Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

De Zorge

Het gebouw was aanvankelijk een landelijke hoeve en een herberg. Ervoor lag een bolbaan waar het in de schaduw van de leilinden heerlijk toeven was. Vooral met Sint-Kruiskermis kwam menig Bruggeling er na een mooie wandeling een boterham met 'een pateeltje hespe' verorberen met natuurlijk een frisse pint erbij. Voor het gemeentebestuur het gebouw in 1933 aankocht om tot gemeentehuis te verbouwen, was er in de herberg overigens ook een slagerij gevestigd. Zou die lekkere 'hespe' daar iets mee te maken hebben...?

Herberg De Zorge in Sint-Kruis
B.O. 2005/2
Yvette Kemel

Net voorbij de kerk van de Heilige Kruisverheffing in Sint-Kruis, op de hoek van de Moerkerkse Steenweg en de Polderstraat, ligt de voormalige herberg "De Zorge". Voor de leden van onze heemkundige kring is dit gebouw zeker geen onbekende, want het lokaal is er ondergebracht. Het is overigens een van de weinige oude gebouwen die de sloop- en verbouwwoede rond de kerk overleefd heeft. Het verhaal van "De Zorge" start in 1834.

"De Zorge" als herberg.

Familie Lamote
In 1834 verhuren Jan Aybert Stockhove de Buytswalle en zijn zuster Isabelle 1 ha 75 a en 34 ca zaailand gelegen in het 31 ste begin van de Watering van de Broek (Dorp sectie C/160) aan Seraphin Lamote en Joanna Vervisch. De huurprijs bedraagt 130 frank per jaar. Het perceel wordt verhuurd voor een periode van zevenentwintig jaar. In het contract wordt bepaald dat zij daar een huis mogen bouwen in steen met pannen gedekt en een schuur met werkwinkel. Zij krijgen ook de toelating om er fruitbomen te planten en het perceel af te bakenen met hagen. Bij een eventuele verkoop krijgen de verhuurders van de grond als eerste de kans om de gebouwen te kopen (1).
Op het perceel werd de herberg "De Zorge" en een tweewoonst gebouwd. De herberg werd uitgebaat en bewoond door het gezin Lamote- Verviseh. Het ene gedeelte van de tweewoonst werd verhuurd aan Jacobus Janssens en zijn echtgenote Petronella Gevaert, het andere aan Francis Lamote.
De herberg omvatte een keuken, een kamer, een vautekamer, achterhuis, kelder en een zolder. Verder was er een koeienstal, een werkwinkel aan de oostzijde en twee schuren. lIet perceel was omzoomd met achttien knotwilgen en hagen, aan de voorzijde stonden acht linden. In de boomgaard stonden er drie okkernootbomen en twaalf kerselaars, peren- en appelbomen.
Seraphin Lamote werd gehoren op 3 april 1801 in Sint-Kruis als zoon van Ignatius en Isabelle Baute. In dit gezin werden veertien kinderen geboren. waarvan een doodgeboren en twee die stierven na enkele maanden. Vader Ignatius was werkman en met elf monden te voeden zal het gezin het niet breed hebben gehad. Seraphin Lamote huwde in Damme op J juni 1834 met Joanna Vervisch. Zij werd geboren in Sint-Kruis op 27.03.1799 als dochter van Josephe en Barbara Beyaert. Ook haar vader was een eenvoudige werkman. Waar Seraphin en Johanna het geld vandaan haalden om dergelijke investering te doen is niet duidelijk. Er werd geen akte gevonden waaruit blijkt dat zij geld leenden. Seraphin had wel een contract afgesloten met Antoine De Meulemeester van de brouwerij "Den Arend" voor het leveren van bier (2). Het is mogelijk dat deze het geld leende met de voorwaarde dat men alleen bier verkocht uit de brouwerij "Den Arend". Dergelijke contracten werden door de meeste Brugse brouwerijen afgesloten.
