Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Louis Gilliaert, een schrijnend verhaal met een goed einde.

Zijn levensverhaal.

Gilliaert Louis, François werd geboren te Oostkerke op 02.10.1884. Hij werd als militieloteling opgeroepen in 1904 en werd ingeloot ; hij moest dus soldaat worden. Louis huwde met Marie, Julia Wildemeersch op 28.10.1908. Hij ging inwonen bij zijn schoonouders. Deze schoonouders waren Amand Wildemeersch en Eugenie Lateste en woonden op een hofstede in de Leegeweg nr 37 te Sint-Kruis, vroeger Brouck 37, thans Aardenburgseweg 117.

Zij kregen vijf kinderen :
- Marie, Virginie geboren op 31.01.1910, werd later kloosterlinge in Spermalie. Zij maakte deel uit van de kloostergemeenschap die gevestigd was in de Polderstraat, 72 te Sint-Kruis.
- Leopold, Louis, Rosalie werd geboren op 28.02.1911 maar overleed reeds op 18.09.1911.
- Daarna kwam Jules, Joseph ter wereld op 06.08.1912. 
- Tenslotte werd er nog een tweeling geboren op 09.09.1913, nl. Godelieve, Maria en Martha, Pharailde.
Louis’ echtgenote, Marie, overleed echter 7 dagen na de geboorte van de tweeling 
Niettegenstaande zijn gezinssituatie, als weduwnaar met 4 kinderen, werd Louis toch gemobiliseerd en werd hij opgeroepen om dienst te doen in de 4° compagnie van het 3° bataljon van het 12° Linieregiment in de 3° Divisie. Gezien zijn leeftijd (hij was reeds 30 jaar) kwam hij terecht bij de vestingstroepen. Deze vestingstroepen bestonden uit de oudste lichtingen en bezetten de forten rond Luik, Namen en Charleroi.Louis had het stamnummer 51903.
 Hij verbleef vanaf het begin van de oorlog tot 13.08.1914 aan het front, d.w.z. aan het “fort de Pontisse” ten noorden van Luik. Na een eerste treffen op 06.08 werd een deel van zijn compagnie gevangengenomen. Louis echter kon ontsnappen, en hij vluchtte het fort binnen. Bij de val van het fort werd hij op 13.08 gevangengenomen en gedeporteerd als krijgsgevangene naar de Duitse krijgsgevangenenkampen Münster, Soltau en Lichtenhorst (zie bijlage)
Na de oorlog, op 01.01.1919, werd hij gerepatrieerd naar de kazerne van de 1° Gidsen in Etterbeek
Op 15.04.1919 werd hij gedemobiliseerd en mocht hij terug naar huis. 
Zijn kinderen van 8, 7en 6 jaar zullen raar hebben opgekeken naar die vreemde man, die ben hen thuis kwam inwonen en dan ook nog hun vader bleek te zijn.
Tijdens de oorlog werden zijn kinderen opgevoed door grootmoeder Eugenie, want opa Amand was toen ook reeds overleden.
Op 06.10.1921 hertrouwde Louis te Ramskapelle met Octavie De Meulenaere °Oostkerke, 09.09.1888.
Het nieuwe gezin bleef wonen op de Leegeweg 37  en  kreeg  nog twee kinderen,
- Jeroom, Marcel geboren te Brugge op 17.08.1924 ( werd later melkvoerder,  hulplandbouwer en cafébaas in “De  Wagenmakerij” te Sint Kruis en later “In Petit Paris” aan de Smedenpoort.. Hij huwde te Sint-Kruis op 10.04.1946 met Van Nieuwenhuyse Noëlla, ° Oostkamp 20.05.1927 en † Varsenare, 04.04.2013
- Julia, Maria geboren te Brugge op 15.02.1927, huwde met René Huyghebaert, (° St.-Kruis,03.04.1925)  op 03.07.1948
Louis overleed op 24 juli 1963, dus op 79-jarige leeftijd.

Zijn militaire belevenissen.

Het Fort Pontisse.

De vestingsgordel rond Luik telde 6 grote en 6 kleine forten. De grote waren Barchon, Fléron, Boncelles op de rechteroever van de Maas, en Pontisse, Loncin en Flémalle op de linkeroever. De kleine forten waren Evegnée, Chaudfontaine, Embourg op de rechteroever en Liers, Lantin en Hollogne op de linkeroever. Het onderscheid tussen groot en klein lag in het verschil van bewapening.
Het fort van Pontisse lag ten noorden Luik tussen Visé en Herstal en was het meest noordelijk gelegen fort op de linkeroever van de Maas.
Het had twee belangrijke opdrachten:
- Het tegenhouden van het Duitse leger dat in Visé over de Maas geraakt was.
- en het onmogelijk maken dat zij de Maas in Herstal konden oversteken.

