt. Meester O. Maes, zopas benoemd, werd samen met H. Jansseune, onder de wapens geroepen. Zij werden vervangen door de kloosterlingen Romanie De Keyzer (gediplomeerd) en Cordula Degruyter (niet gediplomeerd). Deze laatste zou echter vanaf 1.10.1915 opgevolgd worden door juffr. Gabrielle Maria Hemschoote.
Vele preciese gegevens over het schoolleven tijdens de oorlog 14-18 hebben we niet kunnen achterhalen. Zeker is wel dat de klaslokalen soms werden ingenomen door het bezettingsleger. Het lesgeven ging dan door in private huizen.
Ingevolge de stijging van het aantal leerlingen in de knechtenschool (190 in 1916) moest een vierde klas toegevoegd worden. Met geringe kosten in eigen regie, werd dit mogelijk gemaakt. Juffr. Hemschoote nam die vierde klas op zich en juffr. Victorine Allemeersch werd benoemd voor de derde klas. In de meisjesschool kwam er in 1917 eveneens een vierde klas bij waarvoor zuster Romanie De Keyzer in aanmerking kwam en zuster Angeline Heyte nam in de knechtenschool haar plaats in.
In het laatste oorlogsjaar was het aantal schoolgaanden aan de Doornhut al weer gestegen tot 225 leerlingen en de raad besliste een vijde klas te openen. Hiervoor kwam vanaf 1.5.1818 meester Albracht Hemschoote in dienst.
Al in de eerste raadszitting na de oorlog, nl op 10.01.1919, koesterde ons gemeentebestuur grootse plannen, o.m. het bouwen van een nieuwe knechten- en meisjesschool in het centrum van het dorp: ...inziende dat de knechtenschool 15 minuten en die der meisjes 10 minuten verwijderd zijn van 't midden van het dorp, en nog verder van 't middenpunt der bevolking en dat door dien toestand omtrent alle kinders van westen van het dorp, van Kruis- en Dampoort, naar Brugge ter school gaan, hetgene vele onaangenaamheden en moeilijkheden bijbrengt, en waar men schoolgeld moet betalen, ook zeer schadelijk voor de opvoeding der kinders die alzoo gehele dagen in de straten van Brugge veel zien en horen dat ze. best kunnen missen..”. Verder wilde men van de knechtenschool een hospitaal maken (vooral in geval van smetziekte) en van de meisjesschool een oud-mannenhuis. Maar dit is allemaal bij wensen gebleven.
Na de oorlog had H. Jansseune zijn plaats terug ingenomen en op 12. 5.1919 werd zijn broer, Leon Jansseune, benoemd i.p.v. Omer Maes, die niet terugkeerde uit de oorlog. Het jaar daarop gaf ook juffr. Gabr. Hemschoote ontslag en werd vervangen door Napoleon Herman. Maar deze laatste zou vrij vlug weer opstappen en in zijn plaats kwam meester Theodor Mullaert. In hetzelfde jaar werden in de meisjesschool juffr. Bertha Bleyaert en juffr. Martha Cafmeyer als leken onderwijzeressen benoemd.
De twee onderwijzers voor de avondschool en de onderwijzer voor de zondagsschool voor volwassenen, kregen elk 400fr. De beide aangenomen scholen kregen elk 500fr voor de prijsdeling aan kinderen met 60% en meer der punten. Daarenboven kreeg de meisjesschool een toelage van 20fr per klas voor het onderhoud van de schoolmeubelen en 25fr per klas voor het dagelijks nethouden.

