Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Gemeentehuis van St.-Kruis

De geschiedenis schrijven over de gebouwen waarin het administratieve werk van een gemeente gedaan werd, is eigenlijk ook een beetje schrijven over het politieke gebeuren van die gemeente. Men kan inderdaad moeilijk over een gebouw schrijven zonder het ook te hebben over zijn bewoners of gebruikers.
De gebruikers van een administratief gebouw zijn de bedienden en de politici. Bedienden worden benoemd, politici verkozen. Het is de bedoeling bij dit overzicht over ons gemeentehuis ook een en ander te zeggen over het komen en gaan der gebruikers.

Tijdens de Franse bezetting vanaf juni 1772, toen zij voor de tweede maal de Oostenrijkers verdreven hadden, (de eerste keer in 1754) werden onze gewesten zonder meer bij de republiek ingelijfd. In Brugge werd een nieuw bestuur opgericht (januari 1795) waarvan de jurisdictie zich over een aanzienlijk deel van de omliggende gemeenten uitstrekte. Dit duurde evenwel niet lang en had eigenlijk nooit grote betekenis.
Wanneer de rekening van St.-Kruis, over de periode 1.11.1794 tot 31.10.1795 wordt voorgelegd, gebeurde dit zoals voorheen door de plaatselijke vertegenwoordigers van het Proosse, hoofdman Jan Coppens en ontvanger Albert Coene. De rekeningen werden nagezien door twee commissarissen "van het uitwerkende bestier”, m.a.w. vertegenwoordigers van de prefectuur voor het kanton Damme, de heren Johannes Jonckheere en Pieter van Belleghem
Het jaar daarop werd Coppens door Johannes Jonckheere opgevolgd. Die werd nu "agent municipal" genoemd inplaats van hoofdman, en hij kreeg een ander inwoner van de gemeente, Pieter Hoste junior, als adjunct.
Op 21 Messidor Jaar VIII (10 juli 1800) kreeg St.-Kruis opnieuw een volwaardig gemeentebestuur. Tot burgemeester of meier werd landbouwer François Timmerman aangesteld, terwijl Pieter Hoste in zijn functie van adjunct werd bevestigd. Louis Van den Bulcke werd tot secretaris benoemd (was ook secretaris van Damme, Oostkerke, Moerkerke en Hoeke). Negen raadsleden werden aangeduid. Het waren de herbergiers Charles Savaete en Johannes De Ceuninck en de landbouwers Jan Van Hoorickx, Joseph Van Ooteghem, Jan De Backer, Jan de Vlaminck, Judocus Van Cleemput, Jan De Groote en de vroegere "agent" Jan Jonckheere.
Timmerman vervulde zijn opdracht gewetensvol maar na enkele jaren werd het hem te veel. Op 30 april 1806 diende hij, om redenen “ van hoge leeftijd en ziekte”, ontslag in en suggereerde hij aan de prefect dat de heer Jacoby best tot zijn opvolger zou benoemd worden. Zo geschiedde en op 30 Mei 1806 legde Valentin Jacoby de voorgeschreven eed af in de handen van zijn voorganger.
De burgemeestersfunctie in een kleine gemeente van minder dan duizend inwoners was een erefunctie, die noch bezoldigd noch vergoed werd. De burgemeesters, hun adjuncten en de raadsleden werden door de prefectuur benoemd, waar alle gezag in grote mate gecentraliseerd was. François Van Praet, die in 1801 gehuwd was met de jongere zuster van Valentin Jacoby en lid was van de departementale raad (het dagelijks bestuur, dat de voorloper was van wat later de bestendige deputatie werd) was zeker niet vreemd aan de benoeming van burgemeester Jacoby. Rond dezelfde datum van zijn benoeming liet Jacoby zich inwijden in de Brugse vrijmetselaarsloge "Le Réunion des Amis du Nord"
Was het burgemeestersambt een erefunctie, het was toch zeker geen complete sinecure. De prefectuur was een veeleisend orgaan, dat over alles en nog wat lijsten en statistieken opvroeg en met wie veelvuldig moest gecorrespondeerd worden over alle aspecten van het gemeentebestuur. Jacoby moest zich bezighouden met de conscrits of lotelingen (en de vaandelvluchtigen),  de benoeming van de veldwachters en de boswachters, de ziekten en epidemieen, de gezondheidszorg (geestesgestoorden, pokken, vroedvrouwen), de wegeniswerken, het onderhoud van openbare gebouwen, de organisatie van feestelijkheden (o.m. het "Saint-Napoleon"), de overtredingen van zijn onderhorigen op de vele reglementen die werden uitgevaardigd, enz. Ook het heffen en innen van de belastingen en taksen, het opmaken van begrotingen en rekeningen en het opmaken van het nieuwe kadaster was, zelfs in zo'n kleine gemeente, een hele klus.
Bij drie bestuurslichamen, ondergeschikt aan de gemeente, was de burgemeester nauw betrokken:
- de kerkfabriek, ze bestond uit pastoor Etienne Cardoen (1746-1819) en de landbouwers Jan Jonckheere, Jan De Backer en Jan De Groote. Onderhoud van de kerk en de pastorie bezogde Jacoby soms problemen.
- het Maleveld: overblijfsel van het Ancien Regime, maer die zich weerde om overeind te blijven. Een van Jacoby's eerste opdrachten was een nieuwe bestuurscommissie op te richten. Die bestond uit Abel Roets, Germain Viane, Jan Tamsin, Willem Claeys en Pieter Vermeulen. Dit was zeker niet de minste zorg van Jacoby gezien de vele briefwisseling met de prefectuur.
- het Bureel van Weldadigheid: waarvan Jacoby ambtshalve voorzitter was en waarin hij bijgestaan werd door Adriaan Gaillaert, Pieter Hoste junior, Pieter van de WalIe, Pieter Du Thoy en pastoor Cardoen. Het feit dat de armendissen van de vroegere parochies St.-Anna en St.-Kruis met elkaar verbonden waren en volledig door het Bureel van Weldadigheid van Brugge waren ingepalmd (die het vertikte om over een billijke verdeling te praten) kwam het Bureel te St.-Kruis dikwijls voor onvoldoende middelen te staan. Weer door bemiddeling van François Van Praet bekwam men eind 1806 dat het Brugs Bureel jaarlijks 261fr. aan St.-Kruis zou overmaken in afwachting van een definitieve regeling.
Vrijgezel Valentin Jacoby kweet zich voortreffelijk van zijn taken. Hij woonde in bij Petronilla de Stappens (Petronilla van Outryve 1748-1814), douarière van Philippe de Stappens de Harnes (1741-1784). Zij had het bisschoppelijk kasteel Rooigem als buitenverblijf in eigendom. Het was op Rooigem dat meier Jacoby op 22 juli 1811, op 52 jarige ouderdom, onverwacht overleed. Enkele weken later werd landbouwer Judocus Van Cleemput tot burgemeester benoemd. Jacoby stond natuurlijk niet alleen voor zijn taken. Hij had een adjunct, een secretaris (VandenBulcke) en een ontvanger (Goudeseune)
Onder Frans bestuur kreeg St.-Kruis niet alleen een volwaardig bestuur maar de stad Brugge werd ook de paallanden afgenomen die ze in 1275 had weten te annexeren. Deze gingen terug naar de randgemeenten waarbij de westgrens van St.-Kruis het St Trudoledeke ( thans Zuidervaartje) werd.