Krijgsgevangenkampen Munster, Soltau, Lichtenhorst.

Deze drie kampen lagen in elkaars omgeving in de Lüneburgerheide.

Het kamp in Munster
Dit kamp werd in 1916 ten noorden van de stad Munster door het Gaspioniere-Regiment als  het Bilov-lager opgerichT 
In 1917 werden er 4 gasmunitiefabrieken op de ca 6500 ha gebouwd. Meer dan 6000 man werkten in deze fabrieken. De arbeidsomstandigheden waren katastrofaal, want geschikte beroepskleding bestond er niet om met deze gevaarlijke scheikundige stoffen om te gaan. 

Het kamp in Soltau
Het grootste Duitse krijgsgevangenkamp ( in feite twee aaneengesloten kampen) met ongeveer 70 barakken. De meeste Belgische krijgsgevangenen kwamen hier terecht. Naast werken in de nabijgelegen fabrieken werden de gevangenen ook ingezet bij het ontginnen van de heide. Sommigen kwamen als werklieden bij landbouwers uit de buurt terecht, waar ze beter behandeld werden en ook meer te eten kregen.

Het Lichtenhorstkamp.
Het kamp bestond uit 26 barakken en telde tussen de 3000 en 6000 gevangenen

Kroniek van de gevechten rond Fort Pontisse.

Het terrein op de linker Maasoever zag er helemaal anders uit dan aan de rechterzijde; het was hier veel opener, geen steile hellingen, geen heuvels. De bossen waren zeldzamer en de wegen talrijker. Er waren geen noemenswaardige natuurlijke hindernissen tussen Visé en de tussenruimte Liers-Pontisse . Twee steenwegen vertrokken uit Visé;  de ene naar Herstal, de andere naar Milmort en tussenin lag nog een landweg, die eveneens naar het zuiden voerde.
De forten van Pontisse en van Liers waren verwittigd en de bevelhebbers stonden op de loer. 

04.08.1914
Beschieten van de Maasbruggen teneinde te beletten dat de Maas door de Duitsers kon worden overgestoken.

06.08.1814:
 « Te Hermée, (dorp ten noorden van Pontisse),” schreef von Bieberstein, een Duits bevelhebber, “waren vóór 1 uur 30 in den morgen van den 6 Augustus, de 7e en de 9e Jagerbataljons met de beide Mecklenburgse regimenten verzameld. Reeds daar ter plaatse werden de troepen verontrust door de zeer waakzame artillerie van het fort Pontisse; deze liet zich spijts de donkerte van die onweersnacht, ook zeer storend gevoelen met de wegen onder haar strovuur te nemen, toen kort na 1 uur 30 de opmars begon. Er was geen tijd geweest om het terrein vóór het begin van de voorwaartse beweging te verkennen, daar het oversteken der Maas te Visé te laat gelukt was. Daardoor kwam het dat men spoedig, geheel onverwachts, op zeer sterke hindernissen stootte, waardoor men gedwongen werd de wegen te verlaten. In de laag liggende, door de slagregens doorweekte akkers, werd het oprukken buitengewoon vertraagd. In zuid-oostelijke richting ontwaarde men gestadig de bliksems van een uiterst bedrijvige batterij. Drie compagnies van het Mecklemburgs fusiliersregiment kregen opdracht die artillerie te overweldigen. Men had echter den afstand verkeerd geschat. De ogenschijnlijk zo nabij liggende batterij, bevond zich in het fort Pontisse en plotseling stonden de drie compagnies op het glacis, zonder kans in het fort te kunnen binnen dringen! »
Ondertussen speelden zich in het zuiden rond het kerkhof van Rhees, deelgemeente van Herstal, zeer verwarde gevechten af, die heel den nacht duurden. Het Belgisch leger kon echter de Duitsers tegenhouden. Maar zoals veelal in een oorlog werd er een voorbarig aftochtsbevel gegeven en wie kon, vluchtte zo rap mogelijk naar het fort.

08.08.1914
Tot den 8sten werd het fort slechts met tussenpozen beschoten. Het fort zat twee dagen zonder verlichting en verluchting. wegens het stilvallen der stoommachine. De oorzaak hiervan lag niet bij de beschietingen doch bij de onweerregens, die door hun geweld de aarde die het middenmassief bedekte, hadden meegespoeld in de waterputten. Deze waterputten alsook de stoommachine, waren dichtgeslibd en moesten gereinigd worden.
Dagelijks werden shrapnellsalvo's gelost op Duitse kolommen, die langs de rechter Maasoever naar Luik poogden op te rukken en geregeld rechtsomkeer moesten maken.