Bij de eerste gemeenteraadsverkiezing na W.O.I, (24.4.21) had Karel Van Robays (d.d. burgemeester tijdens de oorlog) zich niet meer kandidaat gesteld. Bij de aanstelling van de nieuwe raad hield hij een toespraak (30.5.21) waarin hij o.m. het volgende zei i.v.m. onderwijs en opvoeding: Ik wensche bijzonderlijk en geheel dringend dat gij de kinders, de hoop en de werkers der toekomst, een goed en deugdelijk onderwijs zult bezorgen om er nuttige leden der samenleving van te maken, dat gij ze een zedelijk en godsdienstig een opvoeding zult bezorgen gesteund op christelijke grondbeginselen en op onze oud  vlaamsche zeden, want in dezen tijd van ontbinding is de verleiding zoo schrikkelijk en zoo groot dat de geldverkwisting, kleerendracht (als men dat nog kleeren noemen mag door het drinken en sneukelen, door de cinema's en bals, waar de zedelijkheid en de eerbaarheid zoovele te lèjden hebben. Ik wensche en vrage ook dat gij uwe kinderen eene echte vaderlandsche opvoeding zoudet bezorgen, altijd getrouw aan onze doorluchtigen koning, aan onze grondwet en aan het vaderland. Leve de koning, leve Belgie, leve vlaanderen, leve St.-Kruis.
Na die zelfde verkiezingen hadden de socialisten voor het eerst een vertegenwoordiger in de raad, in de persoon van Edmond Vandewiele. In de schoolaangelegenheden zou hij telkens tegen de voorstellen van de meerderheid stemmen omdat hij voorstander was van het officieel onderwijs. Wanneer echter in 1921 het voorstel op tafel komt om aan de Vrije Beroepsschool te Brugge, waar 33 jongens van St.-Kruis naar toegaan, een subsidie van 3.000fr. te geven; stemde hij de goedkeuring mee. In ditzelfde jaar werd op aanvraag van het schoolcommiteit (bestaande uit pastoor Cuvelier, Cafmeyer Emiel en Huys Edward) de heraanneming goedgekeurd voor de periode 6.4.1922 tot 6.4.1932. In oktober werd ook de bewaarschool der zusters aangenomen..

Uit voorgaande blijkt dat ons gemeentebestuur aandacht had voor haar jeugd die naar Brugge naar school ging. Zo kreeg een gebuurtekring 250fr toelage voor de. huldiging van Prosper Van Wassenhove die als primus werd uitgeroepen in de academieschool voor boetsering: overwegende dat dergelijke feiten door feesten dienen aangemoedigd te worden.
Vanaf 1.1.1922 werd het kosteloos medisch schoolonderzoek van kracht. Met Assebroek, St Andries, St Michiels, Zedelgen, Nieuwmunster en Zuienkerke werd een fonds gesticht voor "meest begaafden". De kosten van de schoolgelden van de behoeftige kinderen die de lessen volgden in de academie, handels- of nijverheidschool; zou de gemeente op zich nemen en het landbouwonderwijs kreeg een toelage van 200fr. In 1922 werd ook Alfons Verfaillie als onderwijzer benoemd in vervanging van Oscar Meire die ontslag nam.
In 1923 kreeg onderpastoor Antoon Joye 225fr toelage voor de onderwijzeressen, die in de lokalen van de knechtenschool, lessen in huishoudkunde zouden geven. Op Male waren er in dit jaar reeds 53 kinderen tussen drie en zeven jaar oud, en dit was een reden om terug te denken aan het bouwen van een school op de wijk Male. Hierbij werd ons gemeentebestuur niet alleen aangespoord door de inwoners van de wijk maar ook vanwege hogerhand, die wenste dat de gemeente scholen bouwde "in geval van duidelijk geworden noodwendigheid”..
Op 23.8.1923 kreeg de gemeente de goedkeuring voor geldelijke steun van de hoger overheid- en op 26.9.1923 de toelating tot het opmaken van plannen en bestek voor de school te Male. Op de zitting van 23.3.1924 kon de raad hieraan haar goedkeuring hechten en was het nu uitkijken naar de nodige gronden. Andermaal werd het aanbod van Dr Demeyer van Brugge afgewezen, dit keer door de Bestendige Deputatie (22.3.1925) die erop wees dat er in de akte bepalingen voorkomen die aan de Maatschappij St Sebastiaan toezicht gaf op deze gift. Anderzijds wilde de gemeente niet overgaan tot onteigening van grond omdat dergelijke procedure teveel tijd in beslag nam. Daarom werd in zitting van 9.05.1925 besloten een stuk grond van het Bestuur van Weldadigheid te kopen op het Maleveld nl. 17a16ca van de Sectie B 53 (d. i. langs en ten zuiden van de Brieversweg). Het Bestuur van Weldadigheid steltde twee schatters aan die een waarde toekenden van 0,40fr per m2. Tussen 31.05 en 15.06 hadden de inwoners de tijd om hun bezwaren in te brengen en dat gebeurde ook. In een schrijven van 13.6.1925 verzetten zich een negentigtal inwoners tegen de verkoop van een stuk Maleveld.