Ook Magda Cafmeyer schrijft in "St Kruis, oud en. nieuw" over deze Franse tijd o.m. over de aangstelde vertegenwoordigers van het prefectuur Johannes Jonckheere en Pieter Hoste junior, het volgende: deze afgevaardigden waren wel onder de invloedrijkste parochianen genomen, doch men had vooral hun bekwaamheid getest. Jan Jonckheere heeft een gezond oordeel, maar is weinig geletterd, Pieter Hoste is nog zeer jong, maer wel geleerd en kan wel schrijven. Het aankondigen van de verordeningen bleef aan de koster toevertrouwd. Als naar gewoonte kwam koster Hendrik van der Haeghen de zondag na de mis het besluit aan de kerkdeur aflezen, doch volgens de nieuwe verordeningen opgesteld: "Wij Valentin Jacoby, meier der Commune van Sint Cruys, ingevolge het besluyt van mijnheer de prefect van het departement der Leie enz. ." .
Wanneer burgemeester J. Van Cleemput het roer over nam, zal hij nog een drietal jaar onder Frans bewind moeten besturen, want in 1814 kwamen we onder Hollands bestuur. Judocus Van Cleemput was ook de enige burgemeester van St.-Kruis in deze Hollandse periode.
Uit deze tijd kregen we de eerste opgeschreven raadsverslagen te zien. Tussen 1819 en 1970 zijn de notulen van de gemeenteraad samen gebracht in 14 registers; De notulen van het college van Burgemeester en schepenen tussen 1885 en 1970 in 9 registers. Het is vooral van deze dokumenten dat we ons bediend hebben om ons overzicht op te maken.
Wie de geschiedenis van de onafhankelijke gemeente St.-Kruis wil schrijven, vooral op bestuurlijk vlak, kan zeker niet voorbij gaan aan de jarenlange perikelen rond het bouwen van een gemeentehuis..

Talrijk zijn, in Vlaanderen, de dorpen en gemeenten waar we de herberg "In het Gemeentehuis" of' '"t Oud Gemeentehuis" tegenkomen. Dit wijst op een gelijklopende geschiedenis, althans in de beginperiode, van onze gemeentehuizen. Vrijwel in elk dorp was er in het centrum, meestal tegenover de kerk een herberg met vergaderruimte. Deze zaal werd meestal gebruikt voor het geven van trouw- of rouwmaaltijden. Maar de gemeentebesturen deden er ook beroep op om er de openbare raadsvergadering te houden of burgelijke huwelijken te sluiten.
In "St Kruis, oud en nieuw" vertelt Magda Caf'meyer hierover als volgt; "Evenals de grenspalen en de "Antwerpsch heerwech" (Maalse stw.), had de oude "Zuyderen Aaerdenburghschen heerwegh" (Moerkerkse stw.) haar druk bezochte herbergen. De bijzonderste, het Schuttershof' of Handbogenhof stond bezuiden de Moerkerkse steenweg rechtover het kerkhof': d'Herberghe van outs ghenaemt "’t Scottershof ten Proosche" of de "Ghilde van den scottershove". In dit bijzonderste huis van de dorpsplaats hield het gemeentebestuur onder burgemeester Goupy de Beauvolers (1830-1847) haar vergaderingen. De schepenen waren Bonte M. en Serweytens Bernardus. En er waren nog 4 leden in de raad nl. De Schepper Dom., Hoste Jos., Herman Joh. en De Groote Joannes. Secretaris was J. Callebert, ontvanger L. Lavolette en veldwachter Ch. Germain. In 1830 waren er 1473 inwoners.

