Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

kaart 1853

Kaart van Sint-Kruis dd 1830-1942 

Kaart dd 1942-1945

Kaart dd 1942-1945. 
Met de duitse grenscorrecties.

foto Heemkunde Sint-Kruis

Kaart van de na-oorlogse periode tot aan de fusie met Brugge in 1970

Uittreksel van het Belgisch Staatsblad van 14 oktober 1942

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid.

Oprichting van Groot Brugge

Toelichting.

Met de oprichting van Groot Brugge wordt een dubbel doel nagestreefd; eenerzijds, het vereenigen met de oude stadskern van de randgemeenten, Sint-Andries, Sint-Michiels, Assebroek, Sint-Kruis en Koolkerke, die in feite met Brugge zijn vergroeid; Andersijds, het tot stand brengen van een territoriale verbinding van Brugge met Zeebrugge, door de aanhechting van de gemeente Lissewege.

De bevolking van de Brugsche agglomeratie is sinds het begin dezer eeuw met 25 t.h; gestegen. Het bevolkingscijfer van Brugge, daarentegen, bleef stationair; de bevolkingsaangroei heeft zich uitsluitend op voornoemde randgemeenten vastgezet, bepaalde gemeenten hebben hun bevolkingscijfer verdubbeld en verdriedubbeld.

Voor enkele decenia waren de randgemeenten kleinere gemeenten met volledig of half landelijk karakter en met eigen leven. Geleidelijk verdween het onderscheid tusschen de stadskern en randgemeenten. Brugge geklemd tusschen zijn oude middeleeuwsche stadswallen, is zich buiten de poorten gaan uitbouwen. Thans vormen de randgemeenten met de oude stadskern een stedebouwkundige, economische en sociale eenheid.

Tegenover deze feitelijke, organisch gegroeide eenheid van stadskern en randgemeenten staat de administratieve verdeeldheid in de veelheid van gemeentelijke besturen en grenzen.

Het spreekt vanzelf dat deze administratieve versnippering op velerlei gebied het nemen van maatregelen van algemeenen aard, die dringend in het belang der bevolking van de geheele aglomeratie dienen genomen te worden, belemmert en een geordenden harmonischen uitbouw in den weg staat.

Anderzijds worden de uitgaven voor de economische uitrusting van binnenhaven, zeehaven en visschershaven, de uitgaven voor middelbaar, kunstonderwijs en vakonderwijs, de uitgaven voor kunst en kultuur; de uitgaven, die de geheele aglomeratie ten goede komen, voor zoover het gemeentelijke lasten betreft, uitsluitend door Brugge gedragen.

Zeebrugge is thans gescheiden van Brugge. Het vergt geen betoog dat met het oog op doelmatigen uitbouw van haven en nijverheidsgebied deze scheiding dient weg te vallen en Brugge langsheen beide zijden van het kanaal over een strook grond moet kunnen beschikken, die én aan de verkeerstechische én aan de economische eischen voldoet.

De oorlogstoestand heeft de hoogdringendheid van de eenmaking der groote aglomeratie, de Brugsche niet uitgezonderd, nog beklemtoond. Eenvormigheid in de uitvoering der besluiten, rechtmatige verdeeling van de voedingsmiddelen van de bevoorading, centrale leiding en aanpassing aan de bevolkingssterkte wat den politioneelen ordedienst betreft, zonder een evenmatige steunverleening aan de noodleijdenden te vergeten, dit alles kan slechts door bestuurlijke eenmaking verwezenlijkt worden.

Deze redenen geven dan ook aanleiding tot onderhavig besluit waar Groot Brugge gevormd wordt uit de versmelting van Brugge en Koolkerke, Sint-Michiels, en Lissewege, de bijna volledige aanhechting van de gemeente Sint-Kruis, Assebroek, Sint-Andries en de naasting van grondgebied van de gemeenten Oostkamp, Loppem, Varsenaere, Snellegem, Meetkerke, Zuienkerke, Dudzele en Heist.