In haar zitting van 19.06 1925 verwierp het Bestuur van Weldadigheid dit protest en daags daarop nam de gemeenteraad een zelfde houding aan en besloot over te gaan tot de aankoop. Op 4.09 werd overgegaan tot de openbare aanbesteding zowel voor de gebouwen als voor het leveren van het meubilair.
Dan nam de zaak plotseling een andere wending. Het parochiaal schoolcomiteit stelde voor zelf een school te bouwen mits een toelage van het gemeentebestuur en deze laatste stemde daarin toe in zitting van 21.11.1925. Het schoolcomiteit kon immers een stuk grond kopen (groot 2167m2) die niet op het Maleveld gelegen was maar benoorden langs de Brieversweg en eigendom was van Baron Charles Gillès de Pélichy. In 1928 werd die grond doorverkocht aan de Zusters van Pittem.
De school omvatte één gemengde kleuterklas en één klas voor het eerste en tweede leerjaar met daarbij nog een schoolhuis voor de zusters. Zuster Marie-Lutgarde stond in voor de bewaarklas,  Zr. Marie Honorine voor de twee leerjaren. De klassen werden in gebruik genomen vanaf 1.10.1926 en ze werden meteen aangenomen.
En er gebeurde nog meer in 1925. In feite had het gemeentebestuur haar idee van juist na 14-18, i.v.m. nieuwbouw van scholen meer in het centrum van het dorp, niet opgegeven. Wanneer de zusters van Pittem er aan dachten hun school langs de Moerkerkse Steenweg uit te breiden, gaf de burgemeester hen de raad daarmee nog een jaar te wachten
Hij zou liever de school meer in het centrum van de gemeente hebben. Aan de Zusters van Pittem werd aangeraden een perceel grond te kopen ten noorden van de kerk, grenzende ten zuiden aan het kerkhof en ten oosten aan de Pastorieweg die eigendom was van het "Beheer der Hospisen" van Brugge. En zo geschiedde in 1925. De bedoeling was er een nieuwe school met klooster te bouwen. Er werd niet getalmd en dit zelfde jaar werden reeds  klassen gebouwd. In de maand juni 1926 namen de drie hoogste klassen bezit van drie nieuwe klassen en in oktober was de vierde klas gereed als bewaarklas voor de kinderen van 3 tot 6 jaar die langs deze kant van de gemeente woonden.

foto Heemkunde Sint-Kruis

Verkoop door de Commissie van Burgerlijke Godshuizen aan "vzw Klooster van Maria van Pittem" van een parceel zaailand te Sint-Kruis.
Kadasternummer Sectie C 566
groot 87a 80ca
akte 20.04.1925

