Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Hof van Praet

Deze heerlijkheid had verscheidene lenen te Sint-Kruis.

Het "Hof van Praet" was gelegen aan de Beverhoutsveldstraat  te Oedelem. Het was een belangrijke omwalde site in de omgeving van het “Vliegend Peerd”. Het was een appendantse heerlijkheid van het Brugse Vrije.
‘Appendantse heerlijkheden’ moesten voor de hogere rechtspraak en voor burgerlijke zaken in beroep naar de schepenbank van de kasselrij (het Brugse Vrije), dit in tegenstelling tot de ‘contribuante heerlijkheden’ die bestuurlijk en rechterlijk onafhankelijk waren van het Brugse Vrije. Laatstgenoemden moesten zich voor zaken in beroep direct wenden tot de Raad van Vlaanderen. De contribuante heerlijkheden waren slechts verplicht bij te dragen in de kwote (belasting) die het Vrije verschuldigd was aan de graaf. 
Het Brugse Vrije telde nog een derde soort heerlijkheden die waren ondergebracht in het ‘Platteland’. Deze heerlijkheden lagen vooral in de Kust- en Scheldepolders en waren dus van een recentere oorsprong.

Ontstaan en erfovergangen van de heerlijkheid ‘Hof van Praet’
Rond 1089 verscheen aan het Hof van Robrecht I de Fries, Graaf van Vlaanderen, een kamerling onder de naam Gervaas van Praet.
Een kamerling hield zich bezig met het inrichten en onderhouden van de gebouwen van de graaf. Hij had daarvoor veel personeel onder zijn  hoede. Deze functie was een ereambt en maakte deel uit van de omvangrijke huishouding van de graaf. 
(Galbert van Brugge, de toenmalige grafelijk secretaris, noemt hem in zijn dagboek van de gebeurtenissen in de jaren 1127-1128, ‘Gervasius camerarius comitis’.) 
Gervaas van Praet was de eerste die in maart 1127 het zwaard opnam om de vermoorde Karel de Goede te wreken. Reeds op 7 maart 1127, dus vijf dagen na de moord, viel hij de Erembalden, de moordenaars, aan. Met dertig ridders en een groep voetvolk veroverde hij het oninneembaar geacht bolwerk Raveschoot bij Eeklo. Hier woonde Wulfric Cnop, de schoonbroer van Bertram van Erembalden. Cnop vluchtte naar Brugge, maar Gervaas achtervolgde hem. Op 9 maart lieten de Bruggelingen Gervaas via de Smedenpoort binnen. Hij verhinderde een uitval van de Erembalden en dwong hen zich te verschansen op de Burg. De Erembalden werden er verjaagd. Als beloning voor zijn dapper optreden werd Gervaas van Praet op 2 april 1127 door koning Lodewijk VI van Frankrijk en graaf Willem Clito benoemd tot burggraaf van Brugge. Het kan echter ook zijn dat hij dit ambt ontving omdat hij een afstammeling was van de door Erembald vermoorde burggraaf Baldran. 
Zijn opvolgers, de Heren van Praet, werden nobiles, edelen, genoemd. 
Boudewijn V was de laatste van de stam van Praet. Hij leefde tot 1373. Hij stierf  zonder erfgenamen zodat de leengoederen terugkeerden naar de leenheer, de toenmalige Graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male. 
In 1379 schonk deze de heerlijkheid ‘van Praet’ aan zijn bastaardzoon Lodewijk de Fries van Vlaanderen. Op die wijze kwam ‘het Praetse’ in de handen van het huis van Vlaanderen, gezegd ‘van Praet’.
In 1591 stierf Lodewijk van Vlaanderen kinderloos. Via de erfpretendenten zoals de families Baudry, heren van Roisin en Agre in Henegouwen, en via de Rijngraven van Salm kwam de heerlijkheid ‘van Praet’ in de handen van de familie Rubempré.  
Louise Brigitte, prinses van Rubempré en weduwe van de Rijngraaf van Salm, huwde met Filip-Frans de Merode. Zo bleef de oude heerlijkheid ‘van Praet’ tot in 1833 de eigendom van de familie de Merode . 
Daarna werd de heerlijkheid verkocht aan Jozef de Graeve, wiens nazaten ze nog in bezit hebben.