De groene pijl duidt het Scottershof later het Dorpshuys en Gemeentehuis aan. 
De groene pijl duidt de herberg De Olifant, later het Gildenhuis en dan Gemeentehuis.
 

foto Heemkunde Sint-Kruis
foto Heemkunde Sint-Kruis
foto Heemkunde Sint-Kruis

"Het Schuttershof" was het eerste "gemeentehuis" van St Kruis. Het gedeelte, links op de foto met de drie vensters en de ingangsdeur, werd door de gemeente in huur genomen. Het rechtse gedeelte werd, na verbouwingen, in 1958 door apotheek Dewaele betrokken. Foto 2 werd in 1966 tijdens de  moderniseringswerken van de Moerkerkse Steenweg en op foto 3 zien we dat het linkse gedeelte werd ingenomen door de Generale Bank, later Fortis, thans BNP-Paribas-Fortis.

De eerste verkiezing na het tot stand komen van de gemeentewet (30.03.1836) was die op 14.7.1836. Gezien het aantal inwoners (1632) mocht de raad van nu af uit 9 i.p.v. uit 7 leden bestaan. De raad werd gekozen voor 6 jaar maar was na 3 jaar voor de helft herkiesbaar. Dit systeem werd aangehouden tot 1918. Na 14.7.1836 traden aan: A. Goupy de Beauvolers als burgemeester, Martinus Bonte en Jos. Hoste als schepenen, De Schepper Dom, Pl. Lonneville, P. Jonckheere, graaf Am.Visart de Bocarmé, Joh. Degroote en Joannes Herman waren de gemeenteraadsleden.
Hoewel het Schuttershof waar de raadszittingen plaats hadden, eerst "Dorphuys" en later gewoon "Gemeentehuis" genoemd werd, had St Kruis in die tijd geen echt gemeentehuis als men bedoelt "een gebouw waar het administratieve werk wordt gedaan". Gezien de geringe bevolking was daar wellicht niet eens behoefte aan. Het administratieve werk kon rustig doorgaan ten huize van de burgemeester, de secretaris of de veldwachter.
Dit was geen specifiek St Kruis fenomeen. Veel gemeenten, waren sinds de onafhankelijkheid van Belgie, zo begonnen. Veel gemeenten hadden nooit een gemeentehuis gebouwd maar vonden voor hun administratie een onderkomen in een oud herenhuis, een leegstaand kasteel(tje) of iets dergelijks.
Te St.-Kruis zou het niet anders verlopen. Alleen ging het er wat krenteriger aan toe en ging de liefde uit naar oude herbergen. En jaren droomde men ervan een nieuw gemeentehuis te bouwen, maar dit bleef, tot op een paar jaar van de fusie, steeds bij plannen.
In 1855 kon de gemeente de privé-school van J. Cafmeyer, mits een kleine uitbreiding om de staatsubsidie te bekomen, aankopen. Deze school met onderwijzerswoning kwam in 1881 leeg te staan n.a.v. de schoolstrijd waarin zowel pastoor Verstraete een nieuwe (voorlopige) vrije school en de gemeente een nieuwe gemeenteschool bouwden. Bij beslissing van 12.7.1881 liet het gemeentebestuur deze oude onderwijzerswoning bewonen door veldwachter Fr. Paternoster ( om reden dat zijn woonst te ver van het dorp gelegen is en dat zijn woonst te klein is) voor 75fr per jaar boven de pacht die hij aan het armbestuur te betalen had voor de tuin. De klaslokalen werden omgebouwd tot lijkhuis, "gevangenhuis" en volksbiblioteek; de veldwachter was verplicht "den dienst dezer te doen". De vrouw van de veldwachter kreeg 50fr per jaar voor het kuisen van de gemeentelijke biblioteek en 75fr om er in de winter tweemaal per week vuur te maken.
Men zou dus kunnen zeggen dat dit oude schoolkomplex, langzaam aan een administratief karakter begon aan te nemen, temeer daar vanaf 1885 de veldwachter hier de akten der burgerstand inschreef.(zie foto hieronder)

