Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Depauw Pieter Jacob


Vikaris Pieter Jakob de Pauw door Napoleon tot bisschop van 's-Hertogenbosch
benoemd., 
Pieter Jakob, op 8 juli 1727 te Torhout geboren als zoon van Petrus en Joanna Houck, was akoliet in de kollegiale Sint-Pieterskerk te Torhout.
Zekere dag kwam bisschop Hendrik van Susteren (1716-1742) vormen. Het was een zware dag. en na de dienst rustte hij even uit in de sakristie. Toen zag hij de deur stilletjes opengaan en ons misdienaartje bespiedde de bisschop met scherpe aandacht. Plots dacht de jongen dat de bisschop hem opgemerkt had en liep weg. Even later herbegon het spelletje. Nu liet de prelaat de kleine nieuwsgierigaard nader komen. stelde hem enkele vragen en was getroffen door zijn rake antwoorden en zijn levendige- en intelligente blik. Daarom stelde hij hem voor te Brugge aan de kapittelschool van Sint-Donaas te studeren. De jongen vertelde blijgezind het voorstel aan zijn ouders, die er prompt mee instemden. Zo werd hij koraal in Sint-Donaas. Hij was een flink student, die later licentiaat werd in teologie, en professor. president en provisor van het bisschoppelijk seminarie. Hij was de ziel van de tegenstand tegen de keizerkoster Jozef II.
Mgr. Caimo (1754-1775) benoemde hem tot zijn sekretaris, in 1775 tot zijn vikaris-generaal. en na de dood van deze bisschop werd hij "vicaris-capitularis" (1775-1777). Nadat de Fransen zich op 12 november 1792 van Brugge meester maakten. moet hij zich op 8 maart van het volgend jaar verschuilen, maar wordt op 23 januari 1795 gevangen genomen en twee dagen later naar de citadel van Rijsel gevoerd. Op 19 februari is hij weer te Brugge. Op 10 maart 1798 wordt hij terug gevangen en opgesloten in het Magdalenahospitaal en op 6 juli 1799 op kamerarrest gesteld thuis om twee dagen later voor de korrektionele rechtbank te verschijnen. Eindelijk op 7 januari 1800 wordt hij vrijgelaten.
Na het konkordaat in 1801 door de paus met Napoleon gesloten, werd op Pinksteren 6 juni 1802 de dienst hernomen. Met uitzonderlijke luister werd dat in de voornaamste kerk van de stad (na de vernielling van Sint-Donaas), in Sint-Salvator, gevierd.
Als deken van het oud St.-Donaaskapittel officieerde de Pauw in aanwezigheid van de prefekt van het departement en van de maire van de stad, Hij celebreerde de mis met Veni Creator en Te Deum. Hij predikte over deze blijde gebeurtenis, die een einde maakte aan de godsdienstvervolging gedurende het tijdperk van de "liberté". De nieuwe bisschop van Gent. Mgr. Fallot de Beaumont (1802-1807), verdeelde zijn uitgestrekt bisdom in drie distrikten : Gent, Brugge en Ieper. Op 8 juli 1802 vertrouwde hij het Brugs distrikt toe aan mijriheer de Pauw, 75 jaar oud, die hij tot zijn vikaris-generaal benoemde. Ook zijn opvolger. prins Maurits de Broglie (1807-1821), bevestigde hem in die funktie en zo kwam hij in kontakt met Napoleon.
Immers de keizer en de keizerin Marie-Louise hielden op 18 mei 1810 hun plechtige intrede in Brugge. Daar de bisschop ziek was, leidde vikaris de Pauw de groep van de Brugse geestelijkheid en sprak de lofrede uit.
De kleine, oude priester trok de aandacht van Napoleon door zijn intelligente en prompte antwoorden. De keizer schonk hem een kostbare ring en ook het kruis van ridder van Légion d'honneur.
In een brief uit Parijs vernam de Pauw dat Napoleon vier aartsbisschoppen en 52 bisschoppen zou benoemen en hoopte dat die door de paus zouden worden aanvaard. Op eigen houtje en zonder raadpleging van de paus had Napofeon het bisdom 's Hertogenbosch terug opgericht en... onze vikaris werd er tot bisschop benoemd door de keizer. Hierdoor was hij erg verveeld en schreef een beleefde brief aan de Ministre des Cultes: "Hij was nu volle 83 jaar oud: anderen waren er geschikt voor zo'n zware
post: toch wilde hij gelijk welke beslissing aanvaarden". De oude man werd naar Parijs ontboden. Alleen durfde hij die verre reis per koets langs hobbelige wegen niet ondernemen. De pastoor van Zweveze1e, Frans Bulcke (1756-1825), de latere deken van Tielt en pastoor van Sint-Jakob te Brugge, zou hem vergezellen.

Konsul Bonaparte, de latere Napoleon, met baron de Croeser, burgemeester van Brugge, 1803. Jozef Odevaere, 1808. Stadhuis Bmgge.

De laatste brief van onze vikaris is een kort reisverslag: "Op 27 augustus 1810 om acht uur 's morgens kwamen wij te Parijs aan, een dag later dan gepland. daar ik te Rijsel onwel ben geworden". Zij namen hun intrek in het Hötel de Lille in de rue St. Thomas. De zieke bisschop van Brugge konden zij niet ontmoeten in Parijs, daar hij enkele dagen buiten verbleef. Die dag zelf reeds had de Pauw een audiëntie bij de minister, die hem ter maaltijd uitnodigde. Volgende dinsdag zou hij pogen zijn bisschop te spreken. maar de keizer zou hij slechts de zondag daarop kunnen ontmoeten, daar er een groot feest was in Saint-Cloud ter gelegenheid van het naamfeest van Marie-Louise. Duizenden personen waren daar samengestroomd, maar de hitte belette de oude en afgematte vikaris er ook heen te gaan. Pastoor Bulcke zorgde op een voortreffelijke wijze voor hem en de Pauw hoopte na acht dagen terug naar Brugge te kunnen terugkeren. Helaas, de vermoeienissen van zo een reis, het veel over en weer lopen te Parijs. de audiënties en de snikhete zomer waren te veel voor de oude man.
Drie weken later, op 19 september 1810, 84 jaar oud stierf hij te Parijs. Zijn spreuk werd bewaarheid: "In cauda venenurn". Volgens de uitdrukkelijke wil van Napoleon werd hij met pontiftkale eer, als benoemde bisschop van 's-Hertogenbosch, ten grave gedragen in aanwezigheid van de Broglie, de bisschop van Gent, die
ook Brugge onder zijn herdersstaf leidde. Zijn graf was op het kerkhof van Montmartre. Een merkwaardige memoriesteen hangt aan de buitenzijde van de noordermuur der Sint-Kruiskerk bij Brugge te verkrotten.

E.H. J.G.M. Van den Heuvel
St.Tillo’s Missieblad 55 jg nr 3 dd jan 1990