Verheffen van een Leen

De leenverheffingen van het Hof van Praet zijn te vinden in het Rijksarchief Brugge, onder Inv.129/7

Het verheffen van een leen geschiedde telkens bij een erfrechterlijke overgang, een leenoverdracht door koop of schenking, bij rouwkoop (het verhefgeld was hier eigenlijk een boete), bij een leensplitsing. 
Bij elk verhef diende men evenveel keren relief  te betalen als het aantal delen waarin het leen gesplitst werd. Ook als men een aanspraak maakte op een leen, diende men relief of verhef te betalen en de leenheer hoefde dit niet terug te betalen als de aanspraak verworpen werd.
Bijgevolg vormde het verhefgeld een belangrijk inkomen voor de leenheer, die niet langer geïnteresseerd was in de persoon van de leenman, noch in de formalistische manschapsprocedure, maar wel in de inkomsten.
Het reliefgeld bedroeg:
voor vol relief: 10 pond parisis, 
voor half relief: 5 pond parisis, 
voor de beste vrome: de beste jaarvruchtopbrengst over een periode van drie jaar. 
De omvang van het relief hing af van de grootte van het leen. Het geld diende te worden betaald binnen de veertig dagen na de belening (inerving). Bij leensamenvoeging diende er dubbel reliefgeld te worden betaald.

De manschapsprocedure
De vazal moest zich aanbieden zonder gordel, zonder kaproen, met opgerolde mouwen en zijn hoofd, keel en handen moesten onbedekt zijn ( veiligheid en eerbied voor de heer).
Hij moest zijn handen aanbieden en deze werden aangenomen door de leenheer, waarbij de vazal zei:
“Hier bringhedi up van leengoed alsoo groot als het gheleghen es met al datter toebehoort in dese mans handen ende ghelooft hem goede kennesse te draghenen, goede vonnesse te wisene, in leen te verdienen, ten hove te ghane, ghetrauwe te zine ende al te doen dat goed man sculdigh es te doene bi uwer trauwe ende manwaerhede.”

Dit wil zeggen dat de leenman tegenover de leenheer volgende leendiensten moest leveren: 
1. Auxilium
Onder auxilium verstond men hoofdzakelijk militaire bijstand. Dit kon logistieke steun zijn b.v. het leveren van een paard, of  lijfelijke steun (b.v. wachtdienst, mee ten strijde trekken, enz.). Deze diensten waren geografisch en in duur omschreven en mochten niet tegen een bloedverwant gericht zijn.
Maar wat als men nu van twee verscheidene leenheren leenman was en zij in oorlog waren? Vermits men geen twee heren kan dienen, werd één van de leenheren bestempeld als ‘homo ligias’, d.w.z. de leenheer die de leenman vóór alle andere leenheren moest dienen.
Naast de militaire bijstand waren er ook nog extra diensten, zoals het leveren van goederen (b.v. brandhout), het verschaffen van onderdak aan de leenheer, en het uitvoeren van karweien.
2. Consilium
Onder consilium verstond men juridisch advies geven en het als getuige optreden inzake feodale aangelegenheden, zoals bij leenoverdrachten, rentevestigingen en het afleveren van recipissen. Op een gewoon leenhof zetelden vijf tot zeven leenmannen samen met de heer of baljuw.

Bij het afleggen van de manschap moest de leenman kamerlinggeld betalen als tegenprestatie voor het gebruik van het leenhof en om de aanwezige leenmannen-getuigen te vergoeden (20 schellingen parisis).

Het leendenombrement
Veertig dagen na het verlijden van de manschap diende een denombrement te worden ingediend. Dit denombrement was een beschrijving van het leengoed en bevatte naast de namen van de leenheer, leenman en leenhof, de omvang van het leen, de oppervlakte, de ligging, de bijhorende rechten, de achterlenen en de feodale verplichtingen : leendienst, relief, overdrachttaks en andere lasten zoals cijnzen en renten.

Possessie
Door het betalen van het verhefgeld, het afleggen van manschap en de leeneed, en door het indienen van het denombrement of leenrapport bekwam de nieuwe vazal het hoogste leengenot, de possessie. Dit wil zeggen dat de leenman het genot had over een leen dat vrij was van inmenging door iemand anders en dat dit genot tegenstelbaar was aan derden.

