Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Kasteel van Male

Mooie, waarschijnlijk 19de eeuwse potloodtekening van het kasteel van Male.
Met als ondertekst :"Vue du château de Male, Souvenir de Bruges".
Met dank aan Jan D'hondt voor de alertheid en de schenking.

 


Het Kasteel van Male
Magda Cafmeyer

 

  Alhoewel Brugge zeer vroeg een grafelijke burcht heeft bezeten, toch had de graaf er geen vaste woonplaats. Robrecht de Fries schijnt de eerste graaf te zijn geweest die in de opkomende handelsstad, zoo niet een residentie, ten minste het middenpunt van zijn bestuur heeft gevestigd. Deze graaf liet ook, midden de uitgestrekte bosschen van Wijnendale bij Torhout, een kasteel bouwen.
  Het is best mogelijk dat hij later uitkeek naar een minder afgelegen warande met jachtverblijf. In de naaste omgeving van Brugge was « de Parke van Male» prachtig gelegen op den grooten heerweg naar Antwerpen. Misschien heeft « Ives de Male » (1), tijdgenoot van Robrecht de Fries, er op een of andere wijze - als forestier ? - het grafelijk gezag vertegenwoordigd.
  Hoe het ook zij, een forestier was gelast met het toezicht over bosschen, meerschen en neerhof van « den Parke»; hij diende jaarlijks een rekening in, over de opbrengst aan tailliehout, hooigars en brom, alsook over gedane uitgaven voor dagloon en over de herstellingswerken aan de gebouwen (2). Aan een oorkonde, in 1172 te Brugge uitgegeven, hangt het zegel van "Willelmus, forestarius de Male" naast dit van andere hofambtenaars, zooals : de "camerarius" en de "buticularius" (3)
  Het blijkt nochtans dat Male van ondergeschikt belang was voor de opvolgers van Robrecht de Fries". Eerst onder Filips van den Elzas werden verschillende oorkonden uit Male gedagtekent. De vroegst bekende oorkonde, in 1166 ten voordele van de St.-Pietersabdij van Loo uitgevaardigd, vermeldt als volgt " Actum hoc anno MCMXVI, dominica ante Navitatem Sancten Marie, Malee, in nova ecclesia comitis" (5). Dit laatste citaat komt ons vermoeden bevestigen; de nieuwe kapel heeft een oudere vervangen welke behoorde bij een kasteel, dagteekenend van vóór de regeering van Filips van den Elzas.
  Wanneer de grondvesten van het kasteel van Male gelegd werden en hoe dit kasteel er uitzag weten we niet, doch als we de vergelijking opmaken met andere XIIe  eeuwsche gebouwen, dan stellen wij vast: 
1. dat, het oudere gravenkasteel van Wijnendale en dat van Gavere op een cirkelvormig grondplan werden opgetrokken.
2. dat het gravenkasteel van Gent en dat van Rupelmonde op een vierkantig plan gebouwd zijn zoals het kasteel van Male.
De oudste geraadpleegde rekeningen "ouvrages de lostel de Male" van 1308, geven ons een vaag beeld van dit middeleeuwsch slot. Talrijke kamers in het hoofdgebouw langs beide zijden van de poort en den grooten toren zijn met elkaar verbonden door den gang (l'aloir) (7). Op den westervleugel noordwaarts. bevonden zich de groote "sale", de "saucerie", de "panneterie", de "lardier", de "boutellerie" en de daarbij behorende kelders (cheliers). De oostervleugel werd ingenomen door de kapel en "laumosne". Op dezelfde zijde naar het " Bassecourt" toe lagen nog "la maison de le linge" en den "puisot", alsook de stalling (marechauchie) met de smederij (forge).
Het binnenhof met de mote werd "la Haute court" genaamd in tegenstelling met het daarnaast liggende neerhof met schuren " la Basse court" (9). Er was ook nog een "gardin" en een priëel (prael) en een put (servoir) omtuind met een paalwerk van duigen (palich de duges). Benevens den grooten walgracht rond het kasteel was er nog een diepe gracht rond het bos ten oosten.
Zo zal het kasteel er uitgezien hebben in de XIII eeuw. We mogen ook veronderstellen dat beide gravinnen, Johanna en Margareta van Konstantinopel, toen reeds meer te Male verbleven, aangezien hun zegelbewaarder, Egidius van Breedene, zich een groten eigendom aankocht en een herenwoning liet bouwen (1228-1235) te Sijsele (Spermalie), juist op de grens van het Malebos (10). Langs een bosdreef en de "buuschpoorte" had hij gemakkelijk toegang tot het kasteel om er zijn hofdienst te verrichten.
  Niettegenstaande zijn voorliefde voor Wijnendale, kwam graaf Gwijde meer naar Male dan men vermoeden zou. Vooral rond de feestdagen met bijzondere stemming hield hij zijn verblijf alhier : Kerstdag, Drie Koningen, Vastenavond, enz. In zijn rondreizen rijdt hij van Wijnendale naar Male of omgekeerd; daarvan getuigen de rekeningen van zijn hofhouding: "Le lundi apres a disner a Winendalle a sope a Male" (11). Ruim 30 oorkonden werden tijdens zijn regeering uit Male gedateerd. Een kastelein hield toezicht over het kasteel en domein tijdens de afwezigheid. van den graaf.