De geheele of gedeeltelijke naasting dezer gemeenten gebeurt op grond van volgende overwegingen:

1.  De noodzakelijkheid van het bestuurlijk samenbundelen van de agglomeratiekern die Brugge vormt met de onmiddelijke randgemeenten Sint-Andries, Sint-Michiels, Asssebroek, Sint-Kruis en Koolkerke.

2. De noodzakelijkheid de beide oevers van het kanaal, Brugge-Zeebrugge over zijn ganse lengte onder het bestuur van Groot-Brugge te brengen. Hiertoe wordt Lissewege als enclave in zijn geheel, Dudzele voor een klein gedeelte genaast.

3. De wenslijkheid, enerzijds, de boschreservaten te behouden en geschikt te maken en, anderijds, te streven naar de meest doelmatige natuurlijke stedebouwkundige begrenzing bracht de aanhechting van nader omschreven gedeelten van de gemeenten Zuienkerke, Dudzele, Meetkerke, Varsenaere, Loppem, Oostkamp, Snellegem en Heist met zich mede.

4. De wenschelijkheid het landelijk karakter van gebieden te waarborgen deed besluiten tot afstand van grondgebied aan Meetkerke, Varsenaere, Loppem, Oedelem en Damme.

Naast de hierboven aangehaalde beschouwingen, gelden ook voor de oprichting van Groot-Brugge de meer algemeene redenen uiteengezet in de memorie van toelichting tot het besluit houdende de oprichting van Groot-Antwerpen.

De sekretaris-generaal

G. Romsée.

 

10 october 1942- Oprichting van Groot-Brugge

De sekretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken en Volksgezondheid,

Gelet op de wet van 10 mei 1940, houdende de overdracht van bevoegdheid in oorlogstijd;

Overwegende dat de bestuurlijke eenmaking der Brugsche agglomeratie zich opdringt;

Gezien het advies van het college van Burgemeester en Schepenen der betrokken gemeenten;

Gezien het advies van de Bestendige Deputaie der provincie West-Vlaanderen;

Gelet op het besluit van 26 mei 1942, betreffende het ontslag en de aanstelling van schepenen en op het besluit van 28 mei 1941, betreffende de overdracht van bevoegdheden van den gemeenteraad;

Gezien het voorstel van den Rijkscommissaris voor de groote agglomeraties;

Gezien de dringende noodzakleijkheid en de onmogelijkheid beroep te doen op de hoogere overheid,

Besluit:

Artikel 1 Worden, met ingang van 1 november 1942, bij het grondgebied der stad Brugge ingelijfd, de gemeente Koolkerke, Lissewege en Sint-Michiel. De gedeelte van de gemeenten Assebroek, Dudzele, Heist, Loppem, Meetkerke, Oostkamp, Sint-Andries, Sint-Kruis, Snellegem, Varsenaere en Zuienkerke, waarvan de grensbeschrijving volgt, worden bij het grondgebied der stad Brugge ingelijfd met ingang van denzelfden datum.

Met ingang van denzelfden datum wordt het overblijvende gedeelte van de gemeenten Assebroek bij de gemeente Oedelem, en het overblijvende gedeelte van Sint-Kruis bij de gemeente Damme. Het overblijvende gedeelte van Sint-Andries wordt gevoegd bij de gemeente Loppem, Varsenaere en Meetkerke, volgens de grensbeschrijving in 6,8,en 9 van dit artikel. Met ingang an denzelfden datum wordt een gedeelte van het grondgebied van de stad Brugge gevoegd bij de gemeenten Meetkerkek, Zuienkerke en Blankenberge, volgens de grensbeschrijving in 9,10 en 11 van dit artikel.

De grenzen van de stad Brugge en de gemeenten Heist, Dudzele, Damme, Oedelem, Oostkamp, Loppem, Snellegem, Varsenaere, Meetkerke, Zuienkerke en Blankenberge worden vastgelegd als volgt:

1° Grens Brugge-Heist
De aslijn van de afleidingsvaart (Kanaal van Schipdonk), van de uitmonding in de zee tot aan de grensscheiding van Ramskappelle.

