Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Kapelanen in 1256

.

VROEGERE KAPELANEN TE MALE 1256
Biekorf 1994/1

A. Dewitte

 

Op 22 februari 1256, n.s. komt het tot een akkoord tussen Jacob en Johannes capellani de Malea (1), na tussenkomst van Andreas, maior custos van St.-Donaas, Lambertus dictus Pinguis, kan. van St. Baselis en Marcellus, kapelaan van St.Laureins bij Brugge. Er wordt afgesproken dat beide kapelanen gezamenlijk instaan voor kaarsen, toortsen, olie en zelen van de klok van het oratorium en alles wat voor het altaar verder nodig is, elk voor een half jaar. In die zin dan dat ze op het eind van het jaar - het jaar vat aan met Jan Baptist, 24 juni - afrekenen, en dat wie een geringer inkomen had, dit tekort van de ander toegestoken krijgt. Hun inkomsten halen ze van offerandes op 12 feesten: Kerkwijding (de kerk werd gewijd 1166 (2), hersteld in 1390 o.l.v. Jan Coene (3), patroonheilige, Hemelvaart en Geboorte van de Maagd, Lichtmis, Annuntiatie, Kerstmis, Besnijdenis, Driekoningen, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. De offerandes op andere dagen komen het oratorium toe (Arch. Bisdom Brugge, C 370).
Het huis met aanhorigheden van Johannes kan Jacob bovendien kopen voor 12 f vI. - de schuur uitgezonderd, die moet worden afgebroken - met dien verstande dat Johannes het recht behoudt op de mansus, waarop ook het huis staat, zolang Jacob leeft en kapelaan van Male is, zelf te bouwen, planten, zaaien en te verblijven edificandi, plantandi, seminandi seu manendi.
De kapelanen uit de 13de eeuw hebben hun administratieve taken moeten overlaten aan clerici (4), zijn louter bedienaren geworden, die dan nog nauwelijks van hun ambt kunnen leven. Pas onder Gwijde, 1295, krijgen ze 19 gemet land op de Brieversweg, nabij Maleleie (de latere capelrielanden), naast een jaarlijkse rente van vier 'voeder hoys' op de Oostwarande (5).

(1) Sinds graaf Filips van de Elzas zijn de capellani geen toek. notarii meer, doch staan nog alleen in vonr het verzorgen der erediensten.
(2) Over de legendevorming, uitgaaande van Jan van leper t.a.v. de wijding 1166 door Thomas van Kantelberg, zie A. HOSTE, Thomas Becket te Male, In Haec Olim 20 (1968), p. 53-60.
(3) M. CAFMEYER, Het Kasteel van Male, Handelingen Genootschap voor Geschiedenis LXXXIII (194046), p. 124.
(4) TH. DE HEMPTINNE-M. VANDERMAESEN, De ambtenaren van de
centrale administratie van het graafschap Vlaanderen van de 12de tot de 14de eeuw, In Tijdschnft voor Geschiedems 93 (1980), p. 18 I.
(5) M. CAFMEYER, Het domein Male, Hand. Genootsch. voor Gesch. LXXXVII (1950), p. 137,144. In de 15de eeuw blijft maar 1 kapelaan meer over met recht op 6 gemet best weiland.