  Voor de opvolgers van Gwijde van Dampierre wordt Male het lievelingsoord en dat gedurende gans de XIV eeuw. Ridders en machtbekleeders van steden en heerlijkheden kwamen den graaf te Male opzoeken. Ontvangsten en besprekingen hadden plaats in de oude groote zaal "in camera maiore" (12). Het was toen het gebruik dat de afgevaardigden van de steden "ten parlemente" kwamen naar Male om er hun belangen te verdedigen. Tweemaal 's jaars werd hier open hof gehouden op vorstelijke wijze (13)

 De kleine herstellingswerken van dien tijd geven ons nog enkele kleine bijzonderheden over de "oude zale" waarin een hoorn hing en de aanpalende "sauserie" (14). Er wordt verder nog gewag gemaakt van een "cleene zale",  van een "alemoeserie" met houten standvensters en tegeldak, van "mijns heren retreet" en "mine vrauwe camere". De rekeningen spreken ook over "het verhemelen" van verschillende kamers en "dueren", "veinstren ende weghen te doen makene al daer mijn Here begarende was ". Er was verder ook nog een "stove" met een "bade cupe" en een "bomenput" in de nabijheid. De "lavender" was ook op dezelfde zijde gelegen. Dit laatste gebouw was afgezonderd met een "gevlochten tune". Binnen en buiten het hof waren nog "glenden" getimmerd om het volk op afstand te houden. In het binnenhof stond er ook een smidse met paardestallen. Buiten de groote poort kon men nog het kasteel binnentreden langs de "buuschpoorte" en het "Poortken ter Warande" langs den oostkant. De "Nederpoorte" gaf toegang tot het "Basse court" en den ingang was geplaveid (15). Bij de "Nederpoorte"stond het "portier huzekin".    


In 1382 kwam het groote onheil over Male. Na de overwinning van de Gentenaars op Beverhoutsveld, viel "Mer Ans van Thongerode met zinen ghansen hope" binnen het park en het kasteel (16) werd ten prooi aan de vlammen gegeven. Zoo erg was het, dat spijts eenige dringende voorloopige herstellingen, de koning van Frankrijk - bij de belegering van Damme aanwezig - hier onmogelijk zijn intrek kon nemen; hij genoot dan de gastvrijheid in de abdij van Spermalie, naast Malebos gelegen.
Eerst werden de bruggen en de glenden vernieuwd, de muren en de "cafcoenen" geschoord met het hout uit Malebos. In den hof werd alles dat onder de voeten lag opgeruimd en nieuwe "thunen" , gevlochten, prieelen gemaakt en de wijngaard in orde gebracht. Al het lood en ijzer werd met lange pieken uit de waIgrachten gevist en in de stad verkocht, het steengruis werd uit den steenput en het gevang verwijderd, de ingang voor de grote poort boven het gevang werd vrijgemaakt. De deuren en de sloten van het gevang werden vernieuwd en een paar nieuwe boeien gekocht. In de kapel werd ook maar het dringenste gedaan, de "loodse", boven het altaar moest geschoord worden (17). Margareta van Male, gehuwd met den hertog van Bourgondië, kon het voorvaderlijk slot maar niet vergeten en liet het kasteel uit zijn puinen heropbouwen. Daartoe werd haar een hulpgeld toegestaan van 23.000 lb., 20.000 lb. door de stad Brugge en 3.000 lb. door het Vrije, te betalen in verschillende tijdstippen. De baljuw van Brugge, Guillaume Slyp, werd gelast met het toezicht en de leiding van de werken, de schouteet -later baljuw - Sanders Spierinc moest de rekeningen indienen. De hertog drong aan op een spoedige en volledige herstelling. De werken begonnen in april 1390 en waren met februari 1397 voltrokken.
  Aan de hand van een uitgebreide rekening hebben we nu een veel beteren kijk op het bouwvallig middeleeuws kasteel, gegrondvest in een kromming van de Maleleie en met de voorgevel op den Antwerpschen heerweg uitkijkend, beheerste die zware steenen massa met haar acht vierkante torens de ganse omgeving.
  In het midden van den voorgevel, voor de ophaalbrug, rees statig boven de andere dakingen, de stoere vierkante "grooten tor", "la grosse tour de la porte", "la grande tour moyenne", de hoektoren naar Brugge toe "de devers Bruges" werd de westtoren en de tegenovergestelde toren, de oosttoren genoemd.
  Op den noordkant, naar het Maleveld, den Brieversweg en Damme gekeerd, werden de twee hoektorens respektievelijk "la tour cornière vers Noordwest" en "la tour cornière vers Noordoost" genaamd, tusschen beide rees de Noordtoren "la tour vers Noort", in het midden van den westgevel was er ook een toren, alsook in den tegenoverstaande oostgevel (18).
  Deze vijf laatste torens en de tussen liggende walmuren waren, voor de grootste helft, door de belegeraars omvergehaald en met den grond gelijk gemaakt, op den noordkant was een stuk muur, 100 voet lang en 20 voet hoog, alsook den noordtoren, 40 voet hoog, nog staande gebleven (19). De grondvesten waren 4 steen dik, en boven den grond bedroeg de dikte van de muren 2 ½ steen.
  De oude groote zaal en de sauserie (20) op den westgevel waren onder afzonderlijke daking naast elkaar gebouwd. Zij hadden dezelfde hoogte - 20 voet - als den walmuur, doch de zaal was merkelijk ruimer dan de nevenstaande sauserie (21), beide gebouwen waren onderkelderd en lagen tusschen den westtoren en de middentoren van den westgevel. 
  Tussen den middentoren van de oostgevel en de oosttoren stond de kapel, zoals de voorgaande gebouwen was zij ook 20 voet hoog, de grondvesten waren heel zwaar en boven de grond waren de muren 3 steen dik, de lengtemuur ten noorden mat 75 voet, de kapel was ook onderkelderd (22).
  Op den voorgevel langs weerszijden van den groten middentoren lagen de twee voornaamste vleugels van het kasteel "les deux corps de maison". De graaf en de gravin hadden daar hun kamer, alsook de voorname hovelingen en de kastelein. Die bijzondere vertrekken lagen op de eerste verdieping en waren onder elkaar en met de torens verbonden door een "allee". Veel kamers waren voorzien van een haard, althans te oordeelen naar het aantal "cafcoenen" (23). Het gevang en de put lagen onder den middentoren vóór de poort.