2° Grens Brugge- Dudzele (Plan nr. 1)
Van de bestaande grens Lissewege-Dudzele af:
De oostergrens van het perceel nr 391, sectie A, Dudzele;
De noordergrens van de Vaenenweg, buurtweg nr 13, Dudzele
De oostergrens van perceel nr 398/d;
De oostergrens en zuidergrens van perceel 402/b;
De oostelijke rooilijn van den rijksweg Dudzele-Zeebrugge; de haaksche kruising van dezen rijksweg;
De oostergrens van de perceelen nr 881,876,875,873,872,868, sectie S, Dudzele;
De aslijn van den waterloop zonder naam, nr 6 Dudzele;
De aslijn der waterloop zonder naam nr 7 Dudzele;
De oostergrens van het perceel nr 830/a, sectie E Dudzele;
Een rechte lijn door het perceel nr 829/a, sectie E Dudzele, en over de Zuienkerkestraat (buurtweg nr 1 Dudzele), getrokken van den zuioosthoek van bovengenoemd perceel nr 830 naar de noord-oosthoek van het perceel nr 753/f, 770 en 769/b, sectie E, Dudzele;
De noordergrens van het perceel nr 767/a, sectie E, Dudzele, doorgetrokkien over de rijksweg nr 67, Nieuwpoort-Sluis.

 

;3° Grens Brugge-Damme (plan nr 2)

Bezuiden de vaart Brugge-Sluis; de bestaande granslijn Sint-Kruis- Damme tot aan de Eede;
De aslijn van de Eede, waterloop nr 4, Sint-Kruis
De aslijn van den waterloop nr 15, Sint-Kruis;
De noordelijke grenslijn van dr, Leegeweg, buurtweg nr.3; Sint-Kruis;
De oostelijke grenslijn van den Pijpeweg, buurtweg nr19, Sint-Kruis, gekadastreerd ondert nummer 507, sectie B; Sint-Kruis;
De noordelijke grenslijn van de perceelen nr 39/b,(vanaf de westelijke hoek van perceel nr 4549/c, 48/q/2, 48/d, 48/e, 48/f, 48/g, 48/r/2, 48/s/2, 48/n/2, 48/v/2, 48/c/2 en 49/a, sectie B, Sint-Kruis.

4° Grens Brugge-Oedelem (Plan nr 3)
De bestaande grenzen Sint-Kruis-Oedelem en Assebroek-Oedelem;
De oostergrens van de perceelen nr 464,465,450, en 449, sectie A, Assebroek;
De aslijn van de Waterloopbeek, waterloop nr 1, Assebroek;
De aslijn van het Sint-Trudoledeke, waterloop nr.2, Assebroek

5° Grens Brugge-Oostkamp (Plan nr 3)
De voortgezette aslijn van het Sint-Trudoledeke, waterloop nr 2, Assebroek;
De zuidergrens van den spoorweg, Brugge-Eekloo;
De aslijn van de Clambeke, waterloop nr.2, Oostkamp;
De zuidergrens van de perceelen nr.40,31 en 30, sectie (?), Oostkamp met de verlenging tot op de aslijn van het kanaal Gent-Oostende;
De aslijn van het kanaal Gent-Oostende.
De zuidertgrens van de perceelen nr 20/a en 55/a, sectie 1, Oostkamp;
De oostelijke rooilijn van den rijksweg nr 71, Valenciennes-Blankenberghe;
De wetergrens van het verbindingsspoor Steenbrugge-Oostkamp;
De zuid-oostelijke grens van den spoorweg Brugge-Kortrijk.

6° Grens Brugge-Loppem.
De zuid-oostelijke grens van den spoorweg Brugge-Kortrijk;
De zuidelijke grens van den autosnelweg Brugge-Oostende, met oinbegrip van de aftakking naar Loppem tot de lengteas van den duiker over de Kerkebeek, waterloop nr 2, Loppem;

7° Grens Brugge-Snellegem.
De zuidelijke grens van den autosnelweg;
De noordelijke rooilijn van den opgehoogden rijweg nr 67, Nieuwpoort-Sluis

8° Grens Brugge-Varsenaere (Plan nr. 4)
De noordelijke rooilijn van den rijksweg nr. 67 Nieuwpoort-Sluis;
De Westergrens van de perceelen nr 252 en 219, sectie C, en van de perceelen nr 335/a, 316/a en 305, sectie E, Varsenaere;
De aslijn van de Noordwegbeek, waterloop nr 21, Varsenaere, en nr 10 Sint-Andries.