Kon men zijn leen verliezen ?
Leenverlies kon geschieden door de ontbinding van het leencontract door beide partijen.
De leenman kon zijn leen verliezen door rampen, b.v. overstromingen.
Het kon hem ontnomen worden wegens verbeurte, het niet-nakomen van zijn leenverplichtingen, zoals een inbreuk op de manschapsplicht (trouw), het niet-indienen van een denombrement, het opnemen van de wapens tegen zijn leenheer, het lichamelijk gezelschap houden met de echtgenote van de leenheer (sic), en het verheffen van een verkeerd leenhof.
De heer kon overgaan tot confiscatie (bij een veroordeling tot een zware straf of verbanning).
De heer kon zijn ‘recht op bastaardgoed’ laten gelden (wanneer de bastaard geen nakomelingen had), en zijn ‘recht op stragiersgoed’ (recht op een leengoed dat door niemand werd opgevorderd, b.v. doordat de leenman gevlucht was).
De leenman kon zijn leen ook verliezen door uitwinning bij het niet-betalen van schulden, nadat eerst de roerende goederen (cateilen) en de niet-feodale goederen werden aangesproken.
Het leen kon ook door amortisatie verloren gaan. Wanneer de leenman een éénmalige som betaalde aan de leenheer kwam het leen in volle eigendom van de leenman en was daardoor geen leen meer.

NB. Soms wordt melding gemaakt van een "bedienelijk man", dit is een man dat zich in de plaats stelde van een handelingsonbekwame om de leendiensten na te komen. Dit kon bv. een geestelijke zijn, aangezien deze het wapen niet mocht opnemen, of een rechtspersoon, of een vrouw...

Leen nr 7/8

In de prochie van Ste. Cruys, buyten Brugghe,
Twee leenhoven, danof t’eerste groot is 23 ghemeten 17 roeden landts luttel meer of te min ligghende binder prochie van Ste Cruijs by Brugghe inden Brouck, noordt van der kercke in diversche parchelen, danof dats ligghet
- eerst 19 ghemeten 62 roeden landts metter hofstede ende den lande datter aen light aen de noordtsyde vanden grooten weghe die men rijdt en gaat tusschen Brugghe en Damme, twelcke streckt metter oosthende aen Clays van Hooghenlande fs Jans leen, selfs Jans erve ende Clays Hooghenlande leen aende noordtsyde streckende metten westhende aen Joos de Brunens landt,
- voorts soo ligghets vijf lijnen 60 roeden landts zuydt over den wegh voor de dreve tusschen Cathelijne, de dochtere Jooris Visch leen aende oostsyde, die van Sint Janshuys in Brugghe aen de westsyde streckende metten zuydthende aen voorseijde Joos de Brunens landt,
- voorts soo ligghets beth oost twee ghemeten, 70 roeden landts tusschen Jan vander Straeten ende Philips van Roeselaere landt aende oostsyde Cathelijne, de dochtere Jooris Visch aende westsyde met eendere dreve, streckende noordtwaerts vuyte totten weghe inde metten zuydthende aen ’t voorseide Joos de Brunens landt.
- Ende ’t ander leengoedt groot sijnde 4 ghemeten 79 roeden landts luttel meer ofte min ligghende binder voorseide prochie van Sinte Cruys tusschen Brugghe ende Damme aen de zuydtsyde van de Reye in diversche parchelen danof dats ligghets een ghemet, drij roeden landts in den Jeghenote gheheten ’t Prieel, streckende oost ende west tusschen Charles de Secquiers landt, nu mijn landt ende daeldingers vanden selven Charles aen beeden sijden, 
voorts soo ligghets inde selve Jeghenote beth noordt een ghemet, sevenentwintigh roeden landts, streckende oost ende west tusschen mijn leen aende zuydtsyde ende noordtsyde,
- voorts soo ligghets twee ghemeten, neghenendertigh ende een halve roede landts beth oost van denen tusschen den dijck vander voorseijde reye op een syde, ende Joos de Brunens landt op andere syde, streckende metten westhende aen die van Sint Janshuys in Brugghe, nu Hendrijck Tempels landt met twee manschepen ten desen leen behoorende, en die houdende is Jan van der Straete, staende de voorseijde twee principale leengoeden ende elck sonderlijnghe ten dienst van trauwen ende waerheden reliefve ende camerlinckxgelde van vollen coope ende t’alsulcken laste van thien pennynghen als andere leenen in ghelijcken ghehouden van denselven hove