Met de lente 1390 begonnen de groote herstellingswerken.
Al het puin in het binnenhof "la Haute court" opgehoopt, werd naar het "Basse court" vervoerd om verder over de velden verspreid te worden. Alles wat van het oude materiaal nog bruikbaar was werd nagezien, ruim 154.000 steenen werden gekapt en gekuischt voor den wederopbouw,  het lood werd hersmolten en het oud ijzer hersmeed (24).
Er werd eerst voor het noodige timmerhout gezorgd voor het gebinte en andere balken: 270 eiken, onder groote en kleinere, werden uit het bosch van Sijsele - de latere groote warande van Male - gehaald, en meer dan 190 eiken balken werden aangekocht, er werden ook sparren en andere houtsoorten vertimmerd. Het vreemd hout - dais de Danemarche en days duelande (25) - werd langs Sluis en het Zwin naar Brugge gevoerd.    
  De herstelling werd aan bekwame vaklieden toevertrouwd. Meester Jehan van Audenarde zorgde voor het metselwerk, het ijzerwerk was verdeeld onder twee meester-smeden, Jehan de Beverne en Goosin Couderuddere, Meester Jaques van Coppinhole was gelast met het timmer- en schrijnwerk en Jehan Coene met het schilderwerk, aan meester Jaques Zwin werd het beeldhouwwerk en aan meester Christien de le Vorde, de brandvensters toevertrouwd (26)
  De grootste zorg werd besteed aan het hoofdgebouw, men begon aan den oosttoren "de wentelsteeger" in wit steen werd vernieuwd, de deuropeningen hersteld, en hier en daar kraagsteenen aangebracht, er werd veel wit Brabantsch steen verbouwd (27). Schoorsteenen van kamers in den toren werden gekuist en hersteld. En zo kwamen de verschillende indelingen van het hoofdgebouw aan de beurt. De "allee" van  de middentoren met zijn groote kamers, de "allee" van de westtoren, nieuwe balken werden gestoken en de zoldering vernieuwd. Overal moesten de deuren en vensters van nieuwe hengsels, sloten, ijzerbeslag en klinken voorzien, en de gemakken nagezien worden.    
Twee kamers werden met bijzondere kunstzin en nauw gezetheid hersteld, de kamer van den graaf in den middentoren en deze van de gravin in den oosttoren (28). De muren waren met paneelwerk gedekt en er werden "trailles" aangebracht, al de gebezigde nagels en het ijzerbeslag waren in 't wit vertind ; de hengsels van deuren en vensterramen waren met de Fransche lelie versierd, nieuwe brandvensters werden gestoken en een nieuwe vloer gelegd.
De kapel werd tot een echt kunstjuweeltje hersteld (29). De noordmuur moest geheel herbouwd worden en de barsten van de oost- en de westmuur modest dichtgemetseld zijn, ook de daking was in den brand opgelaaid, zodat er voorloopig een rieten dekking was gelegd om verdere schade van regen en wind te beletten. Er werden 8 nieuwe spitsbogige vensters gestoken, twee grotere, één langs den oostkant boven het altaar en een langs den westkant boven de ingangsdeur, vier gelijke langs den noordkant en twee kleinere in de "oratoire" op den zuidkant gebouwd bij het altaar. Daartoe werden acht verschillende vormen van Brabantsch steen gebezigd. Een zeshoekige lantaarn verlichtte het kloktorentje dat met zijn vergulden ijzeren kruis en weerhaan tussen de twee zijtorens glinsterde. Het klokje woog 300 pond. Binnen werd er ook in 't midden van de kapel een groot kruis gehesen, de grote ingangsdeur en de deur bij het altaar werden rijkelijk met bewrocht ijzerbeslag versierd, de kelder onder de kapel werd hersteld. Meester Jaques Zwyn "tailleur d'imagenes" versierde kapel en oratoire met rijk besneden beeldhouwwerk, balken, kraagsteenen en sleutels werden met loofwerk, rozen en stijlvolle krullen besneden met hier en daar figuren ingewerkt, de muren werden met spitsbogig paneelwerk bekleed. De drie "trailles" werden kunstig bewerkt met profeetfiguren, de beelden van O. L. Vr., S. Jan en de patroonheilige van vader en gemaal, HH. Lodewijk en Philippus. Boven in de "traille" van de grafelijke bidkapel zag men het beeld van God als rechter op het laatste oordeel, op de vier pijlers waren de volgende beelden: O. L. Vr., H. Johannes en de beeltenis van den hertog en de hertogin in knielende houding. Jehan Coene meesterschilder moest dit beeldhouwwerk kunstig kleuren en tot zijn recht doen uitkomen. Naast allerlei figuren werden in de brandvensters de wapens van hertog en hertogin getekend.
 De twee "allees" van het hoofdgebouw werden met soortgelijk rijk besneden houtwerk versierd, zodat noch onkosten noch moeite gespaard werden om het verblijf van den hertog alhier zo aangenaam mogelijk te maken (30)
  De daking van de drie torens van het hoofdgebouw glinsterde in de zon met haar talrijke vergulden "pennons" en "bachins", op den groten middentoren prijkte het geschilderde wapen van den hertog en de hertogin (31). Het gevang en de put lagen onder dezelfden toren voor de poort, twee deuren gaven er toegang toe, er wordt ook nog gewag gemaakt van "al huis ou le cop est de la prison" (32).
  De groote ophaalbrug of  "valbrugghe" werd ook vernieuwd en "de vlerken" langs weerszijden moesten dikwijls hersteld worden. Van uit het kasteel kon men ook de gracht bereiken langs een " huis de la fosse" (33), waarin steeds een bootje lag.
