Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Erfenis Isabelle Claesman

In de leeszaal van de Biekorf-bibliotheek bevindt zich onder Br 3-610 volgend boekje:

Vonnis, Proces en Bewijsstukken van het sterfhuys van Vr. Isabelle, Albertine, Jacoba Claesman, baronesse van Male, tusschen haer erfgenaemen en de gene van Karel D'hont.

Getrokken uyt het week-blad Artevelde-De Burger Demokraat nrs 15-16 dd 10 en 17 sept 1848
Prijs 50 centimen
Gent, A. Verbaere, drukker, St.Lievensstraat nr 5

De tekst wordt  hier integraal weergegeven.

 

Zaek der Familien De Busscher en Karel D’Hont.
Men leest in het Brugse Vrije

Wij vertalen en nemen letterlijk over uyt de Cronique de Courtrai het volgende belangrijk stuk, met den wensch dat waerheyd en regt moge zegepralen.
Een proces van een groot belang: er is kwestie van eenige millioenen francs, welke op het punt is, na afwachting van eene halve eeuw, eenen uytslag te verkrygen.
Een groot aantal van personen, woonende in de twee Vlaenderen belang hebbende in de zaek tusschen de erfgenaemen De Busscher en de erfgenamen D’Hont het belangryk is dat niets in deze zaek in stilzwygendheid meer gebeure.
Daerom wend ik my naer uwe publiciteyt om te laten kennen hoe verre de zaeken heden zyn Vrouw Isabelle Claesman, baronesse van Malen was eenige dochter van wylent Albert Claesman en van Isabella Trappequiers, alle twee in bezit van eene onmeetbare immeubele  fortuyn.
Na de dood van haren vader en moeder, Isabella Claesman had in haren dienst, om hare goederen te regeren en te bestieren, den genoemden Carolus D’Hont van leege afkomst en opgevoed door de Jezuiten ten koste der hospicen van Brugge.
De fortuyn van Isabella Claesman wierd begeerd en betwist door al die haer kenden. Zy zelve was van eene groote ligtgeestigheyd, en wist niet aen wie zich toevertrouwen. Bedreygd van onder voodgy gesteld te worden, trouwde zy in 1760 met haeren zaekwaernemer Carolus D’Hont. Er was gestipuleerd in het huwelykscontract, gepasseerd den 28 juny 1760, dat den laetst overleden zou behouden zyn leven gedurende het vruchtgebruyck der goederen van den eerst overleden en dat na de dood van den laetst overledene, die zelve goederen weder zouden keeren naer de respective erfgenamen van elken der twee getrouwden.
Isabella Claesman stierf den 28 october 1768, latende een testament, opgesteld in den zelven zin van het huw-contrakt, en stellende de De Busschers voor hare erfgenamen.
Carolus D’Hont, na eenen titel van edeldom aengekocht te hebben, had niet te min tegen de wettelijke erfgenamen van zyne vrouw reeds de schandelykste der beroovingen begonnen. Eenigen tyd voor de dood dezer laetste was er een groot deel der goederen verkocht geworden, en door andere, in zynen naem gekocht, vervangen. Ook spanden der erfgenamen De Busscher eene actie in tegen Carolus D’Hont tot het opmaken van een inventaris. Twintig jaren verliepen in twisten en in pleyten. Den beroover der erfgenamen De Busscher hadt den dag te vreezen der aentooning van de titels van oorsprong en wettige schriften. Dry na een volgende vonissen van Gent, Brussel en Mechelen veroordeelden hem tot het maken  van inventaris, het aentoonen der titels en bovenal van het origineel kontrakt van huwelyk van 28 juny 1760 en van het testament van 1768.
Dit was de steek van het noodlot. Carolus D’Hondt om zich meester te maken van heel de immeubele fortuyn zyner huysvrouw, hadt veranderingen gemaakt in het huw-kontrakt en testament by middel van overlastingen en uytschrabbingen. Gestorven den 31 january 1798 zyne erfgenamen, niet meer wetende welken middel gebruyken om te beletten dat deze vervalschingen aen de kennis der tegenpartye zouden komen, deden aen een van hen, dry honderd duizend francs aenbieden om de zaek van de rolle te stellen.