In het gezin Lamote- Vervisch werden twee kinderen geboren: Josephus (10 augustusl836) en Leopold (17 oktober 1840). Joanna Vervisch stierf op 24 december 1846 in de Boeveriestraat C5/55. In de 19de eeuw was dit het huisnummer van de godshuizen "De Moor". Het is vreemd dat een vrouw van 47 jaar, met echtgenoot en jonge kinderen die gedomicilieerd is in Sint-Kruis, in een godshuis in Brugge sterft. De reden waarom werd niet achterhaald. Zij komt niet voor in de lijsten van bewoners van deze godshuizen, noch in de processen-verbaal van de Burgerlijke Godshuizen. In deze registers wordt nochtans melding gemaakt van alle gebeurtenissen en opnames die verband houden met de godshuizen en hospitalen die onder hun bevoegdheid valt, waaronder de godshuizen De Moor.
Op 4 mei 1848 hertrouwde Seraphin met de 27 jarige Barbara De Jonghe. Zij was afkomstig uit Maldegem en was de dochter van Pieter en Maria Magdalena Lasoen. Zij kregen één dochter, Maria Theresia Lamote, geboren op 7 januari 1850. Op 24 februari, ruim een maand na de geboorte van hun kind, overleed Seraphin. Om de erfeniskosten en de erfenis uit te betalen aan de kinderen uit het eerste huwelijk van Seraphin moest Barbara geld lenen. Zij leende negenhonderd frank van Jacobus De Meulemeester, zoon en opvolger van brouwer Antoine, met de herberg en de tweewoonst als onderpand (3). In het contract werd als voorwaarde gesteld dat men uitsluitend bier mocht verkopen afkomstig uit de brouwerij "Den Arend". Op het perceel was intussen een kleine verandering gebeurd, een van de schuren was omgebouwd tot varkensstal. Bij de tweewoonst stond een werkwinkel, een schuur en varkensstallen in hout, gedekt met pannen.
Op 30 december 1850 hertrouwde Barbara De Jonghe met François Spelier (Moerkerke, 7 juli 1818), een timmerman. Zij kregen twee zonen: August (28 juli 1853) en Franciscus (17 september 1854). François Spelier stierf op 18 januari 1855 en op 6 november 1856 trouwde Barbara  De Jonghe een derde maal, nu met Petrus Vandenneste. Hij was net als zijn echtgenote afkomstig uit Maldegem. Hij oefende het beroep van schoppenmaker uit in de schuur achter de herberg "De Zorge". Ook uit deze relatie werd een kind geboren, Hypolite Vandenneste (27 februari 1858). Op 6 april 1858 werd de herberg met aangelanden en de tweewoonst openbaar verkocht. De veiling ging door in "De Zorge" zelf. Het hoogste bod, namelijk 3000 frank, kwam van Hendrik Duthoy en Joanna Lamote, zij werden dan ook de nieuwe eigenaars. Tegelijk werd een aantal goederen geveild uit de herberg en de werkplaats (zie bijlage) (4).