In 1395 begon men met de afbraak van het oude bouwvallige gedeelte van den westgevel, de groote zaal, de sauserie, met kelders en afhankelijkheden. Al de grondvesten werden uitgebroken en het vierkantig grondplan werd volbouwd met vijf nieuwe torens en de tussenstaande walmuren "en guise dalleez". De gracht werd met "kistdammen" droog gelegd om de nieuwe grondvesten te leggen, gangen en torens waren van gemakken voorzien. Op de nieuwe torens werden er kanons geplaatst, welke samen 564 pond wogen (34), zodat van uit het noordwesten gezien, het kasteel een krijgsachtig uitzicht vertoonde.
  In het begin van de xve eeuw werd er een nieuwe keuken gebouwd op de "mote" en nieuwe stallingen in het Basse court (35). "Glenden" en andere afsluitingen werden ook bijtijds hersteld, om het volk op afstand te houden, want zelfs de laten kwamen hier wekelijks in de kapel de H. Mis bijwonen.
  Na het overlijden van Margareta van Male bezat het kasteel van Male, voor de hertogen niet meer diezelfde aantrekkingskracht. Ze kwamen er wel af en toe eens logeeren maar lieten het middeleeuws slot over aan de zorgen van een kastelein, welke hier met zijn familie zijn intrek nam (36). Stilaan vervielen de gebouwen, voegen we er aan toe, dat het kasteel, als domeingoed, steeds een mikpunt bleef voor opstandelingen. Eerst waren het misnoegde Bruggelingen, die tijdens de regering van Filips de Goede het kasteel binnenvielen; een tiental jaar later kwamen de Gentsche Groententers hier hun wraaklust koelen, zodat het kasteel grotendeels van zijn daking ontbloot, aan regen en wind blootgesteld, heel spoedig bouwvallig werd. We hoeven maar de rekeningen na te gaan waarin alleen, de strikt noodzakelijke herstellingen geboekt zijn van het hoofdgebouw (37): onderhoud, daking, kapel, zaal, vensters en goten, alsook ingangspoort met brug en stallingen. De andere torens vervielen tot puin en werden geleidelijk ontkleed, dit oud materiaal werd verkocht en als inkomsten geboekt. De drie hoofdtorens werden daarentegen degelijk onderhouden en zelfs werden de bannieren vernieuwd (38). Dat de kapel bijzonder goed onderhouden bleef, hoeft ons niet te verwonderen, vermits ze als kerk diende voor de opzittende laten (39).  De zaal, in den westvleugel van het hoofdgebouw - de vergaderingsplaats - werd ook regelmatig hersteld (40). Over het geheel beschouwd was het eigenlijk kasteel als woonverblijf nog voldoende in staat om de hertogin Margaretha van York te herbergen, terwijl de hertog te Brugge verbleef.
  Tijdens de brandramp van 1470, gingen de kleerkoffers met den inboedel, haar kostelijke juwelen, en de rijke tapijten van haar kamers in de vlammen op. Voor de hertogin alleen werd de schade op 60.000 ridders geschat (41)
[Volgens een aantekening van pastoor Anthonius Stalin (Mnl. Gedichten en Fragmenten ed. de Pauw II 403) zou het kasteel van Male door brand geteisterd zijn geweest in de nacht van Goede Vrijdag (16 april) 1470. Hertog Karel de Stoute en Margareta van York vertoefden dan op het kasteel. En de brand werd gesticht door een meid van het kasteel.

Er worden enkele lichte herstellingen geboekt aan het poortgebouw, muren en brug, verder wordt er aangedrongen, in kanttekening, voor een spoedig opmaken en indienen van een inventaris van meubelen en artillerie (42).

  In 1481, toen Pieter Langhals, schouteet van Brugge, er den titel van van kastelein voerde, werden er andermaal grote herstellingswerken uitgevoerd voor een som van ruim 1100 pond. Deze rekening spreekt van een "grooten thorre" en "cleene torrekins van den slote van Male". De kleine torentjes worden ook "oude morren" genoemd. Duiven en bosvogels nestelden in de torens. Er worden negen "cafcoenen" hersteld,  een kalsyde 7 voet breed loopt van de poort naar de keuken op de binnenplaats (43).
  Nauwelijks uit zijn puin herrezen of het oude slot wordt, voor de zoveelste maal, overrompeld en geplunderd door soldaten en opstandelingen, tijdens de groote beroerte van Aartshertog Maxililiaan. Al het lood was van de dakingen gerukt en nu stond "de cleene thorre" geheel ontmanteld, noch schalliën, noch lood, noch vensters. Ze werd voorlopig met "scipplancken" hersteld. De groote poort lag ingebeukt en de ingang was erg beschadigd. Aan grote herstellingen werd niet meer gedacht. (44)
  Rond 1500 komt er een grondige wijziging in de rekeningen van Male. De gewone inkomsten en uitgaven worden geboekt bij de algemeene ontvangst van Vlaanderen, zodat we de verdere herstellingen niet meer kunnen nagaan.
 In 1558 verkocht Koning Filip II de heerlijkheid van Male aan den Spaanse edelman, Jehan Lopez Gallo voor 32.000 pond grooten. 
  In juni 1560 werd de aloude heerlijkheid tot baronie verheven en baron Lopez bekwam ook de toelating om het zegel en vaandel van de heerlijkheid met zijn eigen wapen te versieren.
