Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Disch tot OCMW

De "armendis" of  "tafel van de H.Geest" werd tijdens de 13° eeuw in het leven geroepen. 

De eerste bedienaars of priesters van de parochie moesten leven van de offeranden van de missen en vooral van de zogenaamde ‘tienden’…(1/10 van de opbengsten). Die tienden-opbrengsten werden in 3 delen gesplitst : een derde voor het onderhoud van de pastoor, een derde voor het onderhoud van de kerk en nog een derde voor de ‘armendis’. De armendis was "in feite" geen kerkelijke instelling, maar een burgerlijke onder het kerkelijk beheer .De organisatie van een dis gebeurde parochiaal, vandaar de naam van de parochieheilige in de titelatuur, en was heel eenvoudig, inkomsten en uitgaven werden in een register ingeschreven. De uitdelingen stonden ingeschreven in een kalender. Ze gebeurden meestal na de hoogmis op zondag of op de verjaardag van een overlijden, wanneer dit bij testament was voorzien.

  • Het beheer was in handen van de dismeesters, maximaal een zestal personen, die hun functie onvergoed uitoefenden. Zij moesten elk in een wijk van de parochie de armen opzoeken en handelden in naam van de armen. Het bezit van de dis was een patrimonium pauperum, het bezit van de armen.
  • De dismeesters werden bijgestaan door een ontvanger. Hij hield de administratie bij, inde de renten, ontving de schenkingen en bezocht de eigendommen.
  • De ontvanger werd geholpen door een disknaap, die het klein materieel werk voor zijn rekening nam. Hij zette de prove klaar, verwittigde de armen en deelde de dispenningen uit. Aangezien het soms moeilijk was om in natura uit te keren, deelde men tinnen of loden "dischpenningen" uit, die men kom omruilen. Op de voorzijde van de dischpenning stond meestal de afbeelding van de kerk en op de achterzijde de naam van de soort gift. Hij onderhield de gebruiksvoorwerpen van de dis en hielp bij de begrafenis van personen, die op kosten van de dis begraven werden.
  • De pastoor van de parochie was als raadgever in het bestuur opgenomen en oefende toezicht uit op de rekeningen.

Er waren delingen van brood, broeken en hemden, schoeisel, brandstof, vlees of haring, vet, erwten, wijn of bier. Aan de disbanken werden niet alleen goederen uitgedeeld, maar de dismeesters ontvingen ook giften van begoede personen.
 

Foto Johan Duyck

 Adriaen GAILLIAERT (1730 - 1814) was een van de laatste dismeesters van de Heilige Kruisverheffingskerk in Sint-Kruis. Op zijn gedenkplaat¨ aan de buitenkant van de oostmuur van de kerk wordt onderaan vermeld dat op zijn sterfdag (24 december) en op die van Regina Cortals, zijn vrouw, er altijd  een uitdeling van brood voor de armen moet geschieden …
(met dank aan Johan Duyck). 

Tekst op de gedenkplaat: D.O.M. Op dit Kerkhof ligt Begraeven ADRIAEN GAILLIAERT f(iliu)s Pieter gewonnen by Catharine de Deyne, in syn Leven Disch-Meest(e)r deser Parochie van Ste Cruys, en sedert den jaere 1762 Sluys-M(ees)ter der Wateringe vanden Broucke. Overleden den 24 Xbre 1814 in Den Ouderdom van 84 jaeren. In Huwelyke geweest met REGINA CORTALS f(ili)a Cristoffel, den tyd van 23 jaer, dewelke ligt begraeven binnen dese Kercke, voor welke beyde ieder op hunnen Sterfdag sal gedaen worden een Eeuwig Jaer-getyde met uytdeelinge van Brood voor de armen. R.I.P. 

Om de kerkgangers tot schenken aan te zetten werden boven de dismeestersbanken disschilderijen opgehangen.

In de kerk van St.-Kruis hangt onderstaand paneeltje van omstreeks 1600 dat twee dismeesters voorstelt die proven aan twee armen uitdelen. De dischtafel staat achteraan de kerk tegen de openstaande deur. Onderaan het schilderij is de volgende tekst geschilderd:

van disch tot Ocmw sint-kruis

"Gedinck ons aermen in allende geseten Catiuich in wenen bedroft nacht ende
dach. Ghy die de macht hebt en wilt ons niet vergeten, wij storten ons gebeden uyt
liefden ongemeten voor wier welvaert anden heer om verdracht, die spaerlick
saeyt. Weinich vruchten hy opdoen mach peinst dat wij algebroeders zijn van een
vader. Stelpt toch onsen druck duer liefden, aanhoort ons geclacht, hebt
medelicke met ons armoede alegaeder, ondert voor een sal godt geven elck
weldaet, d'aelmoesse blusscht de sonde om naer maels blincken zalich zijn zij die
d'aermen altyt gedincken. Voor d'aermen van St Cruys is dese busse hier gestelt
verhoort haer liede bede". 

 

Door de vele giften, tot zielezaligheid van de schenkers, verwierven de dissen nogal wat eigendommen. De armendissen bleven bestaan tot na het concordaat van 1802. Zij werden dan omgevormd tot:

1. Commissie van Burgerlijke Godshuizen (Bestond reeds van 1796)
2. Bureel van Weldadigheid

In 1925 werden deze beide samengevoegd in de Commissie van Openbare Onderstand (C.O.O.) en in 1975 tot het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (O.C.M.W).