Duthoy - Lamote
Hendrik Duthoy werd geboren in Damme op 2 januari 1816 als zoon van Franciscus Bernard en Francisca Laurence De Backere. Zijn beroep was timmerman-schrijnwerker. Hij huwde op 2 februari 1854 met Joanna Francisca Lamote (Sint-Kruis, 13 mei 1824) de dochter van Joannes Franciscus en Joanna Catharina Roets. Zij was dus de nicht van Seraphin Lamote, de eerste uitbater van de herberg. Haar vader en Seraphin waren broers. Toen zij de herberg kochten, hadden zij reeds twee kinderen Philomena (Sint-Kruis, 1 mei 1854) en Rosalia (Roxem, 13 februari 1856). Joanna was toen zwanger van een eerste zoon Gustavus, geboren op 10 augustus 1858. Zij kregen nog vier kinderen: Clementia (23 april 1860), Ludovica (Louise) (6 april 1862), Jutius Cesarius (13 augustus 1865) en Eulalie (2 oktober 1867). Hendrik Duthoy stierf op 2 januari 1868, Eulalie, zijn jongste dochter, korte tijd nadien.
Hendrik Duthoy en zijn echtgenote hadden vijf jaar voordien, op 5 maart 1863, de gebouwen verkocht aan Isabelle Stochove voor 2.669 frank. Ook de rente die op het huis bezet was nam zij voor haar rekening. Dit was ongeveer één jaar na het vervallen van het cheinscontract. Isabelle was na het overlijden van haar broer alleen eigenares van de grond (5). Tegelijk werd er een huurcontract afgesloten tussen Isabelle Stochove en Hendrik Duthoy. De huurprijs bedroeg 450 frank per jaar in één keer te betalen. De eerste huur moest men echter maar op 1 oktober 1866 betalen. Het huurgeld diende ieder jaar persoonlijk bij de eigenares thuis in de Nieuwstraat betaald te worden. De tweewoonst was nog steeds verhuurd aan Jacobus Janssens en Francis Lamote, zij betaalden hun huur aan Hendrik Duthoy. Dat het na het overlijden van haar man voor Joanna niet eenvoudig was met zes kinderen en de uitbating van een herberg met een kleine boerderij, kan men zich wel voorstellen. Het is dan ook niet te verwonderen dat ze snel een nieuwe echtgenoot koos. Op 16 juni 1869 hertrouwde ze met Joannes Leckx, in de volksmond, Wanije Leks (6). Hij werd geboren in Oedelem als zoon van Jan Baptist en Francisca Sercu. Hij was werkman van beroep toen hij huwde, later stond hij steeds ingeschreven als herbergier. Hij was de eerste die het atelier niet gebruikte voor een ambacht.

Stochove de Buytswalle
Isabelle Marie Catharina Ghislaine Stochove de Buytswalle werd geboren in Brugge op 21 maart 1797. Zij was de dochter van Jean Charles Ange Ghislain en Isabelle Copieters 't Wallant. Zij had slechts één broer, Jan Aybert (Moerkerke, 18 juni 1794) die ongehuwd overleed in Brugge op 26 oktober 1857 (7). Isabelle overleed, ook ongehuwd, in Brugge op 18 december 1869 en werd begraven bij haar broer op het kerkhof van Sint-Kruis. Doordat zij, noch haar broer, rechtstreekse erfgenamen hadden, ging de erfenis naar de kinderen van Charles Bernardin Coppieters en Thérèse Marie Josephe Stochove, oom en tante van Isabelle. Elk van de kinderen erfde één zesde: (8)
1. Charles Coppieters-Stochove (1840-1877), pastoor in Sijsele. Hij kwam naar Sijsele als onderpastoor in 1831. Door de ziekte van de pastoor kreeg hij als opdracht de werken aan de nieuwe parochiekerk op te volgen. Nadat hij tot pastoor benoemd was zorgde hij voor de oprichting van een meisjesschool en liet zes zusters Maricolen naar Sijsele komen om de school te leiden.
2. Marie Coppieters-Stochove, douairière van Jan Baptist Adolph Coppieters 't Wallant.
3. Joseph Coppieters-Stochove (1813-1872), vrederechter van het derde kanton Brugge, gehuwd met Nathalie Gilliodts. Hij woonde in de Sint-Jorisstraat op de hoek met de Poitevinstraat.
4. Colette Coppieters-Stochove (1816-1878), religieuze in de orde van de augustijnen in het klooster van Berlamont in Brussel.
5. De kinderen van de overleden Bernard Coppieters-Stochove (1810-1870) en Adèle Thérèse Josephe Arents de Beerteghem: Charles Bernard, Helena Adile Celestine en Theodore Josephe Bernard.
6. De kinderen van Louis Antoine Firmin Frennelet (1799-1852) en Anne Thérèse Ghislaine Coppieters-Stochove (1818-1851): Marie Isabelle Dorothée Frennelet gehuwd met Désiré Charles de Thibault de Boesinghe, Gabriela Caroline Isabelle Frennelet en Louise Frennelet gehuwd met Emile Leopold de Thibault de Boesinghe.
De erfenis bestond uit land en hofsteden in de gemeenten Retranchement, Zuidzande, Cadzand en Heile in Nederland, een huis, dat door haar bewoond werd, in de Nieuwstraat in Brugge, een hofstede in Lissewege met land uitstrekkende over de gemeenten Zuienkerke en Uitkerke. een hofstede in Steene, de herberg "De Zorge" met de tweewoonst in Sint-Kruis, een huis in Oostkamp en percelen land in diverse gemeenten. "De Zorge", intussen verhuurd aan Jan Leckx, werd samen met de hofstede in Lissewege en een aantal percelen bouw- akker- en weiland in verscheidene gemeenten in kavel D gebracht voor een waarde van 228.762,55 frank. Deze kavel werd toegekend aan Charles Bernard, Helena Adile Celestine en Theodore Josephe Bernard, de kinderen van Bernard Coppieters-Stochove en Adèle Thérèse Josephe Arents (9).