  Als vennogend en rijk edelman, baron van Male, heer van Sijsele, van Viven, van Vormezeele enz., is het niet gewaagd te veronderstellen dat hij het hoofdgebouw in al zijn vroegere luister liet herstellen. Het is bij toeval dat we de rekening van het herstelde "klokhuzeken" geboekt vinden in de rekening van de heerlijkheid, waarschijnlijk omdat de klok ten dienste van de laten stond, boven op den middentoren (45) 

  In zijn "Flandria illustrata" geeft Sanderus ons een zicht van het kasteel, zoals het door het geslacht Lopez bewoond werd. Het vierkante grondplan is er nog, maar de vijf torentjes zijn verdwenen,  het hoofdgebouw heeft nog zijn drie aloude torens bewaard. 
  Baron François Claesman, die het geheele park naar zijn eigen goeddunken inrichtte en overal veranderingen aanbracht, liet het stadhuis en het kasteel herbouwen volgens de toen heersende smaak (46). Een panorama-zicht van de XVIII eeuw toont ons het kasteel midden lusthoven en dreven, de stoere middentoren alleen bleef behouden, geflankeerd van twee kleine zijvleugels met verdieping. Verder hebben beide vleugels maar een gelijkvloers meer over hun hele lengte en is de daking met standvensters afgewisseld.
  Het huidig kasteel, eigendom van baron Ch. Gillès de Pélichy, is geheel verbouwd: de oude vierkante toren is het eenige dat aan het middeleeuwsch gravenkasteel herinnert.

BIJLAGE

Posten uit de rekening van den kastelein van Male over het dienstjaar 1443 Juni -1444 Juni.
-Deuxième compte de Guillaume le Muet chastellain et receveur de Male... depuis le jour St Jehan Baptiste mil IIIIe XLIII inclux jusques au jour de St Jehan ensuivant IIII" XLIII exclux.
- fol.4v "A Henry de Langarde et Tevenin de la Pré couvreurs dardoise pour avoir fait de leur mestier et livre ce qui estoit necessaire pour le chastel de Male, qui estoit descouvert en plusieurs lieux, comme les tours et la chapelle, les terrasses et les deux grans corps de maison qui sort entre les tours ou iI plouvoit tellement que on ne se pouvoit bonnement loigier. Par quoy fut fait auxdits couvreurs le marchée qui sensuit eest assavoir.
- Lr XVI jour daoust lan mil CCCCXLIII fut marchandez auxdiz couvreurs en la presence de susdit bailli de Male et aultres de recouvrir descaille neufve tout ce qui estoit necessaire de recouvrir en la chapelle. Cest assavoir de recouvrir tout net ladite chappelle da lez de devers loratoire et ladite oratoire aussi et leur aider de lescaille vielle qui seroit bonne pour mettre en oeuvre et de lautre coste doivent ressercher et estoupper tous les trous ou il plouvoit.
- Item aussi devroient recouvrir tout ce qui estoit necessaire de recouvrir en la tour de devers Bruges.
- Item en la tour de la porte ou il plouvoit par tout tant sur le comble deladite tour comme en la terrasse pour ce que la plus grant partie du plomb deladite terrasse fut desrobe et oste du temps de la commocion de Bruges et ne leust lon peu reffaire quil neust couste grant somme dargent. Et pour ce doivent estouppez tous les troux et recouvrir bien, et souffisament ledit comble de ladite

(1) J. de Saint- Genois, Monument anciens    blz. 468. anno 1085.
(2) Algemeen Rijksarchief te Brussel. rolrekening nr. 91. anno 1306: 
" Cest che ke Jehan le Forestier a rechut dou parc de Male... ".
(3) Á. Van Lokeren. Chartes et documen de l'abbaye de S. Pierre à Gand (630-1599). blz.180. nr. 322.
(4) In zijn Woordenboek der toponomie van Westeliik Vlaanderen, tom. IX. kol. 1178 heeft K. De Flou, bij vergissing een oorspronkelijke oorkonde op anno 1135 gedateerd; Ietwat verder. In kol. 1179 dagteekent hij echter de kopie op het juiste jaartal 1235. Zie ook E. I. Strubbe, Egidius van Breedene.... blz. 56.
(5) L. Van Hollebeke, Cartulaire de l'abbaye de Saint-Pierre de Loo, blz. 21. nr. XIII. - De Engelsche aartsbisschop van Canterbury. Thomas Becket. alhier gevlucht, heeft deze nieuwe kapel gewijd (Kervyn de Lettenhove. Histoire de Flandre tom. II, blz. 51). - H. Coppieters stochove Regestes de Thierri d( Alsace, comte fe Flandre, geeft 10 oorkonden op, gedagteekend uit Male.    ,
(6) Zie: A. Sanderus Flandria illustrata..., en de afbeelding In R. Van Roosbroeck. Geschiedenis van Vlaanderen, tom. II blz. 50, 132,146. - De Sint-Baseliskapel op den Burg te Brugge werd door Diederik van den Elzas gebouwd.
(7) Zie: Algemeen Rijksarchief te Brussel. rolrekeningen nrs. 2091 en 2092: "Cest li  rechete Thumas le Coustre puis le lundi devant la Pentecouste I'an MCCC et wit juskes à le Nativité le saint Jehan en esté lan MCCC et nuef"
Opmerking: Wij geven de oorspronkelijke Fransche benamingen op, om soms onmogelijke vertalingen te vermijden. Sommige van deze plaatsen staan onder toezicht van een erfelijk hofbeambte ; zie: A. Desplanques, Inventaire sommaire des archives départementales du Nord.. Chambre des comptes de Lille, tom.II, blz. 61.
(8) De twee kapelanen, welke de kapel bedienden, kregen van Graaf Gwijde 19 gem. land In vergoeding "d'une masure avec une vaste maison près du pont, que, fue la. comtesse Marguerite sa mère leur avoit données et qui avoient été incorporées depuis dans le château de Male". J. de Saint - Genois. a. w., blz. 842. 
Zie ook: A. Desplanques. a. w., tom. II. blz. 9. Deze 19 gemeten zijn de " Capelrielanden" genoemd; zij lagen bij de Maleleie. .