Klapper of Lijst van de Leenhouders
Philips de Secquieres
Nu Pieter Roos bij coope
Nu Adriaen Roos, sijne soone, per mortem patris
Nu Lieven Roos, zijn broeder, per mortem filius
Nu Martineken Roos, per mortem patris anno 1500
Nu Jan Moreel fs Jacob per mortem van Martineken Roos, sijne moeder rapport overgebracht den 18° van maerte 1600
Nu d’heer Nicolaeys Dherts bij coope
J° Marie Dherts bij sucessie van haeren vader
Jo Ghijselbrecht Colve bij successie van sijne moeder
D’Heer Mattheus Botsart heeft dese leenen verheven op J° Cathelijne Marie, sijne dochtere bij successie van voornoemde Ghyselbrecht, haeren oom materneel, desen 6 april 1648
Ende Mr Philips de Mel heeft dit leen verheven als vader van Philips Guillaume, sijne soone, bij versterfte van J° Marie Botsaert op den 29 oktober 1682
Op den 8 maerte 1702 heeft Sr Jan Baptiste Breydel, uyt crachte van procuratie aen hem verleent bij J° Catharina de Mel, heden date deser sigh ghestelt als bedienelijck man over dese leene als oock over de anderen drij leenen staende folio 6.’ 

 

Heemkunde Sint-Kruis

Leen nr 9

Leen groot 15 G 2L 52 R lants lettel meer of min, ende heeft groot geweest 22G, ende bij rapport overgegeven bij Guilaume, Frans De Boodt vanden 25 Janrij 1702
liggen de voorseide  15G 252R binnen de prochie van St. Cruijs verre suijt west vande kercke aende stede veste, ende sijn diversche stucken al d’een aen d’andere, al tusschen den barm vande veste van Brugghe aende west sijde, Beaupreijt, geheten den  mersch  inden aert, ende meer ander lant al aen d’oostsijde, streckende met den noorteijnde aen tselve Beaupreijt, ende metten suijt eijnde aen wijlent Mr Pieter de Vos leenStaende t’voorschreven leen ten dienste van trauwe ende waerhede, ten relieve ende camerlijnckgelde van vollen coope
Ende alst verandert t’alsulcken laste van thiende pennijngen ende anders als andere leenen staen in gelijcken gehauden van den selven hove ende is tselve hier voortijds belast geweest met 6  waegen en half caes daer op bewegen bij d’hoofredenaers van sijne [...] te gelden den Spijcker van Brugghe, die Mhr Frans de Boodt afgelost emmers gerencontreert heeft met eene rente sprekende tsijne proffijcte ende tot laste van voornoemde Spijcker van Brugghe ten jaere 1608, alsoo bij het registre van voornoemde leenhove bekent staet dat ten desen leene souden behooren vijf wagen caes ende een thiende part erfvelijcke rente t’siaers metten coop ende versterfvinghe als d’aventure gevalt danof de drij wagen beset sijn op vijf hofsteden liggende binnen de prochie van Oedelem groot tsaemen 6G in een jegenote geheeten Vullaer te gelden telcken St.Jansmisse mits sommer, ende het voornoemde thiende part daer vooren men placht te geven 20£  4 sh telcken baefmisse is beset op 81 gemeten lants gelegen inde selve prochie binnen de heerlichede van Praet bewest t’inhoutstraetken besijden den Gentschen herrewegh, dat men heet Corbeels goetackere, inde d’ander twee wagen caes die soude men haelen op seker gronden van erfven liggende binnen de voorseide prochie van St.Cruijs tot causen van welcken den heere van Praet tot laste van desen leene soude vercocht hebbben een leen rentken wijlent toebehoort hebbende mevrauw van Dayseele verclarende den voornoemde de Boodt bij t’vooorgeschreven rapport naer nerstich ondersouck van de bewijsen desen leene rakende dat hij nochte eenige van sijne voorgaenders souden geweest sijn in possessie vande betaelijngh, ende opgave vande voornoemde wagen caes, ende thiende part vande erfvelicke grontrente te proffijcteren mits de gronden verdonckert ende niet vindelick en sijn daer op die beset waeren
NB.  "waegen" is hier waarschijnlijk bedoeld als inhoudsmaat (10 pond?)