Timmerman - Duthoy
Wat gebeurde er intussen in "De Zorge"? In 1869 werd één van de tweewoonsten bij de herberg gevoegd. Er werden drie kamers bijgemaakt, twee door verbouwing van de tweewoonst en een kleine ruimte achter de gelagzaal werd vergroot. Vanuit de gelagzaal kon men via een viertal trapjes in een van de kamers komen (10). Ook op gebied van familiaal leven gebeurde heel wat. Philomena Duthoy huwde op I mei 1854 met Augustus Hautekeete. In 1878 gingen zij in het overgebleven buurhuisje wonen, een jaar later overleed Philomena. Augustus hertrouwde op 11 februari 1880 met Mathilde Cauwels uit Assebroek, zij bleven tijdelijk in het huisje wonen. Clementia Duthoy huwde op 22 april 1897 met Henricus Debondt, landmeter en vestigde zich wat verderop in de Moerkerkse Steenweg. Ludovica (Louise) Duthoy huwde op 28 april 1897 met Henricus Timmerman (11).
Joanna Lamote overleed op 30 september 1890, zij woonde toen nog steeds in "De Zorge" (12). Jan Leckx overleed op 30 oktober 1897. De herberg was intussen overgenomen door hun dochter, Ludovica Duthoy en haar man Hendrik Timmerman (Sint-Andries, 15 december 1868) een 'meester' beenhouwer. Op 8 maart 1897 werd een aanvraag ingediend bij het gemeentebestuur om één van de kamers aan de westzijde van de gelagzaal om te bouwen tot slagerswinkel. De aanvraag werd goedgekeurd en zo werd "De Zorge" een herberg en beenhouwerij (13). "De Zorge" was een goed beklante herberg. Op zonnige zomerdagen kwamen de Bruggelingen onder de linden een pint je drinken of een plateeltje hesp met tarwebrood eten. In het gezin Timmerman-Duthoy werden vijf kinderen geboren: Marie Henriette (25 februari 1898), Leon Jozef Henri (14 juli 1899), Gerard Antoon Joseph (18 januari 1901), Martha Marguerite (27 januari 1902) en Anthonia Maria (1 oktober 1905).
In 1908 werd aan de westzijde van de herberg een open constructie aangebouwd (15).
En in 1910 kreeg Hendrik Timmerman de toestemming om deze constructie te vervangen door een overdekte bolbaan. Dit stond haaks op de herberg met één van de korte zijden palend aan de Polderstraat. Het gebouw was 13,95 meter lang en 4 meter breed (16). Voor de herberg, kant Moerkerkse Steenweg, lag een openlucht bolbaan. Ludovica overleed op 3 mei 1925 na een langdurige ziekte. Hendrik verhuisde na de verkoop van "De Zorge" naar de Dudzeelse Steenweg 52, en overleed er op 12 december 1945.