(9) Er lag toen ook nog een vervallen neerhof "Nieuwenhove" , "Neuve Court", rechtover " Pudenbrouc".
(10) E. I. Strubbe, a. w., blz. 156-66 en bijlagen III B, nrs. 7, 16, 18, 19, 27, 28, 32, 35, 111.
(11) Algemeen Rijksarchiet te Brussel, rolrekening nr. 4l, anno l286  "La jour de le Magdalene vint lu cuens à. Winendalle",  "L" lundi a suer à. Male". De graaf verblijft hier tot den Donderdag " Le jeusdi suit Saint Piere entrant awoust revint li cuens à Winendalle".
- Rijksarchiet te Gent, fonds de Saint Genois, nr. 853 "Jan Gillotins, clerc du conte de Flandres, fach savoir à tous ke ou: sausiour ke me Sires li cuens devant dis fist à Male par quatre jours devant le tiphanne... ".
- Ib.. fonds Gallliard, nr. 17 "Le meredi jour S. Jehan après le Noel vint li cuens à Male".
(12) Rijksarchief te Gent, fonds de Saint-Genois, nr. 1378 anno 1320.
(13) L. Gillioodts, Inventaire des archives de la ville de Bruges, tom. III, blz; 147, 148, 171; tom. V, blz. 107-108
(14) Algemeen Rijksarchief te Brussel. rolrekening nr. 102, anno 1375 : "Eerst huutghegheven Aernoud van Huselande die de keisiede voer de nederpoorte makede VII daghen... 
Eenen dam ute te doene tusschen den tor ende poorten... 
Item Jan Tel die nam de alemoeserie te makene van houte dats te wete  alle nieu ghespannen te makene ende eene nieu stantveistre der an te makene ende omme de zilatten te legghene...
Item Maerten de tegheldeckkere die nam in taswerke ende sijne cnape de vors. alemoeserie te deckene... 
Item om Maerten de tegheldeckkere die deckede VI daghen ande grote zale ende ande sauserie met sijnen cnape... 
Item... die de glenden makeden van den hove wech ende weder... 
Item te dien vors. glenden IIIc naghelen... 
Item huutghegheven om te doen dwaene ende te berechtene ende te naiene torlement van der capelle XLVIIJ s. 
Item om waslicht te diere vors. capelle van Paesschen ende van Sinxschen dats tordsen ende stallichten XX pond weghes de elc pond te VI g.. valt VI lib. par.
(15) Ib., rolrekenlng nr. 104., anno 1317: 
Item om de goten te doen stoppene tusschen der zale ende der sauserie met sauduren... 
Item om Jan Tey de temmerman ende Jan de Rose die namen dese vors. dueren ende weghen te makene ende den vors. te ½  (tijvoetberden) te redene... 
Item in mijns heren retreet van zijne stille ten tween veinstren XI ½  voeten glas... 
Item dit es om de grote oude, zale te doen verdeckene an doestzyde ende om de husen te stoppene bin den hove wech ende weder... 
- Rolrekening nr. 105. anno 1378 :  "...te verdeckene die cleene sale ende mine vrauwen camer... .
- Rolrekening nr. 106. anno 1379 : "Item om den messael te verbindene ende te limene daer hi ghescuert was... 
Item van der line dur die horen mede gheghanghen was in de zale... 
Item om stal te vermackene daer de smesse an staet... 
Item ... van den stallen te verdeckene alle bede... 
Item ... de glasveinstren te vermackene in de capelle ende an de zale... XLIJ lib.
- Rolrekening nr. 107, anno 1380 : «Dit es gheleit an de zale anden barrenpit ende an tcleen camerkin... 
Int eerste IIIIc copplen bladen de welke costen III g. de copple... 
Item ter stove om een duere mede te makene... 
Item de werclieden die de Ij cameren verhemelden... 
Item die de stove maecten...
Item om de badecupe te vermakene ende te gheredene...
Item ij immers die hanghen over den pit... 
Item de tune te vermakene omtrent de lavenre van staken ende van weerkene... 
Item om te delvene om de warande".
(16) Ib.. rolrekening nr. 110. anno 1384: 
" Item hadt dheer vanden Gruuthuse aldierghelicke 1 mersch van XVII ghemeten danof hy niet en ghaf. dewelke nu heeft in handen Mer Ans van Tongheroden met slnen ghansen hope".
- Rolrekening nr. 112. anno l385 : 
"Item de faire la prison et le puitz et de faire faire nettoyer le plaetse et aultres choses ensi que chascun peut bien savoir comment sire Hans de Tongherode le avoit laissiet et arcis...
Item rechuut de XXc faghoos, de cascunc. XXVIIJ s. pars. que furent faits du petit busquel que li fransoys abatierent a tere le nuit quant le roy a la guere devant le Dam et avoit logiet a Espormaelgen ".
(17) Zie ib.. rolrekening nr. 108.    .
Aanmerking. Zie ook de beschrijving door Froissart. Uitg. N. De Pauw, blz. 257.    
 (18) Zie: Algemeen Rijksarchief te Brussel. rekeningen nr. 27442.  
(19) Zie : Ib, rekenlngen nr. 27442, fol. 6.
(20) Inghelram de la Sauserie en Pierre Houcquaert zorgden voor het werkvolk en het vervoer (zie fo 60 v.). Beide woonden te Male. de la Sauserie was pachter van het hof Bassevelde en werd later in 1305 kastelein (Compte Engueran de la Sauserie, chastellain de Male). PIerre Houcquart was prater en deed soms dienst als baljuw (Des explóis de la baille de Male. dont Pieterkin, le Pratere est bailli.., (ao 1399).