foto Heemkunde Sint-Kruis

Secretaris Plaetevoet (benoemd in 1854) gaf in 1887 ontslag en werd opgevolgd door Charles Van Kerschaver. Isidoor Depoorter (geb. 1865 te Avecapelle en kandidaat brigardier bij de rijkswacht te paard) werd in 1894 benoemd als nieuwe veldwachter in de plaats van de overleden Fr. Paternoster. Men besliste in het voorjaar van 1895 om voor hem een nieuwe woonst te bouwen (Sectie C564) maar  de kosten mochten niet hoger zijn dan 4600fr. Hij zou het huis kosteloos mogen bewonen en intussen gaf men hem 16 fr. per maand voor huispacht.
Maar in 1895 nam men heel wat gas terug. De secretaris mocht dan het huis bewonen, welke de Wwe Paternoster ging verlaten (dus het oude onderwijzershuis van J.Cafmeyer), en dit voor 225fr per jaar. Hij moest daarboven nog 10fr betalen aan het armbestuur voor het gebruik van de tuin. St Kruis had dan nog geen gemeentehuis maar wel reeds een secretariaat.
En in zitting van 17.2.1896 zag men af van het bouwen van een huis voor de veldwachter Depoorter. Hij zou kosteloos het leegstaande woonhuis van de aangenomen jongensschool kunnen bewonen.
De volkstelling, uitgevoerd door Jan  De Reyghere en Isidoor Depoorter, gaf bij de eeuwwisseling voor St.-Kruis een bevolkingscijfer van 3300 inwoners.
Bij de verkiezingen van 15.10.1899 werden F. de Maleingreau als burgemeester, Van de Casteele Leopold en Hoste L. als schepenen en Lootens Aug., De Schepper J.,Van Damme J., Dooghe J., de Foere Aug. en de Schieter de Lophem als gemeenteraadsleden verkozen. De secretaris, Charles Van Kerschaver, had een jaarwedde van 1213fr en de bediende voor bevolking en burgerstand, Jan De Reygher, had een wedde van 600fr. Veldwachter (politieagent) Is. Depoorter verdiende 1150fr. Onderwijzer Emiel Cafmeyer deed het voor 1700fr en ontvanger Adolf Hoste, die in 1899 zijn vader Leopold (na 34 jaar dienst) had opgevolgd had een jaarwedde van 540fr
In zitting van 18.10.1905 kwam de vraag van Adolf Hoste, ontvanger en eigenaar van het gewezen Schuttershof, om een nationale vlag te mogen aankopen of om een vergoeding te krijgen voor het uithangen van zijn eigen vlag bij de vaderlandse feesten. De raad gaf de voorkeur aan de laatste oplossing en A. Hoste kreeg hiervoor 5fr per jaar.
Op 1.1.1907 had St Kruis 3.847 inwoners en dat was voldoende om een vraag in te dienen voor het inrichten van een politiekommissariaat. Bij KB van 3.5.1907 verkreeg de gemeente die nodige machtiging. Brigardier-veldwachter Isidoor Depoorter werd verkozen als commissaris met 10 stemmen als eerste kandidaat en Leopold Degroote met 9 stemmen als 2e kandidaat. De wedde was 1800fr plus 200fr voor bureelkosten. In ditzelfde jaar deed de "spreekdraad" of telefoon zijn intrede. Aan het "bestuur van telefoon en telegraaf" (spreek- en sneldraad) zou gevraagd worden drie telefoontoestellen te plaatsen: één ten huize van de burgemeester, één bij de politiecommissaris en één in het gemeentehuis voor het publiek. Het jaar daarna zou hierop een reglement komen.
In vervanging van Is. Depoorter, die politiecommissaries werd, werd in 1908 Joseph Vanhove als veldwachter aangesteld. Hij was voorheen veldwachter te Ramskapelle en deze gemeente vroeg een vergoeding voor het uniform die hij had meegenomen. St Kruis gaf hiervoor 10fr.
Eerst in raadszitting van 30.6.1909 kwam het inrichten van een gemeentehuis ter sprake. De raad ging over tot de bespreking van de inrichting in deze gemeente van een gemeentehuis in een gedeelte van het huis behorende aan den heer A. Hoste waar thans de zittingen van de gemeenteraad plaats hadden. De nodige veranderingen zouden aangebracht worden. Men besloot: "voorloopiglijk de gang in het midden van het huis te behouden, de helft der groote benedenzaal, langs de kant van de steenweg, te doen dienen voor raadzaal, de ander helft voor secretariaat en kabinet van den schepenraad, langs achter eene keuken en kamer te doen bouwen voor woonplaats. alsook eene waschkamer en vertrekken in bestaande gebouw op te schikken". In zitting van 19.7.1909 besliste men: “voor den dienst dezer gemeente te zullen pachten aan den heer Adolf Hoste, voor negen naeenvolgende jaren, de gebouwen moetende dienen voor raadzaal, schepenzaal, gemeentesecretariaat en woonhuis, kieszaal, hof ingericht volgens teekeningen welke hem medegedeeld zijn geweest, aan den jaarlijkschen pachtprijs van 700 frank". Zodra de secretaris het gemeentehuis bewoonde zou het politiecommissariaat in het huis van de secretaris (oud onderwijzershuis J. Cafmeyer) komen en kon de veldwachter het huis van de commissaris betrekken (woonhuis aangenomen knechtenschool).