9° Grens Brugge- Zuienkerke
Van de Leeuwerikstraat af: de aslijn van den waterloop nr 8 (Sint-Pieters) en nr 5 (Zuienkerke);
De noordergrens van de perceelen nr 573 en 570, sectie D, Zuienkerke;
De oostergrens van den Blankenbergsche Dijk,
De noord-westergrens van de perceelen nr. 539 en 541, sectie C, Zuienkerke;
De aslijn van den smallen Watergang, waterloop nr 4, Zuienkerke;
De aslijn van den groote Watergang, waterloop nr 6, Zuienkerke
De aslijn van het Kleiene Zwin, waterloop nr 8, Zuienkerke
De nieuwe verlengde grens tusschen Meetkerke en Zuienkerke volgt de oostergrens van de Leeuwerikstraat.

11° Brugge-Blankenberghe
Vanaf de grens Brugge-Uitkerke: de westgrens van de perceelen nr 457/b en 393/2; de wester-en noordwestergrens van het perceel nr 376/a, sectie R, Zeebrugge, tot de zuidergrens der domeingronden;
Verder, de in beide richtingen verlende aslijn van den binnedijk gelegen rechtstandig op het strand ongeveer 660 meter ten oosten van kilometerpaal 50 van de kust.

 

Art. 2Voor de diensten van den burgerlijken stand zal het grondgebied van Brugge verdeeld worden in districten, waarvan het college van Burgemeester en Schepenen het aantal en het gebied bepaalt.

De gemeenteoverheid van Brugge zal voor elk distrikt de akten van den burgelijken stand aanduiden die kunnen ontvangen worden in de daartoe speciaal door het college aangeduide lokalen.

Bij afwijking van artikel 93 van de gemeentewet, zal het college aan de anbtenaar van den burgzerlijken stand één of meer plaaztsvervangers; al dan niet leden van het college of van den raad, mogen toevoegen die hem in zijn taak zullen bijstaan of vervangen, telkens waneer en waar hij het nodig acht.

Ten aanzien van de ambtsverrichtingen waartoe zij hun medewerking verleenen, zullen deze plaatsvervangers dezelfde bevoegdheid hebben en de zelfde verantwoordelijkheid dragen als de ambtenaar van den burgerlijken stand.

Art. 3: De colleges van Burgemeester en Schepenen, alsook de gemeenteraden van Assebroek, Koolkerke, Lissewege, Sint-Andries, Sint-Kruis en Sint-Michiels worden ontbonden met ingang van 1 november 1942
Het aantal schepenen van Brugge zal op hoogstens zes gebracht worden.
Op een nader te bepalen tijdstip zal overeenkomstig de wettelijke voorschriften, tot de aanstelling van den nieuwen gemeenteraad van Brugge worden overgegaan.

Art. 4. Voor al de gemeenten waarvan het grondgeboed gewijzigd word bij toepassing van onderhavig besluit, zal het aantal der gemeenteraadsleden en de schepenen eventueel worden aangepast aan het gewijzigd bevolkingscijfer, overeenkomstig artikel 152 van de gemeentewet.
Op een nader te bepalen tijdstip zal, overeenkomstig de wettelijke voorschriften, eventueel tot de aanstelling van nieuwe gemeeteraden van deze gemeenten worden overgegaan.

Art.5.Te rekenen vanaf 1 november 1942, gaan alle rechten, lesten, verplichtingen en bezittingen der gemeente Koolkerke, Lissewege en Sint-Michiels over op Brugge , zondr dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd.