Coppieters-Stochove
Op 30 augustus 1933 verkoopt Hubertus Coppieters-Stochove "De Zorge" aan het gemeentebestuur van Sint-Kruis voor de som van 109.565 frank inclusief de onkosten (18). Hubertus Coppieters-Stochove had "De Zorge" verkregen bij erfopvolging. Hij was de zoon van Ernest en Valerie Delebecque, die op zijn beurt zoon was van Joseph Coppieter-Stochove en Nathalie Gilliodts. Zij woonden op het kasteel "Ruddershove" aan de Houtkaai in Sint-Pieters-op-den-Dijk. Ernest was consul van Hawaï van 1880 tot 1898. Na zijn terugkeer in België hield hij zich uitsluitend bezig met historisch onderzoek. Hubertus Coppieters (Gent, 23 september 1876) studeerde af als doctor aan de faculteit Letteren & Wijsbegeerte. Op 15 juli 1902 huwde hij op het kasteel "Altena" in Vivenkapelle met Gabriëlle de Thibault de Boesinghe. Kort daarna werd hij benoemd tot archivaris van het Rijksarchief van Bergen en in 1907 werd hij adjunct-conservator van het Rijksarchief in Antwerpen. Na zijn pensionering vestigde hij zich in het ouderlijk kasteel in Sint-Pieters (19).

In 1920 nemen een aantal mensen waaronder Walter Van Robays en Karel Casteleyn, het initiatief om een nieuw feestcomité op te richten. Door de oorlogsomstandigheden en de moeilijk naoorlogse periode was de kermistraditie verloren gegaan. Men besloot om wekelijks te vergaderen, met de voorzitters van de Sint-Krui se verenigingen, om een goed kermisprogramma samen te stellen. Dit zou telkens in een andere herberg gebeuren. De eerste vergadering had plaats op 25 augustus 1920 in "De Zorge" bij deze gelegenheid werd Karel Casteleyn benoemd tot voorzitter (17).