Den voorstel wierdt aenveerd en de zaek den 25 january 1802 uytgedaen, maer er wierd geen gevolg aen de overeenkomst gegeven. Men verwekte tegenhoudingen, en men lukte met dan  te doen  stellen tot erfgenamen der afstammelingen eener familie die tot de erfenis geen regt hadt. Twintig jaren gingen nog voorby. Den abt Van Coillie nam in 1820, ter harte de belangen en de regten zoo schandelyck miskend der erfgenaemen De Busscher en ging zegepralen, wanneer de dood hem plotseling overviel. Het behoort my niet als betigter der misdaed te stellen, maer men vraegt nog te Brugge waarom de justicie niet gepoogd heeft de bewerkers dezer dood te kennen. Het is publiek gekend geweest door het proces-verbael der wettelyke geneesheeren opgemaekt ten gevolge eener beschouwing, gedaen dry dagen naer de begraving, dat den abt Van Coillie vergeven was, zy zyn nogtans gekomen tot het uytdooven dezer zaek. De pligtigen waren misschien persoonen oneindig ryk en hoog geplaetst? God alleen is hunnen rechter gebleven. Heden hebben de erfgenamen De Busscher de zekerheyd van eyndelyk te komen in bezit der goederen waervan zy beroofd zyn geweest sedert dry vierde eeuw.
Zy hebben zich regstreeks aengeboden aen zyn Majesteyt Leopold I, om regt te verkrygen, hem voor oogen leggende met de onverwerpelyke preuven in de hand, deze lange reeks van processen en wettelyke schelmstukken, beginnende met vervalsching in een openbare akt en eyndigende doen eene vergiftiging.
Zyne Majesteyt zich hebbende doen rekening geven over deze zaek, heeft haer overhandigd met al de stukken aen den minister van justicie, op dat zy den gewoonen geregelden weg zoude volgen. In den staet dezer zaek, de erfgenamen De Busscher vragen maer een dingen; de voorbrenging op de greffie van het hof van het origineel huw-contrakt, van vrouw Isabella Claesman en van haer testament met den inventaris der goederen, bestaende ten dage van haer overlyden. Daer is de plank van redding voor deze familie zoo lang geslachtofferd en zoo schandelyk beroofd van goederen tot welke zy alleen regt had. Het is meer door aantooning in originelen van al de titgels en papieren der nalatenheyd dat de regters, regtveerdige en strenge uytvoerders der wet, de overtuyging kunnen bekomen dat nooyt fortuyn zoo onregt behouden geweest is door eene familie gelyk de fortuyn van vrauw Isabella Claesman, sedert 1768, den eygendom der erfgenamen van Carolus D’Hondt te Brugge. Het belangrykste besluyt van deze voorbrenging zal zyn het in wettelyk beslag nemen van al de betwiste goederen, in beslagnemingen welke de erfgenamen De Busscher nu gaen trachten met juyste titelen te bekomen.

 

Leest en Oordeelt!


Daer wy nu den artikel uyt het Brugsche Vrije overgenomen hebben, kunnen wy van onze ‘t wege niet nalaten een gewigtig stuk der procedure van deze zaek af te kondigen; om dat wy denken; dat er nooyt te veel publiciteyt kan gegeven worden aen eene zaek alwaer eene groote onregtveerdigheyd begaen is geweest, ten nadeele van onbemiddelde persoonen, die van over meer dan veertig jaren, hunne fotuyn of burgerlyke middelen aen dit sterfhuys gesacrifieerd hebben, en niet tegnstaende dit, doch valselyk en verraderlyk bedrogen zyn geweest door ryke en magtige persoonen, die door allerhande listen de arme familie te kort doen, en zich niet schaemen, onregtvaerdig goed te bezitten.!!

Ziet hier dit gewigtig stuk:
Wy, Lepoldus den eersten, koning der Belgen, aen alle presente en aenkomende doen te weten: Dat de regtbank van eersten aenleg van het arrondissement Brugge, provincie West-Vlaenderen, eerste kamer, het volgende vonnis heeft uytgesproken.
In zaeke van sieur Pieter Aerts, dagloner, zoon van Oliverius en wylent Rosa De Busscher, eysscher ten principalen door meester Albert Colens, avoué.