Te rekenen van denzelfden datum worden de rechten, lesten, verplichtingen en bezittingen van de gemeenten Assebroek, Sint-Andrues en Sint-Kruis rspectievelijk tusschen de stad Brugge en de gemeenten Oedelem, Varsenaere, Damme en Loppem verdeeld, overeenkomstig de artikelen 151 en 152 der gemeentewet.

Overeenkomstig dezelfde bepalingen worden de werderzijdsche verplichtingen vastgelegd welke door de stad Brugge, eenerzijds, en de gemeenten Dudzele, Heist, Loppem, Meetkerke, Oostkamp, Snellegem, Varsenaere en Zuienkerke anderzijds, voortvloeien uit de toevoeging van de eerstgenoemde gedeelten van het grondgebied der laatsten.

Insgelijks overeenkomstig dezlfde bepalingen worden de wederzijdsche verplichtingen vastgesteld welke voor de gemeenten Meetkerke, Zuienkerke, Blankenberghe, eenerzijds, en de stad Brugge, anderzijds, voortvloeien uit de toevoeging aan de laatsgenoemden van gedeelten van het grondgebied van den laatsten.

Art. 6 Te rekenen van 1 november 1942 gaan alle rechten, lesten, verplichtingen en bezittingen der commissies van openbarebn onderstand van de gemeenten Koolkerke, Lissewege en Sint-Michiels over aan de commissie van openbaren onderstand van Brugge. Deze commissie zal de aldus bekomen goederen beheeren overeenlomstig hun bestemming.

Alle rechten, Lasten, verplichtingen, bezittingen van Assebroek, Sint-Andries en Sint-Kruis, zullen te rekenen van denzelfden dag, verdeeld worden onder de commissies van openbaren onderstand der gemeenten dewelke het grondgebied Assebroek, Sint-Andries en Sint-Kruis worrdt toegevoegd, rkening houdende met het aantal door de commissies van openbaren onderstand van voornoemde gemeenten ondersteunde behoeftigen op den datum van bekendmaking van het besluit tot verwezenlijking van Groot-Bruggen wonende in het aan voornoemde gemeenten toegewezen grondgebied.

De behoeftigen wonende op de grondgebiedgedeelten der gemeenten Dudzele, Heist, Loppem, Meetkerke, Oostkamp, Snellegem, Varsenaere en Zuienkerke dat bij Brugge wordt gevoegd, zullen ten laste vallen van de commissie van openbare onderstand van Brugge, zonder dat hiervoor eenigerlei vergoeding door de commissie van openbare onderstand dezer gmeenten aan de commissie van openbare onderstand van Brugge verschuldigd zal zijn.

De behoeftigen wonende op het  grondgebied van Brugge, dat bij de gemeenten Meetkerke, Zuienkerke en Blankenberghe wordt gevoegd, zullen ten laste vallen van de commissie van openbare onderstand van deze gemeenten, zonder dat hiervoor eenigerlei vergoeding door de commissie van openbare onderstand van Brugge aan de commissies van openbare onderstand van voornoemde gemeenten verschuldigd zijn.

Art.7 Met ingang van 1 november 1942, worden de commissies van opebare onderstand van Assebroek, Brugge, Koolkerke, Lissewege, Sint-Andries, Sint-Kruis en Sint-Michiels ontbonden.

De bevoegde overheid zal, zoo spoedig mogelijk, overgaan tot de aanstelling der leden van de commissie van openbare onderstand van Brugge.

Art.8 De leden van het personeel der gemeentenvan de commissie van openbaren onderstand van de gemeenten Assebroek, Koolkerke, Lissewege, Sint-Andries, Sint-Kruis en Sint-Michiels worden overgenomen door het gemeentebestuur, respectievelijk door de commissievan openbare onderstand van Brugge. Zij genieten de wedden en de voordeelen welke hun werden toegekend in hun vroegere gemeente of commissie. Zij behouden ten persoonlijken titel hun rang en hoedanigheid. Zij worden in de bestuurskaders der stad Brugge, respectievelijk de commissie van openbare onderstand van Brugge, overgenomen.