Nu men een echt gemeentehuis had, zij het op pacht, werd de openbare telefoon overgebracht naar het Gildenhuis bij Gerard Van Hoorickx.
Ten gevolge van een hersenverlamming zou secretaris Van Kerschaver na 30 jaar dienst in 1917 moeten afhaken. Hij kreeg de benoeming van ere-secretaris. (zitting 3/12/1917). Eerst De Smet Hildefons en daarna J. Van Hove (veldwachter) vervingen hem tijdelijk tot op 8.7.1918 een nieuwe secretaris werd benoemd in de persoon van Wenes Aimable. Maar deze laatste gaf reeds na één jaar ontslag en in zitting van 6.11.1919 werd J. Van Hove als nieuwe secretaris verkozen. Begin 1920 nam Leon Gevaert, politieagent te Brugge, zijn plaats als veldwachter in. (wedde secretaris 3000fr, veldwachter 2400fr.)
In 1920 werd de pacht van het gemeentehuis van 700 naar 910fr gebracht en J. De Reyghere diende op 28.5.1920 zijn ontslag in als bediende van de bevolking. Deze dienst zou voortaan door de secretaris plus een bediende gedaan worden. De burelen werden daarvoor ingericht.
Het jaar daarop, in 1921, overleed Adolf Hoste. Hij was gemeenteontvanger, maar ook eigenaar van het gemeentehuis. In zitting van van 2 maart werd zijn vrouw (Huys Pelagie 46 jaar) als voorlopige gemeente-ontvangeres aangesteld. Maar in zitting van 16/3 werd ze definitief benoemd met eenparigheid van stemmen (5): overwegende dat de heer Hoste Adolf een voorbeeldige bediende was voor wat betreft stiptheid, beleefdheid en voorkomendheid en eene weduwe naliet met vijf minderjarige kinderen, welke weduwe de plaats aanvraagt en die al de gaven en kennissen bezit noodig voor deze bediening, en door den goeden dienst van haar echtgenoot uit dankbaarheid en ook wel uit menschlievendheid deze bediening bij voorkeur mag toegekend worden.
Op 24 april 1921 had ook de eerste gemeenteraadsverkiezing plaats na 1914-18. Karel Casteleyn werd als burgemeester verkozen. Hij moest echter tot 7 september wachten om in handen van arrondissementscommissaris Jan Baptiste Coppieters 't Wallant zijn eed te kunnen af leggen. Voor de eerste keer werd de raad in zijn geheel verkozen voor zes jaar. (voordien om de drie jaar voor de helft uitredend). En ook voor het eerst werd een socialist verkozen in de raad. Edmond Vandewiele legde de eed af na volgende verklaring: “ik zal den eed afleggen ingevolge de wet om te kunnen deel maken van den  gemeenteraad, maar blijf getrouw aan mijne republikeinsche gedachten”.
Vanaf 1922 werden de boeken van de bevolking bijgehouden door de commissaris, waarvoor hij 750fr kreeg. Veldwachter Gevaert zou de register van de militie bijhouden voor 250fr per jaar.
In de eerste zitting van 1924, op 23/2, werd er voor het eerst gesproken over een nieuw gemeentehuis. In een volgende zitting dacht de burgemeester met 15 à 20.000fr de oude pastorie te kunnen ombouwen tot twee woningen voor de beide onderpastoors. Maar het opgemaakte bestek beliep 80.000fr. "Deze som als overdreven zijnde, is men het eens de zaak te laten en niets te doen". Vandewiele stelde voor het gebouw te verkopen en de opbrengst te gebruiken voor het bouwen van een nieuw gemeentehuis.
Nog in 1924 kocht men aan het "armbestuur" eindelijk de cijnsgrond aan, waarop het politiekommissariaat (oude school Cafmeyer) stond en dit voor 8.438,75fr of aan 10,75fr p/m2. En "de noodzakelijkheid inziend" werd nu ook een telefoontoestel bij de secretaris geplaatst.Vanaf 1.07 werden in het gemeenthuis de volgende tarieven toegepast voor het opschikken van de trouwzaal: huwelijken voltrokken voor 8u niets, tot 9u 10fr, tot 10u 25fr, tot 11u 50fr. Huwelijken in de namiddag 10fr. En vanaf 1924 zal er ook jaarlijks op kosten van de gemeente een rouwdienst gedaan worden voor de slachtoffers van de oorlog.
1925 was een jaar waarin het gemeentebestuur bijzonder veel plannen werden gemaakt voor wegen- en andere openbare werken. Architect Antoon Dujardin uit Brugge kreeg zelfs de opdracht een schets te maken van een nieuw gemeentehuis. In 1926 droomde men nog een stukje verder en zou men aan de heer Delanotte, brouwer te Brugge, prijs en voorwaarden vragen voor verkoop van zijn gronden op de hoek van de Delaplacestraat met de Moerkerkse Steenweg. Blijkbaar was men toen reeds van mening dat het nieuw gemeentehuis daar ergens moest komen. Maar ja, 1926 was weer een verkiezingsjaar.