2° Tegen den heer Macharius Peers, grond-eygenaer te Bassevelde, vrouw Isabella D’Hondt, douairière van den heer Karel Peers, grond-eygenaerige te Brugge, zoo in eygen naem, als in hoedanigheyd van moeder en wettige voogdesse van haren minderjarigen zoon, den heer Irenée Peers, den heer Ernest Peers, rentenier te Brussel en vrouw Anna Peers, douarière van den heer Van Outryve de Merckem, grond-eygenarige te Brugge, verweerders ten principalen en eysschers op waerborg door meester Defoor, pleytende den advokaet Van de Walle-Vermeulen
3° Tegen den heer Jacques Philippe Pecsteen- D’Hondt als ten huwelyk gehad hebbende vrouw Issabelle D’Hont, grond-eygenaer woonende te Brugge;
2° den heer Gustave Pecsteen, grond-eygenaer te Brugge, 
3° den heer Franciscus Goethals en zyne geselnede, vrouw Celestine Pecsteen, grond-eygenaers, woonende te Brugge, 
4° den  heer Hypolitus D’Hont, grond-eygenaer en Burgemeester te Sint-Michiels, 
5° den heer Augustus D’hont, grond-eygenaer te Sint-Michiels, 
6° Juffrouw Sylvie D’Hont, grond-eygenaerster te Brugge, 
7° den heer Theodoor De Crombrugghe en zyne geselnede vrouw Adèle D’Hont, renteniers te Brugge; 
8° den heer Polydor D’Hont, zoo over zich zelven als in hoedanigheyd van dativen voogd over zynen minderjarige broeders Eduard en Adolphe D’Hont en van zynen minderjarige zuster Juffrouw Herminie D’Hont, renteniers woonende te Brugge; 
9° En eyndelinge van den heer Philippus Pecsteen, grond-eygenaer, woonende te Maldegem, in hoedanigheyd van voogd over de heeren Karel en Honoré en Clementine D’Hont, ook verweerders ten principalen en eysschers op waerborg, door meester Gilliodts, pleytende den advokaet Jacques Van Caneghem
4° Tegen de heer Joannes Arents en zyne huysvrouwe Anna Coppieters, alle grond-eygenaers te Brugge; ook verweerders ten principalen door meester Felix Beaucourt.
5° Tegen de heeren Karel de Croeser- Van Caloen, Joannes de Croeser-Van Caloen, Louis de Croeser-Van der Gragt, Karel Custis-Calvoorde, Jacobus Karel Gilliodt-Custis en zyne echtgenote Charlotte Custis, allen grond-eygenaers te Brugge; George Louis Custis en zyne echtgenote vrouw Charlotte Custis, kooplieden te Brugge; de heeren Henri en Frans Imbert; juffrouw Isabelle Imbert; Franciscus Joos en zyne echtgenote vrouw Theresa Imbert; mevrouw Charlotte van den Bogaerde, douarière van wylent Gaspard Jacobsen; Joannes Rotsaert, allen grond-eygenaers te Brugge; den heer Jan Diego Gilliodts en vrouw Marie Van den Bogaerde, zyne echtgenote, byzondere te Brugge; den heer Karel Louis, graef de Carnin, kanonik te Doornyk; de heer Engelbert De Schietere-Caprycke, grond-eygenaers te Gent; den heer Henri graef De Coloma, grond-eygenaer, woonende te Mechelen; den heer Ernest De Caloma, grond-eygenaer woonende te Mechelen; vrouw Reine Agathe De Colomba, te Brugge; heer Alphons baron Baudt-De Rasmon, grond-eygenaer te Gent; den heer Eduard De Potter, grond-eygenaer te Gent; juffrouw Julie de Potter, grond-eygenarige te Gent; den heer Thadeus Van Sasseghem en zyne huysvrouwe Maria de Potter, grond-eygenaers te Gent; den heer Jan Van den Hecke, grond-eygenaer te Gent; den heer Karel De Ghellinck en zyne echtgenote vrouw Maria De Potter, grond-eygenaers 
By memorien beteekend op derertienden maertete Gent, den heer Emmanule Kervyn grond-eygenaer te Gent; vrouw Caroline Kervyn douarière Coppens, grond-eygenaerster te Gent; den heer Franciscus graef De Lichtervelde en zyne echtgenote vrouw Charlotte Van Huerne, grond-eygenaersters te Gent; den heer Henri de Potter, grond-eygenaer te Brugge; den heer Andries Van Deurne grond-eygenaer te Brugge; juffrouw Marie Goethals en Fernadina Goethals, als zynde in de regten van Bernardus Bauwens schilder te Brugge, verweeerders op waerborg, door meester Alexander Beaucourt, pleytende den advocaet Julien.
