Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Klompenmakers

DE LAATSTE KLOMPENMAKERS VAN SINT-KRUIS

Eén der laatste klompenmakers te Sint-Kruis was Louis Timmerman. Hij werd te Sint-Kruis geboren op 24 januari 1899 in de Schaakstraat waar later de 100-jarige moeie Provoost woonde.
Vader Charles Timmerman was naast zijn beroep als landarbeider ook «lantaarnaansteker» te Sint-Kruis. Hij was gehuwd met Euphrasie Vandierendonck. Na het huwelijk van Louis met Urbanie Corthals, eveneens te Sint-Kruis geboren op 31 maart 1896 en er overleden op 1 augustus 1976, ging hij zich vestigen ter Moerkerkesteenweg nr. 336 (nr. intussen gewijzigd), naast de Firma Dezutter.
Louis had het beroep aangeleerd bij de klompenmaker René Burssens.
De bomen nodig voor het beroep werden met de mallejan (boomezel) van de firma Billiet aangebracht. Daar de eigendom een uitweg had zowel langs Moerkerkesteenweg als aan de Hoogweg, kon men gemakkelijk met de boomezel langs Moerkerkesteenweg inrijden en via de Hoogweg vertrekken.
Louis had zijn eigen wensen i.v.m. de bomen. Kinderen en in de eerste plaats zijn eigen kinderen, mochten nooit op deze bomen spelen, daar dit de schors beschadigde, en het hout dan te rap uitdroogde. De bomen werden ter gelegener tijd in gepaste lengten gezaagd, werk waaraan zijn dochter Monique en zoon Fernand meestal meehielpen.
De klompen werden alle op St.-Kruis zelf verkocht. Vooral aan de schoolgaande kinderen. De school was trouwens tegenover de klompenmakerij gelegen. Het gebeurde wel meer dat een nieuwe klomp 's morgens aangekocht reeds dezelfde dag stuk was, euvel dat soms met een ijzerdraad werd hersteld.       .
Ook de klompenmaker had zijn eigen stijl. Het gebeurde meer dan eens dat een klant kwam zeggen: «Louis, die klompen hebt gij niet gemaakt.., en inderdaad het bleek werk te zijn van een tijdelijke helper. Vrouwenklompen werden meestal gezwart maar dan wel aan de top met een bloemfiguur versierd. Dit werk deed Louis zelf met een "rits". Het zwarten en het langs buiten gladmaken met glaspapier was werk voor vrouw en kinderen.
Louis beoefende het klompenmaken tot aan de tweede wereldoorlog. Tijdens de oorlog waren de bomen in eerste instantie bestemd voor de bezetter.
Het afvalhout werd per zak verkocht als brandhout. Na de oorlog werd nog wel sporadisch een paar klompen vervaardigd, maar de stiel was in feite aan het verdwijnen.
Nadien deed Louis nog een tijd dienst aan de mailboten. Hij stierf op 16 maart 1981. Na het drinken van een biertje in café «De Tramstatie.. zeeg hij in mekaar nabij het huis van kunstschilder G. Desloovere.

Nog eén der laatste klompenmakers te Sint-Kruis was Victor Saron. Victor Julien Marie Saron werd te Brugge geboren op 4 april 1877 en stierf er op 28 mei 1968.
Hij huwde Arsène Rosalie Anna Maus, geboren te Brugge op 10 november 1879 en er overleden op 16 maart 1967.
Kinderen uit dit huwelijk waren:

1. Victor Louis, °Brugge 15/2/1899 en er overleden op  3 april 1992. Hij huwde Madeleine Peire °Brugge, 15 juni 1898, en overleden te Brugge 13/09/1983. Uit dit huwelijk sproten 3 zonen. Victor woonde na zijn huwelijk éen tijdje in bij zijn ouders in Brieversweg in het gewezen café «Batavia». Daar zag zijn oudste zoon Julien ook het levenslicht op 1 jan. 1932. Na in zijn jonge jaren werkzaam te zijn geweest in de klompenmakerij van zijn ouders werkte hij aan de gemeente.

2. Leopold François, .°St-Andries 05/09/1900. Hij trad in het huwelijk met Blanche Anseeuw. Hij was te Knokke in het hotelwezen tewerkgesteld.

3. Louis Julien, °Brugge 26/09/1902, overleden 30/11/1904.

4. François Joseph, °Brugge 23/07/1904 en overleden te Assebroek 02/04/1984. Hij huwde Clara Daelman en had 3 zonen en 2 dochters. Hij werd schilder.

5. Irène Marie, °Brugge 23/11/1905, eveneens vroeg overleden op 01/ 04/1907.

6. Louis Gustave, °St-Kruis 20/10/1907 en overleden te Brugge 25/01/1981. Hij huwde Irène Hilderson die hem een dochter schonk. Hij werd stukadoor. Na het voortijdig sterven van Louis (nr. 3) werd zoals dat wel meer gebeurde de naam opnieuw gegeven aan nr. 6.

7. Jérome Jean, °St-Kruis 05/06/1909 en overleden te Brugge op 9 januari 1982.

 Hij huwde Clementine Declerck en in tweede huwelijk Eudoxie Declerck. Hij had een zoon en een dochter. Hij werkte te Knokke in een wasserij.

8. Aloysius Victor, °St-Kruis 20/06/1911, overleden 06/09/1912.

9. Medard François, °St.-Kruis 23/06/1913 en overleden te Knokke 20/12/1972. Hij huwde Hubertine Rassouw, °Heist 18/02/1917 en er overleden op 27/05/1988. Zij hadden twee dochters. Medard werd fietsenmaker te Knokke.