Klapper of  Lijst der Leenhouders

Joosijncken fa Francois van Eede
Michiel fs Adriaen van Quickelberghen, hem gegeven ten houwelijcke van voorn. Adriaen, sijnen vader 1570
Hansken fs Michiel 1580
J° Francois de Boodt bij coope 1609
J° Francois per mortem patris
J° Charles Francois de Boodt per mortem patris
gesien brieven van sijn [...] Albertus van date 2 oct 1608 daer bij blijck dat de ses waghen en half caes daer mede dit leen belast is afgelost sijn bijden voornoemde J° Frans de Boodt d’oude
J° Guilliaume  de Boodt Fs J° Francois heeft dit leen verheven bij verderdijnge jegens J° Charles Francois de Boodt sijnen broeder 22 april 1664
J° Guilliaume Francois de Boodt fs J° Guilliaume heeft dit leen verheven ende hem gestelt als bedienelijk man 25 Janrij 1702
J° Guilliaume Gisbert Van Raveswaeij bij doodt van sijnen oom J° Guilliaume Francois de Boodt voornoemt heeft desen leenen op hem verheven ende sigh gestelt voor bedienelijck man den 18 sept 1724 Rapport gedient 10 oct 1724
Vrauw Anna Therese de Boodt douagière van J° Geerardus van Raveswaij tot  [...]  haer comende bij de doot van J° Guilliaume Gisbert Raveswaeij haeren eenige sone voornoemt, door Cornelis Faveau, priester tot Oedelem verheft het voornoemde leen  12 febr 1731  ferie 1702 fo 58 den selven Joos Faveau, bedienelijck man

Heer ende meester Alexander Bernardus van Crombrugge, heere van Boulare, etc. deken van de cathedrale kercke van St.Baafs tot Ghent, hun toecommende bij den doodt van vrauwe Anna Theresa de Boodt, filia J° Guilliaume douarière van J° Geeraert van Raveswaeij, door sijnen geautoriseerden Sr Francois van Eenooghe tot Brugge  heeft dit leen verheven ende den selven van Eenooghe heeft hem gestelt als bedienelijcken man, volgens particulieren acte geschreven op zegel van drije guldens van daeten 30 meije 1743

Heemkunde Sint-Kruis

Leen nr 10

Leen groot 8 G lants luttel meer of min liggende inde prochie van St.Cruys buyten Brugghe, noort van de kercke inden Brouck, met den suijteijnde ende westsijde aen meester Donaes Beers lant, streckende met de noortsijde aen Jan van Meessens, ende het lant van St. Janshuijs in Brugghe, Matthijs Brouckers lant ende aen sheeren straete

Staende dit leen ten dienste van trauwe ende waerhede ten vollen relieve van thienden penninck ende camerlijck gelt ’t elcker verandrijnghe ende voorts vercoopijnghe altenatie ofte belastijnghe ’t alsulcken laste van thiende pennijnck ende anders als alle andere leenen ghehauden vanden selven hove