"De Zorge" als gemeentehuis.
Al sinds 1909 had het gemeentebestuur van Sint-Kruis plannen om een eigen gemeentehuis te bouwen. Tot nu toe vonden de zittingen van de gemeenteraad plaats in de vergaderzaal van het café 't Schuttershof in de Moerkerkse Steenweg (20). Ook de huwelijken vonden daar plaats. Halfweg de jaren twintig, onder burgemeester Karel Casteleyn, kregen deze plannen vorm. Er werd een architect aangesteld maar een geschikte inplanting werd niet gevonden. In 1933 werd Pieter (Pier) Janssens als burgemeester aangesteld. De plannen voor de bouw van een nieuw gemeentehuis kwamen weer op tafel. Juist in die periode was de herberg "De Zorge" te koop. De voordelen waren legio: een goede ligging nabij de kerk en na het slopen van de gebouwen zou er voldoende ruimte beschikbaar zijn. Zo ver zou het echter niet komen. Na een kostenraming voor het slopen van het gebouwen voor de nieuwbouw, bleken de financiën van de gemeentekas ontoereikend. Er werd toen besloten om het bestaande gebouw te verbouwen. Onder de aannemers van Sint-Kruis werd een aanbesteding uitgeschreven voor de nodige aanpassingswerken naar plannen van architect Guido Van Daele. Aannemer Godfried Depreeuw kreeg het werk toegewezen. Zijn broer Leo plaatste de elektriciteit en de firma Linthout voerde de schilderwerken uit. De Vlaamse schouw in de raadszaal met het opschrift "Bestuur altoos rechtvaardig, de naam De Zorge waardig" werd door de burgemeester Pieter Janssens en de heren Van Coillie, Vermeulen, d'Eeckhoute, de Maleingreau d'Hembise, Thys, Carrebrouck, Plas, Huys en Van Hoorickx uit eigen zak betaald. De werken werden door de schepenen Camiel Thijs en Hubrecht Van Robays opgevolgd. Alle bijgebouwen achter en naast het gebouw werden afgebroken. De ingang van de raadzaal kreeg een voorportaal met spitsdak.
De indeling van de lokalen zag er als volgt uit: aan de voorzijde een bureel, een wachtzaal, nog een bureel, de raadzaal, een slaapkamer behorend bij het conciërgegedeelte en een polyvalente ruimte. Aan de achterzijde een groot en klein bureel naast elkaar, de keuken van het conciërgegedeelte, een bergruimte met uitgang en twee naast elkaar liggende slaapkamers en tenslotte het sanitaire gedeelte (21). De kosten voor het opknappen van de raadzaal kwamen op 151.218 frank. Daarin zijn begrepen: meubilering en aankleding van de raadzaal, de aanbouw van het voorportaal, vervanging van de roostering en het schilderen van de voorgevel. Er waren reeds voor 150.000 frank werken gebeurd en een zelfde bedrag werd voorzien voor de elektriciteit en het sanitair (22).
In de kamers bestemd voor de conciërge werden heel weinig aanpassingswerken uitgevoerd zodat men deze gedeelten al vlug kon verhuren. Carlos Burgraeve en zijn echtgenote huren vanaf 15 januari 1934 de keuken, drie vautekamers, de kelder, een bergplaats, de koer en de weide met boomgaard voor 100 frank per maand. Zij verbleven slechts zes maanden in "De Zorge". Op 28 juli 1934 werd het conciërgegedeelte verhuurd aan Gabriëlle en Susanne Van Cleemput dochters van Edmond en Eulalie Viane. Beiden werden geboren in Sint-Kruis, Gabriëlle, op 26 januari 1901 en Susanne, op 17 maart 1902. Zij werden gekozen uit negen kandidaten. De huur bedroeg 125 frank per maand en zij ontvingen 125 frank vergoeding voor het onderhoud van de gebouwen. Dit hield in het poetsen van de raadzaal, de burelen en het sanitair gedeelte, maar ook de stoven aansteken en behoorlijk onderhouden. Ook buiten, rond het gemeentehuis, diende er gepoetst te worden. De gemeente zorgde voor het nodige materiaal en de reinigingsmiddelen. Het was hun verboden om muziek te spelen tijdens de kantooruren en tijdens de vergaderingen van de gemeenteraad. Het was ook verboden om dieren te kweken. Zij konden geen aanspraak maken op kosteloze verlichting noch verwarming (23). Susanne overleed op 12 juli 1967 en Gabriëlle verhuisde naar de Julius Delaplacestraat nummer 163. Zij overleed bij de Zwarte Nonnen aan de Spaanse Loskaai op 6 oktober 1979.
Op 29 oktober 1934 werd het eerste gemeentehuis van Sint-Kruis officieel ingehuldigd. Uit de toespraken blijkt dat zowel de burgemeester als de raadsleden zeer tevreden waren over het resultaat. Men had getracht het landelijke karakter van het gebouw te bewaren en men was daar wonderwel in geslaagd. Toch bleek het nieuwe gemeentehuis ontoereikend. Het politiekantoor en de bevolkingsdienst waren ondergebracht in de Polderstraat, in het gebouw tegenover "De Zorge". Uit de toespraak van de burgemeester bleek dat gezien de crisistijd dit slechts een noodoplossing was. De plannen voor de volledige vernieuwing van het centrum met een nieuw gemeentehuis werden echter door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verijdeld. In de jaren vijftig werd opnieuw een poging ondernomen om een volledig nieuw centrum aan te leggen met een nieuw gemeentehuis. Een ontwerp werd getekend, doch nooit uitgevoerd (24). "De Zorge" bleef zijn functie van gemeentehuis behouden tot 1969.