(21) Algemeen rijksarchief te Brussel, rekeningen, nr. 27442, fol.8
(22) Idem, fol. 20 v. Er was nog een stuk walmuur tusschen de kapel en den middentoren van den oostgeveL Zie fol. 9 v.
(23) Zie:.Algemeen rijksarchief te Brussel, rolrekening nr. 108. 
(24) Algemeen rijksarchief te Brussel, rekeningen, nr. 27442, -fol. 4v., 5v., 14, 50v.
(25) Idem, fol 15, 10-
 - Aenmerking. We geven hier terloops de familienaam van een van de werklieden op (fol. 12) "Jeban Dais, soyeur de bois,.."
Enkele bijzonderheden: "LXXIIII bauch que on dist uutdragbende balken, IIII pièces de mayrien de chesne appellées paiemens, cinq pièces de mayrien appelées estaucons, trois grans sappins appelés kercsparren, L petis sappins appellé bulsonghes, enz. (26) Idem, fol. 5, 6v., 10,13v,. 53v., etc.
Aanmerking. Jan Coene en Jan van Oudenaarde zijn bekende meesters te Brugge, zij hebben hun standbeeld op den gevel van de poorters loge op de Jan Van Eyckplaats.    
(26) Enkele bijzondere benamingen: VIJ pies de pierres appelleez trappes, XLIJ pierres appellé castiaulx, trois pierres appelleez simages, une verge de blanche pierre de Brabant de bon estoc de Dredigbem,  CL pies de blanche pierre appellés wincles, employeez aux corrons des aisemens,  six autres seulles alloueez tant pour les huis commes pour les traux des corrons, XII rondes pierres appelleez boucles alloueez aux degrez tournant,.. etc.
(27) Idem, fol. 47: "pour les charpentages de lambresure de deux: chambres et dicelles chambres les murs et parois rêpárés de ais, une chambre en la grande tour moyenne et lautre en la tour vers oost". De kamer van de hertogin lag bij de "oratoire".  Zie ook fol. 15, 17, 18v
(26) Idem, fol. 5, 6v., 10,13v,. 53v., etc.
Aanmerking. Jan Coene en Jan van Oudenaarde zijn bekende meesters te Brugge, zij hebben hun standbeeld op den gevel van de poorters loge op de Jan Van Eyckplaats.    
(27) Enkele bijzondere benamingen: VIJ pies de pierres appelleez trappes, XLIJ pierres appellé castiaulx, trois pierres appelleez simages, une verge de blanche pierre de Brabant de bon estoc de Dredigbem,  CL pies de blanche pierre appellés wincles, employeez aux corrons des aisemens,  six autres seulles alloueez tant pour les huis commes pour les traux des corrons, XII rondes pierres appelleez boucles alloueez aux degrez tournant,.. etc.
(28) Idem, fol. 47: "pour les charpentages de lambresure de deux: chambres et dicelles chambres les murs et parois rêpárés de ais, une chambre en la grande tour moyenne et lautre en la tour vers oost". De kamer van de hertogin lag bij de "oratoire".  Zie ook fol. 15, 17, 18v
(29). Idem, fol. 12 v., 16 v., 17, 18, 20, 21, 22 en 59v.
(30) Er werd een uittreksel van rekening nr. 27442 beschreven in Annales de la société d'Emulation de Bruges, tom. VII (1845), blz. 131. Eerst hebben we den brief met de aanstelling van Gulliaume Slype en Sanders Spierlnc (fol. 2), het volgende ulttreksel beschrijft de versiering van kapel, oratoire en allée (onderaan fol.53 tot 55v.).
Aanmerking. De herstelling moest reeds ver gevorderd zijn met Nieuwjaar 1395, want de hertogin verbleef toen enkelen tijd op het kasteel (zie fol. 59 v. en rolrekening nr. 84: "...pour la deepence de madame de Bourgogne lors estant à Male et à Bruges », 31) Idem. fol. 51v, . 52. "op den midden toren alleen verhieven zich 22 pennons en op elk van beide zijtorens stonden er acht.
(32) Idem, fol. 14v., 16, 18.
(33 Algemeen rijksarchief te Brussel, rekeningen, nr. 14262, anno 1405 : " Item à maistre Jehan le serurier de Bruges de IIII loyens de fer par lui mis et attacheez au pont levis... ". - Idem, rekenlngen, nr 14263, anno 1469 fol. 3v. " ...pour avolr fait au pond dudit chastel deux eelles, appellé vlercken... ".
(34) Algemeen rijksarchief te Brussel. rekeningen, nr. 27442. fol. 6, 8, 9, 9 v., 17 v.
(35) Algemeen rijksarchief te Brussel rekeningen nr. 14262, anno 1400 
 «Item ledit chastellain fait faire une estable nouvelle en la Bassecourt et une cuisine dessus la mote audit lieu de Male, ensemble certaines autres refections et reparacions nécessalre aval
la maison...".
(36) Zie verder onze Bijlage.
(37) Algemeen rijksarchief te Brussel, rekeningen, nr. 14623, anno 1445, fol. 4 : «Alart Mustart, charpentier pour ouvrages quil a fais a la grosse tour dessus la porte qui estoient necessaires a faire ou le comble de ladite tour eust ete en aventure de choir... pour ce que long temps y avoit pleu dessus... ".
Idem, anno 1454, fol. 3 v. : "A Andries Alard carpentier pour avoir fait XIII fenestres audit Chastel, grande que petites... ".
" A Jehan Van Male et ses compaignons pour avoir nettoie ledit chastel tant en hault comme embas, oste les ordures qui y estoient assembleez durant la guerre et icelle avoir emporte et brouette jusque en la place ou lon met le flens dudit chastel... 
- Idem, anno 1445 : «pour ouvraiges et reparacions qui ont este faiz audit chastel de Male, comme il appert tout en longe par une rolle en quoy tout est excript IIIc LXVIII lb. XVI s.