09.08.1914
Den 9 Augustus werd de beschieting  ernstiger: zwaar geschut greep in en van 7 tot 21 uur zonder onderbreking werd het fort bestookt. De volgende morgen, vanaf 5 uur 30 begonnen de beschietingen terug  tot 22 uur ‘s nachts. Het werd voor het garnizoen een echte hel. Vrij erge beschadiging werd zowat overal waargenomen. Grote klompen beton waren van de basis van de walvoet gerukt. Een brok was uit den loop van een kanon van 15 cm. geslagen, een andere vuurmond zat vast in zijn schietgleuf. In de geschutkamers werden de soldaten verbrand door de "vlammenterugslagen" (retours de flammes). die steeds talrijker werden. De ploegen moesten elkaar gestadig aflossen. De koepels draaiden niet meer en de meeste kanonnen hadden zich van hun fundamenten losgerukt, zodat er niet doeltreffend meer mee kon geschoten worden.De mannen waren totaal op. Sedert tien dagen hadden zij geen rust meer genoten en waren zij aangewezen op beschuiten, conservevlees en drekwater.

11.08.1914
11 Augustus was onverhoopt goed voorbij gegaan en de verdedigers van Pontisse herademden. Voor niet lang echter, want op 12.08 in den vroege morgen, werd een ongemene bedrijvigheid van patroeljes vastgesteld.  Inderdaad, van 8 tot 12 uur. met enkele korte tussenpoozen. hernam de beschieting met ongehoord geweld. In den namiddag om 17 uur 45, doet een geweldige ontploffing plots het fort op zijn grondvesten wankelen. Is het kruitmagazijn gesprongen of had de vijand het werk ondermijnd? De bezetting stond lang voor die beangstigende vraag tot wanneer een granaatbodem van 42 cm gevonden en het raadsel daarmede opgehelderd werd. Inderdaad. één der beruchte houwitsers van 42 cm, te Mortier opgesteld, had met zijn proeven aangevangen. Nog twee of drie dergelijke projectielen werden afgeschoten en daarna werd het vuur gestaakt tot ‘s anderendaags.Het fort stond evenwel heel de nacht door in rep en roer, daar een bestorming te duchten viel: het naburig fort Liers verleende zijn hulp, met rondom Pontisse de stellingen van de vijand te beschieten, van waaruit men een aanval had kunnen ontketenen. Pontisse zelf beschikte over geen noemenswaardige verweermiddelen meer. De hoofdorganen van het middenmassief werkten niet meer. De manschappen leden schromelijk onder de stikgassen, die overal binnendrongen. Daarbij kwam de stank der afvoerwaters, die langs de geslagen bressen binnenstroomden. Ook aan de natuurlijke behoeften moest in de gaanderijen voldaan worden. Het barsten van de waterketels zette de verbandzaal en omliggende lokalen onder water. Geen licht meer, alles was van de gewelven geschud, slechts stallantaarns wierpen nog een valen schijn op de tegen elkaar gedrongen soldaten.

13.08.1914
Donderdag 13 augustus werd de beschieting om 08 uur met volle geweld terug ingezet. Nadat de morgemist was opgeklaard, trad het kanon opnieuw in actie. Een vervaarlijke ontploffing schudde weer eens alles dooreen. Verkenners werden inderhaast naar het kruitmagazijn en naar de munitiedepots gezonden om na te gaan of zij niet in de lucht gevlogen waren. Neen, dat was het niet. De bezetting verkeerde in een kwellende onzekerheid.
De derde granaat van 42 cm schoot in tussen de koepels van 5.7 cm. Het uitwerksel was ontzettend: in volle massief was een trechter geslagen, 2 meter diep en 3 meter breed. de pantsers van beide koepels waren afgerukt, de ammunitie was ontploft in de linkergaanderij, de mannen zijn gedood. Tot bij den ingang der gaanderij werden soldaten getroffen door weggeslingerde betonblokken.
Het vierde schot woelde de fundamenten van de keelgracht bloot, beukte in wat er nog van de pantserplaten overbleef en hief de vloer op van de woonlokalen van den walvoet en van de gaanderij. Het einde was nakend...
Een krijgsraad bestaand uit al de officieren. besloot dat alle verdere weerstand hersenschimmig en nog maar slechts een kwestie van minuten was. Om 11 uur 30 werd de witte vlag gehesen. Een parlementair bood zich aan, nam kennis van de voorwaarden van kommandant Speesen en ging ze generaal von Emmich voorleggen. Inmiddels kwam een ambulantiekolom de zieken en gekwetsten weghalen. Kommandant Speesen verkreeg 24 uren uitstel: zijn afgematte en zieke soldaten mochten even uitrusten. vooraleer zij met krijgseer hun fort zouden ontruimen en krijgsgevangen zouden genomen worden.

Bibliografie: Luik, dr. Paul De Mont en Max Olens, uitg. De Oogst, Antwerpen

Drie foto's van het krijgsgevangenkamp Lichtenhorst.