"De Zorge" als bibliotheek en cultureel centrum.
Eind 1969 werd gestart met de verbouwing van het gemeentehuis tot jeugdbibliotheek, enkel de raadzaal bleef gehouden. De architecten waren Maurice en Luc Vermeersch uit Brugge. Het gedeelte aan de westzijde werd ingericht als jeugdbibliotheek, leeszaal en technische zone. Het lokaal aan de oostzijde van de raadzaal werd ingericht als discotheek. Op de zolder had men een vertelruimte en achteraan werd een leestuin aangelegd (25). De raadszaal werd opgeknapt en verder gebruikt voor vergaderingen, huwelijksinzegeningen en officiële feestelijkheden. De administratie, bevolkingsdienst en politie waren begin oktober 1969 overgebracht naar het voormalige café "Gildenhuis" in de Moerkerkse Steenweg. Ook de burgemeester en schepenen hielden er voortaan hun zitdag (26). Men had het gebouw gerenoveerd en aangepast als administratiecentrum.
In 1977 werd een nieuw gemeenschapshuis ingehuldigd in de Moerkerkse Steenweg. De bibliotheek, de politiediensten, kinderwelzijn en de administratieve diensten van de gemeenteafdeling vonden daar onderdak. Het gemeentebestuur van Brugge, waar Sint-Kruis sinds 1971 deel van uitmaakte, besloot om de leegstaande gebouwen van "De Zorge" te verhuren aan verenigingen. Sinds 1 november 1978 wordt de westelijke vleugel van "De Zorge" en een gedeelte van de zolderverdieping verhuurt aan de Heemkundige Kring Maurits Van Coppenolle. Het oostelijk deel en de rest van de zolder wordt sinds 1 februari 1980 verhuurd aan de toneelkring Reynaert. De fotoclub Foto Atelier heeft zijn lokaal in de oude raadzaal. Deze laatste is tevens beschikbaar als polyvalente zaal en kan gehuurd worden voor tentoonstellingen, cursussen en dergelijk meer.

Bijlage. Veiling van een aantal goederen uit de herberg en de werkplaats tijdens de verkoop van het eigendom op 6 april 1858 (RAB, Notariaat depot Soenen 1957 nr. 36 notaris Ferdinand Colen.)
o Vijftien stukken hout aan Charles Reybrouck 3 frank.
o Vier vensterramen aan Jan Caene werkman uit Sint-Kruis 0,40 frank.
o Vier zagen aan Karel Acx timmerman uit Brugge 4, 25 frank.
o Tien schoppen aan Amand Lootens landbouwer in Sint-Kruis 2,70 frank.
o Een deel rommel aan Louis Dejaeger werkman uit Sint-Kruis 3,50 frank.
o Een deel boom bul/en en kanthout aan dezelfde 4 frank.
o Een windmolen met toebehoren (miniatuur?) aan Pieter Van Den Broucke landarbeider uit Sint-Kruis 4 frank.
o Een deel brandhout aan Pieter De Bruycker werkman uit Sint-Kruis 5 frank.
o Tachtig bonden stro aan Jan Dhondt koopman uit Brugge 5,50 frank.
o Een deel houten planken aan Jan Cleemput werkman uit Sint-Kruis 9 frank.
o Een karn met toebehoren aan Franciscus Becu landarbeider uit Sint-Kruis 7 frank.
o Zes stoelen aan Karel Hevene uit Sint-Kruis 6 frank.
o Zes stoelen aan Jan Delaere uit Sint-Kruis 3 frank.
o Een deel gleyerswerk aan Jan Meulenbrouck hovenier uit Sint-Kruis 2 frank.
o Een glaswerk aan Jan Van Cauwenberghe herbergier uit Steenkerke 3 frank.
o Idem aan Jan Stevens uit Brugge 4 frank.
o Een tafel aan Jan Timmerman herbergier uit Sint-Kruis 1,50 frank.
o Vierentwintig glazen aan Jan Dollé uit Sint-Kruis 2 frank.
o Een dis aan Karel Acx timmerman uit Brugge 2 frank.
o Een stove met toebehoren aan de voornoemde 8,50 frank.
o Drie tinnen liters aan Franciscus Desmedt uit Sint-Kruis 7 frank.
o Twee dobbel liters aan Charles Huys werkman uit Brugge 4,25 frank.
o Vijf tinnen deksels aan voornoemde 2 frank.
o Drie karaffen aan Jan Timmerman 2, 10 frank.
o Een deel pinten glazen en kappers aan voornoemde 4,50 frank.
o Idem aan Jan Huys 2 frank.
o Een kortewagen aan Jan Timmerman 4,50 frank.
o Een zeil aan Jan Vanhulle uit Brugge 5 frank.
o Een koffer en een tafel aan Jan Delaere 3 frank.
o Een boombul aan Amand Van Hoorickx smid-wagenmaker uit Sint-Kruis 10 frank
o Een zeil aan Jan Devenijs uit Sint-Kruis 5 frank.
o Acht stoelen aan Antoine Billet uit Sint-Kruis 4,50 frank.