Klapper of Lijst der Leenhouders

Martin Halle fs Mr Michiels
Michielken fs Martin voorschreven per doodt 1537
d’heer Jan Breijdele fs Jans bij coope 1567
J° Jacques de Boom heeft dit leen verheven op Jonckvrauwe Joosine Livijne, sijne dochter ende gedaen den eedt van ghetrauwighijdt daeten 20 november 1632
Mr Cornelius Dominicus de Croesere Rudder heere van Oudenthun Dennebrouck, bij de dood van sijne moedere de voornoemde vrauwe Joosijne Livijne filia J° Jacques de Boom per rapport vanden 8 july 1700
Jonkvr Marie de Crits tot Brugghe bij erfvenisse van 6 julij 1700 van voornoemde Mhr Cornelius Domenicus de Croosere, als per rapport van 12 julij 1700
J° Anthone d’Hooghe, schepene slants vanden Vrijen, fs Dhr ende Mr Jan Anthone heeft dit leen op sijn hooft verheven bij procuratie van sijne moeder fa Angeline Therese Pattijn haer comende bij de doodt van haere moeije, de voornoemde Jonkvr Marie de Crits, heeft gestelt voor bedienelijck man den griffier Jan van Overschelde 8 ougst 1725
J° Jan Baptist d’Hooge fs J° Jan  hem toecomende bij den doodt van vrauw Angeline Pattijn, douarière van J° Jan Anthone Dhooge sijne vrauw moeder verheft dit leen ende heeft gestelt voor bedienelijck man Cornelis Govaert volghens particuliere acte van daeten 12 meije 1740
J° Frans d’Hooge tot Brugghe doorsijnen geauthoriseerden Jan Faveau tot Oedelem verheft dit leen bij de doot van J° Jan Baptiste d’Hooge sijnen broeder den 14 april 1745

Heemkunde Sint-Kruis

Leen nr 11

Wesende twee leenen elck groot 5G luttel meer of min in de prochie van St. Cruijs buyten Brugghe, noort oost van de kercke, tusschen wijlent Joos de Deckere, dhoirs Jacobus de Pape, ende nu Philips de Seguiere, haerlieden beede lant aende oostsijde d’haeldingers van Lodewijck de Raeve lant aende suijtsijde nu toebehoorende Willem van Berghe streckende metten noorthende aen t’voorseide hoirs J° Jac. De Pape lant ende aenden wegh die loopt van Brugghe ten Dammewaert
Staende de voorseide twee leenen ende elck besonder ten dienste van trauwe en waerhede, ten relieve ende camerlijnck gelt van vollen coope
Ende elck t’alsulcken laste van thiende pennijnghen ende anders als andere leenen ghelijcken gehauden vanden selven hove.

Klapper of Lijst der Leenhouders

Pieter fs Pieter Reijphin
Anne Maerschalcx, t’wijf van Lieven Bosch, sijn nichte per doodt 1537
Heere Adriaen van Bourgoine,  pbrs hem aengewesen bijden Grooten Raedt tot Mechelen 1541
Lieven Roos bij coope 1545
Martineken Roos per mortem patris 1550
Op dees twee leenen heeft 2 £ groten jaerlijcx  losrente gerecht den penninck 16 Clays Hangman 1567
Jan fs Jacob Moreau per mortem Martijnken Roos, 1600 rapport overgebracht 15 lauwe 1630 de voornoemde rente gecasseert mits lossijnghe
D’Heer Nicolaijs Dherts bij coope
J° Marie Dherts bij successie van haeren vader
J° Ghijselbrecht Colve bij successie van sijn moeder
J° Cathelijne Marie fa dheer Mattheus Botsaer bij successie vanden voornoemden J° Ghijselbrecht haeren oom materneel 6 april 1648
Philips Guilliaume de Mel fs Dhr en Mr Philips bij versterfte van J° Marie Botsaert 29 oct 1682: Sr Jan Baptiste Breijdel bedienelijck man 8 maerte 1702
J° Catharine de Mel fa Dhr ende Mr Philips tot Brugghe bij de doot van haeren broeder Philips Guiliaume heeft de voorsijde 2 leenen op haer hooft verheven 7 sept 1724: rapport gedient als bij t’ 7 leen
J° Marie de Mel tot haer comende van haere suster J° Catharine voornoemt verheft door Joannes vande Wiele greffier van desen hove haeren geauthoriserden ende bedienelick man desen 7.8 ende 13 leenen, den 10 oct 1733 ferie 1702 folio 65
Mejouffrauw Beatrice de Bondy verheft den 26 maerte 1736 het voornoemde leen
J° Andreas Petrus de Fourgon verheft als hier vooren op het voorseide leen
J° Andreas Petrus de Fourgon adv. Vanden Raede van Vlaenderen tot Ghent verheft als hier vooren op het 7 leen.