Aanmerking. Verschillende rekeningen, te Rijsel berustend, hebben wij niet kunnen raadplegen.
- In het Bassecourt werden, vier voet onder den grond. oude grondvesten opgedolven en het steen verkocht voor 13 pond. Zie Idem, anno 1456, fol. 2 v.
(38) Idem, anno 1463, fol. 4 "De Allchel Hellinc livret onge longe gottiere de ploncq roude la quelle venoit du viest tour au costel du noordt et ne servoit a riens car nulle yauwe ne aloit parmy et gastoit le mur... xiij lb. V s.
- Dudit Michlel pour encore une poise de ploneg venu de balsannes qui estoient sur lesdites tours du chastel de Male v lb. vlij s.
- Idem, ao 1463, f° 5 v. "couvreurs d'ardoises et machons pour avoir refait les trois tours de Male, les d'eux salles, la ehapelle et I'oratoire et oste la verdure estans sur les ardoises et refait les garites des salles et de sa grande tour et aussl de la tour de loost et ilz ont vague XXVI jours. XLIIII lb. XV s.
- Idem fol. 6 "A, Michel Hellinc pour avoir livre de nouvel ploneg qui ont este employe autour des banneroles que lon a renouvele aux tours, IIII lb. iij s. ".
(39) Idem, anno 1461, fol. 6 : "pour soyer deux baux qui seront mis a la chapelle et pour VIIIC de pies de platen pour mestre sur le mur de la chapelle IIIj lb. x s.
- Idem anno 1463. fol. 5  "...pour avoir soyer tous les bois qui furent capet au bois de Male lesquels on a mis en heuvre a ladite cappelle et a loratoire et as deux salles et a la Bassecourt de Male et a la chense de Bassevelle xiij lb. ».
(40) Idem, anno 1467, fol. 4 v. : " ...du pan de toyt au la salie au chastel de Male du coste du noordt depuis la tour de West jusques a la cheminee de ladlte salle.....
(41) Idem, anno 1470, fol. 3 v. : " ...attendu que partie dudit chastel a este ars...".
(42) Idem, anno 1470, fol. 3 v. : " Autres despences pour ouvraiges
et reparacions fait au chastel de Male... par certifications... (des) eschevins de Male... etc.
- Idem. anno 1475 kantteekening : "apporte au compte en suivant linventaire des biens et ustensilles tant dartillerie comme autres estans audit chastel selon la teneur de la dite lettre ».
(43) Idem, anno 1481: "ander uutghegeven van wercken ende reparacien ghedaen by luste van myn gheduchte heere van tcasteel van Male.
- Idem, fol. 11 : "Somme van de wercken XIc XXIIII lb. II s. VI gr.
Aanmerking. Na deze oppervlakkige "groote" herstelling vergelijk deze post (Idem. anno 1483) : " ...van alle de veinstren van den zelven groeten thorre met houten veinstren te stoppene omme de duven ende andere voghelen de temmerlnghe niet breeder bederfven, noch scenden en zouden, alzo zy beghonncn hadden..
- Idem: "om me alle de rebben vander eerster stage vanden casteele te verlegghene ende te verschavene metsgaders de balcken overmits dat die vul ende onnutte gheworden zyn vanden messche vanden duven ende cauwnen. De voorseide camere met parische hemelinghe te verhemelne ende de barderen daer toe te reedene ende te spondene.
(44) Algemeen rijksarchief te Brussel, rekeningen, nr. 14264, anno 1489, fol. 6v. : "Item Jan Denys te Brugghe van IIIJc scipplancken daermede dat gheplancquert es ende ghestopt de meeste gaten vanden cleenen thorre jeghens twatre, den welcken thor by den Duytschen ende ander volke van wapenen al ontdect heift ghesyn...".
- Idem. anno 1488, fol. 7 " ...dat hy ghewrocht heift an tcasteel te Male... ande groote poorte ende ande cleene poorte die by den volke van wapenen al geschent waren... ".
- Idem, anno 1499, "Baudouln Radevelt maistre charpentler pour avoir prins en tasse de refaire la vaulsure de la chapelle au chasteau de Male qul estoit tombee VIII lb. p.".
- Idem, "à. un manouvrier pour son saliaire davoir rependu la cloche dont ion sonne a la messe en la dite chapelle".
(46) Rijksarchief te Brugge,. Male, rekening, anno 1571, fol. 5 v "Betaelt voor twee eecken rebben gheoorboort omme te vermakene tgat vande brugghe van tcasteel daer jnne ghecommen by tvallen vande clocke zoomen die was luudende... ".
fol. 6 "Betaelt aen den zelven van tnieu hooft jnde voornoemde clocke te makene... ".
" Betaelt vanden clepele vande clocke te zoucken die inden wal ghevallen was ".
" Betaelt... van een nieu clochuuzekin te timmeren ende up,de torre vanden casteele te stellene... ".
Aanmerking. De kapel bleef haar eigen klok behouden.
Idem, anno 1579, fol. 5. "Betaelt voor een ijzeren ketene omme
ande clocke vande capelle te doene... ".
(46) Rijksarchief te Brugge, Male, rekening, anno 1723, fol. 85 "Betaelynge ter eausen van den nieuwen bauw vande camere van het Stadthuys van Maele ghebeurt anno 1720 ende 1721".
Apostille. "De groote gelande alhier present sousteneren desen nleuwen bauw de heerelyckheyt niet te regarderen als synde ghemaeckt sonder hunne wete ende kennisse dien volghende alhier te moeten worden geroijeerd ende den ontfanghere zeght dat de betaelynge van dese ende volgende articulen gebeurt es telcken by ordonnantie soo vanden heere baron als wel synen balliu... "