In elk geval was in 1927 de tweede pachtperiode van 9 jaar ten einde en men vernieuwde die pacht weer voor 9 jaar met de eigenares Wwe A. Hoste-Huys voor 4000fr per jaar. Men besliste zelfs de raadzaal en de gang te schilderen (ong. 2000fr). Ook aan het politiecommissariaat zouden er buitengewone herstellingswerken worden uitgevoerd en deze werden bij aanbesteding toegewezen aan Alfons Deschepper, timmerman te St.-Kruis, voor de prijs van 7584,81fr.
Om financiele redenen werd in 1928 afgezien van de aankoop der gronden op de hoek van de Delaplacestraat met Moerkerkse Steenweg. Toch was men de mening toegedaan dat alle gemeentediensten in eenzelfde gebouw zouden moeten kunnen ondergebracht worden. Aan de Wwe A. Hoste-Huys, gemeenteontvangeres en eigenares van het gemeentehuis, werd gevraagd om haar eigendom geheel of gedeeltelijk te verkopen.
Intussen gaf politiekommissaris Depoorter ontslag als "houder der boeken van de bevolking". Dit werd de aanleiding tot langdurige besprekingen over de benoeming van een bediende. De zitting werd zelfs geschortst en op 5.1.1929 voortgezet. De heer Raphael Debondt (geb. St Kruis 2.10.1903) werd verkozen met 6 tegen 5 stemmen.
In zitting van 30.3.1929 las de secretaris het verslag voor, opgesteld door de heren Camiel Van Eeghem en Hubrecht Van Robays, over de schattingprijs van het huis, gedeeltelijk bewoond door de Wwe Hoste en gedeeltelijk gebruikt als gemeentehuis. De geschatte prijs was, grond niet inbegrepen, 260.000fr. Maar de Wwe Hoste had haar eigen prijs en vroeg voor gans haar eigendom (2795m2) 400.000fr. "Met algemeene stemmen werd besloten nopens deze zaak niet verder meer te onderhandelen". Men zag dus van de aankoop af en het dossier ging in de ijskast. Echter niet voor lang, in december 1929 liet de Wwe Hoste weten dat de pacht vanaf 1.1.1931 van 4000 fr. naar 10.000 fr zou opgetrokken worden. De raad was bereid 7000 fr te geven en indien de eigenares niet akkoord ging zou men de gebouwen verlaten. De bal lag weer in het kamp Hoste.
Maar de Wwe Hoste was niet akkoord. Zij had reeds een koper voor het gedeelte gebruikt door de gemeente voor 175.000fr. Zij wilde echter aan het gemeentebestuur de voorkeur geven en dit voor de prijs van 150.000fr. In zitting van 15.3.1930 kwamen verschillende standpunten naar voor. Schepen Thys vond de prijs aannemelijk, Vandewiele wou eerst vernemen wat de herstellingen zouden kosten. Volgens E. Stevens was het gebouw nog goed voor 25 jaar terwijl O. Van Dierendonck veel herstelkosten voorzag. Burgemeester Casteleyn vond het gehuurde gedeelte te klein en wou de ganse blok kopen. Tenslotte besloot men het advies van hogerhand in te winnen.
Wanneer de uiterste datum voor aankoop, op 15.4.1930, verstreek, was het advies niet binnen. De gemeente zou op 31.12.1930 het gebouw moeten verlaten.
Als de nood het hoogst is, is de redding nabij. In zitting van 9.8.1930 kwam de oplossing. Leo Cafmeyer, de nieuwe eigenaar van het gemeentehuis, was bereid verder te verpachten aan de gemeente mits 6000fr per jaar en 2000fr voor het dagelijks net houden der lokalen. De pacht zou ingaan vanaf 1.1.1931 en dit voor 3 jaar.
Vanaf 1931 wapperde op 11 juli de nationale- en leeuwenvlag aan het gemeentehuis. In ditzelfde jaar werd het gemeentehuis en het politiekommissariaat aangesloten op het electriciteitsnet. En in zitting van 20 oktober 1931 haalde opositielid Vandewiele zijn slag thuis. De veertig urenweek voor het gemeentepersoneel werd goedgekeurd met 5 stemmen (Hoste, Thys, Stevens, Ackaert en Vandewiele) tegen 2 (Carrebroeck en Pollet) en 3 onthoudingen (Huys, Van Haecke en Vandierendonck). Zij vonden dat het nog te vroeg was om dergelijke maatregelen in te voeren. Burgemeester Casteleyn was afwezig.
Eind 1932 zou een verbeten verkiezingstrijd gestreden worden tussen de lijst Gemeentebelangen en de Katholieke Lijst, respectievelijk aangevoerd door de heren Pieter Janssens en Karel Casteleyn. Eerstgenoemde haalde het met 335 voorkeurstemmen tegen 319 voor Casteleyn. Bij KB van 20.03 werd Pier Janssens als burgemeester benoemd en op 30.04.1932 aangesteld. Deze verkiezingen tenslotte, bezorgden de socialisten 2 kandidaten in de raad nl. Vandewiele Edmond en Clincke Maurice.
De nieuwe burgemeester had nieuwe plannen i.v.m. een nieuw gemeentehuis. Hij stelde voor de oude herberg "De Zorge”, die weldra zou verkocht worden, aan te kopen. Reeds in zitting van 18.4.1933 werd met bij hoogdringendheid en met algemeenheid van stemmen besloten de eigendom "De Zorge” met grond (1684m2) aan te kopen: 
"Gezien er op heden bij openbare verkoping is overgegaan tot den instel van den eigendom genaamd "De Zorge” gelegen op den hoek van de Karel Van Robaysstraat (nu Polderstr) en Moerkerkse Steenweg.
Overwegende dat deze plaats, zoo niet de eenige, dan toch de beste plaats is als ligging om er een gemeentehuis op te richten
- Gezien de belangrijkheid der gemeente met den dag toeneemt
-
Gezien het officieuse bezoek van den heer provinciale bouwmeester, Verbeke Jooris, om de ligging van den bedoelden grond, met de bedoeling er een gemeentehuis op te bouwen, is komen nazien 
Gezien volgens het oordeel van voornoemden ingenieur, deze plaats de eenige is om er het gemeentehuis te bouwen.
Gezien dat het gebouw, thans tot gemeentehuis gebruikt, niet geschikt en te klein is om al de gemeentediensten te centraliseeren...". 
Men gaf aan het schepencollege de volmacht de loten I, II en III, samen 1684m2 grond met de bestaande gebouwen te kopen. De gemeente werd koper voor 118.254,20fr alle kosten inbegrepen. Dit bedrag werd gedekt door een lening van 120.000fr bij partikulieren aan 5% in afwachting dat de lening bij het Gemeentekrediet werd goedgekeurd.