 

Heemkunde Sint-Kruis

Leen nr 12

Leen groot 4 lijnen 25 roeden luttel meer of min inde prochie van St. Cruijs buijten Brugghe, noort oost vande kercke inde waterijnghe van Broucke tusschen Jan vander Straete leenen gehauden van Carlos de Seguieres aen beede de sijden, streckende metten noorthende aen mijn Jans vander Straete Siesseele lant, ende metten suijthende aenden lantwegh,

Staende ten dienste van trauwe ende waerhede ten relieve ende camerlinck gelt van de beste vrome t’elcker veranderijnghe

Klapper of Lijst van de Leenhouders

Jan vander Straete
Mr Francois vander Straete bij coope 1539
J° Joosijne vander Straete bij coope 1575
J° Marie vander Straete per mortem vanden voornoemde Joosijne, haere suster, rapport overgebracht 15 okt 1593
J° Joanna fa Mr Francois vander Straete uxor J° Charles de Groote, per mortem van voornoemde J° Marie haere suster; 19 febr 1611
J° Charles de Groote, heere van Drumes, per mortem matris
J° Guilliaume de Groote, heere van Drumes, per mortem patris, rapport overgebracht 3 oct 1643
J° Anthone Ignatius Damarin, heere van hoflande, causa uxoris vrauw Loijse Dorothea de Groote bij successie van haeren vader J° Alexander, volgends rapport vanden 11 febr 1690
J° Guilliaume Anthone Damarin, heere van Hoflande-Heule etc, bij de doodt van sijnen vader J° Anthone, Ignace tot Brugghe

Heemkunde Sint-Kruis

Leen nr 13

Leen groot 2 G lant luttel meer of min inde prochie van St.Cruijs, noort oost van de kercke in een jegenote geheeten den Broucke  “in Prieel” tusschen Brugghe en Damme, Carlos Sackiers leen aen allen zijde ende metten oosthende aenden heerewegh die loopt ten Dammewaert, 
Staende ten dienste van trauwe ende waerhede ten relieve van halfven coope ter veranderijnghe
Ende voorts t’alsulcken laste van thiende pennijnck mede anders gelijck als andere leenen staen in gelijcken gehauden

Klapper of Lijst van de Leenhouders

Willem de Deckere fs Joos
Francois Norroir, sijn neve per mortem
Adriaan Roos bij coope
Lieven Roos sijn broeder per doodt
Martijneken Roos sijn broeder  per mortem patris 1550
Jan fs Jacob Moreau per mortem Martijneken Roos per rapport vanden 18 maerte 1600
d’Heer Niclaijs Dherts bij coope
Jo Marie Dherts bij successie van haeren vader
J° Ghijselbrecht Colve bij successie van sijne moeder
J° Cathelijne Marie fa dhr Mattheus Botsaer bij successie van voornoemde J° Ghijselbrecht haeren maternelen oom 6 april 1648
Philips Guilliaume fs dhr ende Mr Guilliaume de Mel hem  gesuccideert bij versterfte van J° Marie Botsaer 29 oct 1682:
Sr Jan Baptiste Breijdel bedienelijck man 8 maerte 1702
F° Catharine du Mel fa dhr ende mr Philips tot Brugghe bij de doot van haer broeder Philips Guilliaume verheft dit leen up haer hooft en heeft rapport gedient 4 sept 1724 nr7
J° Marie de Mel tot  (…. ) haer comende van haere suster J° Catharine voonoemt verheft door Joannes van Wiele, greffier van desen hove haeren geauthoriseerden en bedienelijck man, desen :7.8.11.12 leenen, den 10 okt 1733 ferie 1702 fol 65
Mejouffrauw  Beatrice de Bondy heeft dit leen verheven 26 maert 1736
J° Andries, Petrus de Fourgon verheft dit leen als hier voren op het voorseide leen.

 

Heemkunde Sint-Kruis

Leen nr 14

Leen groot 9G 1L 38R luttel meer of min inde prochie van St Cruijs buijten Brugghe, neffens thiende leen hier voren, in diversche strijnghen al d’een aen d’ander, tusschen tselve thiende leen hier vooren, ende Mhr Silvester de Matanca, beede aen noort westsijde, de weduwe van Mhr Frans de Boodt ende den selven Matanca beede met de suijt oost sijde, verhackende met den suijt west eijnde aende Spieghelwegh
Staende ten dienste van trauwe ende waerhede ten vollen relieve van 10 ponden ende camelijnck gelt t’elcker veranderijnghe.
Voorts ter vercoopijnghe alienatie ofte belastijnghe t’alsulcken laste van thienden pennijnck ende anders als andere leenen gehauden vanden selven hove

