Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Ledansemaker

In 1772 werd Carel De Rudder, lid van de St.Sebastiansgilde te Sint-Kruis, vermeld met als beroep ledansemaker. In 1800 werd Louis Van Oost ook vermeld maar nu als ledensemaker.

Zie “500jaar Vrije Archiers van St.Sebastiaen pag 146 en 151” Ik wist niet wat het woord betekende
In Biekorf jg 1993 werd ook de betekenis van dit woord gevraagd. Ik weet niet of er een antwoord gekomen is, maar nu vind ik het volgende:

Volgens Frans Debrabander in BdS 2000/4
" ik weet niet of er nog een Bruggelink is die dit woord kent. Maar De Bo heeft dit woord in Brugge genoteerd met de betekenis "koetsenmaker, rijtuigmaker, wagenmaker". Om een koets te bouwen waren drie vakmannen nodig. De wagenmaker maakte de houten constructie, de kleinsmid maakte de ijzeren onderdelen en de stoffeerder, ook wel de zadelmaker, zorgde voor de leren kussens en bekleding. oorspronkelijk heette alleen de stoffeerder ledanzemaker, maar achteraf ging dit ook de wagenmaker, die alle drie de onderdelen uitvoerde, zo heten. Waar komt nu ledanse vandaan? Dat is gewoon de Brugse uitspraak van lit d'ange, "hemelbed". De ledansemaker is dan helemaal oorspronkelijk de stoffeerder die zulke bedden maakte, van kussens en gordijnen voorzag".