Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Geestelijkheid

Pastoor Cuvelier

Jules, Augustijn, Hubrecht CUVELIER, pastoor te Sint-Kruis.
Jules Cuvelier werd op 29 december 1874 onderpastoor benoemd te St.-Kruis en volgde op 12 februari 1902 pastoor Henri Vandendriessche op als herder van de parochie St.-Kruis. Hij gaf zijn ontslag op 4 februari 1924 en bleef dus ca. 50 jaar ononderbroken als priester op deze parochie.

Pastoor Cuvelier werd geboren te Staden op 19 november 1843 als zoon van Louis Cuvelier, geboren Staden 1807 en er overleden 17 september 1860, koster te Staden, en van Amelie Josephine Vermeulen, geboren te Elverdinge op 8 augustus 1814 en overleden te St.-Kruis op 1 januari 1904.
Vader Louis Cuvelier stamde uit het vierde huwelijk van Petrus Cuvelier dat hij sloot met Francisca Van Besien in 1806.
Pastoor Cuvelier was de vierde uit het groot gezin van 10 kinderen, allen te Staden geboren: Mathilde, Elise, Emiel, JULES, Celine, Felicie, Hilaire, Mathilde, Adeline en Eleodor (eerstgeborene Mathilde vroeg overleden en naam opnieuw gegeven aan nr. 8).
Jules Cuvelier werd te Brugge tot priester gewijd op 15 juni 1867. Hij werd hulppriester te Zevecote 30 oktober 1867, daarna onderpastoor te Oostnieuwkerke op 12 februari 1868, vervolgens kapelaan aan de Hoofdkerk en H. Bloed te Brugge op 20 maart 1873 om op 29 december 1874 als onderpastoor te St.-Kruis te worden aangesteld. Toen hij in 1874 naar St.-Kruis kwam was hij vergezeld van zijn moeder die sinds 1860 weduwe was maar ook van zijn ongehuwde zusters Celine, Adeline en Mathilde.
Pastoor Jules Cuvelier, zijn moeder Amelie Vermeulen en zijn drie zusters zijn dan ook allen te St.-Kruis overleden en hadden hun begraafplaats aan de hoek van de huidige Boogschutterslaan en het voetpad dat naar de sakristie leidt. De grafsteen van de familie Vermeulen-Cuvelier is jammer genoeg verdwenen bij de aanleg van de parking aldaar.
Zuster Adeline stierf op 1 juli 1913, Celine op 10 januari 1919 en Mathilde op 14 maart 1931.
Toen hij zijn ontslag gaf in 1924 betrok hij het huis nr. 4 in de toenmalige Karel Van Robaysstraat (heden Polderstraat). Pastoor Jules Cuvelier woonde oorspronkelijk in de Pastorieweg nr 2 samen met zijn zuster Mathilde en hun meid Eugenie Vandepitte °Lissewege 16.10.1880
Zij verhuisden naar de Polderstraat nr 4 op 4 maart 1924 toen Pastoor Beernaert Remi, samen met zijn broer Neron (gepensioneerde reserve-majoor) en hun meid Monstrey Clementine vanuit Tielt, naar Sint-Kruis kwamen. Pastoor Beernaert overleed te Brugge  op 28.07.1927. 
Na het overlijden van pastoor Beernaert kwam pastoor Kamiel Meysman en zijn meid Ida Deswaef er wonen op 10.09.1927. 
Onderpastoor Jozef Van Huffel woonde er ook nog een korte periode als mede-bewoner in ded Pastorieweg en dit vanaf 29.01.1924, vandaar verhuisde hij op 21.04.1925 naar Moerkerksesteenweg 119 .

Ondertussen woonde onderpastoor Antoon Joye ° Rumbeke 29.03.1876 in de Karel Van Robaysstraat nr 4 (voorheen en thans Polderstraat). Hij verhuisde op 21.03.1924 naar de Moerkerksesteenweg 151 en later naar Vijve Sint-Elooi op 22.02.1930. Bij hem woonde zijn meid Elisabeth Vandamme ° Merkem 23.04.1895 en zij verhuisde mee naar Vijve Sint-Elooi.
Op  21.03.1924 betrok pastoor Jules Cuvelier de woning in de Karel van Robaysstraat nr 4.

In de Karel Van Robaysstraat nr 6 woonde in die periode de familie Van Robays, nl. weduwnaar Karel (overleden op 20.12.1926) , zijn zoon Jozef (overleden op 09.02.1927) en zijn dochters Maria, Lutgarde, Germana, Ludovica, samen met achtereenvolgens als meid Buysse Zulma, De Ryckere Marie en Verlinde Emelie.

In het leven van Jules Cuvelier deed zich een eigenaardig feit voor nl. toen hij onderpastoor was te Oostnieuwkerke (dus tussen 1868 en 1873).
Op een hoeve aldaar was een meisje door de duivel bezeten. Alhoewel duiveluitdrijving veelal door de paters werd verricht, was dit niet het geval. Zo kwam het dat onderpastoor Cuvelier samen met een onderpastoor van Hooglede vanwege het bisdom hiertoe de opdracht kregen.
Het bleek echter dat de beide onderpastoors na dit feit eigenlijk nadeel ondervonden. In het geval van Jules Cuvelier bv. was het zo dat hij zeer veel moeite had om de woorden van de Consecratie uit te spreken of althans om ze in goede orde uit te spreken. Daarom werd hij meestal bijgestaan aan het altaar door een ander priester. Soms stampte hij op de grond om toch de maar de woorden te kunnen uitbrengen. Hij deed dan ook praktisch weinig de Hoogmis.
Pastoor Cuvelier stond steeds 's morgens te 4 uur op en ging om 18 u. slapen. Gedurende de dag was hij bijna nooit thuis. Hij was altijd op ronde bij de mensen.
Op 24 december 1929 overleed hij in zijn ter Karel Van Robaysstraat nr. 4 en werd begraven op maandag 30 december te 10.30 u. Een nadienst volgde op 31 december te 8 uur.

A. Vermeulen
1. Er is een klein foutje in het artikel geslopen. De Polderstraat kreeg pas in 1936 de naam Karel Van Robaysstraat ( na zijn overlijden) en dit tot 1948.