Klapper of Lijst der Leenhouders

Willem Scovijn
Jan sijnen soone per doodt 1533
d’heer Jan Breijdele fa Jans bij coope 1567
J° Isabelle de Boom fa J° Jacques 20 novembre 1632
J° Marie de Crits bij erfvenisse van 6 julij 1700 van Mhr Cornelius, Dominicus de Croesere, rudder , heere van Oudenthin Dennebroucq etc  die der anquam bij de doodt van sijne moeder vrauw Joosijne Livijne fa J° Jacques de Boom als per rapport vanden 12 julij 1700
J° Anthone Dhooge, schepene slants vanden Vrijen tot Brugghe fs Dhr ende Mr Jan Anthone heeft dit leen verheven op sijn hooft bij procuratie van sijn moeder J° Angeline Theresse Pattijn, haer commende bij de doodt van haere moeije de voornoemde J° Marie de Crits, bedienelijck man den griffier Jan van Overschelde, 8 ougst 1725
J° Jan Baptist Dhooge fa J° Jan, schepen slands van den vrijen heeft  dit leen op sijn hooft verheven hem toecommende bijn den overlijden van vrauw Anghelijne Patiijn, douarière van J° Frans Anthone Dhooghe , sijne vrauw moedere, heeft gestelt voor bedienelijck man Cornelis Govaert volghens particuliere acte gheschreven op zegels van drij guldens van daeten 12 meije 1740
J° Frans Dhooge tot Brugghe bij de doot van sijnen voornoemden broeder verheft door sijnen geauthoriseerden Jan Faveau het voornoemde leen den 14 april 1745

Heemkunde Sint-Kruis

Leen nr 15

Leen groot 11G 2L 14R ende per rapport overgegeven bij J° Guilliaume Frans de Boodt den 25 janrij 1702 maer groot 11G 1L 6R  inde prochie van St.Cruijs in twee parcheelen
1. Noort van de kercke ende bij dhofstede toebehoorende mijn heer vander Haeghe in twaalfste begin van de waterijnghe vanden Broucke 1G 27R lants ende is een drij houck, al tusschen den waterganck genaemt d’Eede aende suyt sijde den herrewegh die van Brugghe naer Damme loopt aende noort sijde, streckende metten oosteijnde aen dis van St Janshuijs in Brugghe lant, ende metten westhouck int vergaderen vanden selven herrewegh ende d’Eede
2.Noort daer bij den voorseijden herrewegh in tweede begin vanden voornoemden waterijnghe 10G 49 R lants ende sijn veel strijngen, suijt ende noort al tusschen mijn heer van Waterdijck met eene partije van 9G 66R lants en erve, aende noort sijde den selve heere van Waterdijck met sijnen leene gehauden van J° Sr Lanchals aende westsijde streckende metten suijt eijnde crom aende herrewegh ende metten noort eijnde aenden hoir feodal van J° Joosijne de Boom, leen gehauden van desen hove
Staende ten dienste van trauwe ende waerhede ten relieve ende camerlinck gelt van vollen coope
Ende voorts t’alsulcken laste van thiende pennijnck ende andere hovelicke devoiren als andere leenen in ghelijcken gehauden vanden selven hove

Klapper of Lijst der Leenhouders

Anselmus de Boodt fs Willems
Dheer Guilliaume de Boodt bij de doodt van sijnen vadre den voornoemden Anselmus per rapport van 17 sept 1587
J° Marie de Boodt fa dhr Guiliaume per mortem patris per rapport van J° Frans de Boodt haeren man den 11 maerte 1602
J° Frans de Boodt per mortem matris
J° Charles Frans de Boodt per mortem patris
J° Guilliaume de Boodt fs J° Frans bij verderdijnghe jegens J° Charles Frans de Boodt sijnen broeder den 22 april 1664
J° Guilliaume Francois fs J° Guilliaume de Boodt 25 janrij 1702
J° Guilliaume Gisbert van Raveswaij bij de doodt van sijnen oom J° Guilliaume Francois de Boodt boven genoemt heeft

 

Heemkunde Sint-Kruis