Ook wilde men nog steeds een nieuwe knechtenschool in de dorpskom en nog steeds (in 1925) stelde burgemeester K. Casteleyn voor daartoe een stuk grond te kopen in de Prins Leopoldstraat, groot 48a25ca, toebehorende aan de kerkfabriek van St Anna. De koop zou eerst in 1927 doorgaan voor de prijs van 28.000fr.
In 1925, nl op 15.02 kwam onderwijzer Julien Poignie in dienst i.v.v.Albert Hemschoote die de school verliet.
Dat onderwijs steeds politiek gemanipuleerd werd en wordt ervaarden we ook te St.-Kruis. Toen het socialistisch raadslid Ed. Vandewiele in 1925 een toelage vroeg om met de leerlingen van de vierde graad de internationale cooperatieve tentoonstelling in Gent te gaan bezoeken, werd dit promp door de meerderheid afgewezen. In de plaats zou men proberen kosteloos of aan verminderde prijs de handelsfoor in Brugge te bezoeken.
Op 1.10.1927 kwam juffr. Alice Cafmeyer in dienst in vervanging van juffr. Martha Cafmeyer, en vanaf 1.12.28 was ook juffr. Clara Cafmeyer actief in de zustersschool.
Voor de verdere uitbouw van hun school langs de Pastorieweg, met zeven klassen een huishoudschool en klooster, vroegen de Zusters van Pittem bij brief van 11.2.1929 een gemeentelijke toelage. De plannen waren van architect Ant. Dujardyn van Brugge. Het werk werd begroot op 750.000fr  en onder de zes aannemers was Walter Van Robays van St Kruis de laagste aanbieder. Aannemer Godfried Depreeuw werd aangesteld als toezichter. .
Het schepencollege stelde een toelage voor van 60.000fr in 10 jaar te betalen. Als het punt op de dagorde kwam op 6.07 stelde raadslid Edw. Huys een toelage van 96.000 fr voor te betalen in 12 jaar. Dit laatste voorstel werd aangenomen met 7 tegen 2 stemmen en een onthouding nl. die van Edm. Vandewiele die vond dat de gemeente zelf een school zou moeten bouwen: "nu is het 96.000fr; weggesmeten, waarvoor de gemeente niets heeft" beweert hij.
De werken begonnen in april 1929. Met Pasen 1930 konden weer een paar klassen verhuizen en in de maand mei volgde dan de totale verhuis naar de Pastorieweg. Op 18.12.1930 werd in aanwezigeheid van kerkelijke- en burgelijke overheid het geheel ingewijd door Mgr. Lamiroy, bisschop van Brugge Vele milde schenkers hadden financieel en materieel bijgedragen o.m. in de uitrusting van de kapel.
In de maand november 1928 werd, met toestemming van Z.H. de Paus van Rome het oude klooster verkocht aan de heren Joseph Vanhove, gemeentesecretaris en Arthur Van den Dorpe, aannemer te St Kruis. Voorwaarde was dat de zusters er mochten blijven wonen en school houden tot het nieuwe komplex was afgewerkt.

foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis

Het nieuw klooster in de Pastorieweg. Tussen de voorgevel van het klooster en de kerkhofmuur stond een haag, want er was nog geen sprake van de Boogschutterslaan.

De eerste  klaslokalen en de speelplaats. In 1959 zouden deze klassen volledig worden afgebroken en vervangen door meer aangepaste lokalen met een verdieping.

In het jaar dat de zusters van Pittem volop aan het bouwen gaan (1929) liet het gemeentebestuur haar plannen varen om op de aangekochte grond in de Prins Leopoldstraat, een nieuwe knechtenschool te bouwen.
Deze beslissing werd heel waarschijnlijk genomen om financiele redenen. Toch
moest er iets gebeuren om het stijgend aantal leerlingen op te vangen.  Men besliste aan de bestaande jongensschool twee nieuwe klaslokalen, een lokaal voor medisch toezicht en een nieuwe sanitaire inrichting te bouwen. Bouwmeester L Goormachtig van Brugge voorzag een uitgave van 200.000fr Het opgemaakt bestek beliep 202.760,70fr.
In 1929 kreeg het wezengesticht een toelage van 10.000fr. voor het opstarten van een vakschool voor wezen. Bij de aanvang van het schooljaar 1929-30, nl. op 1 september trad Remi Vandamme in dienst als onderwijzer in de knechtenschool. En tenslotte in zitting van 26.10.1929 werden op vraag van het schoolcomiteit van Vijvekapelle  de beide scholen aldaar aangenomen. Dit comité bestond uit Baron Verhaeghen van Gent, Van Daele Kamiel bediende te Moerkerke, Karel Verfaillie pastoor, Remi Debels bankbediende te St.-Kruis, René Coene, landbouwer te Moerkerke.