foto Heemkunde Sint-Kruis

De Zorge op de hoek van de Polderstraat en de Moerkerkse Steenweg

In zitting van 24.3.1934 werd het lastenboek besproken i.v.m. "het verbouwen van de oude herberg De Zorge om er de gemeentediensten onder te brengen voor een onbeperkt getal jaren". Het bestek werd geraamd op 26.000fr. Casteleyn deed nog het voorstel om reeds een gedeelte nieuw te bouwen dat later zou deel uitmaken van een volledig nieuw gemeentehuis. Maar in zitting van 21.04 werd beslist alleen de oude herberg in te richten en het schepencollege mocht overgaan tot het uitschrijven van een aanbesteding onder de aannemers van St.-Kruis. Godfried Depreeuw kreeg het werk toegewezen voor de prijs van 26.998,84fr. Op 29.09.1934 maakte de burgemeester bekend dat er in de nieuwe raadzaal een vlaamsche schouw zou opgericht worden, waarvan de kosten door giften zouden gedekt worden. Het opschrift op die schouw zou luiden: “Bestuur altoos rechtvaardig, de naam De Zorge waardig”.

foto Heemkunde Sint-Kruis

Op dezelfde datum werd ook de toekomstige concierge aanvaard. Onder zeven, in regel zijnde aanvragen, werden met zes stemmen op tien de gezusters Suzanna en Gabrielle Van Cleemput aangesteld. Zij kregen voor 125fr per maand de keuken, 3 kamers, kelder, zolder, bergplaats, boomgaard en tuin in pacht. Mits een maandelijkse vergoeding van 125fr zijn ze gehouden: "raadszaal, burelen, gemakken en waterplaats dagelijks net te houden. De stoven aan te steken en behoorlijk te onderhouden. De omgeving van het gemeentehuis net te houden en de straatgreppels te kuisen. De gemeente levert alle kuismateriaal maar de pachters bekomen geen kosteloos verlichting noch vuur. Zij mogen geen dieren kweken en geen muziek spelen tijdens de bureeluren en de vergaderingen."
Op 29.10.1934 stond als enig punt op de dagorde van de raadszitting: “officiele opening van het nieuw gemeentehuis”. Alleen de leden Casteleyn en de Maleingreau waren afwezig.
Waren wel aanwezig Pieter Janssens, Thys Camiel, Carrebrouck Victor, Stevens Ernest, Vandewiele Edmond, Becu Camiel, Clinck Maurice, Ackaert Oscar en Huys Eduard en  secretaris Van Hove.
Verslag raadszitting: “De heer burgemeester wenscht de heeren schepenen en raadsleden hartelijk welkom in het nieuw gemeentehuis en verklaart het daarmee officieel ingehuldigd. Hij dankt de raadsleden, die met eenparigheid van stemmen in 1933 ertoe besloten van de eigendom "De Zorge” aan te koopen om er een gemeentehuis, "waardig van de schoone gemeente St.-Kruis, te laten bouwen.
Door den aangroei der bevolking was het noodzakelijk geworden de gemeentediensten uit te breiden en bijeen te brengen in een eigen gemeentehuis. Bij toeval heeft het tegenwoordig gemeentebestuur zich dezen eigendom, aan eenen redelijken prijs kunnen aankopen.
Gezien de crisistijd welke fel op de gemeentefinancien drukt, was het niet mogelijk aan gansch nieuw gemeentehuis te bouwen en besloot de raad op voorstel van het schepencollege de oude herberg "De Zorge" te verbouwen om de gemeentediensten onder te brengen.

Het kan gezegd worden dat deze verbouwing is geslaagd. De diensten zijn behoorlijk ondergebracht en het personeel betrekt aangename burelen. De heer burgemeester heeft een bijzonder woord van dank voor den Heer Schepen Thys die met mijnheer Hubrecht Van Robays het plan heeft opgevat en door een bestendig toezicht op de uitvoering te houden iets heeft verwezenlijkt waarover de minst tevreden met lof over spreken.
De burgemeester heeft ook een woord van dank om de ijverige medewerking van Mr. Hubrecht Van Robays".
Daarna deden al de raadsleden een bezoek aan de lokalen. Iedereen was zeer tevreden van de inrichting en zelfs fier er bij te zijn om de oprichting te hebben mogelijk gemaakt.
Het raadslid Vandewiele, namens de socialistische groep, was zeer verheugd op heden te mogen zeggen dat St.-Kruis thans een eigen gemeentehuis bezit waarnaar hij sedert 1921, ‘t zij sedert 12 jaar, gedurig heeft gestreden. Hij voegde eraan toe dat er geen kritiek te maken valt.    
De burgemeester bedankte andermaal de raadsleden om hunne medewerking in deze zaak en verklaarde de vergadering gesloten.
Ruim honderd jaar na de onafhankelijkheid van Belgie had St.-Kruis zijn eigen gemeentehuis. Toch zaten alle diensten niet onder hetzelfde dak. Het politiekommissariaat was nog steeds gevestigd in de oude school Cafmeyer.
In 1935 ging Jan de Reyghere (70 jaar), bediende van de burgerstand, na 43 jaar dienst op pensioen. En ook politiekommissaris Isidoor Depoorter ging met rust. In zijn plaats werd de heer Julien Carette benoemd.
In 1938 kreeg urbanist Jozef Landsoght uit Brugge de opdracht een volledig nieuw
plan op te stellen voor het centrum van St.-Kruis. Het jaar daarop was dit plan klaar en voorzag het in wegruimen van kerk en kerkhof, het rechttrekken van de Moerkerkse Steenweg en het bouwen van een nieuwe kerk en gemeentehuis. De oorlogsomstandigheden zouden deze plannen doorkruisen.
Na de verkiezingen van 16.10.1938 bleef P. Janssens burgemeester. C. Thys en D. de Pierpont waren de schepenen.
In 1939 vielen nogal wat ontslagen. Charles Lietaer op 26.06 als voorzitter van de  gemeentelijke C.O.O., Wwe A Hoste-Huys als gemeenteontvangeres en ook raadslid Baron Jean de Maleingreau gaven hun ontslagen. N.a.v. de tweede mobilisatie werden de bedienden R. Debondt en K. Van Eeghem onder de wapens geroepen. Zij werden voorlopig vervangen door juffr. S. Thys en Jan De Reyghere (kwam voorlopig terug in  dienst). Tenslotte werd ook schepen de Pierpont opgeroepen.
En zeer spoedig, in dit jaar, werd, door het dreigend oorlogsgevaar, het gemeentehuis te klein. Er moest op zoek gegaan worden naar lokalen voor de opgerichtte luchtbeschermingsdienst en burgerwacht.

foto Heemkunde Sint-Kruis

Moeder Kramiek, eigendom van Wwe Dhooghe. Daarna eigendom van de familie Dokter Dewever.