Aan de secretarissen en de ontvangers der genaaste gemeenten, respectievelijk der commissie van openbare onderstand, wordenn door de stad Brugge, respectievelijk door de commissie van openbare onderstand van Brugge, zoveel mogelijk leidende functies in het dienstkader toevertrouwd, rekening houdende met de wedde, de persoonlijke bekwaamheid en de verworven rechten van elken ambtenaar.

Aan der secreatrissen en de ontvangers en ambtenaren der genaaste gemeenten, die op het ogenblik der naasting het ambt van secretaris of ontvanger van de commissie van openbare onderstand waarnemen, zal de commissie van opebare onderstand van Brugge eervol ontslagnverleenen uit deze laatste functie. De stad Brugge zal de wedde, die zij bij de commissie van openbare onderstand genoten, ten haren laste nemen en voegen bij hun wedde als gemeenteambtenaar, onder voorbehoud nochtans van de toepassingvan art 19 van dit besluit.

Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel komt de aldus verhoogde bezoldiging in aanmerkinig.

De secretarissen en ontvangers van de commissies van openbare onderstand van de genaaste gemeenten, die dit ambt als bijberoep uitoefenen en daaraan minder dan zes uur per dag wijden, kunnen door de commissie van openbare onderstand van Brugge in disponibiliteit gesteld worden wegens herinrichting der diensten.

Ingeval de stad Brugg, respectievelijk de commissie van openbare onderstand moet overgaan tot het in disponibiliteit stellen wegens ambtsopheffing of herinrichting der diensten, van leden van het personeel der genaaste gemeenten, respectievelijk der commissie van openbare onderstand, zal zij gehouden zijn de voorschriften nat te leven van het Koninklijk Besluit van 26 december 1938, betrekking hebbende op het pensioenregime van het gemeentepersoneel.

De in sisponibilteit gestelde ambtenaren worden, wat de weddeaanpassingen betreft, die wegens verhoogde levensduurte of andere oorzaken vann algemeen belang aan het personeel der satd Brugge, respectievelijk der commissie van openbare onderstand van dese stad, worden verleend, als in actieven dienst zijnde beschouwd.

 

Overgangsbepalingen.
Art.9. Tot den dag waarop de bevoegde overheid de commissie vanopenbare onderstand van Brugge aangesteld heeft, behoudt de huidige commissie hare bevoegdheid en neemt zij het beheer waar van de commissie van openbare onderstand der gemeenten Assebroek, Koolkerke, Lissewege, Sint-Andries, Sint-Michiels en Sint-Kruis.

Art. 10. Met ingang van 1 november 1942, zal de stad Brugge de inningen en uitgaven verrichten op de loopende begrootingen voor het dienstjaar 1942 van de gemeenten Koolkerke, Lissewege en Sint-Michiels. Zij zal eveneens de loopende begroting voor 1942 van de gemeenten Assebroek, Sint-Andries en Sint-Kruis afhandelen, mits af te rekenen met de gemeenten Damme, Meetkerke, oedelem, Varsenaere en Zuienkerke, voor de gedeelten van het grondgebied der eerstgenoemde gemeenten, die krachtens onderhavig besluit, bij hun grondgebied gevoegd worden. Zij zal eveneens de inningen en uitgaven verrichten op de loopende begrootingen voor de gedeelten van haar grondgebied afgestaan aan Meetkerke, Zuienkerke en Blankenberghe, mits afrekening met deze gemeenten.

Anderzijds zullen de gemeenten Dudzele, Heist, Loppem, Meetkerke, Oostcamp, Snellegem, Varsenaere en Zuienkerke de inningen en uitgaven van hun eigen begrotingen voor het loopende jaar afhandelen mits afrekening met de stad Brugge nopens de verrichtingen betreffende de gedeelten van hun grondgebied die, krachtens onderhavig besluit, bij het grondgebied van Brugge genaast worden.

Art 11. De ontvangers der gemeenten Assebroek, Kolkerke, Lissewege, Sint-Andries, Sint-Kruis en Sint-Michiels blijven bevoegd, onder hun verantwoordelijkheid en onder toezicht van de stadsontvanger van Brugge, tot uiterlijk 31 maart 1943, ontvangsten te doen en uitgaven te vereffenen op de begrooting dezer gemeenten voor het jaar 1942.