In een schrijven van 31.7.1930 liet de minister van onderwijs de plaatselijke volksvertegenwoordiger Van Outryve d'Ydewalle weten, dat hij zijn volle goedkeuring hechtte aan het bouwen van de nieuwe klassen aan de aangenomen jongensschool. Op 5.12.1930 volgde ook de goedkeuring der Bestendige Deputatie. De openbare aanbesteding ging door op 7.1.1931 op het gemeentehuis van St.-Kruis. Niet minder dan 16 aannemers dienden hun prijs in, nl: Van Eenoo St Andries 161.164, Alf. Standaert Maldegem 180.476, Sennesael Gaston Koksijde 170450, Snauwaert Ch. Zevecote 178.000, Aug. Hendryckx Oostende 187.999, Lievens & Vanhecke Tielt 167.534, Arth. Verbeke Brugge 181.677, Lampo en Declerck Moerkerke 193.647, Alf. Borginjon Maldegem 167.690, Cyr. De WuIf Brugge 190.448, Gust. Lambert Oostkamp 164.944, Louis Verhelle Brugge 181.544, Camiel Van Eeghem St.-Kruis 186.940, V. Acker en René Lansweert St.-Kruis 197.478, Arth. Van den Dorpe St.-Kruis 143.957, V. Rolleghem Oostkerke 171.867Fr. Het ereloon bedroeg 9.717,13fr voor kosten voor ruchtbaarheid 496,20fr, zegels en registratie 125fr.
Het werk werd toegewezen aan de laagste aanbieder nl. Arth. Van den Dorpe van St.-Kruis. Hij kreeg aannemer Leopold Billiet van St Kruis als "toeziener". Half maart begonnen de werken en een jaar later, nl. 1932 konden de klassen in gebruik genomen worden. De eindafrekening was 148.152,65fr. Benevens de voornoemde gebouwen werd eveneens in het werk voorzien; nieuwe sanitaire uitrusting, het plaveien van de speelplaats en het plafoneren van de oude klassen.Voor de meubelering der twee nieuwe klaslokalen werd een bedrag van 5.938,39fr. vooropgesteld.