By exploiten van dry en twintigsten en vyf en twintigsten January achttienhonderd achtentwintig, zyn ten versoeke van Pieter Aerts Filius Oliverus en Rosa De Busscher, de verweerders ten principalen, partyen Defoor en Van Caneghem, als zynde de erfgenamen van wylent den heer Karolus D’Hont, overleden den een en dertigsten January zeventienhonderd achtnegentig en in huwelyk geweest hebbende met Isabella Albertina Jacoba Claesman, gedagvaerd geworden, ten eynde te zien, horen, verklaren en bewyzen, dat hy Pieter Aerts als afstammeling en regthebbende van Jacob De Busscher Filius Christiaen en van de selfs echtgenote Marie Feignaert, welk te zamen gewonnen hebben Marie die getrouwd heeft Valentinus Claesman die voortgebragt hebben Jacques welken den over ouden groot vader was van de gezeyde Mevrouw Isabella Claesman, mediaten erfgenaem en regthebbenden is van deze laetst genoemde, overleden te Brugge den vyfentwintigsten october zeventienhonderd achtenzestig, en dat hy als dusdanig geregtigd is tot de goederen des pater-pater-pater-Maternelle zyde van de vrouw Isabelle Albertine Jacoba Claesman ter uytsluiting van alle andere: by gevolg zy erfgenamen van den heer Karolus D’Hont zich zien en hooren verwyzen aen hem Pieter Aerts over-te-geven en  bevestigen behoorlyken staet en inventaris van alle de goederen toebehoorende aen de nalatenschap van genaemde vrouw Isabelle Albertina Jacoba Claesman, welk door den heer Karel d'Hont in togt zyn bezeten geweest tot zyn overlyden, voorgevallen den eenendertigsten January zeventienhonderd achtennegentig, en naer zyne dood, ten minst voor het meeste gedeelte door hun partyen Defoor en Van Caneghem, ten onregte in bezit gehouden, als ook aen hem in de hoedanigheyd die hy hier voren aenneemt te laten volgen, alle de goederen toebehoorende aen de pater-pater-pater-Maternelle zyde van vrouw Isabelle Albertine Jacoba Claesman met de genoten vruchten, die, welke zy hebben konnen genieten, sedert hun onwettig bezit, en met hunne verwyzing in alle de kosten, schaden en intresten. En voor wat aengaet de verweerders, partyen Felidex Beaucourt, ten eynde als gewaendelyk aengenomen hebbende de hoedanigheyd van erfgenamen des voornoemde Isabelle Albertine Jacoba Claesman, en als in die hoedanigheyd in bezit zynde van een deel der nalatenschap van de zelve vrouw Isabelle Albertine Jacoba Claesman te zien, hooren en wyzen, dat zy: aen hem Pieter Aerts weder-te-keeren alle zulke goederen van welken aerd mogen wezen, die in de hoedanigheyd van gezeyde erfgenamen, in hun bezit zouden zyn gekomen, met de vrugten dan af genoten of welke nog zouden konnen genoten worden sedert hun onwettig bezit, met verwyzing in alle kosten, schaden en intresten en gezamelyk met de erfgenamen D'Hont, in de kosten van het vervolg. Subsidiairelyk en voor zoo veel nogtans, zy, partyen Felix Beaucourt zouden kunnen aentoonen, mede erfgenamen met hem, Pieter Aerts te zyn, ten sterfhuyze van meergezeyde vrouw Claesman, dat zy gehouden zullen wezen met hem over te gaen tot de verdeelinge en volle liquidatie van alle de goederen der gemelde nalatenschap volgens elks geregtighede in de vormen bevolen door de wet, concluderende voor de gevalle  dat de onkosten noodig om te komen tot de verdeeling, vereffening en volle liquidatie tusschen de geregtigde zullen gepreleveerd worden op de massa der te verdeelen goederen, uyt gemelde nalatenschap, welke hem zullen aengeboden worden. Op die vraag hebben de verweerders, partyen Defoor en Van Caneghem voor zoo veel zy hun betreft, de heeren Croeser en consoorten, partijen Alexander Beaucourt, bij exploiten van eenendertigsten february achttienhonderd achtentwintig en wel om de reden aldaer bepaelden waerborgt betrokken, naer dat dit betrek by akten van achsten en achttiende february achttienhonderd achtentwintig aen den oorsprongelyken eysscher bekent was gemaekt verklaerden de partyen Alexander Beaucourt, by procedure van zesden Junius opvolgende, onder behoudenis van alle middelen en regten toe te stemmen, dat de regtbank aen de eysschers op waerborg, akte zoude verleenen van de denonciatie der oorsprongelyken eysch aen hun verweirders op waerborg gedaen, by gevolg dat zy Pure et Simpliciter ook toestemden onder de zelve behoudenis van de ter zaek tusschen te komen en de eysschers op waerborg te vrywaren, ontlasten en schadeloos te houden wegens alle veroordeelingen die uyt hoofde van gemelden oorspronkelyken eisch, tegen hun partyen Defour en Van Caneghem zouden kunnen uytgesproken worden, zoo by voorraed als andersints, en dit zoo wel ten principalen, als voor wat aengaet intresten en kosten.
