Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Soldatenrantsoen

Voeding, rantsoen, genotmiddelen en het menu in W.O. I.
door Jos Rondas

Literatuur over wat de strijdende legers te eten kregen tijdens W.O.II. vindt men slechts met mondjesmaat terug. Niets daaromtrent wordt grondig uitgelegd of beschreven.
Met belangstelling las ik daarom het boek “Honger” van historicus en journalist Rick BLOM. Deze publicatie geeft een klein overzicht voor wat betreft W.O.I.  Zelfs de noodrantsoenen, toen ook reeds gekend, worden daarin behandeld. De auteur licht ons in over noodzaak ervan, wanneer gebruikt of verbruikt, en de strenge regelgeving in dat verband om deze rantsoenen aan te spreken.
Hoeveel calorieën een strijder nodig had, werd berekend. Hoeveelheden en samenstelling verschilden van land tot land.  Enige overeenstemming bij de geallieerden bestond toen niet, evenmin als tijdens W.O.II.  Op bladzijde 42 van “Honger” vernemen wij:
Amerikanen      4714 calorieën
Fransen            4466 calorieën
Britten              4193 calorieën
Belgen              niet bekend
Duitsers            4000 calorieën
Indien er al sprake was van een spijskaart, menu of speiseplan, dan hadden de veldkeukens als richtlijnen ter hunner beschikking:
Anweisungen für Truppenküchen
Handboek voor den Veldkok
Cooking in the field
Manual for Army Cooks
Kriegskochbuch
(…)
De Duitsers berekenden voor hun 4000 calorieën daags:
7 ons brood
500 gr. biscuit of 400 gr. Eierbeschuit
375 gr. vers of bevroren vlees. Of: 200 gr. gedroogd vlees.
1,5 kg. aardappelen of 130 gr. groenten of 50 gr. gedroogde groenten
20 gram koffie of 2,5 gram thee
18 gram suiker
20 gram zout
Genotmiddelen: 2 sigaren en 2 sigaretten of 1,25 gr. pijptabak of 20 gram shag of 15 gram snuiftabak.

De Britten rekenden als volgt:
560 gram vers of bevroren vlees of 450 gram gedroogd vlees
560 gram brood of 450 gram biscuit of meel
110 gram spek
75 gram kaas
20 gram thee
100 gram jam
75 gram suiker
15 gram zout; 1 gram peper; 1,5 gram mosterd
225 gram vers of 50 gram gedroogde groenten

Dit zou een gewicht van +/- 1,700 kg vertegenwoordigen, zonder het noodzakelijk water voor de bereiding, of nodig ter verbruik (drinken). Het lijkt mij persoonlijk ondenkbaar dat dit alles de eerste linies kon bereiken als voedingsmiddelen voor de strijdende partijen. Fantasie !
Wijn, cognac en rhum stonden ook ter beschikking als spiritualiën, maar werden streng gecontroleerd, ook bij de uitreiking ervan. Bij de Fransen werd 1/4de lt. wijn in het rantsoen opgenomen. De Britten schonken hun rhum uit grote stenen kruiken (S.R.D.), dat was een dagelijkse gewoonte.  Bij de Royal Navy in WO II kon men zijn dagelijks rantsoen nog opsparen of afkopen, wat bij de soldij of wedde werd verrekend.  
Het rantsoen Schnaps van de Duitsers was alom gekend. En bij de Belgen, hen was alles goed, was niet alles in hun dagelijks rantsoen begrepen. Soms, bij uitzonderlijke gebeurtenissen, kregen onze piotjes een fles bier en enkele sigaretten of tabak. Meestal trokken zij, wanneer de gelegenheid zich voordeed, naar cafés van bedenkelijk allooi of bij de particulieren naar achteren. Er werden dan ook woekerprijzen gevraagd.

Waar wij zeer weinig over weten is wat onze krijgsgevangenen als voedingsmiddelen kregen (W.O.I).  Wel weten wij, door het raadplegen van egodocumenten en familiegeschiedenissen, dat het voor en tijdens “den troep” geen vetten was.  Honger en ondervoeding, met alle ziekten van dien, waren schering en inslag! Daaromtrent valt echter geen samenhangend geheel van informatie te vinden.

Het boek “Krieg” van Richard HEIJSTER (2006) geeft ons een kleine tip over wat er in 1917 tijdens de derde slag bij Ieper als rantsoen toegekend werd aan de Duitse troepen (niet de officieren). De voedselvoorziening was toen slechter geworden, het moreel bleef echter onaangetast.  Per man en per dag slonk het rantsoen brood van 1,5 pond naar één pond brood. Vier maanden lang al waren er geen aardappelen meer voorhanden.
’s Morgens en ’s avonds dronk men slechte zwarte (surrogaat) koffie, suiker was er niet bij. Afwisselend beschikte men over boter, marmelade of een stukje leverworst en grijs vet (‘apenvet’ genoemd). Daarbij komen ook nog de 3 (drie) vleesloze dagen per week!
’s Middags volgde een liter dunne soep (van gedroogde groenten of griesmeelsoep). Omdat het lente was, kon er tussen de ruïnes, op de velden en akkers geoogst worden: brandnetels, paardenbloemen en melkdistels.  Deze ingrediënten werden gekookt en aan de soep toegevoegd. Het water dat in de vele granaat- en bomtrechters stond, verbond zich nog in beekjes. Hier werd jacht gemaakt op kikkers, wat resulteerde in het koken of bakken van kikkerbilletjes. Maar nooit kon men zijn honger verzadigen!