Na de oorlog in het voorjaar van 1945 werd een petitie rondgedragen om een officiële gemeenteschool te bekomen. Vijfenvijftig gezinshoofden ondertekenden deze petitie. Deze petitie werd niet enkel verstuurd naar het gemeentebestuur maar ook naar het Ministerie van Openbaar Onderwijs. Dus zou de "grote politiek" zich ermee bemoeien. De gemeente die noch geld noch goesting had om een tweede schoolgebouw te bouwen polste nog even de petitieondertekenaars om te weten te komen over hoeveel kinderen het eigenlijk ging. Het ging om 36 kinderen die geboren waren tussen 1931 en 1941. Door dit alles was het schoolcomité van de Vrije Aangenomen Jongensschool gealarmeerd. Men begon onmiddellijk met de afbraak van de "Jongelingenkring" en het buurhuis op de Moerkerkse Steenweg 247 (thans KBC). Er werden sponsors gezocht en op 1 september 1948 kon de Vrije Aangenomen Jongensschool onder de naam "Sint-Henricus" van start gaan.
In september 1947 kreeg St.-Kruis de nieuwe officiële gemeenteschool. Maar deze gemengde lagere school was geen lang leven beschoren. In 1961 telde men nog een paar leerlingen en in februari 1962 besliste de gemeenteraad tot definitieve sluiting. “De weinige leerlingen in de gemeenteschool gaven geen tuchtprobleem. Ze hadden wel een enorme achterstand. Ik probeerde, metr schaarse middelen, er het beste van te maken. Ik organiseerde zelfs schoolreisjes, maar het mocht niet baten. (M.L. Weyts- Van der Poel). “ Veel leerlingen heb ik niet gehad in de gemeenteschool van Sint-Kruis. ’t Waren meestal kinderen van socialisten, precies diegen die aangedrongen hadden op de totstandkoming van de gemeenteschool. Het niveau was laag. Makkelijk was het niet, maar ik heb toch geprobeerd om elk kind apart te stimuleren. Ongeveer 75 inwoners van Sinr-Kruis hadden na de oorlog via een petritie om een gemeenteschool gevraagd. Toen ik in 1947 begon, telden we amper 20 leerlingen. Waar bleven de anderen? (L.Verfaillie)
Op 1 september 1959 werd op de site Veltemweg-Fortuinstraat het Sint-Andreaslyceum (SASK) geopend.
In hetzelfde jaar werd op de Mariawende-site een nieuwe Secundaire Handelsschool opgericht en in 1962 betrok  deze Handelsschool de nieuwe gebouwen langs de Boogschutterslaan.

Periode na 1960 tot ....

Op 1 september 1960 opende men de Rijkslagere school in de Leopold De Bruynestraat, wat mede de doodsoorzaak was de officiële gemeentelijke jongensschool aan de Doornhut.  In 1962 opende men op dezelfde site een Rijksmiddebare school
In 1966 werd de gebouwen van deze Rijksscholen in de Prins Leopoldstraat opgetrokken. 
In 1963 werd in de leegstaande gebouwen van het Doornhutschooltje een wijkschool gestart. Na de afbraak van de oude gebouwen verhuisde in 1968 dit schooltje naar de Waterwilgen onder de naam Zonnehuis, om in 1982 te worden opgenomen in de nieuwe Rijksbasisschool de Linde in de Brieversweg.
In 1962 werd de Sint-Henricusschool een filiaal van OLVA en fuseerde met Mariawende in  1998 onder de naam Mozaïek. Het gebouw werd verkocht aan KBC, zoals reeds eerder vermeld.
In 1963 werd in Male gestart met een jongensschool als filiaal van OLVA. De meisjes gingen naar een afdeling van Mariawende. De jongensschool werd te klein en er werd in 1964 een nieuw gebouw opgetrokken aan De Linde - Vijversdreef.
In 1964 werd een lagere school geopend aan de Beeweg in de wijk Ter Loo als onderafdeling van Mariawende.
​In 1969 werd Het Gesticht van het H.Hart, het vroegere wezengesticht, een B.L.O-school opgericht. Deze school gaf les aan kinderen met leerachterstand. 
De Rijksbasisschool De Beuken had in de beginjaren 1990 zo weinig leerlingen dat men fuseerde met De Linde in de Brieversweg. In dezelfde periode verhuisde de Rijksmiddelbareschool ( 1962-1990) naar het atheneum in Assebroek. Na enkele jaren leegstand kwam in de voormalige gebouwen langs de Leopold Debruynestraat de Freinetschool De Tandem. 
In 1959 werd door Zr. Mia Laridon een Secundaire Handelsschool opgestart langs de Pastorieweg. In 1962 werden de  nieuwe gebouwen voor deze school opgetrokken langs de Boogschutterslaan. In 1998 fuseerde de school met Blydhove uit Assebroek.

En de scholen zij ploegden voort...

Voor deze informatie werd vooral geput uit de WHSK-uitgave "150 Jaar Onderwijs in Sint-Kruis" door Dirk Callewaert, Yvette Kemel en André Vanhulle (+). Deze publicatie is echter uitverkocht.