By andere procedure de dato negensten Julius acttienhonderd achtentwintig, hebben de zelve verweerders op waerborg, gevraegd:  dat voor alle betwistingen, zoo den eysscher Pieter Aerts al de eysschers op waerborg, zouden hebben te bewyzen de gehoedanigheyd van bloedverwant den zelven Pieter Aerts wylent vrouw Isabelle Albertine Jacoba Claesman, overledene gezellin van wylent mynheer baron Karel D'Hont, dit even als hy in den dagvaerd instel zaek bepaeld; by gevolg over te brengen mededeling te geven alle titelen, documenten, enz. Immers gehouden dit te doen binnen den tyd door de regtbank te bepalen op straf van te worden verklaerd noch ontfankelyk noch gegrond met hunne condemnatie in de kosten: van hunnen kant hebben de partyen Defoor en Van Caneghem by schrifte van vyftienden en zestienden october achttienhonderd achtentwintig eene gelyke vraeg van jusitificatie aen den eysscher Pieter Aerts gedaen, ten dien eynde, gebruyk makende van verscheidene stukken, de zelve bepaeld heeft by aplicat gesignifieerd op derden april achttenhonderd negenentwintg, tevens zeggende wat bewysstukken hy verstaet er mede te doen en dezelve in mededeeling gevende.
By memorien beteekend, op dertienden maerte en den dryentwintigsten april achttienhonderd dertig en den negensten februarius achttienhonderd eenendertig hebbende de eisschers en de verweerders op waerborg de middelen aldaer ontwikkeld, beweerd dat den eysscher Pieter Aerts geenszins heeft vastgesteld zijn gewaende bloedverwantschap met Isabelle Albertine Jacoba Claesman. De Gujus voor zoveel noodig dit loochenden, hebben zy ten principalen geconcludeerd dat hy in zynen gedane vraeg, zoude worden verklaerd noch ontfankelyk noch gegrond, met zyne condemnatie in de kosten.
Subsidiairlyk hebben zy gesouteneerd het ware het gewaend bloedverwantschap van den eysscher met Isabelle Albertine Jacoba Claesman bewezen, zy niet zouden zyn vervoorderd, mits den staeke die hy reclameert, genoten is geweest door mynheer Pieter Baut Van Sasseghem com suis die volgens den geslachtboom door den eysscher zelve overgebragt, twee graden nader als hy, bloedverwanten van Isabelle Albertine Jacoba Claesman zyn, en om die reden  hebben de partyen Defoor en Van Caneghem en Alexander Beaucourt, opnieuw en onder behoudenis van alle middelen, zoo van presceptie als verdere, ten gronde geconcludeerd: dat Pieter Aerts zoude worden verklaerd noch ontfankelyck noch gegrond in zynen eysch, met condemnatie in de betaling der kosten, zoo jegens de verweerders op waerborg.
By een  geschrift dato vyftienden junius achttienhonderd dertig, gediend voor de verweerders Albert en Charles Coppieters, hebben deze 1° gesouteneerd dat den eysscher zyn boedverwantschap met Isabelle Albertine Claesman niet heeft bewezen 2. subsidiarlyk ontkend eenige goederen afhangende van de branche npater-pater-pater-Maternelle zyde der nalatenschap van Isabelle Albertine Jacoba Claesman, zelfs eenige goederen afhang van eene de branchen in de linie paternelle der zelve nalatenschap genoten te hebben of in bezit daervan te zyn. Hebbende 3° ontkend dat den eysscher uyt hoofde van Jacob De Busscher by Marie Feignaert, eenig regt, cause of actie tot de bewuste nalatenschap zoude hebben by gevolg, geconcludeerd dat hy noch ontfankelyk noch gegrond in zynen eysch zoude worden verklaerd, met condemnatie in de kosten.
By ander geschrift van den vijftienden junius achttienhonderd dertig gediend voor de verweerders Joannes Arents Van Beerleghem zyne vrouw Anna Coppieters, heeft den heer Arents geantwoord geen hoegenaemd regt uyt eigen hoofde tot de nalatenschap van Isabelle, Albertine Jacoba Claesman te hebben, denkende alleen gedaegd te zyn om zyne vrouw te bemagtigen 't geen hy heeft gedaen, en welke vrouw heeft gesouteneerd en geconcludeerd zoo als de verweerders Albert en Charles Coppieters onmiddelyk voorseyd.
Ingezien alle deze middelen en conclusien heeft de eysscher by procedure van tweeentwintigsten februarius achttienhonderd eenendertig, gevraegd om door alle middelen van regte, tot het bewys van zyne bloedverwantschap, met Isabelle Albertine Jacoba Claesman aengenomen te worden, vragende ten zelven tyde, de verweerders Joannes Arents de Beerleghem, ten eynde van dit bewys, hem zal hebben te communiqueren alle de noodige ten zelven zynde familiestukken die hy op eenen geslachtboom door hun opgesteld, ten proces overgebragt, en alle de partyen mededeeling gegeven bekend zelfs in bezit te hebben. Concluderende tegen den zelven heer Arents de Beerleghem tot schaden en intresten zoo als in die procedure is gemeld.
