Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Couckhuyt

Herberg Couckhuyt

Albert Goddijn genaamd "de oude", was in Lichtervelde geboren rond 1688. Hij kwam naar Brugge wonen, werd als poorter ingeschreven in 1723-24, en overleed er op 03.01.1765.

Albert Goddijn vestigde zich oorspronkelijk als kruidenier en werd in 1714 lid van de nering van de kruideniers. In 1713 huwde hij in Brugge met Anne-Marie Maton. Zij hadden vier kinderen. Bij het overlijden van zijn echtgenote in1723 werden in de inventaris van het sterfhuis de voorraden geschat door zijn collega's kruideniers. De voornaamste stocks waren olie, azijn en suiker. 
In 1741 hertrouwde Albert Goddijn met Anna Tailliu, bij wie hij negen kinderen had.

In 1740 richtte Goddijn als eerste een suikerraffinaderij op in Brugge. In 1763 stelde hij vier personen te werk en produceerde jaarlijks 12.000 pond kandijsuiker, 40.000 pond witte bloemsuiker, 36000 pond blokjessuiker en 60.000 pond stroop. Dus in totaal een 65 ton suikerproducten. De verkoop hiervan gebeurde hoofdzakelijk in Brugge, in het Brugse Vrije maar ook in Ieper en Frankrijk. De raffinaderij was ondergebracht in de Zuidzandstraat. Hij had in 1728 "De Groote Naelde" en "de Cleene Naelde" aangekocht, later aangevuld met twee achterliggende huizen in de Korte Vulderstraat, die gebruikt werden voor "rafinade en pakhuis".
Bij zijn overlijden in 1765 liet Albert Goddijn een behoorlijk nalatenschap na. In de "Staet van Goede" werd het rafinage materiaal geschat op 260 pond. De voorraden op 3.225  pond. Met inbegrip van de roerende goederen bedroeg de activa 6.940 pond. Er waren wel een ganse reeks dubieuze debiteuren, van wie men weinig hoop had iets te kunnen  recupereren
Goddijn had ook een belangrijk onroerend bezit. Naast de eigendommen in de Zuidzandstraat en Korte Vulderstraat had hij nog vier eigendommen binnen Brugge en een herberg "De Couckhuyt op Male te Sint-Kruis en twee gemeten zaailand te Moerkerke.