(1) (RAB), Notariaat depot Soenen 1957 nr. 28 notaris Ferdinand Colen
(2) Later de brouwerij Aigle-Belgica.
(3) RAB, Notariaat depot Soenen 1957 nr. 28 notaris Ferdinand Colen.
(4) RAB, Notariaat depot Soenen 1957 nr. 36 notaris Ferdinand Colen
(5) RAB, Notariaat depot Van Hove 1964 nr. 103 notaris Louis Josephe Bouuaert
(6) Sint-Kruis Oud en Nieuw Magda Cafmeyer pag.lll.
(7) Tablettes de Flandres nr. 8 pag. 405.
(8) RAB. Notariaat depot Van Caillie 2000 nr. 21 notaris August Van Elslande.
(9) Charles Bernard Coppieters-Stochove (Brugge. 5 april 1846) werd priester gewijd in 1869 en was leraar aan het Sint-Lodewijkscollege. In 1876 werd hij aangesteld als vicaris in Dadizele en één jaar later in de Sint-Walburgakerk in Brugge. In 1888 werd hij aangesteld als priester van Sijsele. Vanaf 1894 directeur van de school Hemelsdale in Brugge en van 1912 tot aan zijn dood in 1917 kanunnik van de Sint-Salvatorskathedraal. Doordat zijn broer en zuster reeds overleden waren ging zijn erfenis voor de helft. waarbij ook "De Zorge", naar de familie Coppieters-Stochove en de andere helft naar Aquilin Arents de Beerteghem, enige erfgenaam van moeders zijde.
Helena Adile Celestine Coppieters-Stochove (Brugge, 15 februari 1848) was prefect en medestichtster van de congregatie van Onze-Lieve-Vrouw op de Magdalena-parochie. Deze groepering van religieuze vrouwen betrok een woning in de Nieuwe Gentweg. Helena overleed er op 24 juli 1899.
Theodore Josephe Bernard Coppieters-Stochove (Brugge, 3 december 1851) was kerkmeester van de Magdalenakerk in Brugge. Hij stierf een plotse dood op de openbare weg in de Klaverstraat op 13 januari 1884. Zie Tablettes de Flandres nr. 8 pag. 203-219.
(10) (SAB), Archief Sint-Kruis 1031/69/3 1869.
(11) SAB, Archief Sint-Kruis nr.627A volkstelling 1866-1880. Verder waren er nog Gustavus Duthoy die huwde in Sint-Kruis op 21 december 1892 met Octavia Lust, Julius Cesarius Duthoy die in 1893 in Jabbeke huwde met Cecilia Gielen en Rosalia Duthoy die huwde op 20 september 1882 met Arthur Legier uit Sint-Kruis.
(12) SAB, Archief Sint-Kruis nr. 628A volkstelling 1880-1890.
(13) SAB, Archief Sint-Kruis nr. 31 nr. 112.
(14) Sint-Kruis Oud en Nieuw Magda Cafmeyer pag. 111.
(15) KadasterarchiefBrugge, perceelsmutatie 1908 nr. 5.
(16) Kadasterarchief Brugge, perceelsmutatie 1911 nr. 5. SAB Archief Sint-Kruis nr. 1166/0069.
(17) SAB. Archief Sint-Kruis nr. 1698
(18) RAB. Notariaat Bossuyt W. depot 2004 nr. 26 notaris Octaaf De Weert.
(19) Tablettes de Flandres nr. 8 pag. 239-240.
(20) Naast apotheek Filip Van Damme Moerkerkse Steenweg 169. Is opgenomen in het gebouw van de Fortisbank
(21) Archief WGSK, Fonds Carlos Jansseune nr. FCl 6.02.00A
(22) SAB, Archief Sint-Kruis nr. 1182.
(23) SAB, Archief Sint-Kruis nr. 33
(24) SAB, Archief Sint-Kruis nr. 1184.
(25) SAB, Archief Sint-Kruis nr. 1183
(26) Brugsch Handelsblad 1 oktober 1969.