Het college van Burgemeester en Schepenen der stad Brugge kan de ontvangers der ingelijfde gemeenten machtigen om, voor den tijd en voor de verrichtingen welke het zal bepalen, hun ambt verder waar te nemen.

Art.12 Alle personen die un of bij het bestuur van welkdanige openbaren of private instelling als vertegenwoordigers van een der bij de stad Brugge ingelijfde gemeenten worden aangeduid, blijven in functie tot op den dag waarop de bevoegde overheid in hun vervanging heeft voorzien.

Art. 13 Tot den dag waarop de bevoegde overheid zal overgaan zijn tot de indeeling van de stad in distrikten en het bepalen van de lokaqlen voor het ontvangen en bewaren der akten van den burgerlijke stand zullen deze akten ontvangen worden in de voormalige gemeentehuizen.

Art. 14 Tot de bevoegde gemeenteoverheid er anders over beslist, blijven op de ingelijfde grondgebieden van toepassing alle aldaar van kracht zijnde besluiten, reglementen en verordeningen van uitwendig bestuur. De reglementen van inwendig bestuur worden echter van den datum af waarop dit besluit in werking treedt, beschouwd als opgeheven en vervangen door die van de gemeenten waarbiij deze grondgebieden werden gevoegd.

Bij afwijking van artikel 2 van het strafwetboek (wet van 8 juni 1867), worden bewuste besluiten, reglementen en verordeningen van uitwendig bestuut geacht verder van kracht te blijven voor wat betreft de vaststelling, vervolging en beteugeling der inbreuken er tegen gepleegd voorn de invoering van de reglementen en besluiten der stad Brugge.

Art 15. De door dit besluit genoodzaakte wijzigingen in de indeeling der provenciale raadsleden van de provincie West-Vlaanderen worden bij de vernieuwing der provincieraden verwezenlijkt.

Art. 16 Tot na de aanstelling van een nieuwen gemeenteraad in uitvoering van art. 3 zelf zal, in de gemeentescholen van heteengemaakte Brugge, wat betreft de verhouding van het onderwijs tot den godsdienst,het status quo op 31 october 1942 worden gehandhaafd.

De gebeurlijke aanstelling van het personeel alsmede de keus der schoolboeken zullen dieovereenkomstig geschieden.

Art 17 Aan de geneesheeren die, op den dag der afkondiging van dit besluit op de bij de stad Brugge ingelijfde grondgebieden een Pharmaceutisch depot houden, wordt zulks tot uiterlijk 31 december 1944 verder toegelaten.

Tijdens de zes laatste maanden van hun almdus toestane tijdsbestek zijn de betrokken geneesheeren ontheven van de verplichtingen zich te houden aan de wets- en reglementsbepalingen betreffende geneesmiddelen die zich ten allen tijde en in vereischte hoeveelheden in de depots moeten bevinden. De overblijvende geneesmiddelen moeten nochtans aan de eischen van de ¨harmacopee voldoen.

Art. 18 Voor zover bij toepassing van dit besluit overschrijving in de openbare registers noodig mocht zijn, zal deze krachtens dit besluit geschieden.

Art. 19 Alle benoemingen, vorderingen of weddeverhogingen van het personeel der commissie van openbaren onderstand van de ingelijfde gemeenten of van het personeel der ingelijfde gemeenten die na 1 januari 1942 plaats hebben gevonden, worden, voor zover zij  niet binnen de normale toepassing van de gemeentelijke reglementen vielen, beschouwd als in extremis gedaan en kunnen door het Hoofd van het Ministerie van Binnenlandsche Zaken en Volksgezondheids op voorstel van de stad Brugge, en nadat het advies van de bestendige deputatie zal ingewonnen zijn, vernietigd worden.

Art. 20 Dit besluit treedt op 1 november 1942 in werking.

Brussel, den 10de oktober 1942

G. Romsée.