Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Huizen

Huizetjes op straat gebouwd

(Magda Cafmeyer, Biekorf 1955)

Hoe die huizetjes er kwamen? Vraag het maar eens aan de bejaarde mensen van de streek, ze zullen het u wel vertellen elk op zijn manier. Te Male (St-Kruis) was het alzo gegaan.
« De b'rong die dan o'p 't kasteel woonde, wilde van uit zijn veinster een vergezicht hê'n; en lijk of dat toen nog de gewente was, elk was schuw van te misdoen of te miszeggen. En mijnheere deed de tweewoonste voorbij d'herberge 't Koersepeerd afsmijten. Zelfs 't huizetje van Pier Zaallens wilde hij ook niet meer zien; en daarom liet hij die hoogte opvoeren en beplanten, dààr al de zuidkant van 't kasteel nevens de kalsie.
Nu den ouden Najaards die in de tweewoonste woonde, viel niet slinks: hij sloeg komplot met enige vrienden om te kleine koste een huizetje op één nacht te bouwen. « Daar 'n kan er niemand niets aan doen, beweerde hij, maar 't moet op één nacht onder dak zijn» ; en in stilte timmerde hij de kappe.
De plekke wierd goed uitgekozen: een verloren noensche schicht van « 't Ziedstraatje », juist over de beke. En in den vroegen avond gingen ze aan 't delven en heel de nacht waren de mannen aan 't metsen en klauwieren, kloppen en slaan, aanhalen en timmeren; van zijn eigens al groef weg. Maar 't huizetje stond er onder dak en 's nuchtends woonde mijn kozen d'r in.
Als mijnheere van Riekevelde dat 's anderendaags hoorde, kwam hij seffens te peerde gereên en met veel fransche komplementen verdreegen van: « non nong  van sie komsa, mooa properteir I »
Sevens' vader hurkte wel een keer, maar alzo: « Mijnhere 'k ben in mijn recht, 'top één nacht gebouwd en 'k weun d'r in, je ziet ».
Mijnhere wilde cijns doen betalen, maar 't huizetje is toch eigendom van d' afstammelingen gebleven. »
Te OEDELEM was het nog anders; 't was er ook veel stiller gegaan. Dat kwam eigenlijk hierdoor: de straat ginder ver bij de Wittemoer is op 't uiteinde van de parochie gelegen.
« Wel mensch toch! zei 't vintje alzo, eer dat er hier een kalsie geleid wierd, weunden wulder hier te midden van de busschen en de poteerde, gelijk t' end end de wereld. En die doodarm was bouwde een huizetje van gevlochten takken en staken met leem besmeerd. Maar 'k 'n zegge niet, Loden Frassoo had 't nog fijnder uitgevonden. Hij zette zijn huizet je langs de kanthage op een verloren uitsprong van de strate naar Maldegem; en niemand kost er hem eentwat eischen. Maar 'k 'n wete niet hoe dat' toen later gegaan is, als ze de strate rechte getrokken hên; hoe dat ze 't dan « gekantemand » hên en overeengekomen zijn 'n zou 'k niet kunnen zeggen..