10. Margareta Irène, °St.-Kruis 30/07/1915, huwde Lucien Bolle, die in Franco-Belge laborant was.

11. Gustave René, °St.-Kruis 08/01/1918, huwde Godelieve Dujardin, dochter van Gustave Dujardin-Kerkhof van de steenbakkerij te Knokke-Westkapelle. Dit huwelijk bleef kinderloos. Gustave werd handelaar in aardappelen en fourage. Hij was de eerste die met paard en kar de nieuwgeopende weg Maldegem-Knokke gebruikte (1935). Tijdens zijn jeugdjaren was hij een tijdje lift-boy in het reeds verdwenen hotel Gallia te Knokke-Zoute. Hij staat geportretteert tussen twee Russische prinsessen (ca. 1931), foto genomen door hun vader die hoogstwaarschijnlijk uit de tsarenfamilie stamde. De familie verbleef de hele zomer in het hotel. Gustave mocht dan ook menig mooie fooi van deze prinsessen in ontvangst nemen.

12. Henri François, °St.-Kruis 24/04/1920 en trad in het huwelijk met Amanda Debaets. Hij was chauffeur bij de brouwerij Aigle-Belgica. .

Louis Saron, vader van klompenmaker Victor was destijds handelaar en had winkel in tekstiel ter Carmersstraat tussen Rijkepijnder- en Ropeerdstraat.

Klompenmaker Victor leerde de stiel in Damme bij Blauwet en in Vyve-Kapelle bij Van Acker. Na zijn huwelijk met Arsène Maus vestigde Victor zich eerst te Brugge aan het IJzeren Hekken, daarna in de Vestingstraat te St.-Kruis tegenover het huis van Karel Casteleyn. Daarna bevond de klompenmakerij zich in de Hoogwegel met uitweg aan Moerkerkesteenweg naast de wagenmakerij van Reybrouck. Daar zagen trouwens zes van zijn kinderen het levenslicht. In 1919 kocht hij volgens akte verleden voor notaris Gustave Standaert te Brugge, «een herberg genaamd «Batavia» met medegaande gerieven en 35 aren 95 ca grond gelegen te St.-Kruis oost van de kerk, palende Noord aan de Brieversweg, Oost aan de verkopers Gabriella-Maria-Barbara Vandenhende wonende te Brugge en weduwe van Augustinus-Maria-Franciscus De Foere, en hun kinderen Stephanie, Marie, Caroline, Lucie, Louis, Zuid Leon Viaene-De Bruyne te St.-Kruis en West Jonkheer Aquilon Arents de Beerteghem te Brugge en Victor Serruys te Vancouver (Can.). Deze koop stond bij het kadaster in de Sectie D nr. 99m en deel van 99v
Hier werd dan verder het klompen maken beoefend en werd ook de laatste zoon Henri geboren.
In 1933 werd in Moerkerkesteenweg het eerste huis op grond van het klooster gebouwd (later kwam er de winkel van Bertha Matthys), door aannemer Arthur Vandendorpe.
In juli 1937 vestigde de familie Saron zich in de St.-Pietersgroenestraat te Brugge St.-Pieters Deze foto is dan ook genomen in 1944 juist na de bevrijding.
In mei 1949 trok Victor zich met zijn vrouw terug in het Wevershof 22 in Zonneke Meers. Daar brak Arsène Maus haar been. Zij kreeg bezoek van een nicht van Victor die moeder overste was bij de Rijke Claren en door haar toedoen belandden zij in een kamer van dat klooster.
Het echtpaar Victor Saron-Maus had het geluk hun Gouden-, Diamanten- en Briljanten huwelijk te kunnen vieren. Slechts enkele maanden waren tekort om ook het Platina huwelijk mee te maken.

De klompenmaker Victor SARON moet destijds een enorme afzet gehad hebben. Op bepaalde ogenblik werkte men er met 15 knechten. Ook de zonen Victor, Leopold, Louis, François en Jérome hielpen destijds mee. Veel klompen werden geleverd aan 5 kloosters, de Wezenhuizen te St.-Kruis, Oostende en Roeselare. A. Maus trok o.a. ook met de sjees geladen met klompen tot aan de afspanning St.-Sebastiaen te Oostende waar vooral gekocht werd door de vissers. Op zaterdagvoormiddag werden hele resems gebracht naar de Hallestraat te Brugge waar ze door voermannen naar allerlei markten en plaatsen in West-Vlaanderen werden vervoerd.

Het afval (klievelingen) ging naar de bakkers voor hun oven, en de kappelingen dienden voor het aanmaken van de kachels in vele Brugse scholen, kloosters, stadhuis en gouvernementsgebouw.

Alhoewel de bomen meestal werden aangevoerd door diverse voermannen zoals Edward Gevaert en Henri Verplancke te Assebroek en Henri Dewitte van Kristus-Koning, toch had Victor Saron een eigen mallejan. Hiermee gingen veelal Antoon Declerck, Joseph Dedeurwaerder en Jules Lamote bomen halen in de omgeving.

Te melden dat tot tweemaal toe bij de familie Saron een viergeslacht in mannelijke lijn voorkwam te weten:
Victor (vader), Victor (zoon), Julien en Rudi.
Victor (zoon), Julien, Rudi, Alexander.
P.S. Met zeer hartelijke dank aan de Heer en Mevr. Gustave SARON-DUJARDIN, Olmendreef 41 te ASSEBROEK, voor hun welwillende medewerking.
A. VERMEULEN, 1992