Wydloopig is als de zaek door de advokaten der respectieve partyen gepleyt worden, en naer dat den heer Vuylsteke, uytoefenende het openbaer ministerie in zyn advies gehoord had geweest, heeft de regtbank, by gewysde den dertienden april achttien honderd eenendertig, en om de er in gemelde overwegingen zonder voor als nog te beslissen omtrent de waerde der justificative stukken van hoirie door den eysscher overgebraght ontzeggende zyne vraeg tot de communicatie van stuks jegens de verweerder Arents gedaen, aenden eysscher bevolen voor alle verdere contetsttien, duydelyk en pertinentelyk vast te stellen en te justificeren, by alle middelen van regte, zyne hoedanigheyd van bloedverwant met de overledene Isabelle Albertine Jacoba Claesman De Cujus zoo als deze hoedanigheyd heeft aengenomen kosten behouden.
De zaek op nieuw geroepen zynde geweest, heeft den eysscher ter zitting van den tienden october achthienhonderd eenendertig akt gevraegd en verkregen dat hy verklaerde, tot middels van bewys opgeleyd by gemelde vonnis van dertienden april achttienhonderd eenendertig gebruyk te maeken van de verscheydene stukken beroepen in de akte van procedure voor hem beteekend op den  derden april achttienhonderd negenentwintig, en naer dat de raden van alle de partyen en andermael alle hunne middelen en conclusien, wydloopig hadden uytgeleyd, heeft de regtbank naer ook het advies van het ministerie publiek te hebben ingewonnen,, het volgende gewysde uytgesproken:
"Gelet het extract des gewysde dezer regtbank de date dertienden april laatstleden, geregistreerd te Brugge den achtentwintigsten daer na en de stukken daer bij begrepen
"Gelet op een geslachboom van de familie De Busscher en Claesman in dato twintigsten ougst achttienhonderd eenentwintig, gezeid en geregistreerd te Brugge den eersten april 1829, als mede op de doop en dood-brieven hierna gemeld
Gehoord partyen in hunne wederzydse middelen en besluyten,
"Overwegende dat den eysscher om vast te stellen het bewys aen hem opgelegd by gewysde dezer regtbank van dertienden april lest, beweert onder anderen dat hy afstammende van zekeren Jacobus De Busschere by Marie Feignaert en dat deze enen zoon gehad zou  hebben met naem Martinus die zoude getrouwd zyn geweest met Barbara Verecke welke laetste zoude voortsgebragt hebben eenen zoon met naem Leonardus over-oude groot-vader der eysschers.
"Overwegende dat, wanneer men zelfs als bewezen konde aennemen dat Leo De Busscher genoemd in den doop-brief van zestien honderd negentien, den zelven is als den genen genaemd Leonardus de acte van geboorte van zynen zoon Dominicus van 1651, en dat Martinus De Busscher gezeyd de vader te zyn van Leon by den doop-brief van 1619, den zelven is als den genen uytgedrukt in den doop-brief van 1647, 't welk even wel by de vergelyking der datums der ouder onderscheydene akten niet onwaerschynlyk voortkomt, echter geene van deze akten konnen strekken om vast te stellen dat gezeyden Martinus De Busschere zoude geboren zyn van De Busschere by Marie Feignaert.
Dat verders den geslagt-boom, ten processe overgebraght als geen bewysstuk kan aangenomen worden, mits de zelve émaneert van een der erfgenamen belanghebbende partyen in de zaek, daer het immers niet bewezen wordt dat den verweerder Arents niet kan in regte verantwoordelijk gehouden worden, jegens de eysschers, in 't gone hy wel of kwalyk aengeteekend heeft in  den kwestiezeuzen geslagt-boom door hem zonder eenige speciale missie of mandaet opgemaekt.
Om deze redenen zegt de regtbank, gehoort Mynheer Vuylsteke, substituut prokureur des konings, elck voor advies, verklaerd dat den eysscher niet heeft bereykt het bewys aen hem opgeleyd by gewysde dezer regtbank van 13.04 laetstleden. Diesvolgens, verklaerd hem niet ontfankelyk noch gegrond in zyne conclusien, en verwysd hem in de kosten van den processe jegens alle partyen.
Welke kosten zyn getaxeerd en gelikwideerd, te weten: de gene van de parteye van de meester Defoor als verweerders ten principalen, tot de somme van twee honderd zes francs een en tachtig centimen en nog van de zelve partye als eysschers op waerdborg tot de somme van twee honderd twee en tachtig francs drieen dertig centimen
2° De gene van de partyen van meester Gilliodts als berweerders ten principale, tot de somme van twee honderd negenenveertig francs negenendertig centimen en nog de zelve partye als eysschers op waerborg, tot de sommen van tweehonderd vierenveertig francs zevenentgwintig centimen.