 

Ten gevolge van de oorlogsomstandigheden kwamen er heel wat diensten bij. De eigendom van Wwe M. Dooghe in de Polderstraat werd in huur genomen voor lokaal van de luchtbescherming, burgerwacht en ravitaillering.
Met Mevr. Gaston Vandenbussche, lokaalhoudster van "Moeder Kramiek" (een herberg met speeltuin), nabij "De Zorge", werd een overeenkomst gesloten voor het huren, aan 250fr per maand, van een paar ruimtes voor beide nieuwe diensten. Bij het uitbreken van de oorlog kwam ook de ravitailleringsdienst in gang. Er waren dus nog meer lokalen nodig. Dan sloot men met de eigenares, mevr. Wwe Maurice Dooghe, een overeenkomst en huurde men het ganse gebouw voor 500fr. per maand. Tengevolge van al deze nieuwe diensten werd er heel wat tijdelijke personeel aanvaard voor de ganse duur van de oorlog.
Tijdens de oorlog kwam enkel het schepencollege nog samen. Maar ook dat duurde niet lang. Op bevel van de bezetter werd de wettelijke burgemeester afgezet en vervangen door de oorlogsburgemeester Gaston Meire. Op 22.7.1941 kwam die burgemeester voor het eerst en laatste maal samen met de schepenen Thys en de Pierpont (reeds terug uit krijgsgevangenkamp). Die schepenen werden dan vervangen door J. Bleyaert en Cyriel Busschaert.
Uiteindelijk werd, door de vorming van Groot-Brugge, dit kabinet opgedoekt.
Met de eerste verkiezingen na de oorlog werd de Pierpont de nieuwe en tevens de laatste burgemeester van St.-Kruis (1947-1970). In zitting van 8.10.1947 was men in principe akkoord om het gemeentehuis te vergroten, maar reeds het jaar daarop stapt men hiervan af en overweegde men het bouwen van een nieuw gemeentehuis. Het grote woord was weer eens gevallen en van dan af zouden heel wat plannen van inplanting en ontwerpen worden opgemaakt, veel te veel om op te noemen. In 1955 was men het dan toch eindelijk eens geworden over de definitieve inplanting. In 1957 konden het Gildenhuis en bijhorende gronden, 28a50ca, aan de zeer voordelige prijs van 1.050.000fr gekocht worden. Terwijl nog 46a86ca aan de C.O.O. werd gekocht aan eveneens gunstige voorwaarden. In zitting van 2.11.1961 werd een voorontwerp van het nieuw gemeentehuis (arch. Priem) goedgekeurd. In ditzelfde jaar verliet het politiekorps haar lokalen op de hoek der Polderstraat (voor de bevolkingsdienst) en nam haar intrek in een gedeelte van het oude Gildenhuis.  

foto Heemkunde Sint-Kruis

Herberg "Het Gildenhuis" werd het administratief gemeentehuis met parking voor de deur.

Het was met een zeker fierheid en een zucht van verlichting dat het gemeentebestuur in april 1962 een persconferentie hield, zeker geen alledaagse gebeurtenis te St.-Kruis, om de plannen van het nieuw gemeentehuis aan de openbaarheid prijs te geven. Het ganse gebouwenkomplex zou in U vorm opgetrokken worden met een eerder klassiek aandoende voorgevel. In    .
zitting van 14.3.1963 werd het definitief ontwerp, en in zitting van 9.03.64 het "gewijzigd" definitief ontwerp goedgekeurd. (raming 11.314.115fr)

 

foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis

Ontwerp architect Priem. Het plan werd goedgekeurd, maar na de verkiezingen verworpen.

En dus werd een nieuw ontwerp ingediend.

foto Heemkunde Sint-Kruis

Toen einde 1969 de procedure werd ingang gezet voor Groot-Brugge kwam ook het zoveelste plan opnieuw op de helling. De rol van St.-Kruis was uitgespeeld, het Grote Brugge zou de zaak oplossen.
Lang hoefden we niet te wachten..Voorontwerp, definitief ontwerp en goedkeuringen volgden elkaar ongelooflijk snel op. Alles scheen kinderspel. Op 3 april 1975 verscheen de aannemer ter plaatse en op 18.09.1976 (kermiszaterdag) had te St.-Kruis de opening plaats van het eerste opgericht gebouw bestemd voor administratief werk. Het was echter geen gemeentehuis meer want St.- Kruis had opgehouden te bestaan als zelfstandige gemeente. Gezien de vele funkties (administratie, politie, biblioteek, kinderwelzijn, polyvalente feestzaal) werd het een gemeenschapshuis. Het was 52 jaar nadat in de gemeenteraad te St.-Kruis de eerste woorden vielen over het bouwen van een nieuw gemeentehuis.
Wordt er al eens smalend gesproken over de slakkengang waarmee de vroegere gemeentebesturen van St.-Kruis hun plannen hebben gestimuleerd, dan kan niettemin de vraag gesteld worden of er nu echt zoveel reden is om te juichen over de huidige realisatie. Haast en spoed is zelden goed. Wie enigzins met het gemeenschapshuis vertrouwd is, weet dat het gebouw vele en zelfs flagrante fouten vertoond. Het feit dat het stadsbestuur thans garages moet huren in de ondergrondse parking van het nabijgelegen winkelcentrum (voor politie en concierge) omdat deze niet voorzien zijn in het gebouw opgetrokken in 1975 spreekt boekdelen.
Het laat zich raden dat aan een dergelijke geschiedenis heel wat anekdotes verbonden zijn. We willen deze historiek dan ook afsluiten met er één uit te pikken uit de laatste fase van de lijdensweg. Het moet in de zitting van 27.6.1967 geweest zijn, toen defintief afgestapt werd
van het oude plan en het nieuwe ontwerp van het gemeentehuis werd aan
genomen (meerderheid tegen minderheid); dat een lid van de CVP oppositie de verkwisting van geld en tijd aan klaagde nu hun plan reeds zover gevorderd was. Hierop replikeerde schepen H. Naesens zeer vinnig: “junder plan, vraagt het doar zi an de secretoris, j'is mee gewist no Brussel. Men junder plan gevoenden vier verdiepen oender de groend met en koeistrieng der roend.

 

foto Heemkunde Sint-Kruis foto Heemkunde Sint-Kruis

En dit is het uiteindelijk resultaat