3° Gene van de partye van meester Alexander Beaucourt als verweerders op waerborg, tot de somme van twee honderd vijfenvijftig francs eenennegentig centimen.
4° En eyndekyk de gene van de partijen van meester Felix Beaucourt als verweerders ten principalen tot de somme van honderd negentig francs zevenengtachtig centimen. Het regte dezes afschrift en de kosten van fregistratie daer annexe, onverlet.
"Gedaen en aldus uytgesproken te Brugge, in de openbare zitting van den tweeentwintigsten november achttienhonderd eenendertig, tegenwoordig de heeren Simons president, Sancy, Vande Walle, regters, Vuylsteke substituut procureur des konings.
Geteekend 
J. Simons
De Charlier, commis-greffier
Gebieden en bevelen aen alle deurwaerders daer toe aenzogt het tegenwoordig vonnis ten uytvoer te leggen, aen onze procureurs generael en aen onze procureurs by de regtbanken van eersten aanleg er de hand aen tge houden en aen alle bevelhebbers en officieren der openbare magt daer aen hand te leenen als waneer zij daer toe zullen worden aenzogt, ten blyke van welke het tegenwoordig vonnis is geteekend en gezegeld met den zegel der regtbank.
"Voor gelykvormig afschrift afgeleverd aen meester Van de Walle vermeulen advokaet
De Greffier (geteekend) De Busscher
Enregistré contenant vint rôles sans renvois à Bruges le douze mars 1800 trente deux. Vol. 65 folio 195 case trois. Reçu pour droit six francs cinquante centimes, faiant avec les 22% additionels quarante deux francs quarante sept centimes.
Le receveur (signé) van Zuylen

Ten verzoeke van den heer Macharius Peers, grond-eygenaer, te voren woonende te Bassevelde en thans ter gemeente van St-Mixchiels
2° van vrouw Isabelle D'Hont douarière van den heer Karel Peers, grond-eygenaerster, woonende te brugge, zoo in eygen naem als in hoedanigheyd van moeder en wettige voogdesse van haren nog minderjarigen zoon, den heer Irenée peers, dezen alhier geregtigd; niet alleen uyt hoofde van wylen zynen heer vader, maer ook als erfgenaem proparie van wylent zyn tante, vrouw Anna Peers, douarière van wylent den heer Van Outryve de Merckhem
En 3° van den heer Ernest Peers, rentenier, te vooren  woonende te Brussel en thans te Oostcamp, ook hier geregtigd, zoo uyt hoofde van wylent zynen heer vader, dan wel als erfgenaem proparte van wylent zyn tante, gemelde vrouw Anna Peers, douarière van den heer Van Outryve de Merckem en voor alle welke woonste verkozen ten huyze van Henri De Schepper, avoué by de regtbank van eersten aanleg te Brugge, alwaer hy woont en die zy aenstellen voor hunnen avoué, in vervanging van den avoué Defoor, hebbende zyne vorige kwaliteyt van avoué verloren.
Zy beteekend en gelaten, aen 1° meester Albert Colens, avoué te brugge en van Pieter Aerts, dagloner, zoon van Oliverius en van wylent  Rosa de Busscher, woonende te Brugge- 2° aen meester Felix beaucourt, avoué ook te Brugge, en van den heer Joannes Anselm Coppieters en consoorten- 3° aen meester Alexander Beaucourt, avoué tot het zelve Brugge en van den heer Karel De Croeser van Caloen en van hare medegeregtigden- 4° aen de meester Pieter Gilliodts, avoué tot hert gemelde Brugge en van den heer Jacques Philippe Pecsteen D'Hont en consoorten.
De volledige copie van het nevengaende afschrift eens vonnjis contradictairelyk tusschen partyen en hunne hoedanigheden aldaer vermald, uytgesproken door de regtbank van eersten aanleg zittende te Brugge, in date tweeentwintigsten november achttienhonderd eenendertig, gemelde afschrift geregistreerd te brugge den twaalfsten maerte jongsleden, dit ter hunner onderrigting en directie, ten eynde zy van den inhoud niet zouden onwetende zyn en ten al sulken fyten en effecte als na regte.
Geteekend H. De Schepper
Het voorenstaende vonnis, mitsgaeders den akt hier nevenstaende zyn door my onderschreven Joannes Seghers, deurwaerder van de kamer, beteekend 1° aen meester Albert Colens,- 2° aen meester Felix Beaucourt, -3° aen meester Alexander Beaucourt - en 4° aen mmester Pieter Gilliodts, alle vier, avoué, woonende te Brugge en aen elk voor verscheydene copie t' hunnen huyse gelaten, sprekende tot de dry eersten, aen hunne dienstmeyden, en tot den vierden aen zyn persoon, dit t'hunner informatie ende directie - Brugge den achtentwintigsten april 1800 zesendertig, de kosten zyn zes francs 80 centiemen 
geteekend 
Seghers
Enregistré à Bruges le trente avril 1800 trente-six vol.v. fol. 110 v.c.9, reçu deux francs quinze centimes 26% add. compris
Le receveur
Van Zuylen
Voor gelykvormige copies
De Schepper
Den zevenentwintigsten der maand february 1800 zevenendertig, ten verzoeke van 1° den heer Macharius Peers, grond-eygenaer, te vooren woonende te bassevelde en thans ter gemeente van St.Michiels- 2° van vrouw Isabelle D'Hont, douarière van den heer Karel Peers, grondeygenaerster, woonende te Brugge, zoo in eygen naem, als in hoedanigheyd van moeder en wettige voogdesse van haeren minderjarigen zoon, den heer Irenée Peers dien alhier geregtigd, noet allen uyt hoofde van wylent zynen heer vader, maer ook als erfgenaemProparte van wylent zyne tante vrouw Anna Peers,douarière van den heer Van Outryve de Merckem, enz. - 3° van den heer Ernest Peers, rentenier, te voren woonende te Brussel en thans te Oostcamp, ook alhier geregtigd zoo uyt hoofde van wylent zynen heer vader, dan wel als erfgenaem Proparte van wylent zyne tante, gemelde vrouw Anna peers, douarière van wylent de heer van Outryve de Merckem, enz. insgelyks ten verzoeke van 
4° den heer Jacues Philippe Pecsteen weduwuwnaer van vrouw Anna D'Hont, grond-eygenaer woonende te brugge- 5° van den heer Gustave Pecsteen, grond-eygenaer te Brugge- 6° van den heer Franciscus Goethals zn zyne gezelnede vrouw Celestine Pecsteen, grond-eygenaers te brugge, deze twee laetsten met naem Pecsteen als algemeene erfgenaemen van hunne moeder vrouw Anna D'Hont- 7° den heer Theodor Anselme De Crombrugghe rentenier te brugge en zyne gezellin vrouw Adèle d'Hont, dochter van wylent den heer Franciscus D'Hondt, grond-eygenaer te Sint-Andries- 8° den heer Polidoor D'Hont, rentenier te Brugge, zoo over zich zelven, als in hoedanigheyd van dativen voogd van Eduard, Alphonse en Herminie D'Hont, zyne broeders en zuster, nog minderjarige kinderen van gezeyden heer Franciscus en zyne erfgenamen, onderf beneficie van inventaris.- 9° den heer Hippolite en Augustus D'Hont, grond-eygenaers te St.-Michiels- 10° Joufvrouw Silvie D'Hont, grons-eygenaerster woonende te Brugge enz. -11° den heer Philippe Pecsteen, grond-eygenaer te Maldegem, in zyne hoedanigheyd van voogd der minderjarige kinderen van den heer Karel D'Hont, voor alle welke verzoekers, als hebbende het een en het zelve belangen, voor zoo veel word woonste gekozen ten huyze van meestre henri De Schepper, avoué, woonende  te Brugge, in de Noordzandstraete D3 n°8, heb ik onderteekende Joseph De Ru-ijcker, deurwaerder by den regtbank van eersten aenleg, zitting houdende te Brugge, provincie West-Vlaenderen, woonende te Brugge in de Suvéestraete, wijk B 13 N) 65, behoorlyk gepatenteerd: beteekend en gelaten aen Joannes Renodeyn als in huwelyke met Regina Aerts, bezondere Beyde te samen woonende te brugge
1° De volledige copie der grosse van een gewysde, uytgesproken door de regtbank van eersten aanleg, zittende te brugge, in date tweeentwintigsten november 1831, tusschen alle de verzoekers in hunne hoedanigheyd als verweerders, en genoemde gewysde, behoorlyk getekend, gezegeld ende geregistreerd te brugge in twaelfsten maerte 1836
2° Van de beteekening aen hunnen avoué by akten van den deurwaerder Seghers in date achtentwintigsten april van het zelfde jaer, dit ter hunner onderrigting en in regte.
En ik heb aen de beteekende ter hare gezeyde woonste, aldaer sprekende voor beyde aen hun szelfs, gelaten1rimo een cope van nhet bovenstaende vonnis als ook van den akt van beteekening aen avoué en Secundo eenen dubbel dezer, wanof den kost is, zonder copien noch zegels, elf francs vyfendertig centimen
J. De Rycker
Ik ondergeteeknden verklare by deze dat alle het bovenstaende gelijkvormig is aen het origineel welk ik als belanghebbenden in myn bezit heb.
J. Renodeyn, Bouwkundigen te Gent